#Tb 15 euro gift
Enquête: 118-Moeten christenen Joodse feesten vieren? Ja Nee

Overdenkingen

Nederigheid

Als een kind door vriendjes op school wordt getreiterd, heeft het twee keuzes. De eerste keuze is, om het zelf op te lossen. Zo’n kind verhardt zich. Het wordt uiteindelijk als volwassene een hard, verbitterd en onverschillig mens, opgewassen tegen de ‘pesterijen’ van het leven. Zo’n mens heeft een muurtje om zich heen gemetseld van onverschilligheid, arrogantie, plaagzucht en vul maar in. Er zijn heel veel mensen die in zo’n ommuurde vesting wonen. Van de buitenkant lijken ze opgewassen tegen het leven en vrolijk, maar van binnen huilt hun hart, want zij zijn binnen hun muren en zij zien wie ze werkelijk zijn; hun eigen onzekerheid die ze overschreeuwen, hun eigen angst die ze verbloemen. Het vergroot die onzekerheid en angst en… ze bouwen hun muren nog maar wat dikker en hoger.

Door Kees Abspoel

Keuze 2
De tweede keuze die het kind heeft, is om naar z’n vader te rennen. ‘Pappa; ze pesten mij zo…’ De vader troost zijn kind en geeft het kind aandacht. Daardoor vertroost en versterkt kan het kind er weer even tegen – tot de volgende pesterij. Toch volgt dit kind een leerschool. Zijn vader legt hem uit over de onzekerheid van mensen, die een ander te kijk zetten, omdat ze bang zijn dat de ander hun eigen onzekerheid ziet.. Zo’n kind wordt later een volwassene, die liefde en respect kan hebben voor zijn naaste. Die kan invoelen, wat een ander doormaakt, waardoor hij/zij zo reageert. Maar: zo’n volwassene is te kwetsen.

De keuzes
De wereld om ons heen kiest voor de eerste optie. Zo hebben wij een harde, egoïstische maatschappij gekregen. God kiest voor de tweede optie. Zo worden wij Christenen tot een dwaasheid voor de wereld; ‘softies’ in de ogen van velen; mensen die je aan de kant kunt walsen.

Uithuilen en opnieuw beginnen
Wij mogen, als we het leven niet meer aankunnen, naar onze Vader toerennen en het uitsnikken ‘Abba, (pappa) ze pesten me zo… ik kan er niet meer tegen..’ En onze Vader troost ons en schenkt ons Zijn kracht. En daardoor worden we niet krachtig, zodat we niet meer gekwetst kunnen worden. We worden juist zwak, in de ogen van de wereld. En in die zwakte openbaart zich Gods kracht. Zó wil God ons hebben; zó kan Hij ons gebruiken. Zo leren wij om ons te houden aan het gebod, dat wij onze naaste zullen liefhebben als onszelf. Als we dan ook worden aangevallen in ons leven, dan is dat een groot compliment. God wil dat we bij Hem komen en onze zwakheid gaan inzien. Hij wil, dat we alle ‘eigen kunnen’ weg laten ruimen door Zijn Geest. Dan pas is er ruimte in die zwakke, lege mens, om hem te vullen met Gods genade en kracht. De muren die wij zelf gebouwd hebben, muren van ‘de blije zelfverzekerde Christen’ die moeten om. Sla ze kapot en breng de restanten bij de Heer. Dan ben je jezelf en hoef je niet meer toneel te spelen voor de mensen om je heen. Die zien die kleine, bange en onzekere mens. En dan gaat God die kleine zwakke mens gebruiken.

Bruikbare mensen
De Here God gebruikt de zwakke onaanzienlijke mensen. Hij kiest die zwakke broers er uit, want zij kunnen sterk gemaakt worden. Al die andere broers (en zussen) die nog in eigen kracht voortploeteren, kunnen wel voor God werken, maar niet door God. Ze kunnen op eigen kracht kathedralen bouwen, een vroom leven leiden en veel goed doen. Maar ze kunnen niet Gods grootheid weerspiegelen, want hun eigen grootheid staat hen in de weg!

