Heeft de Here Jezus de kerk gesticht?

0
53
Voor de meeste mensen is de Here Jezus de stichter van de christelijke kerk. Die kerk zou daarom centraal moeten staan. Toch zijn er ook steeds christenen die deze veronderstelde stichting afwijzen. Sommigen stellen daarom dat de kerk onbelangrijk of een bijzaak is. Wat is de kerk eigenlijk en waartoe dient het? Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

Het woord ‘kerk’ zou afgeleid zijn van het Griekse woord kuriake – van de Kurios (1 Kor 15:23). De Here Jezus wordt in het Nieuwe Testament (NT) Kurios (Grieks: Heer) genoemd. De kerk zou dan Zijn domein zijn. Eigendomsbereik is ook politiek opgevat; het instituut van de wereldwijde christenheid, de organisatie van de christenheid en de kerkelijke rechtspersoon. In neutrale zin staat het voor de gemeenschap van alle (Joodse en niet-Joodse) christenen die een verscheidenheid [1] vormen. Maar het staat ook voor de plek, het gebouw waarin de christelijke eredienst wordt uitgeoefend.

Woordstudie
Het woord ‘kuriake’ komt in de Bijbel niet voor in de betekenis van ‘kerk’. Die betekenis is gegeven aan het Griekse woord ekklesia. Een woordcombinatie van ex-kaleo – uitnodigen/roepen uit. Alleen is het opmerkelijk dat dit woord maar twee keer voorkomt in de Evangeliën (Mt 16:18; 18:17). Dit woord lijkt een verband te hebben met het Hebreeuwse woord ‘edah waarmee de gemeenschap van gelovigen wordt aangegeven en komt van de stam ‘oed – getuigen/aanzeggen.

Maar en zijn meer Griekse woorden die de betekenis van ‘kerk’ hebben, zoals paneguris – algemene vergadering (van gelovigen) (Hb 12:23). Een woordcombinatie van pan-agora – alles samenbrengen. Dit stemt overeen met het Hebreeuwse woord qehillah – gemeenschap (van gelovigen) dat komt van de stam qahal – vergaderen/verzamelen. Nog beter van toepassing is de woordcombinatie synagoge (Hb 10:25; Jk 2:2), opgebouwd uit de woorden sun – samen en agoon – vergaderen/bijeenkomen. Dit woord is echter ongeschikt geworden doordat Jodendom en christenheid vijandig werden en de synagoge al eeuwen de naam van het Joodse gebedshuis was.

Voorwaarden voor kerkstichting
Om te bepalen of de Here Jezus de kerk heeft gesticht, moet onderzocht worden wat dit verondersteld. Zaken als:
• De breuk met het traditionele Jodendom
De kerk vertegenwoordigt een nieuwe godsdienstige gemeenschap, terwijl de groepering van de Here Jezus tot het traditionele Jodendom behoorde.

• De Tempel op aarde (tijdelijk) geen centraal instituut
Het nieuwe kerkinstituut, met diens eigen leergezag, kon niet in de Tempel in dagen van de Here Jezus gevestigd worden. Voor de godsdienstige Tempelautoriteiten was de leer van de Here Jezus Godslasterlijk (Mr 14:64).

• De instelling van een alternatief centraal bestuursorgaan op aarde [2]
Het kerkelijke bestuursorgaan moeten met een eigen hiërarchie hebben, als alternatief op dat van de Tempelpriesterkaste.

•De aanpassing van de godsdienst
De kerk veronderstelt een aanpassing van de godsdienstige leer – de kerkleer –, waarin het ook zichzelf rechtvaardigt. Immers, in het OT wordt nergens over de komst van een kerk geprofeteerd.

• Het afschrijven van Israël
Het volk van God, dat de kerk wil representeren, zou dan een verklaring moeten geven voor het bestaande Israël. Het afschrijven van dat Israël ligt voor de hand.

Feiten over de Here Jezus
Wat staat er in de Bijbel over de Here Jezus [3]?
• De breuk met het traditionele Jodendom
De Here Jezus had scherpe, fundamentele kritiek op het toenmalige traditionele Jodendom, maar niet op de oorspronkelijke Bijbelse godsdienst van Israël. Hij fundeerde Zijn kritiek juist op het feit dat beiden zo verschillend waren. Hij beoordeelde het traditionele Jodendom als gecorrumpeerd (Mt 15:9; Jh 16:3). Daarmee openbaarde Hij een kernpunt van Zijn bediening (Lc 2:34). Hij voorzag dat het van kwaad tot erger zou komen (Jh 16:2). De Here Jezus brak met het traditionele Jodendom toen Hij het Nieuwe Verbond sloot met Zijn 12 apostelen, die Hij daarin als Israëls representanten benoemde (Mt 19:28; Lk 22:20).

