Geloofsvragen – Wat is de dood?

0
42
De dood is een onderwerp wat steeds meer gemeden wordt. Toch wordt iedereen er regelmatig mee geconfronteerd. Uiteindelijk ook met de eigen dood. In de Bijbel wordt de dood niet gemeden. Het moet dus betekenis hebben voor het geloof. Maar wat is dat volgens de Bijbel?

Door Marco van Putten

De dood is een staat [1] waarin het geschapene zich kan bevinden. Er zijn twee soorten: geestelijk (niet-fysiek) en fysiek. Het is de volledige passiviteit [2] van iets. Het wordt vaak gezien als het tegenovergestelde van levend-zijn: levensloosheid. Maar dat veronderstelt dat er leven aan vooraf ging. Dat vraagt een definitie van leven. In Bijbelse zin is dat: relevant zijn voor God [3].
Er bestaat echter ook een dood-zijn in de Schepping waaraan nooit levend-zijn vooraf ging of ermee in verband stond, zoals licht of materie, zoals een steen en zelfs de hele aarde. Maar ook de kleinste deeltjes van levende schepselen, de atomen, zijn dood. Leven, levend-zijn lijkt dus eerder een uitzondering dan een regel in de Schepping. Zeker, omdat de Scheppingsorde dicteert dat al het levende dood zal gaan. De dood lijkt te heersen in de Schepping en over het leven.

Woordstudie
Het woord ‘doodgaan’ (Hebreeuws: mot, van de stam ‘moet’ (sterven/doden) [4]) komt voor het eerst in het boek Genesis voor in hoofdstuk 2:17 als het gaat over de gevolgen van het eten van de boom, waarvan God verboden had dat te doen. Doodgaan staat in dat geval dus in verband met het overtreden van Gods bevel (verbod). De dood lijkt dan van Godswege te komen, als een straf op de overtreding [5]. Interessant is dat de slang in die boom gelijk heeft als die beweerd dat de fysieke dood niet (meteen) zou komen. Voor Adam kwam die namelijk bijna een millennium later (Gn 5:5) [6]. Mensen zien [7] pas voor het eerst wat doodgaan/sterven is bij de moord van Kaïn op zijn broer Abel (Gn 4:8). Daar wordt het Hebreeuwse woord ‘harag’ (doodslaan) gebruikt. Een ander Hebreeuws woord dat daarmee verband heeft is ‘ratsach’ (een (onopzettelijke) doodslaander). In het boek Job heeft de dood/het sterven ook een prominente plaats [8]. De woorden peger (stam pagar – uitgeput/moe zijn) en nevelah (navel – verwelken/vergaan) worden in verband gebracht met een dood lichaam (lijk). Verder is relevant het woord ‘enosj’ (sterfelijk mens) van de stam ‘anasj (zwak/ongeneeslijk zijn), dat voor het eerst wordt genoemd in Genesis 6:4.

Het Griekse zelfstandigenaamwoord ‘thanatos’ (dood/ellendige toestand hebben) komt 106 keer voor in het Nieuwe Testament (NT). Daarvan is afgeleid het werkwoord ‘(apo)thenesko’ (sterven/dood zijn) dat 112 keer voor komt [9]. Het van ‘teleo’ (het doel(einde) bereiken) afgeleide woord ‘teleute’ wordt ook wel gebruikt in de betekenis van het einde van het leven bereiken/doodgaan. Conclusie: het concept ‘leven’ komt veel vaker voor in het NT dan het OT [10].

De dood in de Bijbel
Leven in de Schepping is volgens de Bijbel bijzonder, uniek en door God gegeven. In Genesis 1 staat dat God eerst leven gaf aan planten en bomen. Daarna aan dieren. Uiteindelijk aan de Adam en vanuit hem aan Eva. Alle fysieke schepselen zijn sterfelijk, maar alleen de mens bleef in leven door te kunnen eten van de Boom des Levens. Alle andere schepselen gingen dood. De dood is immers een door God geschapen eigenschap van de Schepping [11]. Maar toen de mens weerspannig werd tegen God (geestelijk dood ging) sprak Hij een vloek uit over de betrokkenen en sloot Hij de toegang tot de Boom des Levens af, waardoor de mens ook fysiek zou dood gaan. God gebruikte de dood als belangrijk strafmiddel op zonde (Rm 6:23) [12]. In de macht van satan gekomen kon de mens niets anders dan steeds weer zondigen [13], maar God riep hen op daartegen te strijden (Gn 4:7). De mens kreeg te maken met sterfelijkheid, ziekte en diens dood. Vandaar dat in de Bijbel de dood in verband wordt gebracht met het graf (Ps 6:5), maar er is geen apart gebruik van afleggen van de dode bevolen. Het valt buiten het verbondsleven [14].

