Enquête: 003-Ik geloof dat het scheppingsverhaal letterlijk waar is. Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Binnen/buitenland

Verschillen tussen Israël en Gemeente

Hoewel zowel aanhangers van de vervangingsleer (gemeente nam plaats van Israël in) als verdedigers van de Joodse staat en dito volk geneigd zijn de gemeente en Israël op één hoop te gooien, legt Ton Stier in Het Zoeklicht de verschillen tussen beide boot.

De directeur van Israël en de Bijbel, die zich bezighoudt met Bijbelverspreiding onder Joden, meldt dat de aan Mozes gegeven wet een tussenmuur was, die door Christus is weggebroken. Joden die tot geloof in Hem komen, worden aan de gemeente toegevoegd, waar het verschil tussen Jood en Griek is opgeheven. Intussen heeft God een plan met zowel de Gemeente als Israël, zegt Stier. “Want hoewel in deze fase van Gods heilsplan de Gemeente als lichaam van Christus uit gelovige Joden en heidenen wordt gevormd, zal Gods straks opnieuw de draad met Israël oppakken.”

Het onderscheid tussen beide is volgens hem dat Israël een aards volk, met aardse zegeningen en een dito toekomst heeft, terwijl de Gemeente een hemels Lichaam, met hemelse zegeningen en toekomst is. Andere verschillen: Israël begon bij Abraham, de Gemeente na de val van dat volk; Israël is een etnisch nageslacht van de aardsvaders, de Gemeente bestaan uit gelovige Joden en heidenen. Christus is de koning der Joden, het Hoofd van de Gemeente; Israël is geopenbaard in het Oude Testament, waar de Gemeente nog verborgen bleef.

Reageren


Jan

17-01-2017 10:12
Romeinen 11:
16 Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken. 17 Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij als wilde loot daartussen geënt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen, 18 beroem u dan niet tegen de takken! Indien gij u ertegen beroemt – niet gíj draagt de wortel, maar de wortel ú. 19 Gij zult dan zeggen: er zijn takken weggebroken, opdat ik als loot geënt zou worden. 20 Goed! Zij zijn om hun ongeloof weggebroken en gij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees! 21 Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen. 22 Let dan op de goedertierenheid Gods en zijn gestrengheid: over de gevallenen gestrengheid, maar over u goedertierenheid Gods, indien gij bij de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij weggekapt worden. 23 Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. 24 Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden.