• De Tempel op aarde (tijdelijk) geen centraal instituut
De Here Jezus profeteerde dat de Tempel verwoest zou worden (Lc 21:6), maar ook dat de Tempel herbouwd zou worden (Jh 2:19). Ook heeft Hij steeds de Tempel als centraal instituut bevestigd (Mt 8:4) en was er vaak (Mt 26:55; Jh 8:2). Hij werd na Zijn Hemelvaart door God tot Hogepriester gemaakt van de Tempel in de Hemel (Hb 8:1) tot Zijn terugkeer naar de aarde. De Tempel blijft dus centraal instituut [4].

• De instelling van een centraal bestuursorgaan op aarde
God heeft de Here Jezus tot Hoofd gemaakt van de geloofsgemeenschap (Ef 1:22; Kol 1:18) – de Hogepriester –, maar dat werd Hij pas in de Hemel. Op aarde zou dat ook niet kunnen, want Zijn ambt was er Martelaar-Profeet (Mt 20:18-19; Jh 7:33). Ook heeft Hij geen opvolger aangesteld [5]. De gemeenschap zou immers geregeerd worden vanuit de Hemel door de Heilige Geest en op aarde door gelovigen met bedieningen (Ef 4:11). Oudsten (Grieks presbuteros; Hnd 14:23; Tit 1:5) werden aangesteld, zoals gebruikelijk in de Israëlitische gemeenschap, tot Hij als Messias-Koning zou terugkeren. De geloofsgemeenschap werd lange tijd geleid door steunpilaren (Gal 2:9). Hij heeft Zijn leerlingen expliciet verboden om zichzelf ‘vader’ (Grieks Patri / Latijn Paus) te noemen (Mt 23:9), want God is de Enige Vader van de gelovigen.

• De aanpassing van de godsdienst
De marteling, de dood, de opwekking en de Hemelvaart van de Here Jezus maakte de weg vrij voor de uitstorting van de Heilige Geest waardoor de gelovigen werden wedergeboren. Uit al deze zaken moet geconcludeerd worden dit een vernieuwing, een verbetering en een nieuwe impuls van de oorspronkelijke Bijbelse godsdienst betekende. Een nieuwe godsdienst wordt in het NT niet verkondigd.

• Het afschrijven van Israël
Aanvankelijk benadrukte de Here Jezus Israëls nationaliteit (Mt 10:5). Doordat God Israël tot natie als Zijn Eigendom maakte (Ex 19:5), blijft die nationaliteit in stand en daarmee hun nalatenschap (Rm 9:4-5; Gal 2:15; Ef 2:12). Die is immers eeuwig. Na Zijn opwekking gaf Hij echter formeel opdracht ook niet-Joden Zijn leerlingen te maken (Hnd 22:21). Het volk van God kreeg toen de naam ‘christenen’ (Grieks Christioi / Hebr Masjiechiem; Hnd 11:26)) in plaats van Israëlieten of Joden. Deze nieuwe benaming kwam ook ten goede voor de toetredende gelovigen uit de heidenen. Maar dat betekende niet dat meteen duidelijk was wat de christelijke identiteit inhield [6]. De apostelen handhaafde het liefdegebod onder de gelovigen (Jh 13:34), namen verwarring weg en wilde het zendingswerk niet in gevaar brengen. Maar Israël werd niet afgeschreven (Rm 11:1). Er was immers vooruitzicht op diens herstel (Rm 11:26).

Feiten over de kerk
Wat blijkt uit de kerkgeschiedenis?
• De breuk met het traditionele Jodendom
De kerk zette de breuk met het traditionele Jodendom van de Here Jezus voort, maar brak ook met de oorspronkelijke Bijbelse godsdienst van Israël.

• De Tempel op aarde (tijdelijk) geen centraal instituut
De kerk acht de Tempel en diens eredienst als opgeheven door het veronderstelde volbrachte werk van de Here Jezus. De vernietiging van de Tempel zou het bewijs daarvan zijn. Gods heil [7] zou voortaan alleen verkregen worden door de kerk.

• De instelling van een centraal bestuursorgaan op aarde
De kerk stelde al heel vroeg patriarchaten (kerkelijke vaderen over een regio of land) aan die onderling ‘gelijk’ waren en geregeld contact hadden. Later stelde de kerk dat God na de dood van de 12 apostelen geen nieuwe apostelen of profeten meer had aangesteld. Het bestuursorgaan vertegenwoordigde al die bedieningen in zichzelf [8]. De bisschop van Rome – tegenwoordig bekent als ‘de Paus’ – streefde al snel naar de positie van opperpatriarch van de hele kerk. Net zoals de Romeinse keizer over zijn rijk. Politieke aspiraties werden steeds meer een kenmerk van de kerk.

