Wat is een apostel?

0
70
Over de bediening van een apostel bestaan allerlei overtuigingen. Zo zou het ingesteld zijn door de Here Jezus. Er zijn er die het gelijkstellen aan de zendeling. Volgens de kerk is het apostelschap na de eerste eeuw opgeheven. Echter, het zendingsbevel is nooit opgeheven. Dat lijkt tegenstrijdig. Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

Het Griekse woord ‘apostel’ suggereert dat het om een uitgezondene [1] met een opdracht gaat (schijnbaar uitwendig gericht). In de christenheid kreeg het echter vooral de betekenis van verkondiging [2] van de enige ware leer van God (inwendig gericht) [3]. In veel kerken werd dat verbonden met de kerkvorst, zoals paus, patriarch of (aarts)bisschop, of een koepelorgaan, zoals een synode. Een kerkvorst of koepelorgaan is echter aan een kerk gebonden die maar zelden uitwendig gericht is. In de Bijbel wordt de apostel beschreven als een ambt (status) met een aparte bediening (werk) van Gods volk.

Woordstudie
Het Griekse ‘apostolos’ is een woordcombinatie van de woorden ‘apo – weg van/vanuit’ en ‘stellomai – wegblijven van/bewaken tegen’ en komt zo’n 80* voor [4] in het Nieuwe Testament (NT) [5]. Het woord ‘apo’ suggereert dat een apostel er is in opdracht van iemand anders. In Bijbelse zin is God [6] Die opdrachtgever.

Meestal wordt dit woord gelijkgesteld aan de hedendaagse ‘zendeling’ (een gelovige die uitgaat om ongelovigen, meestal wonende in landen waar weinig christenen zijn, het christelijke geloof te verkondigen). Problematisch is echter dat het woord kéruks – verkondiger, van het werkwoord kérussoo – verkondigen/bekendmaken, wordt gebruikt als een activiteit dat zich onderscheidt van het apostelambt (1 Tim 2:7; 2 Tim 1:11). Dat betekent dat het apostelschap wat anders moet zijn. Volgens de hiërarchie van bedieningen die in de Bijbel genoemd word (Ef 4:11) staat de apostel ‘bovenaan’. Dan staat het dus voor het hoogste regeer- en leergezag [7].

Wat is een apostel?
Het apostelambt wordt in de meeste boeken van het NT genoemd, maar zo’n ambt komt niet in het Oude Testament (OT) niet voor. Althans zo lijkt het. Er is echter wat voor te zeggen dat het apostelambt in verband staat met de kohen gadol (de Israëlitische hogepriester (Jz 20:6)), want ook hij had het hoogste gezag in godsdienstig leer en recht. Dat lijkt bevestigt, want de Here Jezus heeft ook het ambt van kohen gadol ontvangen voor de Tempeldienst in de hemel en in Hebreeën 3:1 wordt Hij ook apostel [8] genoemd.

Toch kan dit verband niet volledig juist zijn, want de Here Jezus stelde [9] al [10] apostelen voordat Hij Hogepriester was geworden (Lc 6:13). In de Bijbel staat dat de zonen van de kohen gadol, de kohaniem (priesters), leerlingen van hem waren en één hem zou opvolgen. Ook hadden de priesters, net als de hun vader, gedelegeerd het opperste regeer- en leergezag onder de Israëlieten. Apostelen lijken dus enigszins op kohaniem [11]. Samen met de profeet richten deze ambten zich dus tot de hele geloofsgemeenschap. Dat is een groot verschil met b.v. een opziener en een oudste die de lokale geloofsgemeenschap als werkveld hebben. Functies die ook in het OT worden genoemd. Dit bevestigt de continuïteit tussen OT en NT.

Wat zegt de christenheid?
Christelijke dogma’s en geloofsbepalingen hebben het apostelambt verder gedefinieerd. Enkele belangrijke stellingen:

1.

De apostel moest een leerling-ooggetuige van de Here Jezus zijn

Ooggetuigen werden als de meest betrouwbare bron gezien.

2.

Het apostelambt is opgeheven nadat de 12 apostelen gestorven zijn

Na deze 12 apostelen zouden er geen nieuwe apostelen meer zijn aangesteld, want het ambt zou toen overbodig zijn geworden. Hun ambt zou in verband staan met het oprichten van de wereldkerk, Gods volk (vergelijk de 12 stammen van Israël), die zij vertegenwoordigden.

3.

De lokale leider is apostel

De opziener (episkopos) en/of oudste (presbuteros) zouden de nieuwe titels zijn van de apostel, want die bekleden het hoogste gezag in de lokale geloofsgemeenschap. De leraar in de lokale geloofsgemeenschap staat onder hun apostolair gezag en bekleed het ambt van profeet.

4.

De zendeling is apostel

Het woord apostel betekent weggezondene en de Bijbelse apostelen gingen allemaal uit om Gods woord te verkondigen. Eerst onder hun volksgenoten, de Israëlieten, in het beloofde Land en later verder weg in de wereld.

5.