Over deze gelijkenis is veel misverstand. De apostel legt eerst uit dat ten aanzien van deze olijfboom
gesteld kan worden dat indien de wortel heilig is, dat dan ook de takken heilig zijn. De vraag dient
gesteld te worden wie die wortel dan wel is.
En een uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids[4], heeft overwonnen om de boekrol
en haar zeven zegels te openen. (Op. 5:5)
Openbaringen 5:9 openbaart dat het Lam, Jezus Christus, waardig is om de zegels te openen. Jezus
Christus, de Zoon van God, is de leeuw van Juda, de wortel Davids en het Lam Gods. Hij alleen is
waardig.
Hij is ook de wortel van de olijfboom. Door Hem worden de takken voorzien van levenbrengend sap. De
oorspronkelijke takken zijn de Israëlieten. Zij werden weggebroken door hun ongeloof en overtredingen.
De heidenen die tot geloof gekomen zijn, worden geënt op de edele olijf en krijgen daardoor
ook deel aan de sappen van de wortel.
Het al dan niet blijven aan de boom is afhankelijk van iemands geloof. Een Jood die eerst afgekapt werd,
zal indien hij tot geloof komt, weder geënt worden. Het nieuwe verbond in het bloed van Jezus Christus is
er eerst voor de Jood en ook voor de Griek (heiden).
Het ‘misverstand’ komt, wanneer iemand meent dat de wortel Israël is. Neen, de wortel is de wortel
Davids, het Lam Gods, Christus Jezus. Hij draagt de takken. Hij is de Koning van Israël.
GANS ISRAËL BESTAAT UIT EEN GELOVIGE REST VAN HET NATUURLIJK ISRAËL EN GELOVIGE HEIDENEN
25 Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis: een
gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, 26 en aldus zal gans
Israël behouden worden, gelijk geschreven staat:
De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden. 27 En dit is mijn verbond met hen,
wanneer Ik hun zonden wegneem.
Wat bedoelt de apostel met de verzen 25 en 26? Hij vermeldt uitdrukkelijk dat wat hij nu openbaart een
geheimenis is!
[1] Er is een gedeeltelijke verharding over het volk Israël gekomen. Daar heeft Paulus in het voorgaande
uitvoerig over gehad. Het betreft het overgrote gedeelte; een restant zal behouden worden! Al ware het
volk Israël als het zand der zee, een rest zal behouden worden. (Rom. 9:27; Jes. 10:21-22) Sommigen
lezen hier dat het gaat om een tijdelijke verharding, maar dat staat er toch echt niet; dat zou ook in
tegenspraak zijn aan de vele teksten die zeggen dat slechts een rest behouden zal worden, niet alleen
was dat vroeger zo, maar ook in de tegenwoordige tijd. (Rom. 11:5) De verharding is er dus niet bij de
rest: het Israël Gods.
Als je het woord ‘tijdelijk’ leest, dan zul je ook de rest van de zin verkeerd lezen. Dan blijft het een
geheimenis.
[2] Die gedeeltelijke verharding zal er zijn totdat de volheid der heidenen ingaat. Welke volheid wordt
hier bedoeld en wie zijn deze heidenen? Als we weten wie deze heidenen zijn, dan weten we ook waar
de volheid op slaat.
Wij weten immers dat het Israël Gods bestaat uit de gelovige Joden (Gal. 6:16). De gemeente bestaat uit
gelovige Joden én gelovige heidenen. Als de gemeente als een reine maagd aan Christus wordt
voorgesteld, dan zijn Jood én heiden tot een volheid gekomen. Derhalve kunnen de heidenen in vers 25
niet slaan op gelovige heidenen.
Het woord volheid dat op ongelovige heidenen slaat, heeft geen positieve betekenis, net zo min als de
volheid in de volgende tekst positief is:
Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol. (Gen.
15:16)
Er was een volheid van ongerechtigheid (zonden) nodig, de maat moest vol zijn, eerder kon Israël het
beloofde land niet krijgen, want God geeft niet het land van een rechtvaardig volk weg. Hij is weliswaar
soeverein, maar Hij is ook rechtvaardig. Zijn troon is immers gegrondvest op recht en gerechtigheid?
De onrechtvaardigheid van de heidenen zal eerst tot volheid moeten komen. Wie vuil is worde vuiler, zegt
de Bijbel. De plagen en de gramschap Gods over de wereld zullen over de heidenen uitgegoten worden.
Het boek Openbaringen toont de slechtheid van de heidenen, de volken der aarde. Zij zullen achter het
beest en de draak aangaan en zij zullen het bloed van de heiligen vergieten.
De volheid der heidenen slaat op de ongerechtigheid die in de eindtijd tot een toppunt zal komen. De maat
van de ongerechtigheid van de heidenen zal vol worden. De gedeeltelijke verharding van het Israël naar
het vlees zal duren tot het einde.
[3] ALDUS zal gans het Israël, bestaande uit het Israël Gods en gelovige heidenen, die in Christus
geloven, behouden worden. Het woord ‘aldus’ heeft deze betekenissen: [1] op deze manier, [2] zo, [3] als
gezegd (door), en [4] volgens.
Wat is gans Israël? Schreef de apostel al niet eerder:
Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn (het) Israël (Gods). (Rom. 9:6)
en zij zijn ook niet allen kinderen (der belofte), omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht
van u spreken. (Rom. 9:7)
En allen, die zich naar die regel zullen richten – vrede en barmhartigheid kome over hen, en ook over het Israël Gods (de rest). (Gal.
6:16)
En gij, broeders (de heidense Galaten), zijt, evenals Isaak, kinderen der belofte. (Gal. 4:28)
Er staat: Want niet allen, die van het natuurlijk Israël afstammen, zijn het Israël Gods en zijn ook niet allen
kinderen der belofte, omdat zij nageslacht van Abraham zijn.
De zin zegt dus:
Zo zal gans geestelijk Israël behouden worden;
Zo zal gans Israël – bestaande uit het Israël Gods (de rest) en de heidenen die het burgerrecht Israëls
hebben ontvangen (Ef. 2:11:20) – behouden worden.
Er staat niet: daarna zal gans Israël behouden worden. Toch wordt het woord daarna gelezen, net zoals in
het voorgaande het woord tijdelijk wordt gelezen in plaats van gedeeltelijk. Daarmede wordt gelezen
dat een ‘tijdelijke’ verharding op Israël wordt opgeheven, hoewel Gods Woord zegt dat een rest behouden
zal worden en dat het oordeel over dit volk over-vloeiende is van gerechtigheid:
Want, al ware uw volk, o Israël, als het zand der zee, een rest daaronder zal zich bekeren; verdelging is vast besloten, overvloeiende
van gerechtigheid. (Jes. 10:22)
Het woord daarna zou betekenen dat er een volgordelijkheid is, die geen reden hoeft te hebben. Het
woord ‘aldus’ heeft niets met een volgordelijkheid te maken, maar geeft een proces aan, waardoor iets tot
stand komt.
In het proces waarin de ongerechtigheid ten top zal stijgen ten tijde van het regime van de zoon des
verderfs, de mens der wetteloosheid, de antichrist, zal de gemeente Gods haar meest volmaakte gestalte
krijgen. Ze verandert van koolstof in een mooie diamant, die zowel schoonheid als eeuwigheid uit-drukt.

