#Tb 15 euro gift
Enquête: 101-Het is OK voor een christen om te roken! Ja Nee

Zending

Op bezoek in de Favela Manguinhos, Rio de Janeiro

Op dinsdagmiddag 14 mei vond de ontmoeting tussen de Rotterdamse Jop Versteegt en Janneke plaats. Janneke is vanuit Stichting Jafet (www.jafet.nl) al 25 jaar aan het werk met straatkinderen in de favela’s in Rio gesteund vanuit de Nederlandse kerken. Het werd een bijzondere ontmoeting in meerdere opzichten.
 
Door Henk van der Wijngaard

Na de eerste kennismaking stond een bezoek aan de favela Manguinhos gepland, één van de gevaarlijkste favela’s (zie ook; https://youtu.be/KHu9-BohlFU). En de eerste ontmoeting bleek een bijzondere; “we zien kleine winkeltjes, smalle straatjes, lachende kinderen, vrolijke mensen en hoewel de armoede voelbaar is, is er geen directe gevoel van onveiligheid. Met name ook omdat Janneke en haar team iedereen kent en andersom.

Bij elke paar meter lopen staan we stil en ontmoet Janneke één van de voor haar bekende kinderen en ouders en hebben een kort gesprek. Er is zichtbaar veel onderlinge warmte en plezier in het contact. Het gaat haar om de aandacht en de liefde die ze uitdeelt.
 
We lopen door kleine straatjes met stenen huisjes, inmiddels 3 hoog op elkaar gebouwd. Tussen de huizen veel elektriciteit. Er blijkt ook hier verschil te zijn in welvaart. Midden in de favela is een breder terrein waarop mensen aan de slag geweest zijn om van hout en doeken iets van een “huis” te maken, dat is volgens Janneke de echte “sloppenwijk” in de favela. Opvallend, ook in die woningen zien we veelal een televisie staan en zijn mensen op hun mobiele telefoon bezig.

We kopen onderweg een ijsje met elkaar in één van de winkels en proberen te snappen wat we om ons heen zien. Er is weinig structuur, geen vaste eet of slaaptijden, er is weinig persoonlijke ruimte. De mensen zijn heel vriendelijk en willen graag weten hoe we heten, willen Engels van ons leren en sommigen nodigen ons uit in hun huis te komen. Ze blijken trots. Kinderen gaan of in de morgen of in de middag naar een school in de wijk. Tenminste, als er voldoende leraren komen.

Naast de wijk staat een witte toren vanwaar uit soms scherpschutters van de politie drugsdealers onder vuur nemen (zie ook het artikel in Trouw). De politie ontkent de gebeurtenis. In elk geval is er permanente woede en angst voor de elite-politie. Zij vallen soms in, als er grote criminaliteit plaatsvindt en pakken dan bv. een drugsbaas op.

We ontmoeten een paar die juist bezig zijn om een bendelid op te pakken, we worden gewaarschuwd omdat het volgens hun een “oorlogsgebied” is.
 
Daarna bezoeken we het clubgebouw. Beveiligd met een ijzeren poort. Het team is aan de slag met een aantal groepen kinderen. Op de dinsdag t/m donderdag worden op drie tijdstippen kinderen ontvangen tussen 4 en 14 jaar. Op de maandag zijn ze actief in een andere favela waar ze ook een clubgebouw hebben. We zien lachende/spelende kinderen die graag met ons willen praten en spelen.

Als de kinderen vertrekken vragen we één van de vrijwilligers naar haar reden om hier te werken, wat blijkt, haar moeder is al 15 jaar actief in dit clubgebouw. Na een studie geografie is ze nu een jaar actief als begeleider in de club. Ze overweegt om een studie te doen.
 
Op de vraag wat dit werk volgens haar de kinderen brengt twijfelt ze, een lastige vraag. En dan volgt het antwoord in meerdere opzichten. We geven de kinderen hoop en perspectief. Door ze te laten ontmoeten in een normale woning met een douche en een wc, door met ze in gesprek te gaan, door ze werkelijk te zien en liefde te geven. En ook ze te laten ontmoeten met de liefde van Jezus.
 
