HOE
SDOK
Enquête: 131-De Amerikaanse ambassade hoort in Jeruzalem! Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Geloofsvragen

Waarover gaat het ‘Onze Vader’?

Veel christenen, vooral Evangelische, zijn wars van vaste patronen en regelmaat. Toch bidden vrijwel alle christenen het ‘Onze vader’ standaardgebed geregeld. Sommigen zelfs dagelijks. Het is daarom van belang om precies te weten waarover dit standaardgebed eigenlijk gaat en hoe het is opgebouwd. Wat valt uit de Bijbel (SV) te leren?

Door Marco van Putten

Het ‘Onze Vader’ komt tweemaal voor in de Bijbel (Mt 6:9-13; Lc 11:2-4), maar ze wijken af van elkaar. De context waarin ze staan is ook verschillend. In Matteüs staat het in een lange lijst instructies van de Here Jezus aan Zijn leerlingen, waarin Hij vanaf 6:5 specifiek ingaat op het bidden. Dat is opvallend, omdat in de Bijbel weinig wordt voorgeschreven over het bidden. In Lucas leert de Here Jezus dit gebed alleen omdat Zijn leerlingen erom vragen (Lc 11:1). Hij zegt erbij dat het belangrijk is om in gebeden aan God te vragen wat ze nodig hebben, want Hij (ver)hoort gebeden (Lc 11:5-13).

Hij geeft daarmee aan dat het ‘Onze Vader’ standaardgebed niet hun enige gebed moest zijn, maar dat zij zelf ook moesten leren bidden. Dit sluit aan bij de instructie die Hij gaf in Matteüs 7:7-12. Misschien bedoelde Hij het ‘Onze Vader’ dan als inleiding op hun eigen gebeden. Later is het ‘Onze Vader’ echter opgevat als een heilig kerkelijk gebed, waarvan het bidden ervan een vast onderdeel werd van de eredienst. Dat is onzin. Uit de context en de inhoud blijkt dat het ‘Onze Vader’ vooral bedoeld is als persoonlijk gebed (Mt 6:6).

‘[Onze] Vader, [Die in de hemel zijt!]’
Het gebed opent met het zich richten op God, de Vader. In belangrijke Lukas-manuscripten opent het standaardgebed alleen met het woord ‘Vader’. Dat lijkt heel oorspronkelijk. De bepaling ‘Onze Vader’ komt, naast in dit gebed, vrijwel nergens voor in de Bijbel met uitzondering van het boek Jesaja (63:16; 64:8). Dat maakt het heel aannemelijk dat die bepaling ‘Onze’ niet oorspronkelijk is. Dit blijkt ook uit de context van Matteüs, waar in de voorafgaande en opvolgende verzen de Here Jezus alleen ‘Vader’ gebruikt. Als ‘Onze Vader’ wel oorspronkelijk was, dan drukt de individuele gelovige daarin uit dat die zich deel acht van Gods volk. Hoewel het logischer is dat het dan in verband staat met de natie Israël.

Ook de woorden ‘Die in de hemel is’ ontbreken in belangrijke Lukas-manuscripten. Is het wel oorspronkelijk, dan wijst de Here Jezus erdoor op dat iets niet in orde is. God wil niet in de hemel zijn, maar op ‘aarde’, zoals uit de volgende twee gebedsonderdelen ook blijkt.

‘Uw Naam worde geheiligd’
Dit is niet zozeer een hoop of een wens, maar een herinnering aan het bevel dat gegeven werd in de Tien Bevelen (Ex 20:7). Deze woorden drukken een verlangen uit om in denken en doen Gods wil in alles te doen. Blijkbaar is dat vaak niet zo. Het is opvallend dat het gebed daarmee opent. Het bepaald ermee het vervolg van het gebed.
Gods Naam Zelf kan niet letterlijk worden geheiligd, want Die is onbekend. Hij wordt gekend door wat Hij deed, doet en beloofd heeft te zullen doen. Gods Persoon, Zijn Karakter en wil vertegenwoordigen Zijn Naam. Gebed van gelovigen tot God is Hem heilig beschouwen.

