#Tb 15 euro gift
Enquête: 090-Gelooft u dat de Gemeente opgenomen wordt? Ja Nee

Geloofsvragen

Wat is eeuwig leven?

Alle mensen willen eeuwig leven. Althans die van leven houden. Maar eeuwig leven schijnt voorbehouden aan gelovigen. Mits ze op de juiste wijze geloven. Eeuwig leven schijnt dus nogal voorwaardelijk. Is dat wel zo? Is eeuwig leven echt voor altijd leven of is het figuurlijk bedoeld? Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

Leven wordt gedefinieerd als zich bewust zijn van diens bestaan en dat toepassen in de werkelijkheid [1]. Die twee samen bepalen het [2]. Als een van de twee ontbreekt is men eigenlijk ‘dood’. God is echter een God van levenden (Lk 20:38). Doden zijn God niet van nut (Ps 115:17; Js 38:18). Daarom staat leven in de Bijbel ook centraal. Het gaat daarin alleen om het godsdienstige leven. Een leven in verband met de Eeuwige God.

Eeuwig betekent ‘zonder einde’, ‘onophoudelijk’ en ‘voor altijd’. Het komt vaak voor in de Bijbel. Het is een Eigenschap van Gods Persoonlijkheid en staat in verband met bepaalde dingen die Hij doet. Toch is eeuwigheid feitelijk onbegrijpelijk voor mensen. Niet alleen dat, het lijkt ook strijdig met de realiteit van iets dat geschapen is (fysiek of niet-fysiek). In de Schepping is alles immers bepaald door eindigheid en sterfelijkheid. De Schepping veronderstelt een aanvang en dat is op zichzelf strijdig aan eeuwigheid. Hoewel er in de huidige Schepping wel eeuwigdurende cycli en wetmatigheden lijken te werken blijken zelfs ook die relatief en breekbaar. Zuivere eeuwigheid, voor zover mensen het zich kunnen voorstellen, is een ‘hogere’ dimensie dan die van de Schepping. Het kan alleen bestaan buiten de Schepping. Is dat dan wel van nut of van toepassing op mensen?

Woordstudie
Het Nederlandse woord ‘eeuwig’ in de Bijbel is de vertaling van verschillende woorden in de grondtekst. Elk met hun een eigen nuance. Het Hebreeuwse woord ’olam komt het meest voor. Het betekent echter meestal ‘Schepping’ of ‘heelal’. Daarvan is inmiddels bekend dat die van zichzelf devalueert (vervalt, veroudert en slijt) [3]. Ook is in de Bijbel aangekondigd dat de huidige Schepping wordt vervangen door een nieuwe, betere (Js 65:17; Opb 21:1). ’Olam kan dus niet zuivere ‘eeuwig(heid)’ betekenen. Het woord komt immers ook van de stam ’alam – verbergen/onttrekken (voor het zicht).

Het Hebreeuws woord ’ad wordt ook als ‘eeuwig(heid)’ vertaald. Het woord komt van de stam ’adah – doorgaan/voorbijgaan. Dat geeft ook weer niet exclusief eeuwigheid aan.
Het woord netsach van de stam natsach – bestendig zijn/aanhouden wordt ook vertaald als ‘eeuwigheid’. Maar ook dat wijst op een bestaan in de Schepping en dat is altijd eindig.

In het Grieks komt het woord aioon het meest voor als ‘eeuwig(heid)’. Maar dat staat eerder voor een tijdsperiode dat altijd afloopt. Daarnaast wordt de woordcombinatie dienekes (Hb 10:14) gebruikt. Het bestaat uit de woorden dia – door en nike – overwinnen. Maar ‘overwinnen’ of ‘verdragen’ is echter gebonden aan een moment of een gebeurtenis, maar niet per se eeuwig.

