Hoe omgaan met de aan God vijandige wereld?

0
171

Nogal wat gelovigen worstelen met de ‘wereld’, vaak in een haat-liefde verhouding. Er zijn er ook die het niet als een probleem zien. Wat staat erover in de Bijbel?

Dit artikel gaat niet over de ‘wereld’ (de Schepping) in algemene, neutrale zin, maar over dat wat zich in de Schepping tegen God keert. In specifieke, negatieve zin dus. Wat betekent dat voor gelovigen die zich immers heel hun leven in de ‘wereld’ bevinden? Eraan ontsnappen of zich ervan vrijwaren lijkt moeilijk (1 Kor. 15:33) of onmogelijk zelfs. De ‘wereld’ wordt in die negatieve zin expliciet in het Nieuwe Testament (NT) genoemd, zoals in Johannes 17:16. Daardoor lijkt het een typisch christelijk onderwerp. Maar ook in het Oude Testament (OT) wordt het genoemd.

Gods oordeel over de wereld
In het OT staat dat God de ‘wereld’ zal oordelen (Ps. 9:9; 96:13; 98:9; Jes. 13:11). Israëlieten interpreteren dit op de eerste plaats in nationalistische zin: God zal de ‘wereld’ (buiten Israël) straffen voor al het onrecht wat het Israël aandoet. Dat is zeker waar, maar toch is dat een oppervlakkige interpretatie. Want als die bestraffing in de eindtijd tot de verwoesting van de ‘wereld’ leidt dan schiet dat het doel van nationalisme voorbij (Ps. 102:27). Toch heeft Gods straf over de ‘wereld’ in Bijbelse zin, vooral in het OT, meestal betrekking heeft op de eigen tijd. Als genoegdoening voor generaties. Die straffen voltrekken zich ook.

God vijandig
In het NT verscherpt zich de negatieve kijk op de ‘wereld’, dat wordt gezien als representant van het heidendom: het geheel van religies of gezindheden die vijandig zijn tegen God(s wil) en Zijn volk. De ‘wereld’ zal steeds meer één wereldsysteem gaan vormen. Voor een apart volk van God is daarin geen plaats. Maar volgens de Bijbel zal dit wereldsysteem een afnemende stabiliteit vertonen: hardheid van ijzer vermengd met broosheid van leem (Dan. 2:33). Het zal steeds meer het karakter van satan vertegenwoordigen en tegen de Messias gericht zijn. Het zal een eigen messias voortbrengen (1 Joh. 2:22).

Kenmerken van de wereld
In de Bijbel worden allerlei kenmerken genoemd, zoals (Matt. 13:22; 1 Joh. 2:16):
• Afgoderij, zoals sport de menselijke kracht en het winnen verheerlijkt
• Hoererij, zoals het zichzelf bloot geven op sociale media
• Zich zorgen maken om de wereld, zoals door klimaatactivisme
• Gerichtheid op rijkdom van de wereld, zoals op de aandelenmarkt
• Verleiding, zoals koopziekte
• Ongeremdheid, zoals in wetsovertredingen (vandalisme).

Het kan voor een belangrijk deel samengevat worden als egoïsme (alleen willen doen wat iemand zelf behaagt).

Dubbele houding
In de Bijbel wordt echter ook een dubbele houding naar de ‘wereld’ geleerd. Aan de ene kant is de ‘wereld’ het kamp van de vijand (Joh. 15:19), maar aan de andere kant wordt ook aangespoord om niet volledig en consequent tegen de ‘wereld’ in te gaan of zich ervan te willen verwijderen (Joh. 17:15). Velen denken echter van wel. Maar de ‘wereld’ is veel machtiger dan de gelovigen. Toch wordt gelovigen opgedragen om niet bewust toe te geven aan de ‘wereld’ (Jak. 1:27). In de Bijbel staan instructies hoe om te gaan met de wereld. God heeft beloofd hen daarin bij te staan door bemiddeling van de Here Jezus (Matt. 28:20; Kol. 3:17). Belangrijker is dat God gelovigen heeft geroepen in de ‘wereld’ werkzaam te zijn voor Hem (Matt. 5:14; 10:16; Joh. 17:18). Daar ligt volgens de Bijbel hun werkterrein en dat is de plaats van de vervulling van hun roeping (Matt. 13:38). Gelovigen die wereldvreemd zijn missen hun roeping. Volgens de Bijbel zal uiteindelijk de ‘wereld’ de gelovigen toebehoren (Jes. 45:23). Door dat vooruitzicht is vrees voor de ‘wereld’ niet nodig (Joh. 16:33).

De ‘inwendige’ wereld
Vooral in het NT wordt grote nadruk gelegd op de ‘wereldse gezindheid’. Dit interpreteren christenen vooral als iets dat ‘buiten’ hun gemeenschap bestaat. Dat is logisch, want in Gods volk zou alleen de gezindheid van de Here Jezus moeten heersen (1 Kor. 5:13; Fil. 2:5; Kol. 4:5). Maar toch is ook deze interpretatie oppervlakkig, want volgens de Bijbel zit de wereldse gezindheid ook in elk mens (Rom. 3:12). De Here Jezus heeft de voorwaarden bewerkt om daarvan los te komen en Hij bemiddeld sindsdien voortdurend bij God daartoe. Ook de Heilige Geest wil hun heiliging. Maar gelovigen zijn daar ook zelf verantwoordelijk voor. De volledige verlossing van de inwendige wereldgezindheid van het menselijke lichaam moet echter nog komen (Rom. 8:23). Dit gebeurt met de komst van de nieuwe Schepping (Jes. 65:17; Fil. 3:21). Tot dan blijft er dus geloofsstrijd.

Ondergang van de wereld
Satan en zijn demonen maken gebruik van de ‘wereld’ om mensen, maar ook de Schepping, van God af te houden of om gelovigen van God af te doen vallen (2 Tim. 4:10), maar de ‘wereld’ is niet van diens bezetters, maar van God. Hij laat toe dat de Schepping wordt gecorrumpeerd door satans macht erover. Mensen dienen die ‘wereld’ onbewust of bewust. God laat dit voortbestaan en aanwassen tot aan de eindtijd. Daarom is Zijn aanstaande definitieve verwoesting van de ‘wereld’ rechtmatig.