Herman Degenhart

17-01-2017 09:28
Gods Volk is Israël. De Bruid van Christus is ook Israël. Bekeerlingen uit de heidenen horen tot Israël zodra ze op de edele olijfboom die Israël is zijn geënt. Israël is de stam waaruit alle takken, natuurlijke en erop geënte, hun voeding ontvangen. Het blijkt in de praktijk dat steeds als de Joden uit een gebied verdwijnen, al dan niet door geweld, de achtergebleven christelijke gemeente in verval raakt. Dat is goed in ons land te merken, waar de christenheid sterk achteruit is gegaan sinds de afvoer van de meeste Joden uit ons land in de oorlog. Achteruitgegaan in zowel omvang als in kwaliteit. Het onderscheid tussen Israël en de gemeente begon met de instelling van het christendom als staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. De Joden hebben zich nooit bij de bezetting van hun land neergelegd, waardoor er steeds oorlog in hun land gevoerd moest worden en er zelfs twee grote en vernietigende oorlogen nodig waren om dit gebied voor de Romeinen veilig te stellen. Vooral de oorlog van 132 tot 136 was zeer zwaar en heeft van de Romeinen het uiterste gevergd. Bijna was hun rijk in tweeën gebroken. Dit is de oorzaak van het anti-Joodse sentiment onder de Romeinen van die tijd. De Romeinen zagen de christenen aan als een tak van het Jodendom, wat het welbeschouwd ook is. Dat was dan ook een reden om naast de Joden ook de christenen te vervolgen. Toen die christenvervolging niet bleek te helpen, de christenen namen in aantal toe tegen de verdrukking in, besloot de Romeinse overheid het christendom als geloof over te nemen, op voorwaarde dat de band met het Jodendom zou worden doorgesneden. Het christelijk geloof moest dus worden ontjoodst. Dus verving de gemeente Israël, werden de Joods/Bijbelse feestdagen vervangen door Grieks/heidense feestdagen die voor de gelegenheid met een christelijk sausje werden overgoten, werd de sabbat de zondag, werden veel Grieks/Romeinse goden tot christelijke heiligen gepromoveerd en werd de Diana-verering omgezet naar Maria-verering. Ook het Grieks/heidense geloof dat de ziel na de dood naar de Goden oversteekt, werd overgenomen. Sindsdien gaat de ziel van een gestorven christen naar de hemel, hoewel er voor deze manoeuvre geen enkele Bijbelse grond is. Trouwens ook het Bijbellezen werd ontmoedigd. De Bijbel was vertaald in het Latijn, de Vulgaat, en deze werd met opzet niet in de volkstalen vertaald. Op vertalen van de Bijbel stond zelfs de doodstraf. Want zou de Bijbel in de volkstalen worden overgezet, zo vreesde men, dan zouden alle Bijbelse gebruiken en feesten weer terugkeren. Dan zou het christendom zogezegd weer worden herjoodst. Dat is niet gebeurd, want daarvoor bleken de anti-Joodse sentimenten onder de christenen veel te sterk. Nog steeds trouwens. Maar naarmate de eindtijd vordert, wordt het toch eens tijd dat ook onder christenen het besef doordringt dat niet de Joden aan de gemeente worden toegevoegd, maar dat christenen op de stam van het Jodendom worden geënt. Maar de Heer dwingt niemand. Dus wie niet tot Israël wil toetreden, blijft buiten staan. Dan gaat de bruiloft zonder hem of haar gewoon verder. Want de Heer laat zich daar niet door tegenhouden. Dit keer nu eens niet helaas.

