Bestaat tijdreizen?

0
133

Reizen door de tijd is het onderwerp van steeds meer verhalen in boeken en films. Er blijkt grote interesse voor. Toch achten veel mensen het onmogelijk. Maar niet in de wetenschap. Staat er iets over in de Bijbel?

Tijdreizen is het veronderstelde vermogen om naar een tijdplaats met diens bijbehorende wereld in het verleden of de toekomst te reizen. Eventueel ook om weer naar het vertrekpunt in het heden terug te keren. Veelal ligt die tijdplaats op grote tijdsafstand van het heden. Het doel kan zijn het heden te wijzigen, het beter te begrijpen, het oplossen van een (theoretisch) dilemma [1] of om de eventuele andere, ‘hogere’ werkelijkheid te ontdekken die naast het heden wordt verondersteld [2]. Feitelijk staat dus het ‘heden’ centraal in tijdreizen, maar dan in de zin van afkeer ervan of minstens onbegrip erover.

Wat is tijd?
Tijd is een meeteenheid [3] van het verloop (duur) van zaken [4] sinds een oorsprong. Tijd heeft alleen relevantie voor fysieke, sterfelijke, intelligente [5] schepselen. Het dient ook ter indeling van zaken in volgordelijkheid [6]. Een tijdstip onderscheidt het heden (tijd in de werkelijkheid) van verleden (verlopen tijd sinds het heden) en toekomst (spendeerbare tijd vanaf het heden). Tijd geeft enige [7] informatie over het waarom van iets op een bepaald moment zoals het is. Zonder tijd missen zaken die gemeenschappelijke referentie [8]. Tijd lijkt dus alles te maken te hebben met begrip, besef en verwachting van zaken.

Woordstudie
In de Bijbel wordt tijd voor het eerst genoemd in Genesis 1:5; “één dag”. In Genesis 1:14 staat het Hebreeuwse woord mo’ed van de stam ja’ad (ontmoeten/aangesteld worden) in verband met de Hebreeuwse woorden jom (dag) en sjanah (jaar). Opvallend is dat sjanah van dezelfde werkwoordstam komt dat ‘herhalen’, ‘opnieuw doen’ (cyclus) of ‘omvormen’ betekent.

Een ander Hebreeuws woord dat in verband met tijdsmeting wordt gebruikt is ’et (moment/ding), dat verband houdt met de stam ’adah (voortgaan), verwant aan ’ad (altoosdurend). Pas in Genesis 18:14 worden de woorden mo’ed en ’et met elkaar in verband gebracht, waardoor ‘heden’ in verhouding wordt gebracht met altoosdurendheid. Dat relativeert tijd (brengt het tot proportie: een gereedschap).

Vanuit het Aramees kwam het woord zeman (seizoen/tijdsperiode) op (Nh 2:6; Pred 3:1).
In het Grieks werd een soortgelijk woord gebruikt: chronos. Dit woord wijst op ook volgordelijkheid van gebeurtenissen (chronologie). Het woord kairos heeft betrekking op een geschikt moment of kans (Jh 7:8) en hora staat voor ‘uur’ [9]. Het Griekse woord aioon betekent voortduring of hele lang tijdsperiode (later als term om een vaste periode, een eeuw, aan te geven).

Tijd en tijden
De meeteenheid ‘tijd’ kent meerdere grootheden. Feit is dat God een tijdsbepaling instelde. Tijd heeft dus van oorsprong een godsdienstig doel: om God ermee te vereren. Hij gaf de dagtelling, weektelling, maan(d)telling en de jaartelling (Gn 1:14). Welke jaartelling de eerste mensen kenden is onbekend. Het lijkt erop dat de mensen hun eigen levensduur telden [10]. Na de watervloed markeerde de eerste dag dat de aarde weer droog was de nieuwe kalender (Gn 8:13). Omdat er seizoenen ontstonden konden jaren beter afgebakend worden tussen zomer & winter en zaaien & oogsten. Waarschijnlijk werd daardoor al vroeg een jaarkalender bestaande uit 2 keer 6 volle manen (voor- en najaar) gebruikt.

Toen er koninkrijken ontstonden werd de duur van een koningschap geteld (“In het eerste jaar van koning …” (1 K 14:25)). Bij de Uittocht uit Egypte stelde God in dat de Uittochtsdag de nieuwe kalender markeerde. Waarschijnlijk duurde een maand toen 30 dagen (Nm 20:29; Dt 34:8). Het jaar werd vooral ingedeeld naar drie feesten (Pasen, Pinksteren en Loofhuttenfeest). Toen Israël in ballingschap ging nam het de Aramese kalender over met diens namen van de maanden [11].

In Bijbelse zin werd de dagtelling ingedeeld in delen. Aanvankelijk in avond (het einde van het daglicht; Hebreeuws ’erev (vermenging (van licht naar duisternis)), ochtend (Hebreeuws boqér (onderscheiden)) en noen (midden van dag). Later werd de dag verdeeld in een aantal ‘uren’ [12]. Weer later [13] werd het uur ingedeeld in minuten en seconden. Tegenwoordig wordt de tijdsmeting steeds verder verkleind in milliseconden en nog kleiner [14].

