Bestaat Voorzienigheid?

0
96

Nogal wat mensen gaan uit van Voorzienigheid. Maar wat is dat eigenlijk? Hoe zou het werken? Komt het bijvoorbeeld van God? Voorzienigheid wordt positief opgevat. Het gaat om dingen in het leven waarvan verondersteld wordt dat die ten goede leiden. Maar hoe verhoudt dat zich tot het altijd weer de kop op stekend kwaad? Wint het goede het dan altijd van het kwade? Wat staat erover in de Bijbel?

Mensen gaan er vaak vanuit dat het uiteindelijk allemaal goed zal komen. Sommigen denken dat dit wordt ‘gestuurd’. Dat er een mechanisme is dat daar voor zorgt. Dat wordt Voorzienigheid genoemd.

Met Voorzienigheid wordt echter wel een ‘uitzonderlijk’ fenomeen bedoeld. Het is juist om het in verband te brengen met wonderen en/of ‘bovenmenselijke’ verschijnselen. Sommige brengen het in verband staat met de spirituele wereld. Dat er ‘bovenaardse krachten en machten’ bestaan die dat zo leiden.

Gelovigen schrijven Voorzienigheid vrijwel altijd toe aan God. Ze gaan namelijk uit van Gods veronderstelde almacht en bestuur van de schepping. Maar is dat wel terecht?

Woordstudie
Het woord voorzienigheid heeft als basis de betekenis ‘voorzien’, wat staat voor vooraf regelen, anticiperen of voorbereid(end optreden). Dat veronderstelt voorkennis.

Maar eigenlijk wordt Voorzienigheid echter begrepen om dat wat in gunstige zin gebeurt, waarvan dan verondersteld wordt dat het ‘voorgekookt’ was of van tevoren zo geregeld.

Scheppingsorde
Het is een feit dat er in de schepping wetten bestaan die een bepaalde orde bevestigen. Water stroomt bijvoorbeeld altijd naar het laagste punt, het verdampt (wordt opgenomen in de lucht) als de temperatuur stijgt en condenseert (wordt weer vloeibaar) als de temperatuur daalt.

De schepping heeft tot op zekere hoogte ook een zelfherstellend en zelfregulerend vermogen. Maar de veronderstelde op zichzelf functionerende scheppingsorde[1] die door sommigen als goddelijk wordt verondersteld[2] is echter niet wat er bedoeld wordt met Voorzienigheid. Daarbij gaat het namelijk om sporadische ‘sturing’ van de loop der dingen die ‘boven’ de scheppingsorde uitgaat[3] en wat afhankelijk is van omstandigheden.

Gebrek aan overzicht
Wat nogal eens vergeten wordt is dat veel in de schepping uit is op zelfbehoud. Planten, dieren en mensen proberen meestal problemen te mijden. Er is dus ‘ingebakken’ voorzichtigheid. Dat daardoor nogal wat problemen worden voorkomen en vermeden wordt soms opgevat als Voorzienigheid.

Dat mensen zich zo vergissen, komt omdat ze geen overzicht hebben van het geheel der dingen die bestaan en gebeuren in de schepping[4]. Ze zien een gunstige samenloop van omstandigheden dan al gauw aan voor Voorzienigheid. Maar feitelijk hebben ze het te danken aan het algemene principe van voorkoming van problemen. Dit is echter ook geen Voorzienigheid.

Maakbaar geluk
Het kan soms in het leven opvallend meezitten. Dat het totaal van omstandigheden zo samenwerken dat het opmerkelijk gunstig lijkt te zijn. Dit komt het dichts bij wat onder Voorzienigheid wordt verstaan.

Andere mensen zien dat echter als (dom) geluk. Het toevallig samenvallen van allerlei zaken die de gunstige uitwerking lijken te versterken. Maar bijgelovigen denken echter ook dat dit maar enkele keren gebeurt en altijd leidt tot ongeluk. Het zou namelijk zo zijn dat mensen steeds te maken krijgen met een bepaalde hoeveelheid geluk, dat dan weer uitgebalanceerd zou moeten worden door een bepaalde dosis ongeluk.

Er is natuurlijk ook zoiets als gecalculeerd of uitgekiend geluk. Bijvoorbeeld door goede voorbereiding of door rekenschap te nemen van dingen uit het verleden die fout liepen (levenservaring). Maar ook in het proces van het doen kan slimheid en het ter beschikking hebben van middelen de gunstige loop van de dingen van het leven versterken. ‘Geluk’ is in zekere zin maakbaar. Maar dat heeft niets te maken met Voorzienigheid, want daarbij gaat het vooral om de gedachte dat er ‘bovenmenselijke beïnvloeding’ is die dat heeft laten gebeuren.

Lotsbestemming of Voorzienigheid?
Sommige mensen gaan uit van het lot. Dat alles in het leven van tevoren vastligt en afhankelijk is van hoe het zo bepaald is.

