HOE
SDOK
Enquête: 131-De Amerikaanse ambassade hoort in Jeruzalem! Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Geloofsvragen

Hoe ontstond de Bijbel?

De Bijbel viel niet uit de hemel, maar gelovigen hebben namens of over God geschreven over wat ze meemaakten. Op zich zou dat als bewijs van het bestaan van God kunnen gelden. Daar wordt echter vaak tegenover gesteld dat mensen zich kunnen vergissen, hun eigen mening gaven of fantaseerden. Daarom is het belangrijk te begrijpen hoe zulke geschriften tot stand kwamen. Hoe ging dat?

Door Marco van Putten

De naam ‘Bijbel’ komt van het Griekse Biblos – boeken. Het is dus een verzameling boeken. Tegenwoordig worden Bijbels meestal in één taal uitgegeven. Vaak de landstaal. Toch bestond de Bijbel oorspronkelijk uit boeken geschreven in verschillende oude talen, uit tijden toen de tegenwoordige landstalen niet bestonden. De Bijbelboeken zijn door verschillende schrijvers geschreven die in verschillende plaatsen leefden. Ze ontstonden over een periode van minstens 1500 jaar. Dus wat een Bijbel in één landstaal suggereert (dat zo de Bijbel is (ontstaan)), is niet zo. Hoe wel?

Twee ‘Testamenten’
De Bijbel die in de christenheid wordt gebruikt[1] bestaat uit twee delen; het Oude Testament (OT) en het Nieuwe Testament (NT)[2]. Deze indeling is bepaald door de christenheid (de Kerk) op basis van de overtuiging dat met de komst van de Here Jezus een heel nieuwe situatie is begonnen en de voorafgaande is afgesloten[3]. Dan kan een verband worden gelegd met een testament, dat gebruikt om vast te leggen wat iemands ‘wil’ is na diens overlijden (Hb 9:17). Echter, ook het NT wordt een ‘testament’ genoemd. In die betekenis zou dat betekenen dat die ook als afgesloten moeten worden beschouwd! Dat klopt niet.

Dit komt omdat op het moment toen besloten werd de twee Bijbeldelen ‘testamenten’ te noemen het woord ‘testament’ ook ‘verbond’ betekende. De twee Bijbeldelen staan dus voor ‘het Oude Verbond’ (OV) en ‘het Nieuwe Verbond’ (NV). Het NV (Lc 22:20) verving het OV (Hb 8:13)[4]. Dat is wat de hiervoor genoemde overtuiging concreet betekent.

Canon
De ‘testamenten’ zijn opgebouwd uit een boekenselectie die gemaakt is door het Jodendom (voor het OT) en de christenheid (voor het NT). Dit werd op de eerste plaats gedaan op basis van het persoonlijk getuigenis van diens schrijvers. Sommige boeken werden al tijdens het leven van de auteur aanvaard als van Godswege of als beschrijving van gebeurtenissen die God deed of met God in verband stonden.

Zo is bekend dat Mozes zijn vijf boeken zelf heeft geschreven (Ex 24:4) en dat God hem daartoe opdracht gaf (Ex 17:14). De Israëlieten die Mozes kenden wisten dat hij Gods wil en daden beschreef. Iets soortgelijks geldt voor de profetenboeken. Dit argument pleit ervoor dat Bijbelboeken die een auteursnaam dragen tijdens of kort na diens leven zijn geschreven.

Een andere selectie criterium was de inhoud van het boek. Hier werden allerlei eisen aan gesteld, zoals dat het God op de juiste wijze moest vertegenwoordigen en moest overeenstemmen met of betrekking hebben op Bijbelboeken die al eerder met zekerheid golden als boeken van of over God.

Aan de verzameling boeken Gods werden steeds meer boeken toegevoegd. Naarmate de tijd verstreek raakten de boeken beschadigd en moesten gekopieerd worden. Een ernstige bezigheid. Ook kregen ze te maken met allerlei lieden die beweerden namens God te komen, maar wat niet zo was. Die maakten allerlei geschriften. De officiële godsdienstige instanties werden daardoor gedwongen veel boeken af te wijzen als vals. Ook als beweerd werd dat het heel oude, verloren geraakte geschriften waren van bekende profeten of ‘mannen Gods’ (pseudograaf). Archeologen ontdekken deze ‘valse’ geschriften soms en dan blijkt dat ze terecht zijn verworpen.

