Geloofsvragen – Is (top)sport naar Gods wil?

0
29
Sport krijgt een heel belangrijke plaats. Zo zelfs dat het een vast onderdeel uitmaakt van het dagelijkse nieuws. Het kan soms zelfs een hele natie ‘platleggen’ en het in enthousiaste gekte doen losbarsten of het een grote terneergeslagenheid geven. Maar heeft sport ook in de Bijbel die belangrijke plaats of is het strijdig ermee? Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

(Top)sport is een vorm [1] van lichaamsbeweging waarvoor iemand kiest. Hoewel het algemene en elementaire doel ‘gezondheidbevordering’ is, bepaald de vorm (een bepaalde tak van sport [2]) en de classificatie ervan onvermijdelijk een prestatiecomponent. Sport volgt meestal een uitgekiend, gemeten programma. Het wordt daardoor een ‘denkproces’. Sport in groepsverband geeft het meestal tevens een competitief element. Sport kan recreatief maar ook professioneel (beroepsmatig (vaak met een salaris en forse vergoedingen)) worden gedaan. Sport is ook tijdverdrijf of soms zelfs een manier om rijkdom te spenderen.

Heidendom

De meeste mensen vinden dat zo veel mogelijk uit het leven gehaald moet worden. Sommigen denken dat dit elk mens gegeven is. Daarom heeft ‘gezondheid’ [3] voor hen een hoge of misschien de hoogste prioriteit. Maar ook andere zaken. Toegepast op (top)sport staat bijvoorbeeld al gauw de prestatie centraal en als die behaald kan het ontvangen van roem, eer en glorie een nieuw doel worden. Sommige willen dan steeds uitblinken en zich onderscheiden en wedijveren met anderen. Het ultieme doel kan worden van dit alles (steeds) ‘beter’ te worden. Zelfverrijking op verschillende manier zoals macht, eer en bevrediging kunnen naast geld een rol gaan spelen. Dan is er ook nog de verheerlijking van de mens in de zin van lichamelijke esthetiek en diens mentale kracht. Dat is precies waar het in het heidendom om gaat; menselijke ijdelheid. Sport wordt dan een manier van navolgen van dat ‘geloofssysteem’. Dat ‘geloof’ is ook gericht op de ondergang en vernedering van de ander. Opklimmen over de rug van de ander. Niet zozeer haatdragend, maar als het niet op ‘goede wijze kan, dan maar op kwade wijze’. Er zit dus een sterk element van agressie in. Vandaar dat sport ook verbonden is met ‘de sterke arm’ van de overheid, zoals politie en het leger.
Gelovigen zouden natuurlijk niets met heidendom te maken willen hebben, maar toch doen velen van hen ook aan (top)sport. Hoe kan dat dan?

De Bijbel en sport

In de Bijbel komt het concept ‘sport’ niet voor. Slechts één keer wordt het zijdelings als ‘oefening van het lichaam’ genoemd (1 Tim 4:8). Paulus keurt het af als van weinig nut. Dat is zeker ook als sneer naar de Grieks/Romeinse cultuur op te vatten, want Paulus was geboren in de Griekse stad Tarsus. Hij wist dat in die cultuur sport een ereplaats had en dat ook voor sommigen gelovigen in zijn tijd had. Maar ook tegenwoordig nog, want ook in de Westerse cultuur heeft sport die ereplaats behouden.

In de wereld van het Oude Testament is er helemaal geen plaats voor sport. Vanaf het begin streefden gelovigen nooit naar de dingen die in het heidendom centraal kwamen te staan, zoals het maken van een naam in de wereld, het opbouwen van een natie en een hoofdrol innemen onder andere natiën. Zelfs niet toen God ervoor koos om de gelovigen af te scheiden van de natiën, tot een natie te maken (Israël) en hun een eigen Land gaf. Vandaar dat sport niet voorkomt in de geschiedenis van Israël. Pas toen het helleniseren (de vergrieksing) van de Joodse cultuur begon [4] veranderde dat. Maar omdat gelovigen minder welvarende mensen waren [5] deden ze amper aan een sport. Sport vereist namelijk welvaart; tijd en geld om aan sport te doen [6]. Gelovigen spenderen hun tijd en geld echter liever vooreerst aan hun godsdienst. Hoe kan het dan dat er tegenwoordig toch veel gelovigen aan sport doen?