Eeuwigheid en God
Ondanks dat in de Bijbel, net als in de Schepping, letterlijke eeuwigheid niet lijkt te bestaan [4], lijkt God en bepaalde dingen die Hij doet toch wel letterlijk zo begrepen te worden. Dat werpt een ander licht op eeuwigheid. God is zuiver eeuwig (Gn 21:33; Rm 16:26). Dat markeert een fundamenteel verschil tussen God en Zijn Schepping. Eeuwig betekent in de zin van God eindeloos en waarnemingsloos [5]. God kan dus geen deel hebben aan de Schepping, want die is per definitie begrensd [6], eindig en moet in zekere zin waarneembaar zijn, terwijl God juist daaraan tegenovergestelde Eigenschappen heeft [7]. Toch manifesteert God Zich in de Schepping.

Als God eeuwig is, in de zin zoals hiervoor beschreven, dan blijkt eeuwig(heid) bepaald door de volgende voorbeelden uit de Bijbel:
1. Eeuwige liefde [8] (Dt 33:3; Ef 2:4)
2. Eeuwig verbond [9] (Gn 9:16; Hb 13:20)
3. Eeuwig priesterschap [10] (Ex 40:15; Hb 7:3, 21)
4. Eeuwig huis [11] (Pr 12:5; 2 Kor 5:1)
5. Eeuwig teken [12] (Gn 9:12)
6. Eeuwig licht (Js 60:19; Opb 22:5)
7. Eeuwige Koning (Ps 29:10) en eeuwig Koninkrijk (2 Pe 1:11)
8. Eeuwig woord [13] (Js 40:8; 1 Pe 1:25)
9. Eeuwige Landsbelofte [14] (Gn 13:15; 2 Kr 20:7)
10. Eeuwig oordeel [15] (Hb 6:2)
11. Eeuwig verderf (2 Th 1:9), eeuwig vuur (Mt 25:41) en eeuwige toorn [16]
12. Eeuwig heil (Hb 5:9)

Uit deze voorbeelden blijk al dat in de Bijbel eeuwig(heid) dus voor de dingen staat die blijven, die waarde hebben, die betrouwbaar zijn of die waar zijn.

Uitvinding van ‘tijdsmeting’
Eeuwig blijkt in de Bijbel dus in verband te staan en afgeleidt te worden van God. Mensen gaven er echter een eigen, beperkte betekenis aan toen ze gedetailleerde tijdsmeting uitvonden. Eeuwigheid werd vanaf toen in verhouding vooral begrepen als ‘tijdloosheid’ [17]. Daarmee kreeg eeuwigheid echter vooral een negatieve betekenis. Het staat voor saaiheid, hopeloosheid en zinloosheid. Tijdsmeting maakt voor de meeste mensen het leven juist spannend, uitdagend en zinvol. Bedacht werd dat het zelfs een grootheid van de Schepping zou zijn [18]. Vreemd genoeg had tijd voor eerdere generaties gelovigen weinig betekenis [19]. Ook lijkt God geen haast te hebben. Het is dus vooral een nuttig begrip voor ongelovigen, die de tijd meten die hun rest vanaf hun geboorte tot hun dood. Voor hen moet die tijd vooral nuttig zijn. Tijdsmeting werd een afgod.

Geloofsafhankelijk?
Volgens sommigen is eeuwig leven het belangrijkste cadeau dat alleen (ware) gelovigen van God zullen ontvangen. Maar dat lijkt nogal strijdig met het harde feit dat God elk schepsel en dus ook de mens sterfelijk schiep (Gn 3:19). De mens kon van oorsprong af doodgaan. Maar toch is de mens het enige schepsel dat eeuwig bestaat net zoals God. Sterven is echter de overgang naar een staat waarin leven (voor God) niet bestaat. Gelovigen worden dus (een eeuwigheid) betekenisloos voor God [20], omdat die in de dood niet in staat zijn iets te doen voor God (Rm 8:8) [21]. Vandaar dat de dood in de Bijbel negatief wordt beschouwd.
Alle mensen gaan dood, maar evenzo zullen ook alle mensen opgewekt worden uit de dood en weer letterlijk levend worden. Daarvoor is geloven geen voorwaarde. Maar als alle mensen, als enige fysieke schepsel, eeuwig bestaan, waarom worden mensen in de Bijbel dan opgeroepen om in God te geloven?

