#Tb 15 euro gift
Enquête: 112-Kunnen mensen behouden worden die nooit van Jezus hebben gehoord? Ja Nee

Enquête

118-Moeten christenen Joodse feesten vieren?

Hier vindt u dezelfde vragen als bij de enquête, maar u hebt hier de mogelijkheid uw standpunt uit te leggen.

Reageren


BASTIAAN

27-03-2019 08:31
Beste Rutger, voorzover ik uw ingezonden begrijp bent u nog nooit in Israël geweest en heeft u tot nu toe nog nooit bemerkt dat de Bijbel die van Genesis t/m Openbaring een Joods Boek is, werd geschreven door 40 Joodse schrijvers.

Heeft u Jeshua' s Boek Openbaring wel eens grondig gelezen/bestudeerd dat 22 hoofdstukken telt? Het Hebreeuwse Alfabet telt 22 letters. Misschien gaat u nu beter snappen dat Jeshua de Alef en de Taf is, de A - Z. Openbaring 1.

Het boek Openbaring dat Jeshua aan Johannes op Patmos dicteerde vertelt in Openbaring 7 en 14 over de 12 stammen Israëls. Dit kleine compacte Boek telt maar liefst honderden aanhalingen uit het Oude Testament. Hoezo, Israël niet belangrijk? Paulus' woorden uit Romeinen 9 t/m 11 nog steeds niet begrepen, Rutger?

Waarom negeert u zelfs Jeshua' s woorden over het houden van de Sjabbat? Onderstaande teksten leren duidelijk dat Jeshua noch zijn Apostelen ooit de zondag gevierd hebben als dag des Heren, maar de Zevende Dag zoals Mozes voorgeschreven had in Exodus 20 en 31.

Mattheüs 12:8 Want de Zoon des mensen is Heere, óók van de Sabbat.

Markus 1:21 En zij kwamen in Kapernaüm; en op de Sabbat ging Jeshua meteen naar de synagoge en gaf Hij onderwijs.

Markus 2:28 Daarom, de Zoon des mensen is Heere, óók van de Sabbat.

Lukas 4:16 En Hij kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging naar Zijn Gewoonte op de dag van de Sabbat naar de synagoge, en Hij stond op om te lezen.

Lukas 4:31 En Hij daalde af naar Kapernaüm, een stad in Galilea, en onderwees hen op de Sabbatdagen.

Lukas 6:5 En Hij zei tegen hen: De Zoon des mensen is Heere, óók van de Sabbat.

Lukas 23:56 En toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de Sabbat rustten ze overeenkomstig het Gebod.

OOK DE APOSTELEN HIELDEN DE SJABBAT:
Handelingen 13:14 En zij gingen vanuit Perge het land door en kwamen in Antiochië in Pisidië; en zij gingen op de dag van de Sabbat de Synagoge binnen en gingen daar zitten.

Handelingen 13:44 En op de volgende Sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen.

Handelingen 16:13 En op de dag van de Sabbat gingen wij de stad uit, de rivier langs, waar het gebed gewoonlijk plaatsvond; en nadat wij daar waren gaan zitten, spraken wij tot de vrouwen die er samengekomen waren.

Handelingen 17:2 En Paulus ging naar zijn Gewoonte bij hen naar binnen en Drie Sabbatten lang ging hij met hen in gesprek vanuit de Schriften.

Lees vooral Handelingen 21 hardop. Alle Apostelen zijn ijveraars van de Torah/Wet.

Handelingen 18:4 En hij sprak Iedere Sabbat in de synagoge en probeerde Joden en Grieken te overtuigen.

Hebreeën 4:9 Er blijft dus nog een Sabbatsrust over voor het volk van God.

Lees bij voorkeur de King James of de Statenvertaling 1977 of de Herziene Statenvertaling zonder kanttekeningen want die bevatten veel onzin: De kerk is het Nieuwe Israël. Helaas vinden we die domme fouten ook in Ned. Geloofsbelijdenis en de Heidelberger Catechismus. Zie Psalm 48, 132 en 135.

Praat niet langer pausen en theologen na want die liegen dat ze zwart zien.

Lees iedere dag 3-5 hoofdstukken hardop dan leest u in een jaar alle 77 Bijbelboeken...u zult versteld staan met vele nieuwe ontdekkingen die uw predikant nooit wist te vertellen. Beging vandaag nog. Wij doen het al vele jaren!