Bijbelse geschiedenis van de menselijke dood
Adam was geschapen om God te eren en te dienen (Gn 2:15). Als de mens dat niet meer kan, dan is die in geestelijke zin dood (voor God). Sinds dat Adam en Eva weerspannig werden tegen God kwamen zij onder de macht van satan (de zondemacht). Maar omdat Adam door God tot hoofd van de fysieke Schepping was aangesteld kwam de hele Schepping onder satans macht. Vanaf toen wordt elk kind geboren onder die macht. Het zondigen van de mens werd van kwaad tot erger, waardoor God uiteindelijk ook diens Geest van de mens wegnamen (Gn 6:3). In die zin is de mens van geboorte geestelijk dood. Dat lijkt een heel vreemde gedachte, want de geboorte wordt juist jaarlijks gevierd als een moment waarop het leven begon. Maar in Bijbelse zin is leven niet relevant zolang het niet aan God gewijd is [15]. Maar zelfs na diens wijding aan God en bevestiging ervan door de bekering voldoet het leven niet aan Gods verwachting van het aan Hem gewijde leven. Vooral niet sinds de verlossing van de zondemacht door de Here Jezus is volbracht. Daartoe dient ook wedergeboorte door Gods Geest plaats te vinden [16]. Pas dan gaat een mens geestelijk leven in een sterfelijk lichaam. Maar omdat Gods bestel nog niet is hersteld in de Schepping zal ook de wedergeborene fysiek doodgaan. Op zichzelf is het ook goed, want anders zouden gelovigen een ongepast streepje voor hebben op de niet-gelovigen.

Eeuwig bestaan
In tegenstelling tot materialistische filosofieën [17] wordt er in de Bijbel onderscheidt gemaakt tussen de mens en de overige levende schepselen. Planten en dieren sterven en daarmee komt definitief einde aan hun bestaan. Als een mens echter sterft dan blijft die eeuwig bestaan [18]. Hoewel er in de Bijbel staat dat het lichaam van de gestorvene zal verrotten en vergaan tot stof (Gn 3:19; Job 10:9; Hebreeuws: ’afar), staat er ook dat de mens de geest geeft (Nm 17:13; Job 13:19; Hebreeuws: gawa’) [19]. Dat is een verschil tussen de mens en de andere fysieke schepselen. Maar bovenal is de mens als enige schepsel naar Gods Afschaduwing en Karakter geschapen (Gn 1:26). Omdat God Eeuwig bestaat heeft de mens die eigenschap ook. In die zin is de dood voor de mens iets anders dan voor andere schepselen. De mens kan geestelijk dood-zijn en fysiek dood-zijn, maar toch zal de mens eeuwig bestaan [20]. Dat is niet alleen bedoeld voor het eindoordeel van God over elk mens (Hebr 9:27) [21], maar zelfs dat eindoordeel kan het eeuwige bestaan van de mens niet beëindigden [22].

Hoe doodgaan?
Wederomgeboren gelovigen staan onder het gezag van God. Ze zijn Gods Eigendom en aan Hem gewijd. Daarom hebben zij ook weinig te vrezen van de dood (Rm 8:38-39), verlost als ze zijn van de geestelijke dood (1 Kor 15:26). Maar dat betekent niet dat een gelovige zelf voor de dood (geestelijk (geloofsafval) of fysiek (zelfmoord)) mag kiezen, want dan zou die zich opnieuw onder de macht van satan stellen [23]. Zulke gelovigen moeten immers ook daarin in hun sterven Gods wil doen.

Het dodenrijk [24] / de opwekking
De dode mens wordt door engelen begeleidt naar diens verblijfplaats in het dodenrijk [25]. Dat is een gedeelte van de Schepping die voor fysiek levende schepselen ontoegankelijk is (Jh 8:21-22). Juist ook, omdat er ook goddeloze schepselen, zoals de satan en zijn demonen, zullen verblijven (Opb 20:3) [26]. Daarom mogen gelovigen geen doden proberen op te roepen uit de dood of tot de doden te spreken (Dt 18:11). Gedenken van doden is wat anders dan vereren [27]. God zal alle doden die in het dodenrijk zijn op een zeker moment opwekken (terugbrengen naar de fysieke Schepping) om geoordeeld te worden (Rm 14:10; 2 Kor 5:10).

Einde van de dood
Pas als alles naar Gods recht diens beloop heeft gehad [28] zal God de dood opheffen, waarna ook het dodenrijk kan worden opgeheven (Opb 20:14). Dit zal gebeuren voorafgaande aan de komst van de nieuwe Schepping. Blijkbaar zal daar geen dood meer bestaan, maar toch nog sterfelijkheid, want dan zal het Geboomte des Levens de logische devolutie van mensen genezen en herstellen (Opb 22:2, 14). Sterfelijkheid blijft immers een eigenschap van fysiek leven [29]. Dat wijst erop dat er ook op de nieuwe aarde planten, bomen en dieren zullen zijn, maar die zullen ook niet dood gaan [30].