Ze beschrijft de situatie van de kinderen aan de hand van een indrukwekkend voorbeeld. Ze heeft namelijk onderzoek gedaan naar de kinderen in de favela als afstudeeropdracht van haar universiteit. Als je aan de kinderen vraagt de favela te beschrijven dan is het volgens hun een schitterende plek om te wonen en te leven, bijna paradijselijk. Als je aan de kinderen vraagt om dat te teken dan volgen er tekeningen met bloed, schieten en doden. Dat is hun (pijnlijke) werkelijkheid. Tegelijk spelen de kinderen in de favela veel op straat, terwijl kinderen uit rijkere delen in de stad vaak niet buiten komen.

Is dat onlogisch? Is het onlogisch dat hun standaard spelletje het beschieten van elkaar is? Is er een leefomgeving voor hun buiten de favela? Dat zet ons tot nadenken en onze Westerse bril los te laten en te proberen te begrijpen wat hier gebeurt.
 
We worden uitgenodigd om te blijven eten om ‘s avonds opnieuw de favela in te gaan, dan is het namelijk nog meer bijzonder volgens Janneke. Samen gaan we in gebed en genieten we met elkaar van de maaltijd en gaan vervolgens opnieuw op pad.
 
Bij de poort van het clubgebouw staat een jonge man, op de uitkijk. Niet als beveiliging van de club, maar op de uitkijk voor politie namens de drugsbende. De jonge man lijkt echter geen enkele bedreiging, zeker niet als een buurvrouw met een kind aan de borst er bij zit en haar dochter spelend op haar step over straat rijdt.
 
Dan lopen we verder en opnieuw valt ons op dat er veel gelachen wordt, er wordt gevoetbald met verschillende teams. Er zijn meerdere voetbalvelden gemaakt in de favela, er voetballen zelfs teams met uit en thuis shirtjes aan. Kinderen zijn aan het spelen en er zijn veel sociale ontmoetingen tussen de families. Winkeltjes zijn open en de straten zijn gevuld met marktkraampjes. Op sommige tafeltjes wordt openlijk drugs verkocht en liggen de zakjes op elkaar gestapeld. Tussen de mensen door rijden jongeren op dure motoren en scooters. Vaak gestolen spullen.
 
We worden uitgenodigd in de huizen en mogen zien hoe de mensen werkelijk leven. We zien op de plaatselijke stortplaats mannen de flessen tussen het afval zoeken om in te leveren en zo weer een zakcentje te verdienen, de lucht in de wijk is niet bepaald fris te noemen.

 
De politie komt voorbij rijden met zwaar geschut om de schouders, weliswaar niet zo zwaar als de elite politie, maar toch ziet e.e.a. er indrukwekkend uit. Ze parkeren naast ons om ergens wat eten te kopen. Opvallend is dat ze waakzaam zijn, het lijkt of ze bang zijn dat er iets kan gebeuren. Wij zitten op straat ernaast opnieuw ijsje te eten met elkaar, gekocht in één van de lokale shops.
 
Het valt op dat Janneke en haar team continu wordt aangesproken. Er wordt veel gehugd met kinderen en volwassenen, er is werkelijk veel liefde gegeven om zo de kinderen te ontmoeten, mooi om te zien.

Bijna weer aangekomen bij het clubgebouw zien we opnieuw mannen met zwaar geschut om de schouders, klaar om in actie te komen. Dan valt ons echter op dat dit geen politie of militairen zijn maar de drugsbende waar we tussendoor lopen. Dat voelt ongemakkelijk. We horen dat er per dag in Rio 15 mensen worden doodgeschoten. Dit is de keerzijde van de kleine straatjes en vrolijke kinderen en beseffen pas op dat moment wat de werkelijke favela is, leven in de bedreiging van bendes. Er is enorme armoede en veel uitzichtloosheid.

Voor ons is het bijzonder dat God mensen als Janneke plaatst in zo’n omgeving om, aan de slag te gaan met de kinderen, hoop te geven en liefde uit te delen.

We vertrekken in een taxi en komen daarmee terug in onze veilige Westerse luxe wereld.
Een ervaring om niet te vergeten.”


Reageren