In de geschiedenis lezen we dat pas in AD 321 op 7 maart de eerste zondagswetten gesanctioneerd werden door de Roomse kerk op het Concilie van Nicea. Google maar.

Israël wordt straks met de Joodse Masjiach Jeshua tot HOOFD der volken. Zie Jeremia 31:7 en Jesaja 60-66 en Openbaring 14 en 19.

He Shall Reign For Ever And Ever!!!

Dat Jeshua een Jood is las ik al in Mattheus 1:1 vooral ook het feit dat Hij in Jeruzalem wederkomt de Stad van de grote Koning. Zachariah 14. Matth. 5:35 en Handelingen 1.

Shalom. Bastiaan.

Rutger

26-03-2019 01:27
Beste Bastiaan,
inhoudelijk gaat u niet op de argumenten van Willem in. Dat is jammer want hij onderbouwt het vanuit bijbels standpunt.

Dat doet u ook, alleen plukt u her en der verzen en plaatst die in een voor u passend frame.

Jammer dat u voorbij gaat wat er in Johannes 7 staat. Jezus gaat niet naar het feest omdat Zijn tijd nog niet is gekomen. Op het midden van het feest verschijnt Hij toch. (Omdat ze (Joden) Hem wilden doden. En dan op het hoogtepunt van het feest zegt Hij: "een ieder de dorst heeft die komen tot Mij en drinke" . Daarmee heft Hij het feest niet op, maar vervuld Hij daarmee het feit dat de feesten betrekking hebben op Hem. Is het je wel eens opgevallen dat Johannes spreekt over "het feest der Joden" en niet "des Heren".
Hoe komt dat, denkt u?


Moeten christenen uit de heidenen de sabbat gaan houden?

Dit is een heel groot onderwerp en voor het doel van dit artikel gaat het om een aantal beknopte kanttekeningen.

In het Nieuwe Testament zijn er drie teksten, die er naar mijn begrip uitspringen, als het om de betekenis van de sabbat gaat (voor een uitvoerige uiteenzetting: lees mijn artikelen ‘Aardse of hemelse sabbat’ en ‘Natuurlijke of geestelijke sabbat).

In Kol. 2:16-17 schrijft de apostel: “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is.” In Christus vindt de schaduwachtige sabbat haar geestelijke vervulling, want Hij brengt pas werkelijk Gods vrede en rust aan in de harten.

Hierover lezen we meer in Hebr. 4. “Wij gaan tot de rust in, wij die tot geloof gekomen zijn.” De basis van onze innerlijke rust is het volbrachte werk van Jezus op Golgotha, waar Hij stierf om onze zonden. “Hij stelt wederom een dag vast, heden…Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet. Want indien Jozua hen in de rust gebracht gebracht had, zou Hij niet meer over een andere, latere dag gesproken hebben. Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God. Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de Zijne. Laten wij er ernst mede maken, om tot die rust in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen” (Hebr. 4:7-11).

Het aardse land Kanaän was een schaduwbeeld, maar het volk van Israël kon door ongehoorzaamheid nooit die ware rust ingaan. De Hebreeënschrijver spreekt hier over de geestelijke, innerlijke rust, die de gelovigen HEDEN, dat is nu, kunnen ervaren: een vrede VOORTDUREND IN ELK OPZICHT (2 Tess. 3:16). Deze rust in God is het deel krijgen aan de goddelijke natuur, deel krijgen aan de rust van God, die Zelf altijd in de rust is.

Het Nieuwe Verbond verplaatst de sabbat van een uiterlijke dag op zaterdag naar de beleving van de rust van God in de innerlijke mens, die je elke dag mag en kunt ervaren. Wij kunnen het ook zou uitdrukken: de sabbat wordt in het Nieuwe Verbond van de aarde getild naar de hemelse gewesten, waar onze inwendige mens (ziel en geest) al mag functioneren door in alle rust vernieuwd te worden in je denken door de Geest en van daaruit de geestelijke strijd te voeren.

De sabbat van het Oude Verbond bestond van onze vrijdagavond zonsondergang tot onze zaterdagavond zonsondergang. Daarin deed je bepaalde dingen met je lichaam niet: “Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij GEEN WERK DOEN…” (Ex. 20:8-10). Velen hebben het gebod van de sabbat dag overgeheveld naar de zondag, de eerste dag der week, zonder dat Gods Woord dat expliciet aangeeft. Ook de begrippen in Reformatorische kerken als ‘zondagsrust’ en ‘zondagsheiliging’ kun je niet in de Bijbel vinden. Wel is de eerste dag der week de dag van de opstanding van Jezus Christus: “Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt” (2 Tim. 2:8).