Wat is eeuwig leven?
In de Bijbel gaat het over God en dus over geloven in Hem. Als het in de Bijbel dan over ‘leven’ gaat, dan gaat het dus om leven dat voldoet aan het geloof in God; het denken en doen – het leven – dat gehoorzaam is aan Gods wil. Vandaar dat ongelovigen niks aan de Bijbel en aan geloof hebben.
In de Bijbel lijkt het er op dat het eeuwige leven vooral in verband staat met de toekomst (Lk 18:30); als Gods Koninkrijk op aarde gevestigd is. Het is iets dat dan pas door God aan gelovigen gegeven lijkt te worden. Dat is het eindtijdselement van eeuwig leven. Iets dat aan het einde der tijden werkelijkheid zal worden. Als een soort beloning. Juister is het te zien als vrijspraak van Gods oordeel en deelhebben aan de nieuwe Schepping. Eeuwig bij God zullen zijn. Maar in Gods Koninkrijk zullen de vrijgesprokenen ook een functie krijgen. Iets te doen krijgen. Een eigen manier om God te dienen en eren. Dat is het ware eeuwige leven. Er heerst daar dus zeker geen saaiheid of zinloosheid [22].

Hier en nu
Maar het vooruitzicht van het ware eeuwig leven voor God in de nieuwe Schepping is prachtig, maar wat betekent dat voor vandaag? Natuurlijk moet het vooruitzicht van Gods eindoordeel en de vraag wie wel of niet wordt vrijgesproken gevolgen hebben voor het leven van vandaag. De vraag moet gesteld worden hoe iemand het vooruitzicht of de zekerheid kan hebben dan vrijgesproken te worden. Wat zorgt voor vrijspraak? Volgens sommigen is dat alleen geloof. Van belang is echter te kijken naar het eerste en oudste wat daarover in de Bijbel wordt gezegd. Dat staat in Genesis 3:22: ‘… hij [Adam] heeft genomen van de Boom des Levens, heeft gegeten, en heeft voor eeuwig geleefd.’ Gaat het daar om geloof alleen of ook om de daad (van nemen en eten)? Nemen en eten van de Boom des Levens gaat echter onder meer over het bestrijden van sterfelijkheid die Adam van oorsprong had. In dit vers uit Genesis staan de werkwoorden in de voltooide en niet in de toekomende tijd, net zoals in veel andere Bijbelteksten (Jh 6:47; 17:3). Adam heeft dus van de Boom des Levens gegeten en werd enige tijd genezen van sterfelijkheid. Om blijvend in staat te zijn God te eren en dienen (Gn 2:15) en dus niet voor Hem te sterven. Om ‘eeuwig’ te leven voor God zijn tegenwoordig voortdurend vier zaken nodig: 1. Bijbelstudie, 2. Vervulling van de Heilige Geest (Jh 4:14; Gal 6:8), 3. Vruchtdragen en 4. Voorspraak van de Here Jezus. Dat is dus onze surrogaat voor de Boom des Levens. Gelovigen leven dus vooral ook ‘eeuwig’ voor God in het hier en nu. Door vrucht te dragen. Wie weet immers wanneer de dood intreedt? Sterven en dood-zijn kan ook in meerdere vormen komen. Het gebeurt als Gods Geest wordt tegenwerkt (Jh 3:36; 12:25; 1 Jh 3:15) en de gelovige afvalt van het geloof (Hb 6:4-8). Laat echter het devies zijn om ‘eeuwig’ te willen (blijven) leven (Hb 10:24).