• De aanpassing van de godsdienst
De aanpassing werd tot breuk met de oorspronkelijke Bijbelse godsdienst dat werd bekrachtigd door een nieuwe godsdienst in te stellen; de ene christelijke geloofsleer [9].

• Het afschrijven van Israël
De Joodse natie zou als Gods volk volgens de kerk voor altijd door God verworpen en vervloekt zijn en vervangen door de kerk [10].

Evaluatie
Als de Here Jezus tijdens Zijn leven op aarde de kerk gesticht zou hebben moet dat in de Bijbel staan. Dat kan echter niet gevonden worden. Wat er wel staat is dat Hij brak met het traditionele Judaïsme, omdat het gebroken had met de Bijbelse godsdienst. De gedachte dat God de kerkstichting na Zijn Hemelvaart zou hebben bevolen is dubieus, want de kerk heeft alles met de Here Jezus en de gelovigen op aarde te maken [11]. De kerkstichting heeft dus geen basis in de Bijbel [12]. Dat wijst er op dat God de kerk niet gewild heeft, want dat het door mensen is gesticht. Het kerkbestuur heeft echter allerlei valse zelfbevestigende claims [13] gedaan en is daardoor eerder instrument om gelovigen af te houden van Gods heil [14]. De kerk is niet Gods volk, want het heeft geen volksverband. De Tempel vertegenwoordigde ook nooit Gods volk Israël, maar de Hogepriester. De Tempel in de hemel nam de plaats in van de verwoeste Tempel op aarde en daar is de Here Jezus als Hogepriester aangesteld om Gods volk te vertegenwoordigen.

Toch is de kerkstichting niet onlogisch [15]. Potentiële voordelen van de kerk zijn, dat het de gemeenschap van leerlingen van de Here Jezus zichtbaar maakt en de zaken ervan zou kunnen behartigen. Belangrijke vragen die Gods volk zou moeten beantwoord zijn: Hoe is de Here Jezus het Hoofd van Zijn Lichaam? Wat hoort Zijn Tempeldienst als Hogepriester ervoor te betekenen? Maar ook, wat de gevolgen van de wederkomst van de Here Jezus naar de aarde ervoor zijn? De antwoorden daarop lijkt de kerk te mijden. Dat maakt de kerk uiteindelijk onhoudbaar [16].

==================================================================

[1] Daartoe geeft de benaming ‘leden’ (of lichaamsdelen) van het geloofslichaam aanleiding. Elk lichaamsdeel heeft diens eigen functie (1 Kor 12:26-27).
[2] Hoewel de christenheid feitelijk de Here Jezus als Hoofd van de kerk ziet en dus worstelt met het ambt van een kerkvorst, ligt het om verschillende redenen voor de hand dat een kerk een centraal bestuursorgaan namens God heeft.
[3] Als de Here Jezus stichter zou zijn geweest van de christelijke kerk dan moet dat gebeurd zijn voor Zijn kruisiging.
[4] In tegenstelling tot het Judaïsme.
[5] Hoewel de Rooms-katholieke kerk zeker weet dat dit Simon Petrus was (Mt 16:18) en dat hij de eerste van de dynastie van bisschoppen van Rome was. Voordat Petrus naar Rome kwam was daar echter al een bisschop. Petrus ging als zendeling naar Rome, werd er gevangengenomen (Jh 21:18) en vond er de marteldood.
[6] Dat blijkt bijvoorbeeld uit de heftige discussie over het houden van de regels van het OT (Gal 2:14).
[7] Zoals Gods vergeving, verzoening, onderricht en rechtspraak.
[8] Zolang dat de kerk bestaat is vooral tegen dit punt voortdurend geprotesteerd, omdat het duidelijk tegen het NT ingaat.
[9] Dit werd door allerlei officiële leerstukken en concilies (vergaderingen namens de wereldwijde kerk) bevestigd.
[10] Ondanks dat de kerk een instituut is en geen natie. De vervanging is dus gebaseerd op zaken die elkaar niet kunnen vervangen.
[11] Het wordt zelfs Zijn Lichaam genoemd (1 Kor 12:27).
[12] Het gaat hier om het theologische argument en niet om een beoordeling hoe de kerk vorm heeft gekregen.
[13] Zoals, dat de kerk de plaats van Israël, Gods volk, moest overnemen om het kanaal van Gods heil te zijn.
[14] Het tegenovergestelde van wat het bedoeld was te zijn.
[15] De kerk ontstond in een cultuur waarin het behoren tot een groep, een collectief norm was. In de Bijbel staat echter dat elke gelovige eigen geloofsverantwoordelijkheid heeft (kinderen Gods).
[16] Vandaar de theorieën over de aan de wederkomst voorafgaande eindbestemming van de kerk in de hemel.