In Rom. 14:5-6a (HSV) zien we nog een aanvullende gedachte: “De een acht de ene dag boven de andere dag, de ander acht alle dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn.” (NBG): “Wie zich aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here…”

In dit hoofdstuk gaat het over sterken en zwakken, die elkaar moeten verdragen in de gemeente. Paulus rekende zichzelf tot de sterken: voor hem zijn ALLE DAGEN GELIJK. In de lofzang van Zacharias lezen we zo schitterend: “Dat Hij ons zou geven, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, AL ONZE DAGEN” (Luk. 1:74-75).

De zwakken houden zich aan een bepaalde dag. Paulus heeft daar geen problemen mee, als zij aan een bepaalde dag (sabbat of zondag, JdB) hechten om de Here en ieder moet daarvan in zijn eigen geweten ten volle overtuigd zijn (Rom. 14:5). Ieder moet daarvan voor zichzelf rekenschap geven aan God (Rom. 14:12). In de gemeente is het niet de bedoeling elkaar een bepaalde dag op te leggen en voor Paulus, die in de ruimte van de vrijheid in Christus stond, waren alle dagen gelijk. Zijn oproep is echter: “Laten wij dan elkander niet oordelen, maar komt liever tot dit oordeel: uw broeder geen aanstoot of ergernis te geven” (Rom. 14:13) en: “Houd gij het geloof, dat gij hebt bij uzelf voor het aangezicht Gods. Zalig is hij die zich geen verwijten maakt bij hetgeen hij goed acht” (Rom. 14:22). Hij vervolgt met: “Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen. Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd…” (Rom. 15:1-2). Paulus hield uitdrukkelijk rekening met het zwakke geweten van sommigen (1 Kor. 8:7-13).

Moeten christenen uit de heidenen ook de Joodse feesten gaan vieren?

Over de Joodse feesten wil ik kort zijn. Ik neem over van http://www.beleven.org/feesten/joden:

Veel joodse feestdagen zijn seizoensgebonden. Ze waren vroeger gebonden aan het leven op het land. Op sommige feesten moesten offergaven van de oogst aan de Here gebracht worden. Het joodse paasfeest, Pesach, moest daarom altijd in het voorjaar gevierd worden, het Wekenfeest, Sjavoeot, vond plaats in de zomer en het Loofhuttenfeest, Soekkot, vierde men in de herfst.
Deze drie feesten viert men nog altijd in genoemde jaargetijden. Ze herinneren aan de uittocht van het Joodse volk uit Egypte en worden daarom ook wel de pelgrimsfeesten genoemd.
Op Sjabbat en Joodse feestdagen – Rosj Hasjana (Joods nieuwjaar), Jom Kippoer (Grote Verzoendag), Soekot (Loofhuttenfeest), Sjemini Atseret (Slotfeest), Simchat Tora (Vreugde der Wet), Pesach (Pasen) en Sjavoeot (Wekenfeest) – mag niet worden gewerkt. Het is dan bijvoorbeeld verboden om te schrijven, te reizen, vuur te maken en electriciteit te gebruiken. Joodse leerlingen en studenten kunnen dan dus geen lessen volgen of deelnemen aan tentamens.
Op Sjabbat en Joodse feestdagen geldt onder andere:
– niet werken of je bezighouden met ‘alledaagse’ dingen
– niet dragen en niet reizen
– niet schrijven
– geen vuur maken
– geen elektriciteit gebruiken
– een ander niet voor je laten werken

Uit het laatste lijstje zien we hoe verweven alles is met de ceremoniële wetten van het Oude Testament, die niet voor ons, christenen van het Nieuwe Verbond gelden.

Is de bovenstaande rij van Joodse feesten volledig? Nee, er zijn nog meer feesten, bijvoorbeeld  Chanoeka (Lichtfeest) (zie 1 en 2 Maccabeeën) en het Poerimfeest (Lotenfeest) (zie het boek Esther).

Nergens in het Nieuwe Testament wordt ons opgedragen om deze feesten als gelovigen in Christus te vieren.

Op de school waar ik werk vroeg een christen-collega verlof om de Joodse feesten met haar gezin in september/oktober te vieren: Rosh Hasjana (het Joods Nieuwjaar), Jom Kippour (Grote Verzoendag) en de opening en sluiting van Soekoth (Loofhuttenfeest).

