Wat is Goddelijkheid?

0
84
Het aan God gelijk zijn is een omstreden begrip. Kan een gelovige ‘gelijk’ aan God worden of zijn. Sommigen denken dat het onmogelijk is, terwijl anderen denken van wel. Maar is er ook een tussenstaat: Goddelijkheid? Is elk mens van geboorte Goddelijk of kan die dat worden? Wat staat daarover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

Goddelijkheid staat voor gelijk-zijn aan God of in elk geval dat Eigenschappen van God overgaan op het geschapene. Goddelijkheid is een menselijk begrip. Voor God is het irrelevant [1]. Goddelijkheid moet bestaan, want volgens de Bijbel heeft God een verband [2] met de Schepping en het geschapene erin. Hij onderhoudt het. Goddelijkheid betreft de consequentie van Gods nabijheid en aanraking van het geschapene. Vraag is of het geschapene Goddelijkheid kan beïnvloeden door zelf God te benaderen. Kan Goddelijkheid ook staan voor eenwording?

Woordstudie
Het woord ‘goddelijk(heid)’ komt niet voor in de grondtekst van de Bijbel. Dat stemt ook overeen met de expliciete ontkenning van de mogelijkheid dat schepselen letterlijk gelijk zijn aan God, wat eenwording uitsluit (Ps 86:8; Rm 3:23). Maar daarmee is niet alles gesteld (Ps 82:6; Hnd 17:28). De verwarring wordt vergroot doordat het woord ‘goddelijk(heid)’ toch voorkomt in sommige vertalingen. In Romeinen 1:20 wordt het woord theiotis uit de Griekse grondtekst vertaald als ‘goddelijkheid’. Evenzo theios in 2 Petrus 1:3-4. Maar deze woorden geven slechts bijvoeglijke betekenis bij andere zelfstandige naamwoorden: God Zelf, Zijn Kracht of Karakter.
Het woord afoomoioomenos in Hebreeën 7:3 wordt ook in verband met ‘God gelijkheid’ vertaald. Maar dit is een woordcombinatie met het woord homoioo – gelijk gemaakt worden. Dat laatste woord komt ook voor in de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord demoet in Genesis 1:26 (Septuagint). Dat Hebreeuwse woord komt van de stam damah – lijken op.
Al deze woorden uit de grondtekst drukken geen letterlijke gelijk-zijn aan God uit, maar alleen in afgeleide en indirecte zin.

Gradaties
Goddelijkheid wordt te pas en onpas gebruikt. Dat wijst erop dat niet altijd hetzelfde ermee bedoeld wordt. Goddelijkheid kent dus gradaties, zoals die worden beschreven [3] in de Bijbel [4]:

1.

Gods Persoon

Zoals hiervoor gesteld is dit oneigenlijke Goddelijkheid, maar het dient als ultiem eindpunt (de graduele top).

2.

Gods Persoonlijke Eigendommen [5], die dus door Hem Zelf gehanteerd worden

Dit betreft dat wat Zijn Persoonlijk eigendommen zijn, zoals Zijn Sjechienah, Zijn ‘(Rechter)Arm’ en Zijn heerlijkheid (kevod) [6]. Feitelijk zouden offergaven hier ook onder vallen, hoewel deze naar God worden gebracht (van buiten God komen). Dat wijst erop dat er ook subgradaties in deze gradatie bestaan.

3.

Wat met Hem omgaat, in Zijn directe omgeving komt

Het gaat hier dus om schepselen (ambtsdragers) die God direct dienen, zoals engelen en kohaniem [7] (Israëlitische priesters). Deze moeten natuurlijk eerst een wijding hebben ondergaan, wat opnieuw erop wijst dat er ook voor deze gradatie subgradaties bestaan [8].

4.

Wat geschikt is om in Gods Aanwezigheid te komen

Alles dat bij Hem mag komen dient aan eisen te voldoen [9], zoals het open staan voor God of het maken van objecten voor de godsdienst volgens Gods specificatie.

5.