Gefrustreerd over het feit dat de vervulling van profetieën en Gods beloften uitbleven kreeg Israël te maken met diverse valse messiassen[5] die aankondigden dat God in hun tijd daarin een keer zou brengen. Zo werd ook het optreden van de Here Jezus door Israëls godsdienstige overheid gezien (Mt 26:63; Lc 22:67). Daarom zag deze overheid zich later gedwongen hun Bijbel (het OT) definitief af te sluiten (c.134). Er mochten geen nieuwe boeken meer aan toegevoegd worden[6].

Misschien had dit er ook mee te maken dat bekend werd dat de volgelingen van de Here Jezus ook geschriften had uitgebracht. Maar ook die volgelingen kregen met lieden te maken die allerlei valse geschriften uitbrachten. Sommige daarvan stelden ze op naam van bekende apostelen en evangelisten (pseudograaf; 2 Th 2:2; Gal 6:11). De leiders van de volgelingen van de Here Jezus zagen zich gedwongen een schifting te maken tussen welke geschriften wel of niet betrouwbaar waren. Ze bevestigden toen ook de betrouwbare boeken die het Jodendom al eerder had gekozen (OT). Later bepaalde de Kerk dat God geen opdracht meer had gegeven om geschriften (voor het NT) op te stellen[7]. Ze hoopten zo geschriften van valse leraren in te dammen. Aldus werd de ‘christelijke’ Bijbel (OT+NT) definitief afgesloten (367). Het totaal van de gekozen Bijbelboeken werd ‘de canon’ (Grieks: maatstaf) genoemd. Alles wat daarbuiten viel kreeg de benaming ‘apocrief’ (Grieks: weggeborgen (voor de canon))[8].

Oorspronkelijke talen
Zoals gesteld, Bijbelboeken zijn oorspronkelijk in veel verschillende talen geschreven. Het is bijvoorbeeld onbekend in welke talen het boek Job oorspronkelijk werd geschreven. Waarschijnlijk in Semitische talen (vormen van oud-Aramees). Zelfs in de hedendaagse Hebreeuwse grondtekst klinken deze verschillende taalvormen van de sprekers door. Zo ernstig getrouw zijn Bijbelboeken doorgegeven.

Of de aartsvaders hun belevenissen met God op papier vastlegden is onbekend, maar als ze dat deden (waarschijnlijk wel) dan ook in een Semitische taal.
Ondanks dat Mozes cultureel gezien eerder een Egyptenaar was dan een Israëliet (Ex 2:19) heeft hij zijn boeken hoogstwaarschijnlijk geschreven in de taal die de Israëlieten onderling spraken; een Levantijnse mengtaal (oud- of voor-Hebreeuws).

Toen de Israëlieten eindelijk hun eigen koninkrijk hadden gevestigd werd hun taal steeds uitgebreider en verfijnder. De Bijbelboeken werden vertaald[9] en vermenigvuldigd (gekopieerd). Dit proces herhaalde zich over de tijd en daarvoor werd een steeds verder ontwikkelde vorm van Hebreeuws gebruikt.

Toen de Israëlieten in de Babylonische ballingschap werden gevoerd, moesten ze een Aramese taal gaan spreken. Ze ontdekten zo het Babylonische alfabet, namen dat over en vertaalden en kopieerden de Bijbelboeken in die nieuwe vorm van Hebreeuws. De profeten die optraden in de ballingschap spraken hoog-Aramees en schreven sommige delen van hun geschriften in deze officiële taal van hun overheersers. Bijvoorbeeld in het boek Ezra.

In de tijd dat de Here Jezus optrad was Grieks de officiële omgangstaal geworden. Maar dat was niet de reden waarom de NT-geschriften in het Grieks zijn opgesteld. De Israëlieten spraken immers een vorm van Aramees[10]. Hebreeuws was vooral de taal van de priesters en de Bijbelgeleerden, maar zij moesten wel goed Grieks kunnen spreken om met de bezetters van hun Land te kunnen samenwerken. De NT-geschriften zijn in het Grieks [11] opgesteld, omdat de leer van het NV zich moest verspreiden in de Griekssprekende delen van het Romeinse rijk. Uitwendige zending werd hun missie.