Stilzetten en terugdraaien van tijd
Oorspronkelijk werd tijdsmeting vooral bepaald door de zon. In de Bijbel worden situaties beschreven waar God de gang van de zon lijkt te hebben vertraagd (Joz 10:13) of zelfs te hebben teruggedraaid (2 K 20:11; Js 38:8). Dat zou dan een aanwijzing zijn dat tijdreizen bestaat. Alleen gaat het hier om menselijke ervaring van de tijd. God doet wonderen, maar in deze Bijbelverslagen vonden die wonderen in het toenmalige ‘heden’ plaats. Er werd geen tijdsafstand van het heden verkregen. Geen tijdreizen dus.

Wetenschap
De zogenoemde Relativiteitstheorie van Einstein gaf tijdreizen wetenschappelijke aannemelijkheid. Volgens die theorie zouden mensen die zich met de lichtsnelheid van een vertrekpunt voortbewegen in vergelijk met mensen in stilstand op datzelfde vertrekpunt in verhouding tijd inhalen. De tijd-ruimte discontinuïteit. Omdat er echter een gedeelde realiteit is (het ene universum) met één tijdmeting treedt inderdaad onderlinge tijdsdiscontinuïteit op [15].

Technische aannames
Het zich verplaatsen naar een tijdplaats anders dan het heden gaat uit van de gedachte dat zo’n tijdsplaats ‘vastligt’ in de tijd [16]. Om er te komen is een enorme snelheid nodig (1ste aanname). Dat vraagt om een enorm krachtige motor om minstens de lichtsnelheid [17] te bereiken, maar ook om een evenzo grote afremming [18] (2de aanname) te geven. Het vraagt echter ook een reisapparaat met enorme computercapaciteit die een tijdreiziger precies op de gewenste tijdplaats brengt (3de aanname). Een oplossing is de aanname (4de aanname) van het bestaan van ‘wormgaten’. Dit zouden tijd-ruimte tunnels zijn die objecten kunnen opzuigen waardoor die lichtsnelheid krijgen. Het is natuurlijk heel handig dat wormgaten een begin en een einde hebben, maar ook tussentijds verlaten kunnen worden naar eigen voorkeur [19] (5de aanname). Maar het eerste wormgat moet nog gevonden worden (6de aanname) om erin te geraken. Dan zou de capsule van de tijdreiziger helemaal geen motor nodig hebben (7de aanname). Probleem is dan wel de eventuele terugkeer van de tijdreiziger naar diens exacte vertrekpunt. Het tijdreisapparaat moet daartoe ook de rekencapaciteit hebben. Om die rekencapaciteit te verminderen wordt ook gedacht aan hulp die de tijdreiziger krijgt van de ‘achterblijvers’ op zijn oorspronkelijke vertrekpunt, namelijk een computer die het tijdreizen begeleidt. Alleen moet de tijdreiziger dan wel in staat zijn om contact te onderhouden met die ‘externe’ hulp tijdens diens tijdreizen (9de aanname).

Richtpunt
Tijdreizen richt zich echter niet alleen op tijdplaatsen in diens wereld/universum, maar vooral op de activiteiten of de staat erin. Aangenomen wordt dat een activiteit of staat van iets buiten het heden bezocht en/of veranderd zou kunnen worden [20]. Tijdreizen lijkt zo ook bedoelt om het concept lotsbestemming uit te dagen [21]. Echter, tijd is slechts een attribuut van een activiteit of staat. Eenzelfde activiteit of staat kan ook op een andere tijdplaats voorkomen, maar heeft echter alleen relevantie/actualiteit voor het heden.

Geloven en tijdreizen
Het geloof is verbonden aan geschiedenis en gericht op de toekomst. Maar bovenal gaat het om gedenken, het in het heden beseffen van Gods handelen. In gedachte gaan gelovigen terug naar wat God voor hen gedaan heeft of richten zich op wat Hij belooft te zullen doen in de toekomst. Dat zijn op zich basisingrediënten van tijdsreizen. Belangrijk verschil: gelovigen gedenken in het heden. Godsdienstig gedenken is dus een beleven (gedeeltelijk herbeleven).

Toch wordt in de christenheid verder gegaan:

• Gerichtheid op de hemel
Veel gelovigen richten zich op de hemel. Daar zou het echte leven zijn en hun eindbestemming. Het leven in het heden wordt dan van weinig betekenis/waarde geacht maar het toekomstige leven bewerken. Dat is een eigenschap van tijdreizen: het heden verruilen voor een andere wereld.
• Transsubstantiatie
De Romeinse christenheid veronderstelt dat gelovigen tijdens elk Avondmaal van hun samenkomsten echt deelhebben aan het eenmalige, eerste eeuwse offer van de Here Jezus. Ook een eigenschap van tijdreizen: bezoeken van een gebeurtenis uit het verleden.
• Calvinisme
Calvijn stelde dat alles wat gebeurd van tevoren vast ligt (lotsbestemming/voorbestemde uitverkiezing). Het heden zou dan door het verleden en de toekomst worden bepaald. Eveneens een eigenschap van tijdreizen: het heden ondergeschikt veronderstellen aan verleden en toekomst.
• Adventisme
Er zijn gelovigen die vinden dat wat de toekomst zal brengen (advent) belangrijker is dan heden of verleden. Alles wat in het heden gebeurt wordt in direct verband gebracht met de toekomst. Ook een eigenschap van tijdreizen: toekomst bepaald door wat ervoor kwam.