Geloven en sport

Veel gelovigen doen aan een vorm van sport. Soms zelfs onbewust. Bijvoorbeeld een wandeling, paardrijden of een fietsritje. Het is ‘gezond’ tijdverdrijf en recreatie (herschepping). Het zou niet alleen ‘gezond’ zijn voor het lichaam, maar ook voor de hele mens. Maar er zijn ook gelovigen die kiezen om actief aan (top)sport te doen. Zelfs vaak ook ingegeven vanuit behoefte aan erkenning, hun plaats innemen in de samenleving. Sommige verdienen er hun inkomen mee. Maar is dat wel gepast?

Het is goed en gepast als gelovigen zich afvragen waarom ze iets doen en of dat God behaagt. Op de eerste plaats moet vastgesteld worden dat gelovigen in het westen in een ongezonde wereld leven. Daarmee is niet zozeer een ongezond milieu bedoeld, zoals vuile lucht [7] of herrie [8], maar bedoeld is onze corrupte [9] welvaart. Dit geeft ruimte om zich over te geven aan luiheid, maar ook aan gevaarlijke begeerten. Ook al zou iemand dat niet doen, dan nog zit onze voeding vol ongezonde toevoegingen [10] en hulpstoffen [11]. Daarnaast hebben we meer tijd dan vroeger. We hebben allerlei apparaten, waardoor we zwaar werk [12] kunnen mijden. Dan is er nog het gemak van allerlei automatisch transport, zoals de auto. Kortom, westerlingen bewegen veel minder, doen veel minder krachtsinspanningen dan voorgaande generaties en andere mensen. Er is dus reden om daarbij stil te staan, een plan te bedenken dat te compenseren en dat dagelijks toe te passen. De overheid adviseert om dagelijks minstens een half uur buiten een ‘stevige’ wandeling te volbrengen. Beter is het minstens een uur per dag te lopen/wandelen. Dit is feitelijk al aan sport doen, wellicht zonder het te beseffen. Alleen staat hier het principe ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ centraal en niet prestatiedrang of zelfverrijking.

Als echter aan sport wordt gedaan uit angst om ziek te worden, dan kan dat wijzen op gebrek aan vertrouwen in God, wat een basis vormt voor zondigen. Een gelovige is immers eigendom van God. Angst hebben is voor geen enkel levend wezen goed. Maar als angst de reden is waarom aan sport wordt gedaan, dan is dat bij voorbaat al verkeerd. Ziekte en ‘gezondheid’ zijn in de Hand van God, dus het ligt voor de hand dat gelovigen dit eerst bij God neerleggen. Het met Hem bespreken. Voor ziekte zouden gelovigen geen angst moeten hebben, want zelfs als die komt dan is God erbij. Dat is op zichzelf al een steun, maar er blijft ook hoop op genezing.

Wordt aan sport gedaan vanuit een stoornis, bijvoorbeeld de onbedwingbare drang om beter te zijn dan de ander, dan is het raadzaam om hulp te zoeken. Sport kan dan namelijk zelfs zondig of levensgevaarlijk zijn.

Wordt aan sport gedaan vanuit een heidense drijfveer, zoals een naam maken, een carrière ermee maken en om rijk te worden, dan is de vraag wat belangrijker is. God of het ego. Ze verdragen Zich namelijk niet en de laatste zal altijd winnen [13]. Sport kan dan een afgod worden en dat alleen al is een zonde. Blijft zo iemand toch beweren een ‘gelovige’ in God te zijn dan is dat spotten met Hem en Zijn godsdienst. Uiteindelijk zal Hij die persoon bezoeken of laten bezoeken. Dat is altijd een pad van ondergang, want niemand is sterker dan God.

Tegen niet doelbewust aan sport doen, door bijvoorbeeld de trap te nemen in plaats van de lift of te gaan lopen of fietsen in plaats van de auto te nemen, kan niets ingebracht worden. Eigenlijk is dat geen noemenswaardige sport.

Menselijke corruptie en sport

Als sport dan niet verboden is in de Bijbel, maar alleen in bepaalde gevallen, zoals hiervoor genoemd, zonde is, waarom dan de vraag of (top)sport naar Gods wil is. Omdat (top)sport een prijskaartje heeft die niet iedereen uiteindelijk nog kan betalen. Dat is niet zozeer bedoeld als waarschuwing tegen verarming, maar tegen het levensgevaar dat ervan uitgaat.