Dit ‘lot’, dat van loten trekken komt in een kansspel, betekent dat iemand geboren zou zijn met een bepaald levenslot. Volgens dat levenslot verloopt diens leven. Niets zou daaraan kunnen tornen. Vast zou liggen wat iemand (zeker voor wat betreft de grote dingen) zal overkomen.

Sommige gelovigen gaan zelfs zo ver dit met de Bijbelse godsdienst te verbinden. God zou iemands lot bepalen. Zogenoemde voorbeschikking door God of predestinatie. Ergens voor verkozen zijn. Opvallend is dat dit juist bij Bijbelgelovigen heel deterministische[5] vormen kan aannemen.

Maar een vastgestelde loop der dingen heeft helaas weer niets met Voorzienigheid te maken, want dat is wordt in principe als sporadisch en niet herleidbaar begrepen.

Bijbelse Voorzienigheid?
God zou dingen altijd ten goede leiden[6], omdat Hij nu eenmaal liefde zou zijn of omdat dit nu eenmaal Zijn Karakter zou zijn[7]. Maar Voorzienigheid, als het al zou bestaan, altijd en alleen maar aan God toeschrijven wat alle religieuze tradities doen[8] is sowieso onjuist. Hetzelfde geldt voor alle andere zaken die in het leven gebeuren. Mensen zijn immers ook zelf verantwoordelijk voor het leven en schepselen doen in principe niet meer wat God behaagt[9].

De vraag is of er ‘bewijzen’ van Voorzienigheid van God in de Bijbel staan. Misschien wel het meest gebruikte ‘bewijs’ voor Gods Voorzienigheid zou uit het levensverhaal van de patriarch Abraham komen.

Toen God hem opdroeg zijn zoon Izak te offeren greep Hij op het laatste moment in, zodat Izak niet geofferd werd. Toen voorzag Hij in een ander offer. Een rein dier dat ‘toevallig’ met diens hoorns vast was komen te zitten in de struiken vlakbij de plaats waar Abraham was. In Genesis 22:8 staat dat God voor een offerdier zorgde. Abraham noemde God daarom ‘Hij Die voorziet’ (vs 14). Het Hebreeuwse woord jir‘éh komt van de stam ra‘ah – aanzien/vooruit denken. Maar ook dit is nauwelijks Voorzienigheid te noemen[10].

Een andere insteek om Voorzienigheid aan God toe te schrijven is de aanname dat Hij de toekomst vast in Handen zou hebben. Dat werkt dan logischerwijs uit in het heden. Een voorbeeld is dan dat koning David stelt dat God hem een nageslacht zou geven op Israëls troon (1 Kr 17:17). Dit staat dan in verband met de veronderstelde verkiezing van Godswege om het huis van David het koningschap te verlenen. Echter, de verkiezing bleek eindig. Het koningschap van David bestaat echter door eigen falen al bijna drie millennia niet meer. Voorzienigheid wordt ook slechts gedacht te werken in het moment. Voor de toekomst is het onzeker.

Veronderstelde eigenschappen Voorzienigheid
De volgende algemene eigenschappen lijken toekenbaar aan Voorzienigheid:

– Het zou ‘boven’ de schepselen (en dus ook mensen) uitgaan
Dat verklaart waarom mensen, die van het bestaan van Voorzienigheid uitgaan, het in verband brengen met spirituele krachten en machten, astrologie of een godheid. De werking van spirituele krachten en machten zijn voor mensen echter nauwelijks te bevatten en niet scherp gedefinieerd.

– Het zou er gewoonweg altijd zijn
Voorzienigheid zou een gegeven zijn in het leven. Toch denken sommigen dat de ene er meer ermee te maken krijgt, dan een ander. Dan zou er dus een Voorzienigheidseconomie[11] bestaan. Dat doet af aan het algemene nut van Voorzienigheid.

– Het zou altijd gunstig uitwerken
Een optimistische kijk op het leven ligt ten grondslag aan Voorzienigheid. Het kwaad zou dan altijd moeten buigen voor het goede of er zelfs fundamenteel in dienst van staan. Uiteindelijk zou de Voorzienigheid er altijd voor zorgen dat de welvaart van mensen blijft voortbestaan. De geschiedenis laat echter een ander beeld zien.

– Het zou een eigen plan volgen
Voorzienigheid is er niet slechts, maar het zou ook een plan te hebben. Dat is speciaal zo als mensen denken dat er Voorzienigheidseconomie bestaat. Dat het bepaalde mensen op ‘oog’ lijkt te hebben om een bepaalde reden. Maar wat dat plan (lotsbestemming) dan is, blijft vanuit Voorzienigheid onduidelijk.