De christenheid heeft geen behoefte aan centrale gezagsdragers

Het zou beter zijn dat de gelovigen in hun lokale noden en geloofsleven worden geleid en geholpen. Sinds de Reformatie is er ook een individualistische mentaliteit onder gelovigen gekomen. Geloofsemancipatie. Elke gelovige is zelf verantwoordelijk voor diens geloofsleven en prima in staat zelf direct contact met God te onderhouden. Centrale gezagdragers hebben weinig of geen aandacht voor lokale noden en juist daar zou God willen werken. God zou tegenwoordig alleen nog op lokaal niveau werken.

Wat staat in de Bijbel?
In de Bijbel staan de volgende punten over het apostelambt:

1.

De apostel moest een leerling-ooggetuige van de Here Jezus zijn

Er worden in de Bijbel een aantal personen genoemd die ‘apostel’ genoemd worden die geen ooggetuige waren (Hnd 14:14), zoals Paulus. Het zou vreemd zijn om aan te geven dat God de geloofsgemeenschap hiërarchisch organiseert met ‘bovenaan’ de apostel (1 Kor 12:28), als dat ambt maar één generatie zou bestaan, terwijl de andere daarbij genoemde ambten wel tot op de huidige dag bestaan. In een godsdienst waar meer nadruk ligt op geloofsvertrouwen, dan op zeker weten, worden juist de generaties die geen ooggetuigen zijn van de Here Jezus, maar toch Zijn leerling zijn, ‘hoger’ geacht dan de ooggetuigen. Juist onder hen zou apostelschap te verwachten zijn.

2.

Het apostelambt is opgeheven nadat de 12 apostelen gestorven zijn

Nergens staat in de Bijbel dat op een bepaald moment van Godswege het apostelambt is opgeheven [12]. Logischer zou zijn te stellen dat het apostelambt veranderd is door de hemelvaart van de Here Jezus en de opvolgende uitstorting van de Heilige Geest [13]. Deze stelling heeft een andere reden: voorkomen van dwalingen [14]. Daar is wat voor te zeggen, want er zijn wolven [15] die Gods volk bedreigen.
Als de 12 apostelen uiteindelijk over de stammen van het herstelde Israël als gezagdragers zouden regeren dan is er dus wel continuïteit van dat ambt. Dat de christenheid een wereldkerk zou zijn is eerder een bedreiging dan iets gunstigs. Dat de christenheid Gods volk vertegenwoordigd kan niet exclusief bedoeld zijn. Gods volk is altijd meer dan de christenheid. Dat heel de wereld al bereikt zou zijn is een vergissing. Niet alleen zijn er nog steeds werelddelen, landen, volken en gebieden waar het woord van God niet is doorgedrongen (Mt 24:14). Ook moet elke generatie opnieuw bereikt worden [16]. Dan is er ook nog het punt van het bereiken van de eenheid en de volheid in de Here Jezus (Ef 4:13) wat de apostolaire opdracht is. Wie weet wanneer dat bereikt is? Maar dat kan zeker niet bereikt worden zonder apostolaire begeleiding.

3.

De lokale leider is apostel

In Bijbelse zin richt apostolair gezag zich op heel Gods volk en minder op lokale zaken [17]. Het is dus onjuist om kerkleiders op lokaal of regionaal niveau als apostel te zien. De schaal is gewoonweg te beperkt en te specifiek. Maar de ambtsdrager zonder lokale gemeenschap, zoals de apostel, heeft daardoor eigen uitdagingen (1 Kor 4:9-13).

4.

De zendeling is een apostel

Dat de Bijbelse apostelen ook reizende geloofsverkondigers waren wil niet zeggen dat dit hetzelfde was als hun apostelambt. De tijden zijn veranderd. Als het apostelambt staat voor centraal gezag, dan is de activiteit zending daarmee vergeleken een andere hoedanigheid. Het eerste is intern en het laatste extern gericht. Dat er een verband tussen apostelschap en zending bestaat was wijst erop dat zending de topprioriteit in de christenheid heeft.

5.

De christenheid heeft geen behoefte aan centrale gezagsdragers

Dit is een vergissing. Juist door het ontbreken van centraal gezag is er veel dwaling en verwarring in de christenheid [18]. Verzwakt en verwatert het gezag. Toch is dit niet overal zo, want juist in orthodoxe denominaties, zoals de Rooms-katholieke en de Orthodoxe kerken, die centraal en apostolair geleid worden, is er nog wel gezag. Als de Here Jezus na zijn hemelvaart door God het Hoofd van Zijn volk is gemaakt, dan is dat bewijs van het bestaan van centraal gezag. Ook zijn de ambten volgens de Bijbel hiërarchisch ingedeeld, wat wijst op afhankelijkheid van Zijn centrale gezag. De vraag is alleen of lokale leiders Zijn centrale gezag en Zijn ambtsdragers ‘boven’ hen accepteren.