‘Uw Koninkrijk kome’
Als Gods Koninkrijk zal zijn gekomen dan is dit gebedsonderdeel overbodig geworden. Deze woorden wijzen er dus op dat er iets niet in orde is. Gods Koninkrijk is niet op aarde, dus de Schepping is in grote nood en daardoor ook het leven van gelovigen. Zolang Gods Koninkrijk niet in de fysieke Schepping werkelijkheid is geworden lijden zij en leven ze in een soort ballingschap.

Let er op dat er niet staat: ‘U neme ons op in de hemel’. De bidder vraagt God om naar hen toe te komen en verandering aan te brengen in de huidige wereldorde, die met deze woorden dus impliciet word afgekeurd.
Het is van belang dat de Here Jezus dit aan Zijn leerlingen voorbidt, want Hij heeft dat Koninkrijk niet gebracht (Hnd 1:6-7). Gelovigen bidden dit gebedsonderdeel al twee millennia en nog is Gods Koninkrijk niet gekomen.

[‘Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde’]
Dit gebedsonderdeel lijkt een toelichting op ‘Uw Naam worde geheiligd’. Alleen dit is veel specifieker en concreter. Maar dan zijn deze woorden een herhaling. In belangrijke Lukas-manuscripten ontbreken deze woorden. Dat maakt de oorspronkelijkheid van deze woorden nog minder aannemelijk. Gods wil staat voor het geheel van Zijn bevelen, voorschriften en onderrichtingen (Gn 26:5). Opvallend is dat gesteld wordt dat in de hemel Gods wil wordt gedaan. In de zin van het gebed betekent het: a. Dat op ‘aarde’ dat geen gegeven is (Jh 7:49); b. Dat de gelovige wil dat de ‘aarde’ en de hemel met elkaar in de pas lopen. Dat sluit aan bij de woorden ‘Uw Koninkrijk kome’, maar herhalen die ook. Opnieuw een argument dat dit gebedsonderdeel niet oorspronkelijk is.

‘Geef ons heden/elken dag ons dagelijks brood‘
De voorafgaande gebedsonderdelen waren Theocentrisch (stellen God centraal). Vanaf hier volgen drie onderdelen waarin de gelovige God vraagt om voor Zijn volk te zorgen. Matteüs en Lukas verschillen op het punt van ‘heden’ en ‘elken dag’. Het woord ‘heden’ maakt het gebed meteen van toepassing op vandaag, maar beperkt het eigenlijk ook tot ochtendgebed. De woorden ‘elken dag’ in Lukas maakt het veel algemener en geschikt voor elk moment.
Dit gebedsonderdeel (en de volgende gebedsonderdelen) is ongeschikt om op Sjabbat gebeden te worden (Ex 16:29).

Onder ‘brood’ moet ook ‘voedsel’ in het algemeen worden verstaan en het noodzakelijke voor de instandhouding van het lichaam en leven.
Opmerkelijk is dat de Here Jezus gelovigen opdraagt op ‘aarde’ te leven. Het keert zich impliciet tegen zelfdoding. Het drukt volharding in (geestelijke) strijd, problemen en lijden uit.

‘En vergeef ons onze schulden/zonden, gelijk/want ook wij vergeven onze schuldenaren/aan een iegelijk, die ons schuldig is’
Het woordje ‘en’ maakt een verbinding met het vorige gebedsonderdeel. De gelovige gaat dus door met het bekend maken van diens noden. De behoefte aan vergeving staat ‘boven’ die van ‘brood’. In Matteüs gaat het om ‘schulden’ (ofeilema) en in Lucas om ‘zonden’ (hamartia). In het kerkelijke ‘Onze Vader’ wordt Matteüs gevolgd, maar dat is zeker een interpretatieve keuze. Het strijkt verschillen glad en vermijdt het beladen woord ‘zonden’.