=====================================================================

[1] Leven is dus ‘denken’ (bewust zijn van bestaan en ‘voelen’) en doen (voortkomen/reageren).
[2] Vandaar dat zieke, gehandicapte en oude gebrekkige mensen het lastig vinden hun leven te appreciëren. Om maar te zwijgen over mensen die in coma liggen of lichamelijke verlamming hebben.
[3] Los van de (bewuste en onbewuste) beschadiging, vervuiling en vernietiging van de Schepping door de schepselen.
[4] Eerder over meerdere generaties of een heel lange periode.
[5] Voor de waarneming van de mens heeft het universum ook die eigenschappen. Het universum ‘toont’ daarmee de Eigenschappen van diens Schepper.
[6] Scheppen betekent in principe iets maken en dat wijst op grenzen.
[7] Hoewel God Zich wel laat bepalen door wat Hij heeft vastgesteld.
[8] Toch straft God. Liefde en diens eeuwig(heid) wijzen op een langere termijn of op een ‘hoger’ doel.
[9] God heeft tot nu toe Zijn Verbond minstens vier maal vernieuwd. Dat betekent dat het Verbond Gods wel blijft bestaan, maar dat de inhoud ervan wijzigt. Eeuwig(heid) betekent dus ook wijzigbaar.
[10] Het Levitische priesterschap is vervangen door dat van Melchisedek. Eeuwig(heid) betekent dus ook vervangbaar door iets beters.
[11] Dit wordt zowel gebruikt voor de onderwereld als voor het Koninkrijk van God. De onderwereld wordt volgens de Bijbel vernietigd in de poel des vuurs (Opb 20:14) en het Koninkrijk van God moet nog volledig gevestigd worden op aarde. Eeuwig(heid) betekent dus ook vernietigbaar of naar een latere vervolmaking te wijzen.
[12] Als Gods verbond met Abraham eeuwig is, dan is de besnijdenis dat ook. Eeuwig(heid) is dus ook zichtbaar.
[13] De betekenis van Gods woord verandert voortdurend. Op de eerste plaats doordat God Zijn Verbonden steeds vernieuwt. Maar ook als een Verbond van kracht wordt veranderd en verbeterd het. Zoals blijkt uit het lang lopende verbod dat Moabieten geen toegang hebben tot Israël (Dt 23:4) en dat voor de Moabitische Ruth en haar nageslacht blijkbaar toch een uitzondering werd gemaakt. Toch zou Gods Torah eeuwig zijn. Maar de Torah is voor de mens bedoeld en niet de mens voor de Torah (Mr 2:27). Eeuwig(heid) betekent dus ook herinterpreteerbaar(heid) en verbeterbaar(heid).
[14] Maar Israëls bezit van het Beloofde Land moet het van God ontvangen, maar heeft dat bezit al tweemaal volledig verloren. Eeuwigheid is dus ook voorwaardelijk.
[15] Gods oordeel, dat Hij in het einde der dagen zal uitspreken over de Schepping en de Schepselen, zal eenmalig en onherroepelijk zijn. Evenzo is dat een eigenschap van eeuwig(heid).
[16] Dit betekent natuurlijk niet dat God eeuwig boos zal zijn, maar de uitwerking van Gods oordeel blijvend en permanent zal zijn. Evenzo eeuwigheid.
[17] Tijd is ‘daarbinnen’ (in de eeuwigheid) niet meetbaar aan de eeuwigheid zelf.
[18] De veronderstelde 4de dimensie.
[19] Alleen in de zin van de grote eenheden, zoals uren en maanden. Ze leefden vooral in het ‘hier en nu’, wel besef hebbende van de cycli en de wetmatigheden van de Schepping.
[20] Na de dood is er dus geen heilzaam bestaan bij God (in de hemel), maar een ‘eeuwig’ bestaan van dood-zijn in het dodenrijk.
[21] God oordeelt het aardse leven. Vreemd genoeg lijkt er een ‘bewustheid’ te zijn in de dood en is dus Torah ontvangen zelfs daar mogelijk (1 Pe 3:19; 4:6).
[22] Te meer, omdat (daar) tijdsmeting niet bestaat.


Reageren