Wat oorspronkelijk door Hem gemaakt was [10]

De Schepping en diens doel, functies, orde en onderdelen.

6.

Wat door mensen gedacht wordt van een god te zijn [11]

Prachtige menselijke belevenissen, voedsel, etc.

Verband met heiligheid
Het lijkt erop dat heiligheid te maken heeft met Goddelijkheid. Toch valt het eigenlijk alleen onder de gradaties 2-3 [12]. Heiligheid valt dus niet samen met Goddelijkheid. Heiligheid hangt af van de graad van Goddelijkheid (de mate van ‘afstand’ tot God). Heiligheid staat in een matrixverband met goddelijkheid. Heiligheid is een godsdienstig concept (vooral de wijding in de eredienst). Goddelijkheid is een theologisch [13] concept.

Goddelijkheid en de Schepping
De Schepping heeft graad 5 Goddelijkheid. Het zou duidelijk moeten zijn dat de Schepping als geheel voor God ongeschikt, onrein en onheilig moet worden beschouwd [14]. Zo staat het ook in de Bijbel (Gn 1:2). Als dat niet zo was, dan was er van aanvang [15] geen reden voor ordening (Gn 1:3-2:3), het aanleggen van de Gan Eden (de omsloten hof, als verblijfplaats voor God en Adam) en voor de latere opdracht voor het bouwen van een heiligdom [16]. Het is dan ook niet vreemd dat God aankondigt dat Hij een nieuwe, Goddelijkere Schepping zal maken. Door de oorlog in de hemel en door de geloofsafval van Adam is de Schepping alleen maar verder gedegradeerd en die corrumpering zet dagelijks door [17]. Toch hebben of verkrijgen levende schepsels of het gemaakte in de Schepping een hogere Goddelijkheidsgraad dan de Schepping zelf. Engelen bijvoorbeeld hebben graad 3 en kohaniem verkregen die. Blijkbaar is er in de Schepping dus wel een basis voor meer Goddelijkheid. Dat wijst erop dat de Schepping van oorsprong een hogere Goddelijkheidsgraad had.
De mens heeft tegenwoordig van geboorte graad 5, maar is niet heilig, onrein (sowieso door de geboorte) en ongeschikt voor God [18]. In de Bijbel staat dat God mensen uitnodigt graad 4 aan te nemen. Hij stelt dat voor iedereen beschikbaar. Door wedergeboorte en vruchtdragen kan de mens graad 3 [19] bereiken. Door de verwoesting van de Tempel van Jeruzalem kan voorlopig echter niemand de hogere subgraad van Goddelijkheid die Israëlitische priesters hadden meer bereiken.
Alles wijst erop dat de Schepping en alles wat erin is een ontGoddelijking heeft ondergaan en zelfs antiGoddelijk is geworden.

Bestaat het tegenovergestelde?
De fysieke Schepping kwam door toedoen van de mens geheel in de macht van satan. God had hem tot dat deel van de Schepping verbannen nadat hij de hoogste graad wilde verkrijgen. Maar satan is een schepsel van God met minstens graad 4. De Bijbel doet vermoeden dat hij nog steeds graad 3 heeft, zoals alle engelen. Maar zijn verbanning naar de fysieke Schepping moet dat ook negatieve gevolgen voor zijn Goddelijkheid hebben gehad [20]. Hij kan in elk geval niet meer in actieve dienst van God staan [21]. Dat hij sindsdien de fysieke Schepping wil ontGoddelijken en antiGoddelijk wil maken betekent niet dat hij kan losbreken uit de grenzen die God aan de Schepping heeft gesteld. Satan kan niet door de ondergrens heenbreken. Hij kan zelfs Goddelijkheid niet uitwissen. Lager dan graad 5 van Goddelijkheid is niet te verkrijgen en zelfs die graad staat nog steeds voor Goddelijkheid. Daarbinnen probeert satan echter nieuwe goden te doen ontstaan. Reële goden, maar waaraan hij speciale eer en dienst wil laten toevallen. Binnen het algemene raamwerk van Gods Goddelijkheid probeert satan dus alternatieve, subgoddelijkheden te doen ontstaan. Dat dit zo is blijkt uit graad 6, wat feitelijk voor pseudo- of cryptogoddelijkheid staat, maar wel door veel levende schepselen wordt gezien als een feitelijkheid en door sommige zelfs als dé goddelijkheid.