Kortom: we merken dat het vieren van deze feesten onder christenen steeds meer in zwang komt zonder dat daar een bijbelse aanleiding toe is. Nogmaals: nergens in het Nieuwe Testament lezen we een oproep om deze feesten te vieren.

Er kan vermenging plaatsvinden tussen de Joodse godsdienst (buiten Jezus Christus om) en het christelijke geloof. Dat is – eufemistisch gesproken – beslist niet aanbevelingswaardig. Genade en wet zijn niet door elkaar te mengen. Paulus was, speciaal in de Galatenbrief,  de apostel van het ‘wetsvrije’ evangelie van de genade van God: “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen” (Gal. 5:1-2).

Zag Paulus dan geen gevaren aan die vrijheid? Zeker wel: “Want gij zijt geroepen, om vrij te zijn; gebruikt echter die vrijheid niet tot een aanleiding van het vlees” (Gal. 5:13). Daarnaast schrijft Paulus: “Ik ben voor Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun die onder de wet zijn, als onder de wet – hoewel persoonlijk niet onder de wet – om hen, die onder de wet staan te winnen. Hun die zonder wet zijn (de heidenen, JdB), ben ik geworden als zonder wet – hoewel persoonlijk niet onder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus – om hen, die zonder wet zijn, te winnen” (1 Kor. 9:20-21).

Hij zei ook: “Veeleer bevestiging wij de wet” (Rom. 3:31) en “opdat de eis der wet in ons vervuld worde door de Geest” (Rom. 8:4). In Hebr. 8:10-12 en Hebr. 10:15-16 lezen we over de wet van de Geest des levens (Rom. 8:2), die in ons hart en ons verstand geschreven wordt. Jakobus spreekt van de koninklijke wet of de wet der vrijheid (Jak. 2:8,12).

Hebben deze feesten, in het bijzonder de zeven in Leviticus 23 genoemde, ons dan niets meer te zeggen? Absoluut wel, want ze hebben een waardevolle geestelijke betekenis voor ons christenen. Ik kan hierover aanbevelen de leerzame studies op: http://www.in-geest-en-waarheid.nl/pascha.htm en http://www.in-geest-en-waarheid.nl/loofhutten.htm (naar het boekje ‘Van Pascha tot Loofhutten’).

Moeten we ons verbinden met het Joodse volk en de Joodse godsdienst?

De gestelde vraag houdt in: moeten wij als christenen ons verbinden met een ongelovig volk, dat niet in Jezus Christus als de Zoon van God gelooft, laat staan Hem gehoorzaamt? Doen wij mee met hun rituele religie onder de wet, waarbij het zichtbare-uiterlijke zozeer centraal staat?

Het grote misverstand, dat breed verbreid is in christelijke kringen, wordt gevormd door de gedachte: “Israël is Gods volk.” Als je op Family 7 naar de uitzendingen met br. Jan van Barneveld kijkt over de eindtijd met daarin een prominente kijk op het natuurlijke Israël, kan dat erin gaan als ‘zoete koek’ bij vele christenen. Toch zijn we geroepen om het een en ander te toetsen aan de Bijbel.

Is Israël zonder Christus volk van God?Naar mijn overtuiging is het antwoord op deze vraag: nee. God houdt er niet naast de Gemeente van Jezus Christus, bestaande uit een Joods overblijfsel en de heidenen die er tussengevoegd zijn, een tweede volk op na: het natuurlijke volk Israël in het Midden-Oosten.

Al kunnen we in natuurlijk opzicht best veel sympathie voor het volk Israël hebben, toch kunnen en zullen we ons niet geestelijk verbindenmet het Joodse volk in hun ongeloof of met de orthodoxe Joden die wiegend bij de Klaagmuur bidden, maar dit niet doen in Jezus’ naam.

BASTIAAN

19-03-2019 11:03
Beste Willem, lees uw eigen epistel nog eens door, dan zult u tot uw schrik bemerken dat u niet alleen niets met de Joodse feesten te maken wilt hebben maar ook niet met het Joodse Volk.

Hoe leest u Romeinen 9-11 eigenlijk?

U schrijft in uw openingszin: In het nieuwe verbond is er geen sprake meer van ‘heilige‘ plaatsen?

Is dat wel zo? Mattheüs 4:5 Toen nam de duivel Jeshua mee naar de HEILIGE STAD [JERUZALEM] en zette Hem op het hoogste gedeelte van de tempel.

