HOE
SDOK
Enquête: 131-De Amerikaanse ambassade hoort in Jeruzalem! Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Jodendom

Loofhuttenfeest 6-11 oktober

Het feest van het naderen tot God. Er is veel over het Loofhuttenfeest te schrijven. Bijvoorbeeld over de Joodse gebruiken tijdens dit feest, of over de vruchten die rond dit feest worden geoogst. Vanuit het Nieuwe Testament is de vraag stellen, hoe Jezus dit Pelgrimsfeest heeft ingevuld, of wat er nog te verwachten is van dit Loofhuttenfeest.

Lees het artikel op de site van the International Christian Embassy Jerusalem!

Reageren


M. van Putten

06-10-2017 05:31
Ter info. De officiële data voor Loofhuttenfeest dit jaar (5778) is van zonsondergang 4 - zonsondergang 11 (Hosjanah Rabbah) oktober (15 - 21 Tisjri).
Daarna volgt nog Sjemini Atseret 16 oktober (22 Tisjri) en Simchat Torah (23 Tisjri).

BASTIAAN

05-10-2017 09:23
Wat ik in het stuk van Keegstra en van Willem mis is dat er niet over het herstel van Israël wordt gesproken.

In Zacharia 14:9, Openbaring 14 en 19 lezen we dat JeshuaHamasjiach Koning over de gehele aarde wordt. Dat kunnen we ook lezen in Psalm 48, 72, 98, 99.

Zacharia 14 spreek over de viering van het Loofhuttenfeest in Jeruzalem door ALLE volken tijdens het Duizendjarige Vrederijk waarover we ook in Openbaring 20 kunnen lezen als de satan duizend jaar gevangen, geketend in de bodemloze put gesmeten zal worden.

Niet alleen de Joodse gelovigen maar ook de vrienden van Israël zullen uit alle macht met hen de Here prijzen die hen verlost heeft van de duivel en alle antisemieten.

Ook volken die eigenlijk geen zin hebben om dat Loofhuttenfeest mee te vieren zullen komen anders wacht hun zware straffen. Lees maar mee in Zacharia 14...

16 Allen, die zijn OVERGEBLEVEN van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van Jaar tot Jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de ?Koning, de Here der heerscharen, en het ?Loofhuttenfeest? te vieren.

17...Maar wie uit de geslachten der aarde NIET naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de ?Koning, de Here der heerscharen, neder te buigen, op hem zal GEEN regen vallen,

18...en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen regen valt, dan zal toch komen de PLAAG waarmee de Here de VOLKEN zal treffen, die niet heentrekken om het ?Loofhuttenfeest? te vieren.

19 Dit zal de STRAF zijn van de Egyptenaren en van ALLE VOLKEN die NIET heentrekken om het ?Loofhuttenfeest? te vieren.

20 Te dien dage zal op de bellen van de paarden staan: Den Here ?heilig; en de ?potten? in het HUIS DES HEREN, de herbouwde Tempel zullen zijn als de sprengbekkens vóór het ?Altaar; 21 ja, alle ?potten? in Jeruzalem en in Juda zullen de Here der heerscharen ?heilig? zijn, zodat alle offeraars kunnen komen en die gebruiken om daarin te koken.

En er zal te dien dage GEEN Kanaäniet meer zijn in het huis van de Here der heerscharen.


Willem

05-10-2017 08:25

Hebreeën 6:1,2

De woonplaats van God

Toen God Israël in het midden van de volken apart stelde, deed Hij dit om voor zichzelf een volk te verwerven – een volk dat Zijn wezen zou leren kennen, Hem zou lief hebben, Hem zou aanbidden: ‘Als je Mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met Mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor Mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort Mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk’ (Ex.19:5). Om zijn volk tegemoet te komen bij de bewustwording van zijn tegenwoordigheid onder hen, schonk Hij hun een tempel en een eredienst waarin zij zich mochten verheugen in een speciale ontmoeting met Hem: ‘Driemaal per jaar moeten alle mannen dus voor de Heer, uw God, verschijnen op de plaats die Hij zal kiezen: voor het feest van het Ongedesemde brood, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest’ (Deut.16:16). Elk van deze hoogtepunten in het religieuze beleven van het volk, zou een feestelijke ontmoeting met de Heer zijn: ‘Dan moet u voor de Heer, uw God, het Wekenfeest vieren, zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten, naar de mate waarin de Heer, uw God, u zegent’  (Deut.16:10).

Verlangen naar Gods tegenwoordigheid

Voor de ware Israëliet wekte het opgaan naar ‘Gods huis’, waar hij zich Gods tegenwoordigheid op bijzondere wijze bewust mocht worden, grote verwachtingen: ‘Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten. Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de Heer. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God. Beter één dag in uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten, beter op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten van de goddelozen’ (Psalm 84:2,3 en 11). Niemand anders als David heeft beter begrepen, dat godsdienst een zaak van grote blijdschap is voor het aangezicht van de Heer, van aanbidding en lof. Nadat hij met veel vreugdebetoon de ark als teken van Gods tegenwoordigheid binnen Jeruzalem had gebracht, stelde hij een eredienst in waarbij de Heer voortdurend groot gemaakt zou worden: ‘Loof de Heer, roep luid zijn naam, maak zijn daden bekend onder de volken. Zing voor de Heer, heel de aarde. Verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt. Erken de Heer, stammen en volken, erken de Heer, zijn majesteit en macht, erken de Heer, de majesteit van zijn naam, draag geschenken voor Hem aan’ (1 Kron.16:8,23,28,29). Diende de tempel in het Oude Testament nog als symbool van Gods tegenwoordigheid onder zijn volk, met de komst van Christus breekt onder hen die Hem toebehoren het bewustzijn van zijn aanwezigheid volledig door: ‘dat wij, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in Zijn nabijheid’ (Luc.1:74,75).