Toen de christenen later steeds minder goed het Grieks verstonden, werd het Grieks verdrongen door de landstalen. Als zendingsgodsdienst werd het uiterst belangrijk gevonden dat de nieuwe gelovigen de Bijbelboeken zelf konden lezen.

De tegenwoordige generatie vindt het echter niet zo belangrijk dat de Bijbel nauwkeurig en ernstig vertaald is, maar dat iedereen in diens eigen situatie wordt aangesproken en het kan begrijpen (parafraseren).

Manuscripten, Bijbels en de (heilige) taal
Het OT werd al in de oudheid vaak gereviseerd en gekopieerd. Tijdens Israëls eerste ballingschap ontstond een nieuwe vorm van Bijbel (OT). Na de terugkeer van de Israëlieten naar het Beloofde Land bleken de inwoners ervan oude manuscripten van de boeken van Mozes te hebben. Echter, zij konden hun etniciteit onvoldoende aantonen. Daarom maakten de Israëlieten hen outcasts en noemde ze ‘Samaritanen’ (inwoners van Samaria). Hun manuscripten (de Samaritaanse Pentateuch) verwierpen ze.

Toen de Israëlieten zich daarna vrijwillig verspreidde kwam ook de wens voor een Griekse vertaling van hun Bijbel. Zo ontstond de Septuaginta. Veel vrome geleerden bestreden deze ‘vertaling’, omdat ze vonden dat het Hebreeuws een heilige taal was en omdat er nogal wat afwijkingen en vertaalfouten in de Septuaginta stonden[12].

In Israëls tweede ballingschap vertaalden ze hun Bijbel of delen ervan in de landstalen waar ze verbleven. Bijvoorbeeld in het Aramees; de Targumim.
Door de vervolgingen en verstrooiing van de Israëlieten kwam er noodzaak voor één geautoriseerde OT. Een groep Schriftgeleerden – de Masoreten – werd aan die taak gezet en zo ontstond een bepaald soort OT-manuscript[13] (tussen 556-1040 n. Chr.) die tot op de huidige dag wordt gebruikt als basis voor het OT.

De ontdekking van oude Bijbelmanuscripten in het Dode Zee gebied, zoals in de grotten bij Qumran, toonde dat er voor de gangbare jaartelling nogal wat verschillende OT-manuscripten bestonden. Het is dan opmerkelijk dat werd geconstateerd dat de verschillen tussen de Masoretische manuscripten en die van Qumran minimaal bleken. Het bleek dat de inhoud van de Bijbel eeuwenlang ongewijzigd was geconserveerd en overgedragen.

De christenheid stelde voor hun zendingsdoel de toegankelijkheid van de Bijbel boven alles. Toch werden de NT-geschriften aanvankelijk nog alleen in het Grieks gekopieerd, omdat die taal lange tijd als heilig werden beschouwd. Maar door de steeds dominantere rol van de Latijnse christenheid werden de NT-geschriften vertaald in het Latijn (de Vulgata). Na de val van het West-Romeinse rijk (476) en de Germanisering van West-Europa begon er steeds meer behoefte te komen naar een Germaanse vertaling van de Bijbel. Voor de toenmalige Roomse kerk bleef echter nog lang het Latijns als de heilige Bijbeltaal. Ze negeerden echter dat in het Oost-Romeinse rijk, dat nog tot 1453 bleef voortbestaan, het Grieks de heilige Bijbeltaal was gebleven. Toch waren daar al vertalingen van Bijbelboeken in het Arabisch en andere talen voorhanden. In de 14de eeuw verscheen in West-Europa de Bijbel in het Engels en in de 16de eeuw in een Germaanse taal. Tot op vandaag gaat dit vertaalwerk[14] door totdat iedereen de Bijbel in de eigen landstaal kan lezen.

