#T - Grootsgedrukt
Enquête: 003-Ik geloof dat het scheppingsverhaal letterlijk waar is. Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Achter het nieuws

‘Geschiedenis eindigt waar die begon’

Het bloed der martelaren is het zaad der kerk. Klassiek gezegde dat actueel lijkt in veel landen waar nu christenen worden verdrukt. Zeker in het wat dat betreft op de ranglijst van Open Doors tot de top 10 behorende Iran. Dat melden diverse zendingsorganisaties. In elk geval het door evangelist Lazarus Yeghnazar (69) geleide 222 Ministries in Almere. Hij is ervan overtuigd dat inwoners van zijn geboorteland massaal voor Christus zullen kiezen.

Door Johan Th. Bos

Zover lijkt het nog niet, maar tal van evangelische organisaties melden dat daar – zoals ook elders in het Midden-Oosten – velen voor Christus buigen. “De oogst is groot”, zei onlangs de leider van de CAMA-kerk in Syrië. En Lazarus Yeghnazar, die zijn geestelijke offensief op Iran richt, is het daarmee eens. “Elke dag komen in heel Iran mensen tot geloof in Jezus Christus”, zegt hij. Sinds 1979 waren het er naar schatting een miljoen, ondanks toenemende druk van de fanatiek Islamitische overheid op geloofsgemeenschappen.

Hemels hoofdkantoor
Ooit had hij in Iran een bloeiende onderneming in elektronische apparatuur, die onder meer voor Hollandse Signaal Apparaten werkte en waardoor hij frequent in Nederland was. “Een cover voor mijn bediening”, vertelt Yeghnazar, hoewel hij er destijds een behoorlijke boterham mee verdiende. Maar hij ruilde zijn bedrijf in voor een full time bestaan als evangelist, trainer en spreker op conferenties in alle delen van de wereld. Achteraf denkt hij wel dat God er een bedoeling mee heeft gehad hem intensief als elektronica ingenieur te laten werken. Tegenwoordig maakt zijn organisatie gebruik van alle moderne elektronische media om Iraniërs te bereiken.

Almere, waar een videostudie is ingericht, vormt een belangrijke schakel in de evangelische keten. “Het is ons grootste kantoor op aarde”, zegt Yeghnazar. “Ons hoofdkantoor is in de hemel.”

Maar ook in zeventien andere landen – zoals Engeland, de VS, Zweden en Duitsland – heeft 222 Ministries ondersteunende vestigingen. In Almere werken veel Iraniërs, die de taal van het land spreken. En in Turkije, waar veel gevluchte Iraanse christenen heen gaan, heeft 222 Ministries zestien gemeenten. Er is ook een trainingscentrum dat tot nu toe het bewind van Erdogan lijkt te hebben overleefd.

Training houdt verband met de visie van de organisatie. Die is gebaseerd op 2 Timotheüs 2:2, waar de apostel Paulus schrijft: ‘En wat gij van mij hebt gehoord onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten.’
 
Door de groei van de kerk in Iran zijn er leraren nodig, die weer anderen opleiden, weet Yeghnazar. Het regime maakt het niet mogelijk daar Bijbelscholen te stichten en veel kerkleiders vluchten vandaar naar onder meer Turkije, maar ook naar andere landen. Zij namen hun boodschap mee en er ontstonden tal van Iraanse gemeenten in een kleine twintig staten.

Pinksteren
Lazarus Yeghnazar hoorde in Iran bij een gemeente van de internationale pinksterkoepel Assemblies of God. Hij gaf zelf zijn leven op 6-jarige leeftijd aan Christus. “Ik kreeg overdag een visioen, waarin Christus aan mij verscheen. Dat heeft mijn leven volledig veranderd. Het is 64 jaar geleden, maar nooit zal ik het vergeten. De Here Jezus kwam in mij wonen. Sindsdien ben ik een volgeling van Hem en het Woord van God. Mijn vader en moeder waren een paar jaar voor mijn geboorte tot Christus gekomen. Zij waren wel kerkgangers, maar niet wedergeboren.”

Al jong was hij actief in de charismatische Jama’at-e Rabbanigemeente in Teheran en op 21-jarige leeftijd werd hij daar oudste. En ook een van de geestelijke leiders binnen die denominatie, wat hem al voor zijn 25ste twee arrestaties opleverde wegens het verspreiden van Evangelie. Toch was in die tijd van de sjah de vrijheid voor andere religies dan de islam nog redelijk vrij, herinnert hij zich.

Pas na de islamitische revolutie, die de macht in handen zou leggen van ayatollah Khomeini, ontstond er enorm zware druk op christenen. Maar zij groeien in aantal tegen de verdrukking in, constateert Yeghnazar, wiens vader na een radicale bekering onder meer voor het Iraanse Bijbelgenootschap werkte. Het land miste volgens de prediker een geestelijke opwekking.

