Grootsgedrukt
Enquête: 127- Kunnen christenen nog naar Turkije? Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Lessen uit Job

Les 2 - Geloof in God en het recht ervan

Job vraagt waarom het kwaad zonder duidelijke reden hem treft. Volgens velen zijn hoofdvraag. Maar wie dat stelt heeft Job (nog) niet begrepen. Job doelt op: geloof in verhouding tot het kwaad (Jb 1:11; 2:5).

Door Marco van Putten

Opmerkelijk genoeg is dit ook een kernvraag in het heidendom, waarin van alles wordt gedaan om ‘het kwaad’ af te weren en weg te houden uit het leven. Maar dit is geen belangrijke vraag in de hoofdstroom van de christenheid, omdat volgens hen deze vraag beantwoord is vanuit hun christocentrisme (d.i. door de 1ste komst van de Here Jezus is alles vervuld voor gelovigen/de kerk). Dit verklaart ook dat het boek Job in de christenheid meestal geen grote aandacht heeft, terzijde wordt gelegd of van weinig nut wordt geacht. De Here Jezus zou al het kwaad hebben overwonnen en weggenomen. Daarmee komt verder onderzoek naar ‘geloof’ ten einde. Toch is dit zeer opmerkelijk, want geloof zou de kern van de christenheid moeten zijn – Sola Fide (Alleen geloof) (Hb 2:4; Rom 1:17).

In de kranten staat dagelijks over het kwaad in de wereld. Dit toont hoe actueel het onderwerp van het boek Job is. Heidenen zouden het boek Job beter kunnen begrijpen dan christenen. Toch hebben ook heidenen weinig aan het boek Job, omdat Job namelijk van ‘recht’ hebben bij God uit gaat en recht kan alleen gebaseerd worden op een vastgestelde afspraak. Dit is het grote gebrek van het heidendom, dat goddelijkheid en goden omschrijft in mystieke en heel basale termen. Heidendom kent geen ‘relatie’ met de godheid of alleen in algemene termen, zonder dat te specificeren.

In de Bijbel staat echter het Verbond van God centraal, dat van God uit gaat. Door het Verbond wil Hij met mensen een relatie hebben. Gods Verbond gaat altijd samen met een specificatie van de relatie; de voorwaarden. In de grondtekst wordt hiervoor het Hebreeuwse woord ‘Torah’ gebruikt. Dat is interessant, omdat dit woord letterlijk ‘onderricht’ betekent en daardoor aan de verbondsvoorwaarden een dynamische, onderwijzende en opvoedende betekenis geeft.
Job spreekt God aan op het bestaan van die Torah (22:22) en eist voortdurend zijn recht op grond daarvan (13:18; 19:7; 23:4; 27:2). Voor Job staat zijn geloof dus in het kader van Gods Verbond en de rechten en de plichten die daaraan verbonden zijn volgens de verbondsvoorwaarden. In het boek Job en ook elders in de Bijbel wordt de komst van kwaad in het leven van een gelovige dan ook gezien als een gericht/rechtszaak van God tegen de betreffende persoon (14:3; 22:4). God reageert ook op Jobs aanspraak op recht (40:8(3)). Dit onderwerp komt in een andere les aan bod.

De hoofdstroom in de christenheid heeft Gods verbondsvoorwaarden echter (grotendeels) niet langer geldig of als goede zeden verklaard – Sola Gratia (Alleen genade). Veel christenen begrijpen daarom Jobs ‘recht bij God’ niet goed. Dit zou komen omdat Job geen ‘christelijk geloof’ (d.i. geloof dat in het Nieuwe Testament is bepaald) had, maar zo’n stelling deprecieert het boek Job en ook het Oude Testament. Het gaat in tegen het christelijke geloofsuitgangspunt dat heel de Bijbel Gods Woord is – Sola Scriptura (Alleen de Bijbel). Neem daarbij opnieuw in gedachte dat de hoofdstroom van de christenheid ‘het kwaad’ van ondergeschikt belang acht. Dit leidt tot een heel andere en depreciërende interpretatie van Jobs geschiedenis. We zullen zien hoe deze christelijke overtuigingen zich verhouden tegenover de lessen uit het boek Job, zodat we Job beter kunnen leren kennen.

In enkele verdere studies over het boek Job zullen we Jobs vraag verder uitwerken.


Reageren