– Het zou niet te bevatten zijn
Voorzienigheid is niet te bevatten voor mensen. Het komt en gaat zonder goed te begrijpen waarom.

– Onderscheiden in algemeen en bijzonder
Algemene Voorzienigheid zou de hele wereld betreffen en in verband staan met de scheppingsorde of ook Gods bestuur van de schepping. Bijzondere Voorzienigheid strekt zich uit naar een specifieke situatie of een bepaald schepsel.

– Subjectief
Voorzienigheid is een persoonlijke ervaring/interpretatie; een sterk vermoeden van een bijzondere begunstiging. Het is dan ook slechts gedeeltelijke verifieerbaar of helemaal niet. Voorzienigheid kan niet objectief worden vastgesteld, want dan zou het niet langer aan ‘hogere hand’ toegeschreven kunnen worden.

– Wel of geen toeval
Voorzienigheid lijkt het bestaan van toeval[12] te bevestigen, maar dat is strijdig met de gedachte dat het in verband staat met een lotsbestemming en een Voorzienigheidseconomie. In de regel zou Voorzienigheid juist het bestaan van toeval uitsluiten. Voorzienigheid zou er altijd zijn.

– Werkt alleen in het nu
Mensen ervaren Voorzienigheid altijd op een bepaald moment of terugkijkend op een moment. Ze hebben geen zekerheid dat het in de toekomst weer zal gebeuren, maar vermoeden het wel uitgaande van de overtuiging dat het bestaat.

Deze eigenschappen brengen sommige gelovigen ertoe om geloof in Voorzienigheid, niet geheel onterecht, in verband te brengen met afgoderij.

Voorzienigheid of Gods leiding
Hoewel er in de Bijbel, zoals hiervoor bleek, geen bewijzen bestaan voor het bestaan van Voorzienigheid, zou het altijd nog zo kunnen zijn dat God voorziet. Als inbreuk in de scheppingsorde. Maar dat is dan geen Voorzienigheid, maar Gods leiding. Dat is Zijn optreden op aarde, Zijn beïnvloeding in de loop der dingen en Zijn veranderen van het menselijke leven.

Maar Gods leiding werkt niet per definitie altijd gunstig uit. Ook staat Gods leiding in direct verband met de situatie en is het beïnvloedbaar[13]. Gods leiding draagt overduidelijk Zijn handtekening, Zijn stempel en Zijn Naam. Het is ook bedoeld om Hem te verheerlijken. Hij doet Zich erdoor kennen als Eigenaar van de schepping. Zijn leiding is te (her)kennen. Zijn leiding voldoet dus nauwelijks aan de hiervoor genoemde eigenschappen van Voorzienigheid en is er ook strijdig mee.

Als Voorzienigheid niet bestaat
Naarmate in dit artikel Voorzienigheid steeds scherper in beeld komt, blijkt eigenlijk hoe onduidelijk het wordt toegepast of begrepen. Wat Voorzienigheid wordt genoemd blijkt eerder wat anders. Als er een schifting wordt gedaan tussen wat erop lijkt en wat het zou kunnen zijn, wat blijft er dan nog over? Zelfs dat wat overblijft, is dat ook echt Voorzienigheid of slechts een menselijk verzinsel?

Zou het feit dat mensen zo verbaasd zijn over het bestaan van gunstige afloop van dingen van het leven er op kunnen wijzen dat ze ten diepste onwetend zijn? Maar dan zou de regel gelden dat het geluk of de Voorzienigheid met domme mensen is. Of ook, dat kennis en/of inzicht te relativeren is, want de Voorzienigheid zou dan altijd ‘repareren’ of voorkomen dat gebeurtenissen ongunstig uitvallen. Dat is natuurlijk ook allemaal onzin.

De aanname van het bestaan van Voorzienigheid past in een positieve levensvisie. Maar als Voorzienigheid domweg niet bestaat, dan slaat ook dit een diepe deuk in die visie. Dan blijkt het leven opeens veel somberder en de levensstrijd veel dichterbij gekomen. Regeert dan toch het ongeluk, de afbraak en de onvermijdelijke ondergang van alles? Ongeacht wat de mens ook onderneemt? Dat is echter weer het andere uiterste[14].

Spirituele realiteit
Uit het voorgaande blijkt er geen basis bestaat om de veronderstelde Voorzienigheid (van God) serieus te nemen. Zeker omdat het feitelijk sterk antropocentrisch[15] blijkt te zijn. Het ligt wel voor de hand om Voorzienigheid in verband te brengen met de spirituele realiteit beschreven in de Bijbel. Het is echter naïef en on-Bijbels om die realiteit altijd alleen als positief en gedetermineerd te zien.

