#T Uitdaging 14-15 december in bus
Enquête: 006-Ik ben gelukkig! Ja Nee

Geloofsvragen

Geloofsvraag – Wat is priesterschap?

De verwoesting van de Tempel in Jeruzalem zou het einde zijn van priesterschap. Maar is dat wel waar? In de Bijbel wordt immers al priesterschap genoemd lang voordat Mozes de Tent van samenkomst had opgericht. Sommigen denken zelfs dat Adam Gods eerste priester was. Is deze bediening dan eigenlijk wel afhankelijk van de Tempel en wat is priesterschap eigenlijk? Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

Een priester vertegenwoordigt een god of goden en is de bemiddellaar, tussenpersoon tussen die god(en) en de mens. Voor en door hun direct contact met een god of goden hebben ze bijzondere kennis. Ze hebben voorafgaan aan hun ambt ook een wijding aan die god(en) ontvangen. Ze hebben speciale voorrechten onder de (gelovige) mensen en vragen van hen ook allerlei bijdragen. Niet alleen omdat ze meestal geen inkomen hebben uit de samenleving, maar meer nog omdat ze zo een god of goden ‘aanwezig’ laten zijn. Hun afgezonderde staat blijkt uit speciale kleding en het hanteren van speciale instrumenten en middelen. Ze verrichten speciale handelingen en hebben toegang tot religieuze plaatsen en gebouwen (tempels) en de onderdelen van, zoals de altaren en diens gerei, die voor gewone mensen niet toegankelijk zijn. Daardoor dwingen ze respect af.

Woordstudie
Het Hebreeuwse woord kohen is afgeleidt van de stam kahan – bemiddelen (tussen de God van de Bijbel en een mens). Het Griekse woord voor priester is hiereus, maar betreft priesters die in heidense tempels offers brachten aan afgoden. Het woord hiereus staat in verband met heiligheid – hagios en hagnos – rein/zuiver. De Grieks/Romeinse betekenis van het woord priester legt dus de nadruk op de heiligheid van de persoon, van wat hij doet en aanraakt. Dat wijst op magie of minstens op het occulte/mystieke van diens ambt. Dat staat in scherp contrast met het Bijbelse begrip kohen, waarover gesteld wordt dat hij ook voor diens eigen zonden offers moest brengen. Kohaniem konden door God gedood of vervloekt worden als ze verboden, ongepaste of verkeerde offers brachten of het op een onjuiste manier (inwendig en uitwendig) deden. In Bijbelse zin komt heiligheid alleen van Godswege. Dus alleen dat maakte Gods Tempel, de onderdelen, het gerei en de kohaniem heilig. Toch is heiligheid overdraagbaar [1]. Net zoals onreinheid ‘besmettelijk’ is. In het vervolg wordt onderscheid gemaakt tussen een kohen (Bijbels priester) en een priester (heidens priester).

Heidense ‘priesters’
Het lijkt erop dat in de Bijbel voor het eerst heidense priesters worden genoemd in het verhaal over Jozef in Egypte (Gn 41:45). Het bestaan van zulke priesters buiten God om wijst op het bestaan van afgoderij. Maar ook van besef van menselijke kwetsbaar voor ‘hogere’ machten, zoals de afhankelijkheid van de Schepping. Maar toch is er meer. Het wijst ook op het actief zijn van boze machten. In Egypte konden immers ook verschillende wondertekenen gedaan worden die Mozes in opdracht van God deed (Ex 7:11, 22; 8:7). Dat was voor heidenen het bewijs dat er hogere geestelijke machten bestonden en dat die te manipuleren waren. Daarin ligt het ware bestaansrecht van de heidense priesters en hun invloed. Leidslieden, koningen en rijke mensen vinden het vrijwel altijd onvoldoende om over het fysieke te beschikken. Ze hebben de nare behoefte ook over het niet-fysieke te beschikken; om gelijk aan de ‘goden’ te zijn.

Gods kohaniem
Deze kohaniem bestonden al voordat God Mozes opdracht gaf Levitische kohaniem te wijden. Gods kohaniem onderscheiden zich van heidense priesters, omdat ze God vertegenwoordigden (Gn 4:26). Het zijn gelovigen die naar God verlangen en Hem ook vrezen, maar dat willen overdragen op anderen. Het zijn soms ook profeten, genezers, leraren en rechters. Ze onderscheiden zaken, constateren dingen en zorgen voor de geestelijke gezondheid en groei. Ze waren aan God gewijd.

Het lijkt erop dat Adam ook offers bracht aan God. Het Hebreeuwse stamwoord ’avad (Gn 2:15) kan namelijk ook offerdienst betekenen. Om Adam echter als kohen te zien is onzinnig. Een kohen is immers aangesteld om te bemiddelen. Maar Adam zou zelfgenoegzaam moeten zijn in direct contact met God. In de Bijbel staat dat Adams zonen Kaïn en Abel offers aan God brachten. Ze lijken dat van hun vader geleerd te hebben. Maar ook zij waren evenmin kohaniem. Noach bracht ook offers aan God, maar die brachten verzoening aan de schepselen (Gn 8:21). Hij is dus wel kohen [2].