[1] Veel mensen stellen zich de dood voor als een persoon, een geest(elijke macht) of een afgod. Het wordt zelfs in verband gebracht met satan. Toch is het een eigenschap van de Schepping.
[2] Het wordt vergeleken met slapen, maar in tegenstelling tot dood-zijn staat het denken en doen tijdens het slapen niet stil. Dus dit vergelijk gaat niet helemaal op.
[3] De levenswil en levenskracht inzetten voor Gods wil. Een ander woord voor ‘de dode’ is: irrelevant-zijn (in neutrale zin) voor God (Ps 6:6; 88:11; 115:17).
[4] De stam ‘moet’ komt bijna 700 keer voor in het Oude Testament (OT) en de stam ‘chajah’ (leven) maar 235 keer.
[5] Dit beweert het ‘erfzonde’ dogma, maar dat is een vergissing. De dood bestond al vanaf de Schepping. Planten en dieren waren immers in paartjes geschapen om zich voort te planten zodat die na hun dood zouden voortbestaan (Gn 1:12; 1:22; 2:20).
[6] Leeftijd is feitelijk tellen van levensduur (sterfelijk leven).
[7] Het kan zijn dan ze de sterfelijkheid wel hebben gevoeld in hun lichaam (Gn 3:20).
[8] Het Hebreeuwse woord ‘mot’ (dood/stervend) komt 6 keer in het boek Job voor en de Hebreeuwse stam ‘moet’ 16 keer.
[9] Ter vergelijk, het woord dzoe (leven) komt 126 keer voor in het NT en het daarvan afgeleidde werkwoord dzao (leven/levenskrachtig) zijn komt 127 keer voor.
[10] Dat verklaart deels waarom de dood minder uitgewerkt is in de christenheid dan in het Jodendom.
[11] Vandaar dat Paulus er ook positief over kan zijn (Filip 1:21), omdat hij geestelijk levend was geworden (de geestelijke dood heerste niet langer over hem).
[12] Zodat zonde niet loont, maar beëindigd wordt.
[13] Mensen maakte echter de interpretatieve vergissing dat zonde een (genetische) erfenis van Adam zou zijn. Het gaat niet om een fysiek gegeven, maar om een geestelijke macht (In Bijbelse zin de zondemacht).
[14] Toch zijn er allerlei gebruiken over het begraven van de doden, zoals ook toegepast op de Here Jezus (19:40). Heidense rouwgebruiken worden expliciet verboden (Dt 14:1).
[15] De besnijdenis is de door God ingesteld basiswijding. De vraag is echter of een mens alleen relevant (voor God) is in fysieke zin. Evolutietheorieën stellen dat, maar niet de Bijbel.
[16] De Heilige Geest komt in de gelovige als onderdeel van diens mens-zijn.
[17] Zoals darwinisme en socialisme.
[18] Die zekerheid is ook een troost voor de familie van de dode.
[19] Komt 23 keer voor in het OT.
[20] Dood-zijn (geestelijk en/of fysiek) is een staat in het eeuwige bestaan van een mens. Leven is een andere staat ervan. Het bestaan van een mens wordt vaak ‘ziel’ (Hebreeuws: néfésj) genoemd.
[21] Veel christenen denken dat ze, net als de Here Jezus, na hun opwekking uit de dood niet Gods eindoordeel zullen ondergaan. Echter, mensen zijn ongelijk aan de Here Jezus. Als christenen Gods eindoordeel niet zouden ondergaan dan zou God onrechtvaardig zijn en strijdig met wat Hij daarover gezegd heeft. Eindoordeel wordt in Bijbelse zin neutraal bedoeld, maar alleen het gevolg ervan is positief (leven) of negatief (oordeel) (Jh 5:29).
[22] Alleen is het wel de vraag wat dit bestaan zal zijn (Zie de definitie van leven elders in dit artikel).
[23] Veel christenen denken dat het onmogelijk is om van God af te geraken, maar de Bijbel noemt het echter en ook de gevolgen ervan (Mt 7:19; 1 Tim 5:15; Hebr 6:4-8; 10:28; Opb 20:15).
[24] Dodenrijk is een wat vreemde vertaling van het Hebreeuwse woord Sje‘oel (of het Griekse Abussos). Alsof het een georganiseerde wereld zou zijn, zoals een wereldrijk. Een betere vertaling is: domein van de voor God irrelevanten.
[25] Niet in de hemel, zoals veel gelovigen denken. De mens heeft zijn doel, nut en roeping in de fysieke Schepping.
[26] Vandaar dat het dodenrijk ook wel als ‘de hel’ (verblijfplaats van de duistere machten) wordt opgevat en twee onoverbrugbaar gescheiden compartimenten heeft (Lc 16:22-23, 26).
[27] Vereren van doden (heiligenverering) is expliciet verboden, maar toch volharden veel gelovigen erin met allerlei nare gevolgen van dien. God is de God van de levenden, niet van de doden (Mc 12:27).
[28] Als Gods heilsplan ontrold is tot aan Zijn eindoordeel.
[29] Sterfelijkheid is wat anders dan sterven/doodgaan.
[30] Schijnbaar houden de seizoenen, veroorzakers van ziekte, sterfte en de dood, op en zal de voortplanting van planten en dieren onder controle gehouden worden door mensen.