Verandering van Goddelijkheid
Goddelijkheid komt van God. Buiten God om bestaat het niet of is het zinloos. Het doen veranderen van Goddelijkheid lijkt geen eigenschap van de Schepping. Het initiatief voor de Schepping lag immers bij God en Hij voegt Goddelijkheid eraan toe [22]. Dat laatste gaat tot op vandaag door. Hij geeft er gradaties, structuur en nut aan en perkt het in. Toch blijkt de Schepping Goddelijkheid te kunnen laten veranderen. Dit is een gevaarlijk, maar ook uitdagend terrein. Gevaarlijk, omdat veranderingen in goddelijkheid buiten God om met het occulte te maken hebben. Uitdagend, omdat dit de weg wijst naar de mogelijkheid om Gods roep in de Schepping te beantwoorden: het ultieme doel van de Schepping (Gn 2:15).

Maar hoe ‘werkt’ dat? Geschapen substantie dat een ‘eigen’ Goddelijkheid heeft waarvan diens Goddelijkheid veranderd. Eigenlijk is het niet zo moeilijk, want het wordt in de Bijbel beschreven. Eerst de afname in goddelijkheid. Het moet duidelijk zijn dat de mens van oorsprong graad 3 Goddelijk was, maar door diens keuze om satan boven God te gehoorzamen verviel die naar graad 4. Diens goddelijkheid was afgenomen. De mens was door satan bedrogen [23]. In plaats dat zijn ogen geopend werden, volgende verblinding. Maar toch hadden de Godvrezende mensen (Adams nageslacht via Set) nog de Geest die God hem had gegeven. Die werd immers pas de mens ontnomen toen God hen strafte door de grote Vloed over de aarde te brengen (Gn 6:1). Toen verviel de mens naar graad 5.

En toename van Goddelijkheid? Godvrezende mensen, zoals Noach, Sem en Jafeth en de Godvrezende nakomelingen die uit hen voortkwamen herkregen graad 4 door hun trouw aan Gods Verbond. Ook greep Gods Geest soms mensen aan. Meestal heel tijdelijk, maar soms ook een groot deel van een mensenleven, zoals bij Mozes en de kohaniem (Israëlitische priesters). Deze mensen ontvingen daardoor graad 3. Sinds Noach was de mens dus al eeuwig heil gegeven. Maar mensen kunnen door weerspannigheid hun hogere graad van Goddelijkheid ook weer verliezen.

God blijkt een blijvend herstel van de mens in graad 3 op het oog te hebben gehad [24]. Maar daartoe moest er eerst een geestelijke omwenteling komen in die graad. De Pinksterdag direct na de hemelvaart van de Here Jezus markeert dat bijzondere moment. Het door de Here Jezus bewerkte herstel van de machtsorde over gelovigen dat eraan vooraf ging werd door de uitstorting van de Heilige Geest gedeeld met Zijn discipelen. Vanaf toen werd de wedergeboorte – de permanente staat van graad 3 – van de gelovige een feit [25].

Wat is Goddelijkheid?
Goddelijkheid betekent het hebben van Eigenschappen van God. In de regel is dat alleen voor gelovigen bedoeld, maar er zijn ook voorbeelden in de Bijbel dat ongelovigen, zelfs afgodendienaars en waarzeggers tijdelijk Goddelijkheid ontvangen. Bijvoorbeeld de waarzegger Bileam, waaraan God bevelen en woorden gaf en die namens God profeteerde (Nm 22-24). Dat wijst erop dat God de hele Schepping in Zijn Hand heeft en Hij bespot er de afgoden en hun dienaren mee. Hij doet hen ten ondergaan ten gunste van Zijn volk.