De realiteit van Gods aanwezigheid onder zijn volk wordt nu zo intens ervaren dat de symboliek van een aardse tempel met haar uitwendige ceremoniën overbodig wordt. Vandaar dat Jezus, verwijzend naar het werk van Gods Geest onder Gods volk, zeggen kon: ‘Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid’ (Joh.4:23,24). Hoewel elk kind van God nu persoonlijk directe toegang tot Gods troon heeft, verbindt de Heer aan de vergadering van zijn kinderen, een bijzondere belofte van zijn tegenwoordigheid. Het opgaan naar het ‘aardse Jeruzalem’ om ‘voor Gods aangezicht te verschijnen’ heeft nu plaats gemaakt voor het komen in het midden van Gods volk: ‘U staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, voor de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn’ (Hebr.12:22,23).

Jezus zelf verbindt dan ook aan het treffen van zijn kinderen een bijzondere belofte: ‘Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden’ (Matth.18:20). Waar Gods volk samenkomt, doet het dit niet alleen om elkaar onderling te bemoedigen of om onderricht te worden in het Woord, Door bijeen te komen, richt het in de onzienlijke wereld een plaats voor de Heer op, waar Deze Zich ‘thuis voelt’ – een geestelijk huis voor de Heer: ‘Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel’ (1 Petr.2:5). Verbinden Gods kinderen zich aan elkaar om samen ‘voor het aangezicht van de Heer te verschijnen’, dan vormen zij daarmee een tempel voor Hem in de geest: ‘Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, Ik zal hun God zijn en zij mijn volk… Dan zal ik jullie aannemen en jullie vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters’ (2 Cor.6:16,18).  ‘Een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer, in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest’ (Ef.2:21,22).

Geestelijke offers

Wanneer gelovigen in hun samenkomsten een ‘tempel, heilig in de Heer’ vormen, zijn zij daar ook actief als priesters – om de Heer te dienen met hun ‘geestelijke offers’: ‘Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn’ (1 Petr.2:5). Enkele verzen verder definieert de apostel Petrus wat het betekent om als priester dienst te doen: ‘Maar u bent een koninkrijk van priesters, om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken (1 Petr. 2:9 en 10). De geestelijke offers die de gemeente brengt, worden gevormd door de uiting van aanbidding, de lof en de dank die onder haar leeft voor de redding die werd gebracht. Daar nu was het de Heer om te doen, toen Hij zijn leven gaf: ‘Maar Hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: Daarom zal ik u prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam’ (Rom.15:9). Gods kinderen dienen de Heer met geestelijke offers door Hem te ‘prijzen met snarenspel’, door te zingen en hun lofliederen aan te heffen. Wanneer zij daarmee bezig zijn, is het Jezus Zélf die met deze aanbidding instemt: ‘daarom schaamt Hij zich er niet voor hen zijn broeders en zusters te noemen wanneer Hij zegt: ‘Ik zal uw naam bekendmaken aan mijn broeders en zusters, u loven in de kring van mijn volk’ (Hebr.2:11,12). Is het een wonder dat de schrijver van de Hebreeënbrief zijn lezers oproept om in de ‘feestelijke en plechtige vergadering’ van de gemeente het brengen van ‘geestelijke offers’ een belangrijke plaats te geven: ‘Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen, ononderbroken’ (Hebr.13:15).

Lof en aanbidding

Gods kinderen worden uitgenodigd om hun Heer met lofprijs te dienen en op deze wijze ook voor hun persoonlijk leven bemoediging en ondersteuning te ontvangen: ‘Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem’ (Col.3:16,17). Geven Gods kinderen gehoor aan deze oproep, dan zullen zij er ook in eigen leven de resultaten van zien. Telkens als zij samenkomen voor deze ‘dienst aan de Heer’ worden zij opnieuw door Gods Geest met kracht aangedaan en vervuld: ‘En zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer’ (Ef.5:19). Als de apostel de gemeente er op wijst ook ‘geestelijke liederen’ te zingen, doelt hij ongetwijfeld op het lofzingen in talen. Ook uit eigen ervaring kende hij dit: ‘Dus wat moet ik doen? Ik moet bidden met mijn geest, maar ook met mijn verstand; ik moet zingen met mijn geest, maar ook met mijn verstand’ (1 Cor.14:15). Het ‘klimaat’ van Gods Koninkrijk wordt door de lofprijs en aanbidding gekenmerkt. Ook de apostel Johannes werd zich dat bewust, toen de Heer hem de gemeente toonde, vertegenwoordigd door ‘vierentwintig oudsten’ bij haar dienst aan de Heer: ‘Telkens als deze wezens lof, eer en dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid leeft, werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor Hem die op de troon zit, en aanbidden Hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun kransen voor zijn troon met de woorden: U komt alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want U hebt alles geschapen: Uw wil is de oorsprong van alles wat er is’ (Openb.4:9-11).

Overwinning

De visioenen die Johannes over de strijd en de overwinning van de gemeente in de eindtijd ontving, zijn dan ook vol van symboliek die wijst op de aanbidding van Gods kinderen: ‘Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het Lam’ (Openb.7:9). ‘Toen zag ik iets als een zee van glas, vermengd met vuur. Op de glazen zee stonden zij die het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam hadden overwonnen. Ze hadden lieren om daarop te spelen voor God. Ze zongen het lied van Gods dienaar Mozes en het lied van het Lam’ (Openb.15:2,3). Wij zijn de tempel van de Heer! De Heer maakt zijn volk vrij om Hem daarin te dienen – in grote vreugde: ‘De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, Hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen!’ (Judas 24,25).