M. van Putten

17-01-2017 06:20
Wellicht komt de wonderlijke gedachte, dat de christen Gemeente een plaats krijgt bij God in de hemel en de rest (Joden en latere bekeerlingen uit de volken) na de Grote Verdrukking een plaats op aarde, voort uit een verkeerd begrijpen van Paulus. Maar weten we tegenwoordig niet dat Paulus een Jood was die de Torah navolgende en zelfs ook Joodse gebruiken (b.v. Hnd 21). Is het ook juist niet zo dat de Bijbel het oude heidense denken dat de hemel een 'betere' plaats is dan de aarde verwerpt? Het willen scheiden van Joodse gelovigen van gelovigen uit de volken lijkt mij ook strijdig met de Bijbel, waarin de eenheid van Gods volk centraal staat! Maar als God in de eindtijd naar de aarde zal komen om weer onder Zijn volk te wonen, dan mist wie nog in de hemel is alles! Zie mijn artikel hierover op deze site onder Geloofsvragen.

vader Jakob

17-01-2017 05:30
Een goed artikel van Ton Stier. Uit de reakties valt op te maken dat niet iedereen helder heeft wat de gemeente voor een ding is, en wat Israel is.
Een Messiasbelijdende Jood is net zoals een Messiasbelijdende niet-Jood (heiden) ingelijfd in een en hetzelfde lichaam, met een hemelse erfenis aldus Paulus. En dat onder het nieuwe Verbond. De tijd van de gemeente houdt een keer op (de volheid der heidenen) en dan gaat de klok voor het Bijbelse volk Israel, de 12 stammen, met een aardse erfenis weer lopen. Zo moeilijk is het niet. Alles op zijn tijd.

Pierre

17-01-2017 04:46
Tot de volheid der heiligen binnengaat.
En zo wordt gans Israël zalig.

Zijn nu de Joden die in hun Messias geloven samen met mij als (heiden) gedegradeerd tot " volheid der heidenen "?
En welk Israël wordt dan zalig als de Gemeente uit Jood en heiden bestaat? Wat mijns inziens de voortzetting is van Israël (het Israël Gods)
Welke plan pakt God dan op met " Israël" als Jezus Christus straks Zijn Gemeente komt ophalen uit Jood en Heiden en welk "Israël ".
Zoals 2 voorgaande mensen hebben geschreven: waar hoort een Messias belijdende Jood dan bij? Een terechte vraag.
Gaat God nog een derde verbond realiseren dan? Is het nieuwe verbond dan niet gesloten met het huis van Israël en Juda? Kwam Jezus niet om Zijn volk te redden van hun zonden en tevens ook mij? Is dat dan al niet het plan geweest van God om door het zaad van de vrouw, de kop te vermorzelen van de slang? Sedert de grondlegging der wereld is het Lam reeds geslacht. Uit de Joden kwam het heil voor alle volken. Maar God heeft buiten dat nog een ander plan.? Een plan waarin Israël geen deel heeft aan het Nieuwe Verbond?
Nee...meneer Tom Stier heeft wat uit te leggen.

Redactie Israël en de Bijbel

17-01-2017 04:17
Door de samenvatting kan de boodschap misschien verkeerd begrepen worden. Voor een goed begrip is het goed om het volledige artikel te lezen. Vandaar dat we het online hebben gezet:
http://www.israelendebijbel.nl/k/n800/catalog/218/Isral-en-het-geheimenis-van-de-Gemeente

Anneke

17-01-2017 11:21
Ik ben het eens wat mijn voorganger schrijft.
Mijnheer Stier moet nog eens in de bijbel kijken.
Ook ik ben messiaanse.

David

17-01-2017 10:47
In Rom. 4:11-12 wordt van Abraham gezegd:
´En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun de gerechtigheid zou worden toegerekend,
en een vader van de besnedenen, voor hen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook treden in het voetspoor van het geloof, dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat bezat. (Rom 4:11-12)
Hier wordt gezegd dat Abraham een vader is van alle onbesneden gelovigen ( de gelovigen uit de volkeren) en van de besnedenen ( Israel) die in het voetspoor van het geloof gaan dat hij bezat in zijn onbesneden staat.

Het klinkt dan ook een beetje onlogisch als Ton Stier zegt: Israël begon bij Abraham, de Gemeente na de val van dat volk.

David

17-01-2017 10:31
"Israel begon bij Abraham, de Gemeente na de val van dat volk" Dat ruikt nog aardig naar vervangingstheologie.
Ik als Messiaanse Jood behoor dus aan de ene kant tot een aards volk, met aardse zegeningen en een dito (aardse) toekomst; aan de andere kant behoor ik tot de gemeente als hemels Lichaam, met hemelse zegeningen en een hemelse toekomst.
Ik denk dat de heer Ton Stier een en ander nog niet duidelijk op een rijtje heeft.