De hoofdzin gaat over de relatie van de gelovige tot God. Als de gelovigen God zou vragen diens schulden te vergeven, dan zou dit gebedsonderdeel echter een specifieke zonde – een schuld – benoemen. Maar het ‘Onze Vader’ is als algemeen gebed bedoeld. Dit gebedsonderdeel veronderstelt de Nieuwe Verbondsrelatie van God met Zijn volk. In die Verbondsrelatie bedreigen zonden die relatie. Het ligt dus voor de hand dat hier dus zonden in het algemeen bedoeld zijn. Dat blijkt ook uit de toelichting die de Here Jezus gaf op dit gebedsonderdeel (Mt 6:14-15). De bijzin sluit daarbij aan door het gebed aan God in de hoofdzin te onderstrepen, want de gelovige doet immers aan anderen dat wat in de hoofdzin van God gevraagd wordt. Zal God dan zo ook niet aan de gelovige doen? Opnieuw is de Lukas versie ‘aan een iegelijk, die ons schuldig is’ beter dan het onduidelijkere ‘onze schuldenaren’ in Matteüs.

De bijzin bevestigt overigens ook het eerdere gebedsonderdeel ‘Uw Naam worde geheiligd’. De vraag is wel of het Griekse woord ofeilema in de bijzin ook niet als ‘zonden’ moet worden opgevat. Waarschijnlijk is de reden waarom hier zowel in Matteüs als in Lukas het woord ‘schuld’ wordt gebruikt, omdat misdaden alleen in godsdienstige zin ‘zonden’ zijn. Maar het ligt niet voor de hand dat elke naaste ook in Gods Verbond zijn besloten. Omdat de Here Jezus als profeet wist dat de meeste naasten van Gods Volk dat (nog) niet waren, kunnen hun misdaden ook alleen gerekend worden als ‘schulden’.

‘En leid ons niet in verzoeking [, maar verlos ons van den boze]’
Opnieuw maakt het woordje ‘en’ een verbinding met het vorige gebedsonderdeel. De gelovige vraagt God om niet toe te laten dat Gods volk in een verleiding komt. Iets wat weer ‘boven’ het belang van zondevergeving staat. Het staat zelfs in verband met de vraag hoe centraal God staat (Ex 20:3).

De vertaling van eis-enegkis als ‘leiden’ doet voorkomen alsof God dit zou doen. Sommige denken dat het dan om een toetsing van God gaat, maar toegeven aan verleiding leidt alleen tot zonden en daarvan heeft alleen satan profijt. Dat is Gods wil niet. Maar de woordcombinatie betekent letterlijk ‘binnen-komen’. Dat doet of overkomt de gelovige, maar niet vanuit God. Wederomgeboren gelovigen zijn dus niet vrij van verleidingen. Ze zouden ze snel moeten signaleren en ze radicaal verwerpen. Dat is de manier waarop gelovigen voldoen aan ‘Uw Naam worde geheiligd’.

De bijzin van dit gebedsonderdeel komt niet voor in belangrijke Lukas-manuscripten. Het is ook nogal een vreemde bijzin, die veronderstelt dat gelovigen nog verlost moeten worden van satan. Alsof de Here Jezus dat niet zou hebben bewerkt! Tenzij het Griekse woord poneros wordt geïnterpreteerd als onpersoonlijke ‘kwaad’, zoals in het kerkelijke ‘Onze Vader’. Maar is onjuist. Niet alleen staat het concept ‘kwaad’ in de Bijbel altijd in verband met het geestelijke, maar in dit vers gaan de woorden hrusai himas apo (verlos/bevrijd ons van) eraan vooraf. Dat kan alleen betrekking hebben als de verleiding en het kwaad met een ‘wil’, een persoonlijkheid te maken heeft. Onpersoonlijk ‘kwaad’ is een filosofisch (rationeel) concept.

[‘Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen’]
Deze zin ontbreekt in belangrijke Lukas-manuscripten en lijkt ook eerder een toevoeging op het voorafgaande. Het lijkt een onzinnige kerkelijke correctie. Het woord ‘want’ legt specifiek een verbinding met de bijzin van het vorige gebedsonderdeel en staat daarmee buiten het karakteristiek van het ‘Onze Vader’ om een algemeen gebed te zijn. Dat wijst er op dat gelovigen hebben geworsteld om het ‘Onze Vader’ zo te eindigen (d.i. met de bijzin van het vorige gebedsonderdeel). Daarin kwam immers naar voren komt dat gelovigen verleidt kunnen worden en verlossing van de satan nodig hadden. Deze zin wijst er overigens op dat het woord ‘poneros’ uit het vorige gebedsonderdeel niet werd geïnterpreteerd als slaande op onpersoonlijk ‘kwaad’, maar op satan.