Mattheüs 27:53 en na Zijn opwekking gingen zij uit de graven, kwamen in de HEILIGE STAD en zijn aan velen verschenen.

U vertelt dat het houden van de Sjabbat niet nodig is. Hoe verklaart u dan dat Jeshua zich de Here van Sjabbat noemde? Lucas 6:5.

Noch Jeshua, noch de Apostelen hebben ooit de zondag gevierd. Ze liepen ook niet rond met een staf en een mijter op hun hoofd. De zondag werd pas ingesteld op 7 maart 321 door de Romeinse Keizer Constantijn. Toen pas lazen we voor het eerst over zondagswetten. Google maar.

Constantijns Munten hebben dan ook allemaal zijn beeltenis met het opschrift: Sol Invictus. De Onoverwinnelijke Zon. Keizers werden in die tijd als goden vereerd en aanbeden. Pausen volgden helaas in hun voetspoor.

Hoe verklaart u dan dat alle Apostelen in Handelingen 21 allemaal naar de wetten van Mozes leefden?

VERS 20 En toen zij dat gehoord hadden, prezen zij de Heere en zeiden tegen hem: U ziet, broeder, hoeveel tienduizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allemaal IJVERAARS VOOR DE WET/TORAH.

Bent u vergeten dat Jeshua met zijn Apostelen het Joodse Paasfeest, Pinksterfeest en Loofhuttenfeest vierde? De Joodse Paulus vierde het ook.1 Korinthe 16:8 Ik zal echter tot Pinksteren in Efeze blijven.

Willem...Wanneer werd de Heilige Geest uitgestort, was dat niet op het Pinksterfeest in Jeruzalem toen er 3000 Joden tot geloof in JeshuaHaMasjiach kwamen en zich in water lieten dopen? Handelingen 2.

Oh ja, en als laatste wil ik u vragen: Waar zal Jeshua wederkomen? Ik weet vanuit de Bijbel, Jeshua zal niet in Rome of Mekka wederkomen maar op de Olijfberg in Jeruzalem, de Stad van de Grote Koning. Zachariah 14:9 en Handelingen 1:9-11.

Beste Willem, de Bijbel is een Joods Boek, geschreven door Joden en in de wereld verspreid door Joden. Zij waren immers de eerste Evangelisten? Mattheus 28.

Lees de Bijbel door Joodse ogen dan wordt u alles duidelijk. Israël wordt een heilig volk genoemd door de Here God.

Deuteronomium 14:2 Want u bent een Heilig Volk voor de HEERE, uw God. De HEERE heeft ú uit alle volken die op de aardbodem zijn, Uitgekozen om voor Hem een Volk te zijn dat Zijn Persoonlijk Eigendom Is!!!

Shalom. Bastiaan.

Willem

13-12-2016 02:36
In het nieuwe verbond is er geen sprake meer van ‘heilige‘ plaatsen (Joh. 4:20-24). Noch zal ooit het geestelijke leven van de mensen beoordeeld worden op grond van uiterlijke dingen, zoals het zich onthouden van bepaalde gerechten en het houden van feesten en speciale dagen: “Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is” (Kol. 2:16-17). Toen de Galaten – die in antwoord op hun geloof in het evangelie vervuld waren met de heilige Geest – de sabbat begonnen te vieren, was dit een aanleiding voor Paulus om te vrezen dat al zijn inspanningen voor hen tevergeefs geweest waren: “Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees, dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb” (Gal. 4:10-11). Hetzelfde moet gezegd worden van de mensen die de Joodse sabbat willen invoeren in het nieuwtestamentische christendom, en zich er op beroemen dat ze de wet van God met meer nauwgezetheid vervullen dan de mensen die op zondag naar de samenkomst gaan.
Door het debat over de zevende dag wordt de eenheid en de vrede in de gemeenten nog meer verstoord waardoor, paradoxaal, de beoogde sabbatsrust uit de harten verdwijnt. De heethoofden, die de discussie over schaduwen warm houden, richten de aandacht op rituele factoren, die nooit één zondaar tot volmaaktheid hebben gebracht (Hebr. 10:1). Ondertussen verdwijnt de prediking van het volbrachte werk van Jezus naar de achtergrond. Men besteedt meer aandacht aan bepalingen voor het vlees – die slechts opgelegd waren tot de tijd van het herstel, d.w.z. tot de ingang van het nieuwe verbond (Hebr. 9:10) – dan aan de opdracht van Jezus om Zijn getuigen te zijn. Als waarschuwing hiervoor heeft Samuel een uitspraak gedaan met grote profetische betekenis: “Gij zult niet afwijken achter de ijdelheden, die baten nog redden kunnen: slechts ijdelheid zijn zij” (1Sam. 12:21). Waarom vermijden christenen niet dergelijke onderwerpen, waarmee ze nog nooit één enkele zondaar tot verlossing hebben kunnen leiden? Waarom besteden ze hun energie niet aan de verkondiging van Christus de gekruisigde (1 Kor 2:2), in plaats van ijdelheden die noch baten noch redden?
Gods wet is dat wij Hem liefhebben met geheel ons hart.