“Er kwamen zendelingen uit Amerika, Engeland, Duitsland, Finland en Nederland. Zij bouwen scholen en ziekenhuizen. Maar er kwamen vrijwel geen mensen tot Christus. Niemand leek geïnteresseerd in het Evangelie. Wij mochten diensten houden en zo, maar slechts een handjevol mensen kwam tot geloof. Toen werd de sjah afgezet en verdreven en kwam de revolutie. Binnen een paar jaar kwamen er honderden tot geloof”, vertelt hij. Later werden het er duizenden. Op dit moment zijn er naar schatting een miljoen in Iran, maar het aantal breidt zich snel uit. Een islamitische minderheid onderdrukt volgens hem de meerderheid van de 8o miljoen inwoners, die steeds meer ontevreden worden over de machthebbers.

Oorlog
Vooral tijdens en na de achtjarige oorlog (van 1980 tot 1988) tegen Irak namen volgens Yeghnazar tienduizenden Christus aan. Zij hebben gezien dat de Islam in wezen geen vredelievende religie is, zegt hij. Intussen ziet hij het niet als zijn opdracht die godsdienst te bestrijden. “Ik houd niet zo van mensen in de christenheid die tegen een religie strijden. Jezus zei: Ga uit en predik de goede boodschap. Hij zei niet ‘spreek je uit tegen een andere godsdienst’ maar ‘vertel Mijn woorden.’ Dát is onze opdracht.”

Omdat daaraan effectiever gehoorzaam te kunnen zijn, verlieten hij en zijn vrouw, met wie hij vier kinderen heeft, in 1988 het land. Hij kreeg de visie de vele Iraanse christenen die het land waren ontvlucht te trainen in evangelisatie en het verstaan van de Bijbel. Zegt: “God sprak duidelijk tot ons dat wij het land moesten verlaten om Hem te dienen. En Hij heeft steeds mijn leven geleid. Wij gingen eruit om juist het goede nieuws in Iran te brengen via evangelisten e ambassadeurs van Christus.”

Via Zwitserland kwam hij in Engeland en later in Nederland terecht, waar in Almere nu elke dag de tv-uitzendingen worden voorbereid, die men via de satelliet dagelijks een half uur in Iran toont. Maar ook video, YouTube en sociale media zijn de dragers van het Evangelie. “De Kerk moet sociale media gebruiken. Die vormen een heel machtig gereedschap om gemeenten te stichten”, zegt hij.

Ondergronds
In Iran zijn geloofsgemeenschappen gedwongen ondergronds te gaan. Het aantal huisgemeenten groeit opzienbarend. Er zijn er minstens duizend verwoest, zegt Yeghnazar. “En ten minste vijfhonderd Iraanse christenen zitten in de gevangenis. Zij zijn de martelaren voor hun geloof. Mensen zijn bereid de prijs ervoor te betalen.” Maar intussen lijken ook islamieten te willen sterven voor hun geloof.

Yeghnazar: “Men alle respect, maar er is een groot verschil. Kijk wat er bijvoorbeeld in Parijs en België gebeurt. Wij christenen sterven misschien voor het brengen van een leven gevende boodschap. Maar islamieten doden zichzelf om anderen te doden en levens te verwoesten. De Islam leert niet vijanden lief te hebben, maar die te doden.” Hem ziet het Iraanse bewind als een staatsgevaarlijke vijand. Hij is over zijn agenda, die hem naar vele delen van de wereld leidt, nogal voorzichtig.

Naar zijn mening gaan ook steeds meer islamieten zien dat hun religie er een van het zwaard is. Dat speelt niet alleen in Iran, maar in heet het Midden-Oosten. Onder meer IS opent nu velen de ogen en mede daardoor vluchten velen naar Christus, weet hij. Maar naar zijn mening zal in de toekomst heel het Midden-Oosten, inclusief Iran, als eerste van de wereld buigen voor de Messias. Hij zegt: “De geschiedenis is begonnen in het Midden-Oosten en zal daar ook eindigen. Dat is wat ik geloof.”

========================================================================
Het Koninkrijk van God in Iran verder bouwen, is het doel van het door Lazarus en Maggie Yeghnazar geleide 222 Ministries. De visie van de organisatie is dat Iran zal veranderen in een land dat Jezus liefheeft en dat vernieuwing zichtbaar wordt in iedere laag van de samenleving. Een vernieuwde natie zal dan invloed hebben op en tot zegen zijn voor omringende landen en het hele Midden-Oosten. De missie van 222 is kerkleiders te trainen, kerken te stichten en verandering te brengen in Iran. En dat kan volgens de organisatie alleen als gezalfde leiders kerken opbouwen. Om dat te bereiken runt zij projecten op het gebied van kerkplanting, training, theologisch onderwijs, christelijke media en humanitaire hulp.


Reageren