Op de eerste plaats is er de vraag waarom een gelovige aan sport zou willen doen. Als het om meer gaat dan de nodige dagelijkse vereiste inspanning om zichzelf ‘in goede conditie’ te houden, dan wijst dat woord ‘meer’ al op interesse naar een vorm van zelfverrijking wat vaak zondig is. Dat sport alles te maken heeft met zelfverrijking begint al met het verlangen tot verbeteren. Dus verder gaan in de zin van conditie dan wat voldoende is. Waarom zou een gelovige dat willen? Vraagt God dat? Voegt het toe aan het Hem eren en dienen waartoe de gelovige geroepen is? Het kan ook zelfverrijking in de zin van aan zichzelf bewijzen zijn. Bijvoorbeeld een ‘berg’ beklimmen die op eerste gezicht onmogelijk lijkt te beklimmen. Grenzen verleggen. Soms is grenzen verleggen zeker nodig. Bijvoorbeeld in het herstelproces na een val. Maar als het meer is dan terugkeren naar de oude situatie, dan is het niets anders dan meer worden dan eerder. Dat is elementaire zelfverrijking. Er zijn echter nogal wat voorbeelden dat God opdracht gaf om grenzen te verleggen [14]. Toch is dat dan wel in opdracht van God, onder Gods zegen en waarbij Hij garant staat voor het bereiken van het eindresultaat. Als het echter een vorm van grenzen verleggen is vanuit het eigen ego, dan is het twijfelachtig en meestal zondig.

Op de tweede plaats is er de vraag hoe belangrijk (top)sport in het leven van een gelovige is. Als die de godsdienst en diens roeping belemmerd of zelfs tijdelijk erdoor moet verzaken [15], dan kan de vraag worden gesteld of er geen gevaar van verslaving, van afgoderij in het spel is.

Op de derde plaats moet gerealiseerd wordt dat sport zo verweven is met heidendom [16], dat ook gelovigen terecht kunnen komen in dat semireligieuze spanningsveld. Te denken valt aan de verleiding van het gebruik van prestatieverbeterende middelen (doping [17]) wat heel structureel is in (top)sport. Ernstiger is het misbruik [18] waar gelovige sporters in teamverband slachtoffer van kunnen worden. Ook is de sterke verwevenheid met groepscompetitie dat begint op lokaal niveau maar ook in verband staat met nationalisme. Uiteindelijk is er nog de politiek van de sport en dat sport niet altijd vrij is van landspolitiek.

Evaluatie

Sport is geen voor de handliggende bezigheid van gelovigen. Te meer, omdat de tijd kort is. Het is dringender dat gelovigen zich toeleggen op het leren [19] kennen van God en de plaats [20] die Hij voor de gelovige heeft bereid. Hoe de gelovige voor hem vrucht kan dragen. Sommigen stellen dat dit vrucht dragen ook juist in de (top)sport kan zijn, maar gezien de corruptie van (top)sport geeft het onvermijdelijk veel ellende die bespaard kan blijven.

=========
[1] Gebonden aan doelen, uitgangspunten, regels en gebruiken.
[2] Dat is meestal aan allerlei zaken gebonden, zoals speciale kleding, faciliteiten en (wettelijke) regels.
[3] Een concept dat in de Bijbel niet voorkomt.
[4] Vanaf de inval van Alexander de Grote in het Land Israël (332 CE) werd sport steeds sterker van overheidswege afgedwongen.
[5] Ware gelovigen hebben al gauw te kampen met discriminatie, vervolging en achterstelling. Dat is niet de basis voor welvaart in wereldse zin.
[6] Sport was dus van oorsprong alleen een bezigheid van de elite en de rijken.
[7] Hoewel die buiten het westen vaak gezonder is.
[8] Hoewel buiten het westen meestal minder mensen wonen en het dus rustiger en stiller is.
[9] Corrupt in de zin dat het door mensen gemaakte welvaart is. Niet die van God dus. Die menselijke welvaart bindt aan allerlei zaken die onnuttig zijn en maakt mensen eraan verslaafd.
[10] (Ongezonde) vetten, suikers en zouten.
[11] Ongezonde kleurstoffen, geurstoffen, vulstoffen, antibederfstoffen, etc.
[12] Misschien is het wassen van kleren een van de zwaardere klussen uit de oudheid.
[13] God zal dat juist ook toestaan.
[14] Bijvoorbeeld Gods opdracht aan Noach om een vaartuig te maken die waarschijnlijk nog nooit eerder was gebouwd en waarschijnlijk op een plek waar het ogenschijnlijk nooit ter water gelaten kon worden.
[15] Door bijvoorbeeld een sportprestatie te doen op de godsdienstige rust- of feestdagen.
[16] Zo heeft (top)sport tegenwoordig karakteristieken van een industrie.
[17] Soms ook verbonden aan harddrug gebruik.
[18] Niet alleen machtsmisbruik (dwang) van de coach, het team of de sponsor, maar ook seksueel misbruik.
[19] Niet alleen Bijbelstudie, maar ook het toepassen van Gods principes (discipelschap).
[20] De roeping en/of bediening.