Apostel als opvolger van de Here Jezus
Volgens de Rooms-katholieken was Petrus de opvolger van de Here Jezus in Zijn ambt als Hoofd van Gods volk op aarde. Alleen de vraag is zo’n ambt hetzelfde is als het apostelambt. Ook wordt ambt van leider van een lokale geloofsgemeenschap dan verward met apostelschap. De Here Jezus was wel de Leider van de groep leerlingen die Hij riep en die Hem navolgde, maar er kan geen Bijbelbewijs worden gevonden dat Hij een lokale geloofsgemeenschap heeft gesticht. Zijn bediening als Bijbelleraar was gericht op heel Israël en niet op een lokale gemeenschap. In die zin stond Zijn bediening in relatie met de Tempel. Als Simon Petrus de opvolger zou zijn geweest van de Here Jezus, dan was dat niet als lokale leider (bisschop van Rome).

Een tweede probleem is dat de kohen gadol Kajafas toen het hoofd van Gods volk op aarde was en de Here Jezus Kajafas erkende. Ook al zijn leerlingen deden dat. Nergens in het NT staat iets over het verwerpen van het gezag van de Tempel en diens beambten, maar juist een bevestiging van hun gezag (Mt 8:4; Mc 1:44; Lc 5:14). Ook na Kajafas bleef dit ambt bestaan. Petrus in Rome terechtgesteld voordat het ambt van kohen gadol ophield te bestaan. Dus Petrus kan nooit hoofd van Gods volk op aarde op aarde geweest zijn.

Dan is er de vraag of de Here Jezus behoefte had aan een opvolger. Immers, de Heilige Geest zou Hem op aarde opvolgen en Zijn leerlingen zelfs verder brengen in het geloof dan Hij (Jh 16:13). De Here Jezus was ook uniek en eenmalig. Hij zou niet meer terugkeren naar de aarde in die bediening als Bijbelleraar, maar als Messias (koning namens God).

Vraag blijft wel hoe het mogelijk is dat de Here Jezus schijnbaar in de hemel ook het apostelambt vervuld. Los van de problematiek ervan voor de veronderstelde Drie-Enigheid, laat zich Zijn apostelambt verklaren uit het in stand houden van het apostelschap op aarde.

Evaluatie
In Bijbelse zin lijkt de apostolaire opdracht te zijn het bewaken (verbeteren/versterken/uitbreiden) van het fundament (Hb 6:1-2) dat de Here Jezus heeft gelegd. Dat uit zich in het bewaren van de eenheid van geloof en de volheid van de kennis Gods te bevorderen. Dat betekent niet dat er geen diversiteit of tolerantie voor andersdenkenden kan bestaan. Daarnaast zal de apostel zending stimuleren, wat de hoofdtaak van Gods volk is. Mensen moeten gehoorzaamheid aan God geleerd worden, zoals de Here Jezus dat ook is. God bevestigt het apostelambt.

—–
[1] Persoonsgebonden dus. Niet vervangbaar door een onpersoonlijk bestuur, instituut of organisatie. Het heeft immers te maken met persoonsgebonden inspiratie met Gods Geest en persoonlijke verantwoordelijkheid.
[2] Door de leiders van de kerk.
[3] Het ‘waarheidsaspect’ van de christelijke leer.
[4] 20* als ‘apostel’, 57* als ‘apostelen’ en 4* als ‘apostelschap’.
[5] Het komt niet voor in het Evangelie van Johannes, Filippenzen, 2 Tessalonicenzen, Filemon, Jakobus en 1-3 Johannes.
[6] Niet van mensen, zoals een geloofsgemeenschap. Het is een roeping van Godswege, maar de Here Jezus stelt apostelen aan.
[7] Voor godsdienstige rechtspraak en het vaststellen van godsdienstige kaders en die te bewaken. De gedelegeerde van het godsdienstige Hoofd van Gods volk.
[8] De paus van Rome, de hoogste apostel van de Rooms-katholieke kerk, wordt ook pontifex maximus (hogepriester) genoemd.
[9] Het was een nieuwe bediening.
[10] Na Zijn Hemelvaart ging dat door (Hnd 1:26).
[11] Apostelen hebben echter geen Tempelfunctie, waardoor hun bediening de verwoesting van de Tempel overleefde. Er is dus geen gelijkstelling van de apostel met de kohen (Israëlitisch priester).
[12] Dat opheffen kan wel komen met de herbouw van de Tempel in Jeruzalem door de Messias. Dan zal immers weer een korps kohaniem (Tempelpriesters) worden aangesteld. Dan zou het apostelambt in verband staan met de verwoesting van die Tempel.
[13] Een apostel niet bestaan zonder Gods Geest omdat de Opdrachtgever, de Here Jezus, niet op aarde is.
[14] Om die reden stelt het Judaïsme dat na Maleachie God geen profeten meer heeft gezonden.
[15] Er bestaan bijvoorbeeld valse apostelen.
[16] Grote delen van het voorheen volledig christelijke Europa zijn tegenwoordig weer zendinggebieden.
[17] Zie bijvoorbeeld het apostolaire kernpunt van Paulus over eenheid in Gods volk; de verdraagzaamheid tussen Joden en niet-Joden voor wat betreft Torah.
[18] De gemeenschappelijke geloofsbelijdenissen en dogma’s zijn vaak nog het enige apostolische kader.