Dat gelovige mensen ook in zoiets als Voorzienigheid geloven wijst op onbekendheid met God(s leiding) en/of een neiging om Zijn optreden te determineren. Een kinderlijk Godsbesef en onzekerheid over Zijn leiding. Dit laat zich daaruit verklaren dat er (onbewust) gerealiseerd wordt dat God nooit helemaal te bevatten is. Dat de bulk van wat Hij denkt en doet mensen (ook gelovigen) simpelweg ontgaat, omdat Hij geen mens is maar hen volledig te boven gaat.

Er is dus alle reden om de spirituele machten en krachten uiterst serieus te nemen en zich erop toe te leggen God te zoeken, Hem te leren kennen en Zijn wil te volvoeren. Want zo wordt een beter beeld van die machten en krachten verkregen, in plaats van een veel te wazig, positief en beperkt beeld waarop Voorzienigheid is gebaseerd.

+++
[1] Het is nog maar de vraag of de schepping zonder Gods dagelijkse leiding erover kan functioneren en voortbestaan.
[2] Dit is het zogenoemde Pantheïsme. Hiermee wordt het verband tussen God en Zijn schepping als eenheid opgevat. God zou dan Zelf in alle delen van de schepping Aanwezig zijn. Alleen is dit nogal een irrationele en onlogische voorstelling van zaken gezien de voortgaande corrumpering van de schepping door de geloofsafval van God (ongehoorzaamheid) van de eerste mensen en de gevolgen ervan.
[3] Voor zover de scheppingsorde gekend is. In de kwantummechanica blijken bijvoorbeeld heel andere wetten te gelden, die soms zelfs tegenstrijdig zijn aan bekende scheppingsorde.
[4] Wat ook vrijwel ongezien blijft voor mensen is de werkzaamheid van engelen die zaken ten goede keren.
[5] Determinisme is de overtuiging dat zaken heel rigide zijn bepaald (vastliggen) en dat er dus nauwelijks of geen speelruimte bestaat. Deze gedachtelijn kan tot op zeker hoogte vrede geven, maar is eerder aanleiding om het leven heel bekrompen en angstig te ervaren en uit te leven.
[6] Deze gedachte geeft het ernstige probleem van het feit dat de meeste mensen verloren gaan voor de komende wereld (en het bestaan van boosaardige schepselen) versus de veronderstelde almachtige liefde van God. Blijkbaar laat Hij dit gebeuren. Dat laatste is natuurlijk zeer schadelijk voor een juist Godsbeeld.
[7] God zo inperken is feitelijk spotten en het getuigt ook van een nogal naïeve en gesimplificeerde voorstelling van Hem. Voorzienigheid wordt dan voorgesteld als een soort ‘zorgplicht’ van God voor de mensen of de gelovigen.
[8] Dit komt vooral door de aanname van het gebrek aan ‘vrije wil’ van schepselen (inclusief satan en zijn demonen) ten gunste van Gods absolute almacht. Ondanks dat in de Bijbel is beschreven hoe God heeft te strijden met die ‘vrijheid’.
[9] Het zou wel eens kunnen zijn dat dit van oorsprong wel zo was. Althans, dat is wat gelovigen graag veronderstellen. In de Bijbel staan echter overduidelijke aanwijzingen dat in de schepping oorspronkelijk de regel bestond van ‘vrijheid’ in het invullen van verantwoordelijkheden. Vandaar dat Adam en Eva Gods verbod om van de Boom van Kennis van goed en kwaad konden overtreden.
[10] Van belang is dat er geofferd zou worden. Het is vanuit de Bijbel duidelijk dat Gods wil altijd geborgd wordt. Voorzienigheid gaat echter alleen over dingen die gunstig verlopen voor schepselen in de schepping. In het verhaal van Abraham verloopt het echter gunstig ten behoeve van God Die buiten de schepping bestaat.
[11] Geregelde verdeling van Voorzienigheid, omdat het schaars zou zijn. Maar waarom bij de ene wel en de ander niet?
[12] Dat staat weer in verband met de aanname van het bestaan van een vrije wil en/of volledige vrijheid der dingen.
[13] Bijvoorbeeld door het doen van Gods wil.
[14] Het is opmerkelijk dat de meeste vormen van heidendom rekening houden met het tegen element van Voorzienigheid, namelijk het bestaan van ongeluk en het kwaad. Vandaar dat heidendom grotendeels bestaat uit religieuze rituelen/gebruiken om dat ongeluk en het kwaad te manipuleren. Voorzienigheid is dan ook gebaseerd op Verlichtingsdenken (een modern Westers concept).
[15] Voorzienigheid wordt namelijk vaak opgevat in subjectieve termen van wat gunstig is voor mensen. Ten diepste zit er ook de gedachte achter dat de mens die de veronderstelde Voorzienigheid ondergaat een speciale gunst (van Godswege) ontvangt. Sommige leiden zelfs van Voorzienigheid af dat ze een bepaalde roeping of opdracht van God hebben en daarom Voorzienigheid ondergaan.