Een heel ander voorbeeld is dat van Melchizedek (Gn 14:18), de koning van Salem. Zelfs de aartsvader Abram aanvaarde zijn kohenschap [3] door hem een tiende te geven van wat Abram had buitgemaakt (Gn 14:20). De oorsprong en achtergrond van Melchizedeks kohenschap is, in tegenstelling tot het nageslacht van Eber (De Hebreeën [4]; Gn 10:21), obscuur (Hebr 7:3) [5].

Wat iemand ook tot kohen maakt is dat hij Gods zegen en vloek aan anderen bemiddelt (Gn 12:3). Een kohen pleit voor (gelovige) mensen. Dan is Abraham ook kohen (Gn 18:23-32). Ook Jakob blijkt kohen toen hij (gelovige) mensen de ware godsdienst voorhield, hen reinigde en heiligde (Gn 35:2). Daarom is het niet vreemd dat in de Bijbel vermeld staat dat er al kohaniem waren onder de Israëlieten toen ze door God uit Egypte werden geleid (Ex 19:22, 24) [6]. Het moet duidelijk zijn dat dit zonen van Levie waren (Ex 32:26). Door Gods verbond, dat de Leviet Mozes aan de Israëlieten bemiddelde, werd er echter onderscheid gemaakt onder de Levieten. Uit hen werden slechts enkelen tot kohen aangesteld [7] en gezalfd voor het Sinaïtische verbond. Dat zalven wijst erop dat ze met Gods Geest vervuld werden voor hun ambt in het Heiligdom. Dat ambt werd ingekaderd en gereguleerd. Zo werd het vanaf dat moment dynastiek (via een familielijn) bepaald. De overige Levieten kregen speciale functies te verrichten in het Heiligdom (Nm 3-4). De Levieten werden letterlijk Gods Eigendom. Van toen aan werden anderen [8] die zich met het kohenschap bemoeiden gedood of stierven ter plekke (Nm 3:10; 4:19-20). Toen Israël het beloofde Land had ingenomen trokken de kohaniem uit naar alle steden en plaatsen en wellicht ook naar de volksgenoten in de Diaspora. Ze verrichtte er hun godsdienstige functies, zoals het toepassen van allerlei gebruiken.

Christelijke kohaniem of priesters?
Onder de eerste volgelingen van de Here Jezus waren nogal wat Levieten en kohaniem (Hnd 6:7) [9]. Dat is ook toepasselijk, want zij zouden de vurigste gelovigen moeten zijn met ook de meeste kennis over de Israëlitische godsdienst. Het moet wel duidelijk zijn dat vanuit het oogpunt van het traditionele Jodendom zij niet langer werden beschouwd als Levieten. Ze werden gediskwalificeerd voor hun ambt in de Tempel [10]. Maar verloren ze ook hun speciale plaats onder de gelovigen? Dat ligt niet voor de hand (Mt 8:4), maar het is niet zo relevant [11]. Belangrijker is de vraag of het ambt van kohen ook voortgezet werd in het Nieuwe Verbond. Dat is zeker zo, want als het Hoofd van de gelovigen, de Here Jezus, Zich aan God offerde voor gelovigen, bewijst Hij daarmee een kohen te zijn. Ook kreeg Hij het ambt van kohen gadol (Hogepriester) in Gods Tempel in de hemel (Hebr 9:11). Dan moeten toch zeker ook zijn dienstknechten in direct verband staan met Zijn Kohenschap. Gods geloofsgemeenschap [12] kan immers niet bestaan zonder de Tempeldienst van de Here Jezus.

Vanuit de leerstelling dat de christengemeenschap de plaats van Israël heeft overgenomen [13], vond de christenheid het al snel nodig om, net als in de Tempel in Jeruzalem, Levieten en priesters aan te stellen. Zij gingen offers brengen en christelijke gebruiken bedienen in speciale tempelgebouwen (kerken) [14]. God zou daar behoefte aan hebben. Hier is echter geen rechtvaardiging voor in de Bijbel en zulk priesterschap is dus ook niet door God aangesteld. Hun priesterschap is niet alleen zinloos, maar vooral illegaal en lasterlijk [15].

De behoefte van de christenheid om invulling te geven aan het kohenschap is ook ingegeven vanuit een besef dat er iets niet in orde is met het Nieuwe Verbond. Het christelijke priesterschap is dan ook bedoeld om dat ‘gat’ te camoufleren. Het zou echter beter zijn de discrepanties van het Nieuwe Verbond onder ogen te zien. Gods Verbond is gestagneerd, onvervuld zolang de Tempeldienst niet is hersteld. Maar volgens de Bijbel mag alleen de Messias die Tempeldienst op aarde instellen. Omdat de Messias op de eerste plaats komt voor Israëls herstel, blijkt dat het Nieuwe Verbond pas volkomen functioneert als Israël weer is toegevoegd aan Gods volk. Dan vindt het Nieuwe Verbond pas diens vervulling; in de vestiging van het Messiaanse Koninkrijk over alle natiën op aarde.

