Wat is Joods?

0
228

Joods-zijn ondergaat een ‘positieve’ herwaardering. Maar is dat gunstig? Worden ook misvattingen grondig aangepakt? De getallen van antisemitisme in de wereld laten namelijk ook een opgaande trend zien. Wat zijn de misvattingen en waar staat Joods-zijn eigenlijk voor? Wat staat daarover in de Bijbel?

Joods betekent letterlijk tot de stam Judah behoren, maar veel meer het (willen) navolgen van de Joodse cultuur en/of godsdienst. Daaruit blijkt dat de benaming ‘Joods’ de lading niet dekt. Zo gaat de Joodse godsdienst ervan uit dat diens navolgers behoren tot Israëls 12 stammen. Joods betekent dus feitelijk: tot Israël behoren. ‘Jood’ blijkt dus een oneigenlijke term. Vergelijk: Gelderlanders ‘Hollanders’ noemen. Hoe zit dat?

Waarschijnlijke oorsprong
De benaming ‘Jood’ komt in de Bijbel voor het eerst voor in het boek Jeremia (34:9). Dat wijst erop dat de benaming waarschijnlijk ontstond tijdens de Israëls eerste ballingschap. De benaming ‘Jehoedie’ die daar gebruikt wordt heeft namelijk een Aramese basis. Het lijkt te verwijzen naar de door de Babyloniërs gevangengenomen inwoners van het stamgebied Jehoedah (Judah). Deze bijnaam kan zijn ‘blijven plakken’, maar heeft wel een discriminerende [1] grondtoon voor leden van andere stammen van Israël.

Geestelijk nalatenschap
Joods-zijn staat voor volksverband. Fysieke afstamming is dan van belang, maar ook nalatenschap, cultuur, geschiedenis en soms ook godsdienst [2]. Al deze zaken bij elkaar wordt Jodendom [3] genoemd. In Bijbelse zin was iedereen van dat volk via geboorte en opvoeding een Israëliet [4]. Een Bijbelbepaling [5] stelt dat Israëlieten geen verbonden, zoals huwelijken, sloten met buitenstaanders. Echter, al gauw werd toch gemengd getrouwd. Kinderen uit zulke huwelijken kunnen een probleem worden in de zin van volksverband. In de Bijbelse zin geeft de vader het Israëlitische volksverband door [6].

Israël onderging twee verbanningen. In de tweede, huidige, wordt Israël verstrooid over de aarde. Daarom hebben de rabbijnen enkele eeuwen geleden besloten Joods-zijn te laten afhangen van de moeder, om zekerheid te hebben over de afstamming van een van de ouders [7].

Het Joodse volksverband komt voort uit een tak van het familieverband van Abraham, zijn zoon Izak en diens kleinzoon Jakob. Abraham en Izak waren patriarchen van een menigte volken, maar vertegenwoordigden één godsdienst. Namelijk die van Adam en zijn nageslacht. Izak en Jakob hebben het geestelijke nalatenschap van Abraham voortgezet. Abraham, Izak, Jakob werden Hebreeën genoemd.

Toen gebeurde er iets bijzonders. God gaf Jakob de naam ‘Israël’ (Hij die met God worstelt). Deze naam verdrong geleidelijk de bijnaam Hebreeër.

Wat is Israëlitisch?
Pas na de Uittocht uit Egypte, toen de kinderen van Jakob een grote menigte waren gaan vormen, maakte God hen officieel tot een volk met de naam Israël door hen uit te nodigen toe te treden aan een Verbond dat Hij met hen sloot [8]. Daarmee werd de draad weer opgepakt bij de Landsbelofte van God aan Abraham.

Zodra de Israëlieten dat beloofde Land hadden ingenomen en er een centraal heiligdom was gevestigd werd hun Hebreeuwse achtergrond van nomaden steeds minder relevant [9]. Ook ging de Israëlitische achtergrond steeds meer over van een godsdienstig volksverband in een dito natieverband [10]. Israël vertegenwoordigde Gods volk op aarde, omdat God Zelf in hun midden woonde. In die zin staat Israëlitisch voor het meer geavanceerd [11] eren en dienen van God (Gn 2:15) naar de bepalingen van de Verbondsrelatie [12].

