Grootsgedrukt
Enquête: 127- Kunnen christenen nog naar Turkije? Ja Nee
Agenda:   Conferenties & Cursussen ||  Concerten ||  Evenementen ||  Bericht aanbieden

Geloofsvragen

Wat is een zaligspreking?

Iedereen kent de zaligsprekingen van de Here Jezus, maar wat zeggen ze eigenlijk? Volgens sommigen waren Zijn zaligsprekingen Farizees, wat zou aantonen dat de Here Jezus hun weg bevestigde of tot hen behoorde. Anderen verwerpen dat en benadrukken dat ze uniek waren. Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

Een zaligspreking is een aanzegging van een huidige gezegende staat om een reden. Die van de Here Jezus richten zich tot gelovigen [1]. Dan zijn ze ter bemoediging en waarschuwing bedoeld. Mensen spreken echter liever kwaad dan goed over hun naaste. God leerde echter aan Abraham dat allen die hem zouden zegenen door Hem gezegend zouden zijn (Gn 12:3). Een ‘zaligspreking’ is dus een aanzegging [2] van het hebben van Gods zegen in zichzelf [3] (Jh 20:29; Rm 4:7; Opb 22:14). Dat is wat anders dan als God iets zegent wat nog niet eerder gezegend was. Nog iets anders is het vragen om een zegen (Dt 33:11) of het bevel krijgen tot een zegen te zijn (Gn 12:2). Het doen van Gods ‘geboden’ heeft Zijn genadige zegen tot gevolg (Dt 11:27), maar die is voorwaardelijk [4].

Woordstudie
‘Zalig’ is de vertaling van het Hebreeuwse woord baroech, dat is afgeleid van de stam barak – zegenen/knielen, of van woorden afgeleid van de stam ‘asjar – gelukkig zijn/geleid worden. In Griekse teksten is het de vertaling van het woord makarios – gezegend/gelukkig.

Gebruik
Zaligsprekingen zijn niet uniek. Ze komen geregeld voor in het Oude Testament (bijvoorbeeld Ps 1:1; 2:12; Spr 8:32) en het Nieuwe Testament (Rm 4:7-8; Opb 19:9; 22:14). In de regel spreekt een geestelijk leider ze namens God uit aan gelovigen. In het Judaïsme beginnen de meeste formuliergebeden met de opmerkelijke zaligspreking van God: ‘Baroech haSjem … – Gezegend [5] zij de Godsnaam …’.

De zaligsprekingen [6] van de Here Jezus in Mattheüs 5:3-16

1) Zalig zijn de armen van [de] geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
In de eerste zaligspreking richt de Here Jezus Zich tot ‘de armen van geest’ (Grieks hoi ptoochoi tooi pneumati). Wie zijn dat? Deze benaming komt alleen hier voor. Het lijkt te gaan om mensen die gebrek hebben aan geestelijke vermogens [7]. In de paralleltekst van Lucas (Lc 6:20) staat echter alleen ‘armen’ [8]. De nadruk lijkt dus te liggen op ‘arm-zijn’. Voor de letterlijk armen – zij die verlangen naar God, maar er geen of amper kans toe hebben door allerlei gebrek – heeft God grote aandacht. Herhaaldelijk worden zij genoemd als vertegenwoordigers van Gods volk (Lv 19:10; Dt 15:7; Ps 82:3; Js 25:4). Zo zelfs, dat het lijkt dat armoede een typische eigenschap is van de vrome, ware gelovige (Js 41:17; Rm 15:26; Jk 2:6). Het is dan ook niet vreemd dat de Here Jezus de armen als eerste noemt. Rijkdom wordt in de Bijbel als belemmering voor geloof(sgroei) gezien. Daar komt bij dat ‘rijke’ mensen – zij die alles hebben wat hun hart begeert – in de Bijbel juist de tegenstanders van de gelovigen zijn en Gods vijanden [9] blijken te zijn of te worden. Waarom zijn de armen gezegend? Omdat God hen toegang zal geven in de komende wereld [10]. Dit is een eigenschap van de zaligsprekingen:

I. Gezegendheid in het heden is afgeleid van die staat in de toekomst

De zaligspreking betekent dus dat de Here Jezus zaken bekendmaakt die al wel zijn gerealiseerd, maar nog niet volledig. Dat gebeurt pas in de toekomst. Omdat het door God wordt aangezegd is het dus een (vaak onzichtbaar) feit. Dat is gunstig voor de gelovigen in het heden.

