#Tb 15 euro gift
Enquête: 099-Is seks voor het huwelijk toegestaan? Ja Nee

Lessen uit Job

Les 9 - Gods bestuur over de Schepping

Een hoofdstelling in de christenheid is dat Gods Volk centraal staat voor God (d.i. het ecclesiacentrisme). Zijn zorg gaat hoofdzakelijk naar hen uit. Dit staat echter niet in de Bijbel. In Jobs generatie bestond zo’n stelling dan ook niet. Echter, hun tegenstelling tussen gelovigen en boosaardigen is soortgelijk. Zij dachten dat God ervoor zou zorgen dat gelovigen de overhand zouden hebben en alleen hen tegen kwaad zou beschermen. Toen God Israël tot natie maakte (Ex 34:10), verbonden zij die stelling aan zichzelf. Deze theorie bestaat dus eigenlijk al duizenden jaren.

Door Marco van Putten

Job maakte zich echter zorgen over het bestaan van kwaad buiten de invloed (d.i. door het doen van Gods wil) van rechtvaardigen om. Hij werd geconfronteerd met de dominantie van boosaardigen, die hem vervolgden, en God bleek hem niet te beschermen tegen (hun) kwaad. Het gevolg was dat zijn familie, vrienden en gemeenschap hem in de steek lieten. Blijkbaar was geloven en zeker rechtvaardigheid een minderheidskeuze onder de mensen. Zijn conclusies waren dat God onrecht liet bestaan en schijnbaar stimuleerde. God liet de rechtvaardige in de steek.

In de Bijbel wordt de Schepping opgedeeld in drie ‘verdiepingen’; de hemelen (d.i. de leefwereld van God en de engelen), de ‘aarde’ (d.i. de leefwereld voor de levende schepselen) en de onderwereld (d.i. de leefwereld van de dode mens). De aarde staat centraal en alle andere ‘verdiepingen’ staan het ten dienste.
Job spreekt veel over de onderwereld (Hebr. Sje‘oel), omdat hij denkt daar spoedig heen te zullen gaan. Volgens Job is het een plaats waar de mens onheil, duisternis en chaos zal ervaren (10:21-22). In het heidense denken is dit de plaats waar de duivel en de demonen verblijven; de hel. In de Bijbel wordt dat niet geleerd, maar hebben deze geen andere verblijfplaats dan de aarde. Ook dat bevestigt het centrale belang van de ‘aarde’, maar ook de corruptie (d.i. het kwaaddoen) erop.

Uiteindelijk neemt God Zelf ook het woord in dit boek vanuit een wervelstorm. Hij spreekt Job aan met een verwijt. Job, die beter hoort te weten, spreekt onjuistheden over God (38:2). Want als Job zoveel weet, waar was hij dan toen God de aarde grondveste en de zeeën deed ontstaan? Bestaat Job, net als God, al eeuwen en heeft hij alle hoeken en gaten van de Schepping bezocht en doorgrond (38:21)?
God heeft het hoofdzakelijk over de aarde en haar omvang, krachten en schepselen, dus ook voor Hem staat de aarde centraal. God brengt twee belangrijke punten naar voren.
1. Zijn zorg voor de aarde gaat veel verder dan mensen kunnen/realiseren (38:39-39:30 (39:1-33)).
2. God houdt het kwaad in de Schepping onder controle (38:13; Gn 6:7).

Het heidendom, maar ook moderne filosofieën, zoals het humanisme, en ‘wetenschappelijke’ theorieën, zoals de Darwinisme, gaan er van uit dat de ‘natuur’ goed is en het kwaad dan dus een goede eigenschap ervan is. Dit is strijdig met de werkelijkheid van God.

God vraagt Job waarom hij Zijn rechtsorde ongeldig verklaart (40:8 (40:3)). Het is juist God Die voorkomt dat het kwaad de overhand krijgt en dat de Schepping in stand blijft. Hij regeert in majesteit en vernedert alles wat daartegen opstaat. Daarom moet God ook optreden tegen de monsters (Hebr. behemot) op aarde (40:19 (40:14)). Mensen kunnen deze niet vangen of temmen en daarom moet God het onderwerpen.

Job moet onderkennen dat Gods werkelijk de Bestuurder is van de Schepping en verwerpt al zijn uitspraken en doet boete in stof en as.

In enkele verdere studies over het boek Job zullen we Jobs vraag verder uitwerken.


Reageren