Kohenschap van alle gelovigen
In de christenheid is er grote interesse voor het kohenschap van alle gelovigen dat in de Bijbel genoemd wordt (Ex 19:6; 1 Pe 2:9). Dit heeft echter betrekking op:
Deelgenoot zijn aan Gods volk en de dienst aan God
Gehoorzaamheid en samenwerking met de dienst van Gods Kohen Gadol, de Here Jezus

Het kohenschap van alle gelovigen is echter iets anders dan de officiële kohaniem die God aanstelt. Ook zijn er nogal wat voorwaarden aan kohenschap, waarvan hiervoor de belangrijkste zijn genoemd. Het vereist nogal wat, zoals geestelijke volwassenheid en pastorale aanleg. Er moet begrip zijn over het doel, functioneren en nut van de geloofsgemeenschap. Het ligt dus voor de hand dat alleen gevorderde gelovigen geschikt zijn voor kohenschap (Nm 4:35). Echter, christocentrisme (tunnelvisie op de Here Jezus als Bijbelleraar) belemmert kohenschap [16].

Toch bestaan er gelovigen die kohenschap uitoefenen, maar zij doen dat meestal spontaan, zonder een vaste, speciale benoeming en zonder eerbetoon. Het zal niet verbazen dat sommige van hen een of ander (kerkelijk) ambt bekleden. Wie het ook zijn, God zal dat kohenschap zegenen, bevestigen en gezag geven. De opmerkzame gelovigen zullen hen in hun midden onderscheiden.

Toekomstig officieel kohenschap
De Bijbel kondigt het herstel van de Tempeldienst op de huidige, onvolkomen wereld aan. Dat betekent dus ook een herstel van het officiële kohenschap voor Gods Nieuwe Verbond. Daarin wordt ook de stam van Levi hersteld, maar het zal zich niet langer tot die stam kunnen beperken [17]. Zelfs niet-Israëlieten zullen officieel tot dit ambt worden toegelaten (Js 66:21). Alles wijst er dus op dat God kohenschap in stand houdt tot de komst van de volkomen wereld [18].

[1] Meestal in ongunstige zin.
[2] Maar waarschijnlijk niet de eerste.
[3] Melchizedek is de eerste die in de Bijbel kohen van God wordt genoemd. Hij was dus geen heidens priester, zoals wel gedacht wordt.
[4] Waar de focus op ligt in de Bijbel.
[5] Het kohenschap van de schoonvader van Mozes is eveneens obscuur (Ex 2:16, 21). Dat wijst erop dat alleen God garant staat voor hun dienst en niets anders.
[6] Dus voordat God kohenschap naar Zijn Sinaïtische verbond voorschreef (Ex 28:1).
[7] Heidense priesters echter hebben zichzelf aangesteld om hun afgoden te bedienen om er beter van te worden. Daarom is de benaming magiërs passender. Ze willen de ‘afgoden’ spiritueel manipuleren voor eigen gewin of voor het gewin van hen die hun inhuren.
[8] Ook Levieten.
[9] Maria, de moeder van de Here Jezus, behoorde tot de stam Levi en was waarschijnlijk een dochter van de kohaniem (Lc 1:36). Ook Johannes, de zoon van Zebedeus, lijkt verwant met de kohaniem (Jh 18:15) en dan ook zijn broer Jakobus. Matteüs, de zoon van Alfeüs, heette oorspronkelijk Levi (Mc 2:13; Lc 5:27) en zijn broer Jakobus dus ook (Mc 3:18).
[10] Later werden ze zelfs als afvalligen uit Israël gestoten.
[11] De Tempeldienst in de hemel kwam centraal te staan.
[12] Waaronder zij die zich ‘christenen’ noemen.
[13] Een leerstelling die teruggaat op een juiste veronderstelling over Gods volk, maar verkeerd is geïnterpreteerd en wordt gebruikt om zich van het Joodse volk af te zetten. Het negeert echter het in de Bijbel geprofeteerde toekomstige herstel van Israël in Gods volk en dat Israël dus niet te vervangen is.
[14] Ingericht in overeenstemming met de Tempel.
[15] Een aanklacht die vooral de Reformatie naar voren bracht.
[16] Zo wordt nergens in de Bijbel gesproken over het aanbidden van (een kohen gadol, zoals) de Here Jezus. Maar wel dat de Here Jezus opdraagt alleen God te aanbidden (Mt 4:10; 19:17).
[17] De Here Jezus heeft het kohenschap voor altijd veranderd en verbeterd.
[18] De nieuwe Schepping.


Reageren