Het is absoluut onmogelijk om God te behagen door het houden van kalenderdagen. Want onze gemeenschap met God is niet de vrucht van krampachtige pogingen om nauwgezet verschillende schaduwbeelden na te leven, maar van het stoppen van het plegen van onrecht: “Gaat niet voort met huichelachtige offers te brengen – gruwelijk reukwerk is het mij; nieuwe maan en sabbat, het bijeenroepen der samenkomsten – Ik verdraag het niet: onrecht met feestelijke vergadering” (Jes. 1:13). De Farizeeën blonken uit in het houden van de sabbat, maar werden door Johannes ‘adderengebroed’ genoemd (Mat. 3:7). Jezus noemde hen huichelaars en blinde wegwijzers (Mat. 23:13-39). In werkelijkheid is het houden van een bepaalde dag nooit een kenmerk geweest van geestelijk leven. Vandaag bestaan er miljoenen goddeloze sabbattisten, binnen en buiten de grenzen van Israël, die weigeren Jezus aan te nemen als hun Verlosser. En niemand zal ooit van zijn zonde verlost worden door de dingen die hij voor God doet, hoe ijverig hij ook is. Verlossing is alleen mogelijk door het geloof in wat Jezus voor ons gedaan heeft aan het kruis. En dat is juist de onderliggende betekenis van onze sabbatsrust: Wat betreft onze volmaaktheid, stoppen we met onze werken voor God, in bewondering van de grote werken die Hij voor ons gedaan heeft!
Gods wet is dat wij Hem liefhebben met geheel ons hart. Dat betekent dat onze relatie met Hem absolute prioriteit is, in alle levensomstandigheden. De vraag is: Staan we klaar, met al die paradijselijke dingen om ons heen, om Jezus de eerste plaats te geven in ons leven? Hebben we geleerd om te rusten in Zijn genade, voordat we iets ondernemen voor onszelf, of voor Hem? Sabbat is de erkenning dat we in alle dingen volledig van de Schepper afhankelijk zijn. Eerst moeten we tot rust komen aan de voeten van Jezus, in vertrouwen op Zijn volbrachte werk, alvorens we tot andere activiteiten overgaan. Pas dan is er sprake van sabbat in ons leven (Hb 4:1-11)!
Helaas zijn christenen vaak bezig met het bouwen van allerlei paradijzen; zowel stoffelijk als geestelijk. En vervolgens nodigen ze God uit om hun werken te bekronen met Zijn zegen. Wonderlijk genoeg, zijn het altijd de ‘bouwlieden’ die Christus verwerpen als de uitverkoren, kostbare hoeksteen van Gods bouwwerk (1 Petr. 1:4-8). Ze zijn altijd bezig om hun eigen koninkrijkje te stichten en te verdedigen, en dat gebeurt vaak midden in de gemeente. Zij die in Jezus geloven zijn echter erfgenamen van een bouwwerk waarvan God de ontwerper en bouwmeester is (Hebr. 11:10).
Adam heeft nooit een paradijs geplant; hij moest alleen zorgen en waken voor wat de Heer voor hem geschapen had. Dat betekent dat de Schepper zelf zorg draagt voor de mens, zowel stoffelijk als geestelijk. Zijn opdracht aan de mens was alleen om Hem te gehoorzamen, door afstand te nemen van het eigenzinnige bepalen van wat goed en wat kwaad is (Gen. 3:1-5).
Tot aan de dag van vandaag, moeten velen nog verlost worden van het: “Dat regelen we zelf wel”; en “Dat maken we zelf uit”. Hoewel we geschapen zijn in Gods beeld, en ‘rentmeesters’ zijn van Zijn scheppingswerken, blijft het zoeken en vertoeven in gemeenschap van God, in totale afhankelijkheid van Hem, ons hoogste goed (Mat. 6:33).