Dat deze woorden/zin geen onderdeel uitmaakte van wat de Here Jezus had gesproken blijkt uit de inhoud. Het stellen dat het Koninkrijk van God is doet af aan het eerdere gebedsonderdeel dat om de komst van Gods Koninkrijk vraagt. Dat zegt immers dat Gods Koninkrijk nog geen werkelijkheid op ‘aarde’ is. Het moet nog komen. Dat dit Koninkrijk van God is, zegt dus voor de werkelijkheid op ‘aarde’ niets zolang het niet gekomen is.

Dat van God ‘de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid’ zijn is eveneens alleen in geestelijke zin zo en nogal problematisch als de gelovigen eerder nog moesten bidden om niet in verleiding te komen, maar verlost moeten worden van satan. Gods eeuwige kracht moet dan steeds weer, op gebed van gelovigen, hen verlossen van satan. Deze zin kan als spotten met God worden begrepen. Het verlossingswerk van de Here Jezus is dan niet eens-en-voor-altijd, maar moet steeds opnieuw in werking treden (vergelijk de Rooms-katholieke eucharistie).

In de Bijbel wordt ‘amen’ nergens gebruikt om een gebed te beëindigen, maar om voorafgaande woorden te bevestigen of kracht bij te zetten. Tegenwoordig zou een uitroepteken worden gebruikt, maar die was toen onbekend. Het feit dat het hier aan het einde van deze zin wel wordt gebruikt ‘wijst’ erop dat het om een kerkelijke toevoeging gaat. De uitroep ‘Amen’ heeft betekenis gekregen in die zin.

Reageren


J.C.Rahm

12-12-2017 12:37
Beste lezer,ik verbaas mij er al heel lang over dat"ons" altijd vertaald wordt als "De Gemeente".Maar de Here Jezus leert als Jood aan Joodse mensen,in een Joodse traditie.Hij leerde als hun Messias want zo werd Hij ook verwacht want bij de intocht in Jeruzalem werd Hij begroet met "Hosanna',dat is Redt ons!
In onze kerken en gemeenschappen kennen wij geen Messias want dat is wegvertaald als Christus want Messias roept ongewenste herinneringen op Het Nieuwe Jeruzalem heeft dan ook een Joodse basis als hoeksteen.De fundamenten zijn de twaalf (Joodse) apostelen met twaalf poorten met Joodse namen van de stammen Israëls om binnen te gaan.
Wij als gelovigen zijn toegevoegd aan de edele olijf en staan niet op de eerste plaats vooraan.
Nogmaals,ONS is heel betrekkelijk in het Onze Vader.

Bastiaan

05-12-2017 08:49
Marco, ik keek het woord Amen nog even na in de Jewish English Lexicon en daar lees je toch wel degelijk dat Amen, hebr. Omein als einde/bevestiging van het gebed wordt uitgesproken: omein, omain, omen, amein

DEFINITIONS

Agreed! "The word used at the end of prayer to signify affirmation.

"I hope your son does well in school." "Amein!"

Zie ook Johannes 10 - Yochanan 10 Orthodox Jewish Bible (OJB)

10 Omein, omein, (In Truth, In Waarheid) I say to you, the one not entering through the derech hasha’ar (way of the entrance) into the mikhla haTzon (fold [enclosure] of the sheep) but going up another derech, that one is a ganav and a shoded (robber) [Rev 13:4].

M. van Putten

04-12-2017 05:07
Beste Bastiaan (zonder achternaam),

Het gebed van koning David heeft niets te maken met het 'Onze Vader'. Het eerste is een specifiek gebed en het laatste een algemeen standaardgebed. Dat er overeenkomsten lijken te zijn geeft aan dat het geloofsraamwerk hetzelfde is.

Ik hou het er op dat wederomgeboren gelovigen al verlost zijn van satan, omdat ze de inwoning hebben van Gods Geest.

'Amen' is volgens mij meestal hetzelfde de uitroepteken (!) die wij tegenwoordig gebruiken, maar in de oudheid onbekend was. Dat het dus voorkomt in de Bijbel lijkt me evident. De uitroepteken is nogal eens op z'n plaats bij sommige teksten.