=================================================================

[1] De Bijbel die in het Jodendom gebruikt wordt bestaat alleen uit de boeken van het OT. Die Bijbel wordt aangeduid met de afkorting TeNaCH, wat staat voor Torah (boeken van Mozes), Profetenboeken en (andere) Geschriften.
[2] Het Jodendom kent de classificatie ‘testament’ niet. Tegenwoordig vragen sommige christenen zich ook ernstig af of de classificatie en dus de tweedeling van de Bijbel juist en gerechtvaardigd is.
[3] Dit vormt een ernstig fundamenteel strijdpunt met het Jodendom. Christelijke geleerden stellen tegenwoordig ook vragen bij die veronderstelde ‘harde’ discontinuïteit.
[4] Overigens zonder dat de christenheid Israël vervangt! Dat kan namelijk niet.
[5] Vooral vanaf de 2de eeuw v. Chr.
[6] Toch is dit in het Jodendom een relatief begrip, want de rabbijnen hebben zich van aanvang aan erop toegelegd om allerlei godsdienstige geschriften, zoals de Misjnah, op te stellen die zij dezelfde autoriteit geven als de boeken van het OT.
[7] Een dubieuze vaststelling voor een godsdienst die uitgaat van de voortgaande inspiratie van de Heilige Geest. Er zijn dus natuurlijk ook tot op de huidige dag allerlei geschriften van Godswege verschenen. Gods Geest is niet door de Kerk te stoppen, al neigt de Kerk opmerkelijk genoeg wel naar Bibliocentrisme (tunnelvisie op de Bijbel).
[8] Hierover is in de christenheid geen consensus.
[9] Het vertalen van de OT-boeken in het hoog-Hebreeuws betekent ‘aanpassen’ van de oorspronkelijke manuscripten. Voor het vertalen moeten immers vertaalkeuzes gemaakt worden. Ook werden er verklaringen en verbeteringen toegevoegd aan de Bijbeltekst (zie bijvoorbeeld Gn 26:33; 32:32).
[10] Waarschijnlijk een mengtaal die in Israëls eerste ballingschap was ontstaan. Net zoals Jiddisch een mengtaal van hun tweede ballingschap is.
[11] Hoewel veelal in ‘steenkolen’ Grieks.
[12] Opmerkelijk genoeg kozen sommige schrijvers van het NT (m.n. de apostel Paulus) toch de Septuaginta bij het opstellen van hun geschriften.
[13] Deze zogenoemde ‘Masoretische tekst’ is niet slechts een geautoriseerde versie van het OT. De Masoreten hebben de tekst ook hier en daar verbeterd, aangepast en van informatie en uitleg voorzien. Bijvoorbeeld accent- en leestekens.
[14] Christelijke geleerden hebben, net als Joodse geleerden, tijdens hun vertaal- en kopieerwerk de tekst verbetert, aangepast en van uitleg voorzien (zie bijvoorbeeld 1 Jh 5:7-8).

Reageren


BASTIAAN

12-10-2017 10:39
In de beginne was het WOORD Johannes 1.

Wie de Hebreeuwse Taal een beetje kent die weet dat in Genesis 1:1 te lezen is dat God de hemel en de aarde schiep. In deze zin lezen we al over het woordje AT=Alef/Thaf. Wij spreken over A t/m Z. Het begin en het einde.

De Bijbel is ontstaan op de Sinaï een berg in Arabië volgens Paulus, Galaten 4:25, toen JHWH de Tien Woorden/Geboden op stenen tafelen schreef. Details Exodus 19 en 20.

In de Bijbel is God aan het Woord, dat kunnen we steeds weer lezen in de woorden: En het Woord des Heren kwam tot, de Here sprak, Zo zegt de Here, enzovoorts.

Jeshua wordt ook wel de Alef en de Thaf genoemd, Alfa en Omega in Openbaring 1.

Daarom wordt Bijbel ook wel het Boek der boeken genoemd.

Jacob Cats (1577 – 1660) Ned. Schrijver en Staatsman sprak over de Bijbel: Lees mij zevenmaal, ja zeventig maal zeven. Nog vat uw brein het niet. Al wat in mij is geschreven. Hoe meer gij in mij zoekt, hoe meer gij in mij vindt. Hoe meer gij in mij leest, hoe meer gij mij bemint.

Leg alle boeken die tegen de Bijbel geschreven zijn, op elkaar en je hebt een stapel, die hoger is dan de Utrechtse Dom. Leg daarnaast de Bijbel. Hij is ongeschonden, Overwinnaar en Overleeft al zijn vijanden! Amen!!!