Evaluatie
De Bijbel stelt het heden centraal en stelt dat God tijd heeft ingesteld en ermee rekent (Mt 2:7; Hb 5:12) [22]. Zo handelt Hij precies op tijd voor de mens en verwacht dat ook van gelovigen (Mt 24:45). In Bijbelse zin moet tijd(sbesteding) nuttig zijn voor God. Elke gelovige wordt verantwoordelijk gesteld voor denken en doen (of nalaten ervan) in het heden. Wat gebeurt is kan niet meer worden weggenomen, maar wel worden gecorrigeerd. Ook kan ervan worden geleerd. Op die manier wordt de toekomst (hoe het heden zich verder ontwikkeld) ten goede gekeerd. Maar in de Bijbel wordt tijd niet als concurrent van het heden of er dominant aan opgevoerd.

Tijd kan discontinu [23] zijn en is relatief [24], maar er bestaan geen werelden verbonden aan tijd buiten het heden. Het heden bevindt zich in één gemeenschappelijke Schepping [25]. Toen er nog geen tijd in de Schepping bestond of relevant was en ook voorafgaande aan de Schepping was er de ene realiteit van God.

Tijdreizen veronderstelt een vast verband tussen tijd, gebeurtenissen en hun wereld/universum buiten de wereld van het heden, maar dat is een illusie, een fantasie. Tijd en gebeurtenissen hebben alleen in het heden relevantie. Mensen worden verward door wetenschappelijke berekeningen, zoals met tijd, in (wiskundige) formules wanneer het kader van de Scheppingsorde wordt vergeten of losgelaten [26]. Daardoor slaan theorieën op hol. Bijbels geloof kan dit temmen.

+++
[1] Zoals de enorme omvang van het universum.
[2] Parallelle werelden/universums.
[3] Uitgedrukt in eenheden, zoals in de wiskunde.
[4] Zoals het verouderen van het fysieke leven en het verloop van de hemellichamen (aarde, maan en zon).
[5] Andere schepselen leven er basaal mee.
[6] De basis voor planning.
[7] Het belang van tijd wordt overschat en zelfs onterecht als 4de dimensie voorgesteld.
[8] Tijd is zelfs een referentie voor eeuwigheid. Zonder tijd is eeuwigheid irrelevant.
[9] De indeling van de tijd in delen van daglicht tussen zonsopgang en zonsondergang.
[10] Verjaardagen.
[11] Waarschijnlijk was toen al bekend dat de maan achterliep en werd de kalender geregeld daarop aangepast. De maand duurde afwisselend 29 of 30 dagen en er werden soms grotere tijdsaanpassingen toegevoegd (schrikkeltijd).
[12] Beginnende met het ‘eerste uur’ om 6 uur ’s morgen naar de huidige tijdsrekening tot aan het ‘twaalfde uur’ om 6 uur ‘s avonds. Daarna volgde een aantal nachtwakes.
[13] Niet lang na Noach werd in Mesopotamië (huidige Syrië/Irak/Iran) de opdeling van uren in 60 minuten en minuten in 60 seconden ingedeeld (hexadecimale systeem).
[14] Tijd wordt een steeds dominantere grootheid. Het krijgt kenmerken van afgoderij.
[15] Het licht van sterren waargenomen op aarde is dus licht uit het verleden.
[16] Tijdreizen gaat uit van lineaire tijd: verleden, heden en toekomst staan in elkaars verlengde.
[17] Ruim 1 miljard kilometer per uur.
[18] Dit vergt enorme energie en beheersing ervan.
[19] Vragen die niet gesteld of beantwoord worden zijn natuurlijk: is het bestaan van wormgaten ook al bewezen, hoe zijn ze te vinden en hoe te beïnvloeden?
[20] Dit gaat uit van de absolute vrije wil, maar veranderen van iets buiten het heden laat de Scheppingsorde niet toe. Ook geen absoluut vrije wil.
[21] Tijdreizen gaat er echter van uit dat activiteit/staat vastliggen op tijdplaatsen en dat bevestigt juist de lotsbestemmingstheorie. Een ernstige inconsequentie in de tijdreistheorie.
[22] Zijn heilsplan maakt er gebruik van.
[23] Vergelijk: iemand slaat met een hamer op een paal en hoort meteen de klap. Wie kilometers verder staat ziet die persoon de hamer slaan, maar hoort de klap pas later. Het geluid was discontinu, maar het slaan van de paal in het heden niet.
[24] Zo kent de aarde tijdzones en wordt zomer- en wintertijd afgewisseld binnen een tijdzone.
[25] De hemel rekent met de tijd op aarde.
[26] Daarmee ook God Die de Scheppingsorde heeft ingesteld.