Dat 'amen' meer betekent dat alleen een uitroepteken en dat een uitroepteken ook meer dan allen het symbool lijkt mij ook een gegeven. Zo kan 'amen' volgens mij ook 'zeker', 'zo is het' of 'laat het zo zijn' betekenen. Maar het kan dan ook 'zo was het' betekenen, zoals in Openbaring 3:14. Maar dan ook 'zo zal het zijn' (Opb 19:4). Het woord 'amen' kan dus ook gezien worden als een vertegenwoordiger van Gods Persoon.

Het kerkelijke gebruik echter van 'amen' om ermee een gebed tijdens diens eredienst af te sluiten is mij niet bekend uit de Bijbel. Het is typisch iets van de kerk en heeft ook de synagoge beïnvloed. Het kwalijke van zo'n gebruik is dat het een eigen plaats krijgt. Een codewoord wordt. Tot bijgeloof leidt. Snappen kerkgangers wel wat 'amen' betekent? Maar wellicht raken ze in paniek als het ontbreekt...

BASTIAAN

02-12-2017 12:14
Beste Marco, Wij bidden graag het Onze Vader dat de Here Jeshua zijn discipelen leerde, en tot mijn verrassing ontdekte ik dat er elementen van Het Onze Vader gebed al in 1 Kronieken 29 terug te lezen zijn in een Loflied van David...

10...Toen prees David de Here ten aanschouwen van de gehele gemeente, en David zei: Geprezen zijt Gij, Here, God van onze vader Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. 11Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit, ja, alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven. 12Want rijkdom en eer komen van U, en Gij heerst over alles; in uw hand is sterkte en kracht, en Gij hebt het in uw macht een ieder groot en sterk te maken...e.v.

Veel hedendaagse kerken, rooms en protestantse gemeenten hebben geen idee wat Gods Koninkrijk op Aarde betekent: een Duizendjarig Vrederijk waar Jeshua HaMasjiach regeert. Zie Openbaring 20 en Jesaja 2 en 11 en Micah 4 en 5 en Zacharia 14.

U weet ook dat orthodoxe Joden JHWH kennen als Vader en dat is ook terug te lezen in de Siddoer=Gebedenboek van Israël in het Achttien Gebed dat Joden drie maal daags bidden.

In o.a. het vijfde Gebed wordt gebeden: Vergeef ons, VADER, want we hebben gezondigd, schenk ons vergiffenis, Koning, want we hebben overtredingen begaan. ...Enz. Lees dit hele gebed on-line.

Terecht schrijft u:‘En leid ons niet in verzoeking [, maar verlos ons van den boze]’ is inderdaad verkeerd vertaald in onze Bijbels.

Die zin kan beter vertaald worden met: Here bewaar ons voor de verzoeker en zijn verzoekingen en verlos ons van de boze.

Jacobus 1 leert dan ook in zijn brief, dat onze God NIEMAND in verzoeking brengt, wel test:

13Laat niemand, als hij verzocht wordt, zeggen: Ik word van Godswege verzocht. Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking. 14Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner EIGEN begeerte. 15Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort.

Marco, waarom schrijft u: In de Bijbel wordt ‘amen’ nergens gebruikt om een gebed te beëindigen.

Ik keek het even na en het AMEN wordt 50x uitgesproken door gelovigen.

Alleen al in Deut. 27 wordt 12x een AMEN gehoord van het hele volk Israëls.

In de Psalmen vele keren: Psalmen 41:14...Geloofd zij de Here, de God van Israël, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid. Amen, ja amen.

Ook in Openbaring het laatste en beste Boek van de Bijbel dat Jeshua dicteerde aan de Apostel Johannes op Patmos lees ik: Openbaring 3:14...En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea:

Dit zegt de Amen, de Getrouwe en Waarachtige getuige, het begin der schepping Gods:

Openbaring 5:14...En de vier dieren zeiden: Amen. En de oudsten wierpen zich neder en aanbaden.

Openbaring 19:4...En de vierentwintig oudsten en de vier dieren wierpen zich neder en aanbaden God, die op de troon gezeten is, en zij zeiden: Amen, Halleluja!