2) Zalig zijn die [nu] treuren; want zij zullen vertroost worden.
Het Griekse woord penthoentes betekent rouwenden of treurenden. Dat komt heel dicht bij het woord klaiontes – huilen/rouwen wat in Lucas staat (Lc 6:21). Het woord ‘nu’, gebruikt in Lucas, komt in sommige manuscripten van Mattheüs voor. Deze mensen zijn na al gezegende, omdat hun rouw of verdriet zeker zal worden vertroost (Grieks paraklethisontai). Volgens Lucas zullen zij dan lachen (Grieks gelasete).
Een volgende eigenschap van de zaligsprekingen:

II.
Gezegendheid door het vertroosten van de huidige vernedering

Deze eigenschap geldt ook voor de armen (vorig vers), alleen wordt het hier expliciet genoemd.

3) Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.
Het Griekse woord praeis betekent vriendelijken/gemoedsrustigen. De aarde (Grieks gen) wordt hier dus gebruikt als een ander woord voor het Koninkrijk van God. Maar het Griekse woord kleronmeo – recht verkrijgen op wijst naar koningschap. Een volgende eigenschap van de zaligsprekingen komt daarmee naar voren:

III.
Gezegendheid door het toekomstige recht op bezit van land (en bevolking) in Gods Koninkrijk

4) Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
De woorden “hongeren en dorsten” staan voor de basisbehoeften van de mens. Maar hier gaat het niet om eten en drinken, maar om de vestiging van Gods gerechtigheid (uitoefenen van orde en rechtspraak volgens Gods ‘geboden’). Lucas noemt alleen “hongeren” en noemt “naar de gerechtigheid” niet (Lc 6:21). Daardoor komt de nadruk te liggen op het verzadigen van de honger. Dat moet als geestelijke honger worden opgevat. Een volgende eigenschap van de zaligsprekingen komt daarmee naar voren:

IV.
Gezegendheid door geestelijke verzadiging van Godswege

5) Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.
Het Griekse woord dat hier gebruikt is komt van eleos – ontferming. Zulke gelovigen zullen ook medelijden ontvangen.

V.
Gezegendheid door wederkerige ontferming

6) Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
Het Griekse woord katharoi betekent niet alleen rein, maar vrij van boosaardigheid en onreinheid. Het zijn gelovigen die alleen dat willen en verlangen wat geestelijk zuiver is. Dat zijn gelovigen zoals God het bedoeld. Misschien wijst de belofte die aan hen wordt aangezegd zelfs naar een toekomstige bediening als Gods priesters (Hebr.: kohaniem; Js 66:21) die voor Gods Aangezicht zullen staan. Omdat dit lijkt te slaan op een zeer kleine groep gelovigen staat deze zaligspreking er bij om andere uit te dagen ook zo te worden.

VI.
Gezegendheid van heel vrome gelovigen door een bijzonder voorrecht

7) Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
Het Griekse eirenipoioi is een woordcombinatie dat vrede maken/sluiten betekent en niet zozeer vreedzaam zijn. Uit de belofte komt naar voren dat God wil dat al Zijn zonen die eigenschap zullen hebben. Ze moeten dus niet uit zijn op twist, ruzie of oorlogvoeren [11].

VII.
Gezegendheid van Gods kinderen, omdat ze uit zijn op het beëindigen van conflicten [12]

8) Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Het Griekse woord dedioogmenoi staat voor gelovigen die achtervolgd of verdreven werden. Ze worden dat om de dikaiosunis – de levenswijze die God behaagd. Net als in Mattheüs 6:3 wordt hen de toegang tot de komende wereld aangezegd, want iemand die achtervolgd wordt is immers ook meestal arm.

9) Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en [liegende] alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.
Hiermee eindigt deze zaligspreking. Deze lijkt deels op het vorige vers, maar dat is niet zo, want die komt niet voor in Lucas. De cursieve woorden ‘de mensen’ komt in sommige manuscripten voor. Ze staan ook in Lucas. De ongelovigen maken volgens de Griekse grondtekst gelovigen oneidisoosin - verwijten wat uitloopt op dioodzoosin – mishandelen en eipoosin pan poneron – allerlei kwaad uitspreken over hen in verband met de Here Jezus. Lucas gebruikt in de parallelle zaligspreking (Lc 6:22) andere bewoordingen, zoals het haten van de discipelen en hen afscheiden. Dat lijkt op de woorden die Mattheüs gebruikt. Opvallend verschil met Lucas is het expliciete gebruik van de woorden “Zoon der mensen” en de toevoeging dat de vaderen van die mensen dat ook al deden met de profeten. Dat is een expliciete verwijzing naar Israëlieten die ongelovig waren. Deze zaligspreking ziet uit naar wat er staat te gebeuren met de discipelen. Joden vervolgden en doodden Joden, zoals christenen dat met christenen deden. Zeker in de eerste vijftien eeuwen van de christenheid. De eerste Die dat onderging was de Here Jezus Zelf. Wanneer houdt dat op? Het wijst op nog twee eigenschappen van de zaligspreking:

VIII.
Gezegendheid wordt openbaar

Paralleltekst in Lucas 6:20-26
Hierboven zijn de verschillen met dezelfde verzen in Lucas uitgewerkt. In Lucas worden echter vier [13] van de zaligsprekingen van Mattheüs uitgezet tegen vier weeën (Lc 6:24-26). Namelijk weeën over rijken [14] (Grieks ploesiois), zichzelf bevredigenden [15] (Grieks empeplesmenoi), lachenden [16] (Grieks geloontes) en over wie wel gesproken wordt (Grieks kaloos eipoosin) [17]. Dat benadrukt dat gelovigen zich onderscheiden van de goddeloze meerderheid. Juist door hun status als Gods gezegenden. Dit laat zien dat de ‘zaligspreking’ nog een andere eigenschap heeft:

IX.
Gezegendheid kondigt wee [18] over Gods vijanden aan [19]

Evaluatie
De zaligsprekingen blijken gericht aan alle gelovigen. De negen ‘groepen’ die aangesproken zijn niet zozeer van elkaar te onderscheiden [20]. Elke gelovige kan immers zijn of ondergaan wat in de zaligsprekingen wordt genoemd. Het is echter tragisch dat (godsdienstige) autoriteiten zelden hun onderhorigen zalig spreken, maar dat eerder verzaken. Als gevolg ervan is er veel geloofsonzekerheid en geloofsafval.

X. Zaligsprekingen doen recht aan gelovigen

=====================================================================

[1] Een zaligspreking is geen algemene aanzegging voor alle mensen. Het is exclusief gericht aan gelovigen. Toch zullen ongelovigen door de gelovigen onder hen die zegen van God ervaren. Zaligheid is dus ook een aantrekkelijke staat.
[2] De gezegende staat komt dus van God, De Zegengever.
[3] Maar dat betekent niet dat dit al geopenbaard is aan de wereld.
[4] Op de eerste plaats moet aan het ‘gebod’ worden gedacht en gedaan. Dan hangt de zegen ervan af of het volkomen (en van harte) wordt gedaan.
[5] Het zijn dus gelovigen die God zegenen. Iets wat christenen ook als eerste zouden horen te doen.
[6] In de Statenvertaling.
[7] Gemis aan begrip van Gods woord en/of hoe dat in de praktijk te brengen. Het gaat niet om gehandicapten.
[8] Enkele Lucasmanuscripten hebben ook de toevoeging ‘van de geest’.
[9] Rijkdom is een vorm van heersen over de schepping en staat dus direct in relatie tot satan. Dat betekent natuurlijk niet dat er enige uitzonderingen zijn (rijke mensen die toch vrome en ware gelovigen zijn en blijven).
[10] In Mattheüs wordt ‘het Koninkrijk der hemelen’ genoemd en in Lucas ‘het Koninkrijk van God’. Het woord ‘de hemelen (Grieks toon oeranoon) moet dus begrepen worden als de plaats waar God tot nu toe verblijft en niet als een plaats waar het Koninkrijk uiteindelijk zal zijn. God keert immers volgende de Bijbel terug naar de aarde.
[11] Uit zijn op strijd met mensen is zonde of komt voort uit allerlei zondige drijfveren.
[12] Geloven is geen dekmantel voor pacifisme en lafheid. Gelovigen zijn geroepen om, indien nodig (als het God dient), te staan voor hun geloof. Ook als dat strijd met geestelijke machten en mensen tot gevolg heeft. In de Bijbel staan daar voldoende voorbeelden van (Mt 23:13-16, 23-29; Hnd 23:6-10; Gal 2:14-21).
[13] De eerste, tweede, vierde en negende.
[14] Een contrast met de 1ste zaligspreking. In de Bijbel wordt de rijkdom van de rijke ook in verband gebracht met armoede in God (Opb 3:17). Op dezelfde manier wordt in Lucas de betrekkelijkheid van de ‘zegen’ van de vier genoemde tegenstanders genoemd. Zo zelfs dat deze ‘zegeningen’ uiteindelijk tegen hen zal werken en dus helemaal geen zegen zal blijken te zijn.
[15] Een contrast met de verzadiging die God de gelovigen zal geven (4de zaligspreking).
[16] Ook als lachende spotters over de gelovigen op te vatten. Dit is ook een contrast met Lucas 6:21, waar staat dat de gelovigen die nu treuren uiteindelijk zullen lachen.
[17] Een contrast met de 9de zaligspreking.
[18] Een ‘wee’ is een typische aanzegging van Gods veroordeling (het tegenovergestelde van zalig-zijn) door profeten, zoals Mozes (Nm 21:29), Jesaja (1:4) en Jeremia (22:13). Profeteren is immers vooreerst Gods veroordeling als waarschuwing aanzeggen aan Zijn vijanden.
[19] De bedoeling van de zaligsprekingen is ook om jaloersheid (in positieve zin; zending) op te wekken.
[20] Behalve wellicht de reinen van hart, maar toch is dat een richtpunt voor alle gelovigen.


Reageren