Schaam je niet!
De zwakken gebruikt Hij om door hen heen Zijn wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing aan de wereld te laten zien. Wees blij als God jóu uitkiest als ‘de zwakke’; Hij wil juist jóu gebruiken! Schaam je niet dat je zwak bent of nog zwakker moet worden, want God kan alleen jouw leegte opvullen! Wees blij dat je zwak bent; dat God je door je moeilijkheden laat zien, dat je zwak bent; dat je er niet tegen bent opgewassen! Als je het zó kunt leren zien, dan krijg je misschien zelfs de bereidheid om de Here God te vragen om ook het laatste restje trots en eigenwaarde van je af te nemen. Wat Hij ervoor in de plaats schenkt is zoveel meer…

Ben je dan nog wel van waarde als ‘zwakke broer’ (of zus)?
Ik denk aan Jacob de bedrieger, en aan Abraham, die loog over zijn vrouw, aan David, die de vrouw van een ander nam en haar onschuldige man doodde en aan Petrus, die de Heiland verraadde en bittere tranen huilde. Sterke mannen, die later in hun schuldbesef zó klein werden. Maar wat werden deze mensen groot, toen God ze ging gebruiken!

Ja, veeleer zijn die leden van het lichaam, welke het zwakst schijnen, noodzakelijk 1 Korintiërs 12:22

Klein – van waarde
De Gemeente heeft de zwakke broers zo erg hard nodig! Feitelijk vormen zij de ruggengraat van de gemeente. De Heer gebruikt misschien juist wel de zwakke broers om de ‘sterke –op zichzelf vertrouwende broers’ een beetje af te remmen. Die zijn misschien wat geïrriteerd, omdat ze in hun belangrijke werk afgeremd worden door die ‘zwakke broer of zus’ die het moeilijk heeft en aandacht nodig heeft… En zo weerhoudt de Heer hen er misschien wel van dat ze tot grote hoogten stijgen en dan diep vallen.

Dank aan de Here God!
Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting, die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, troosten kunnen met de troost, waarmede wijzelf door God vertroost worden. Want gelijk het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo valt ons door Christus ook overvloedig vertroosting ten deel. 2 Korintiërs 1:3-5

Blijf dicht bij de hemelse Vader
Als we dicht bij onze ‘Abba’ komen en aan Zijn schouder uithuilen (durven) dan troost Hij ons. De volgende dag brengt ons dan weer nieuwe hardheid, nieuwe zorgen, nieuw zelfverwijt. Ons trotse hart zal opnieuw proberen de leegte in te nemen; zelf weer de touwtjes in handen te nemen. Laten we daar scherp op zijn en elke poging van de oude mens om ‘sterk’ te zijn belijden aan de Heer. Hij is getrouw om ons onze zonden te vergeven. Het houdt ons nederig en klein, precies zoals de Heer ons zo graag hebben wil. En laten we er alert op zijn dat we zo gewend zijn geraakt aan het wonen in een ommuurde vesting, dat we onbewust weer opnieuw muren zullen optrekken. En dan zijn we weer alleen in onze vesting. Wees er op verdacht en als je weer zo’n stukje muur aantreft, breng het dan bij de Vader. ‘Hier Heer, dat heb ik weer gemetseld. Vergeef me Vader.’ Als je dan toch al bij de Heer bent, vraag Hem dan om de ruimte die je hebt gekregen door die afgebroken muur te vullen met zijn vrede, stilte en blijdschap. Als je daarom vraagt: de Heer heeft schatkamers vol en Hij geeft je meer dan je nodig hebt, zodat een ander in jouw omgeving verwonderd van jouw schatten mag meegenieten.

Nederig en klein
Nederig en klein voor de mensen, maar daardoor is het voor diezelfde wereld des te verwonderlijker, dat deze kleine mensen zoveel liefde en vergeving kunnen uitstralen. Merkt de wereld niets aan jou? Ben je dan wel klein genoeg? We hoeven onszelf echt niet te geringschatten; we zijn immers door God Zelf uitgekozen tot deze hoge staat van nederigheid!

Wie is er nederig en klein? Die zal bij God de grootste zijn!

http://appie.abspoel.nl


Reageren