Welke Eigenschappen wijzen dan op Goddelijkheid? Eigenlijk is deze vraag niet te beantwoorden, want niemand kan alle Eigenschappen van God kennen en doorgronden. Maar in het oog springen messiaans leiderschap, zoals Mozes, priesterschap van de kohaniem, vooral dat van de hogepriester, geestelijk leraarschap, zoals de Here Jezus, en profeetschap. Maar Goddelijkheid zit ook in de heel kleine en eenvoudige vormen van denken en doen, zoals gebed voor een naaste en (geestelijke) hulpverlening aan een bejaarde, gehandicapte of zieke. Voor het doorzien van Goddelijkheid is het wel nodig dat op een God-gelijke (Bijbelse) wijze naar zaken wordt gekeken en niet op een wereldgelijke (vleselijke) wijze. Dat onderscheidingsvermogen is op zichzelf al een Goddelijke Eigenschap. Goddelijkheid is schaars, maar ook divers.

=====
[1] God is Zelfgenoegzaam en waant Zich niet Goddelijk.
[2] God moet als de Schepper buiten en voorafgaande aan de Schepping bestaan (zie ook eindnoot 1).
[3] Zoals de inrichting van Gods heiligdom.
[4] De hier gegeven gradaties zijn een aanzet om het denkproces te prikkelen, maar is niet alomvattend.
[5] Naast de algemene Eigendommen van God, zoals de Schepping en Gods volk, bestaan ook ‘Persoonspecifieke’ of ‘Gods Functionele’ Eigendommen.
[6] Hiermee openbaart God Zich aan levende schepselen. De vraag is dus of God daarbij gebruik maakt van de Schepping zelf: dat deze gradatie al staat voor het samenkomen van God en de Schepping.
[7] Vooreerst de kohen gadol (Israëlitisch hogepriester).
[8] De hemel en wat erin is hebben een andere Goddelijkheid dan de fysieke Schepping en wat erin is. Er moeten dus minstens twee subgradaties in deze gradatie bestaan.
[9] Door de Here Jezus zouden er geen ‘drempels’ meer bestaan om God te naderen. Echter, dit is al strijdig met het feit dat God eerst geloof moet geven, want geen fysiek schepsel zoekt Hem vanzelf (Rm 3:11).
[10] Eigenlijk de laatste graad (de bodem).
[11] Is feitelijk geen Goddelijkheid meer.
[12] Net zoals Goddelijkheidsgradatie 1 oneigenlijk is, is ook Gods Eigen heiligheid ‘boven de schaal uit’.
[13] Denkstelsel binnen/van een godsdienst.
[14] Los van de vervuiling en de schade die mensen aan de Schepping toebrengen.
[15] Misschien had de Schepping oorspronkelijk een hogere graad van goddelijkheid, het was immers direct door God geschapen. Dan is er iets gebeurd waardoor Gods ordening en onderhoud nodig werd.
[16] Hier wordt geen directe relatie/overeenkomst tussen de Gan Eden en Gods heiligdom gesuggereerd. Die is er niet.
[17] Zie eindnoot 14.
[18] Dat betekent niet dat mensen met een hogere graad van Goddelijkheid ‘betere’ mensen zijn. Goddelijkheid heeft alleen betekenis voor God, maar niet voor mensen onderling.
[19] In diens laagste subgraad.
[20] Evenzo voor de Here Jezus (Filip 2:7).
[21] Toch wordt dat wel in vrijwel alle wereldreligies, inclusief de christenheid, beweerd.
[22] Dat is geen statisch, maar dynamisch gegeven.
[23] Toch beweren sommigen dat Adam juist wel kreeg wat satan beloofd had of dat dit moest gebeuren met het oog op de komst van de Messias. Beiden is onzin.
[24] Dat verklaart de komst van Gods Zoon, de Messias, naar de mens.
[25] Goddelijkheid komt dus van de Heilige Geest en niet van de Here Jezus.