Wat is de Joodse godsdienst?
Israël ging logischerwijs in de loop der eeuwen zaken toevoegen en veranderen aan de oorspronkelijke Verbondsgodsdienst. Zo wilde Israël een koning en een stenen Tempel, zoals andere volken. Maar ze gingen ook, tegen het verbod in, bondgenootschappen aan met natiën en wereldrijken. Zelfs met hen die God als hun vijanden had aangewezen. Het ging vaak zo ver dat bijzaken de hoofdzaken van het Verbond gingen verdringen. Precies waar God herhaaldelijk voor gewaarschuwd had. Dit leidde ertoe dat God Israël als natie ontmantelde en hun godsdienstige functie beëindigde. God dwong ze om onder de natiën te wonen, aan wie ze zo graag gelijk wilde zijn. Tijdens de twee verbanningen namen de Israëlieten steeds fundamentelere ideeën en culturele zaken over die ze integreerde in hun godsdienst [13]. Zo ontstond een godsdienst en cultuur die een mengvorm werd van Bijbels en heidens, zonder echter tegen de kern van Gods wil in te gaan [14].

Kenmerken van Joods-zijn
Deze kenmerken onderscheiden zich zaken van volksverband (culturele identiteit) en van godsdienst (geestelijke identiteit). Het Jodendom betreft voor het overgrote deel volksverband en slechts een klein gedeelte zuiver godsdienst [15].

Joodse cultuur
• Besnijdenis [16]
• Speciale eetgebruiken [17] en gerechten
• Joodse feest [18] – en herdenkingsdagen [19]
• Sociale hulpverlening aan Joden
• Gerichtheid op herstel en versterking van het Joodse volksverband [20]
• Speciale terminologie [21], kleding [22], symbolen [23], tekens [24] en Joods onderwijs
• Synagoge [25]

Joodse godsdienst
• God is alleen, maar meervuldig
• Instandhouding Sinaïtische Verbond [26] door eigen godsdienstige regelgeving (populair: Joodse wet genoemd) [27]
o Speciale kleding [28]
o Eigen woongedeelten [29]
o Joodse godsdienstige feest- en gedenkdagen [30]
o Synagoge als plaats van gebeden, gebruiken en onderricht
• Etnocentrisch en particularistisch [31]
• Israël is Gods uitverkoren volk [32] die Hij een eigen Land heeft gegeven
• Alleen de komende Messias zal het ware herstel kunnen geven aan Israëls natieverband [33]

Buitenstaanders
Mensen buiten het Jodendom hebben een heel scala van omschrijvingen van Joods-zijn, die vrijwel altijd gebaseerd zijn op misvattingen, vooringenomenheid tot regelrechte Jodenhaat (populair: antisemitisme genoemd) aan toe. De bekendste omschrijvingen zijn: geldwoekeraars, bedelaars, sjoemelaars, bedriegers, dieven, schurken, zelfzuchtigen, beslotenen (elitair) en geldwolven. In politieke zin: streven naar overheersing van de (financiële) wereld door geheime complotten. In religieuze zin: overtreding van Gods geboden, vijanden (of concurrenten) van christenen, geheime en occulte satansaanbidding, waarbij kannibalisme en hoererij zou plaatsvinden.

Als wordt beweerd dat Joden een (ernstige) bedreiging zijn voor de leefwereld wordt het gevaarlijk. Zo is de gedachte dat Joden buitenstaanders kidnappen en gebruiken voor hun occulte rituelen, waarbij bloed van het slachtoffer of van de eucharistie (Avondsmaalwijn) zou worden gedronken. Joden zouden de Here Jezus hebben vermoord, vervloekt zijn door God, blind en doof zijn voor het ware woord van God, geestelijk onrein zijn. Ze zouden perverse antichristelijke leringen verkondigen.

Opvallend is dat wat buitenstaanders over Joden zeggen expliciet verboden is in de Joodse wet en ook onder niet-religieuze Joden, die vaak grotendeels geassimileerd leven onder de buitenstaanders, niet voor komt of in dezelfde mate als onder de buitenstaanders. Het gezegde, de pot verwijt de ketel, gaat hier dus op. Feit is dat godsdienstig gezien vrome Joden juist dichter en consequenter naar de Bijbel leven dan christenen [34].

Geestelijke bagage

Het voorbestaan van het Jodendom en het Joods-zijn van gelovigen kan niet alleen beargumenteerd worden vanuit menselijke wilskracht [35]. Tijdens de moord op miljoenen Joden voorafgaande en in de Tweede Wereldoorlog [36] heeft die wilskracht het af laten weten [37]. Ook werden de Joden door alle natiën in de steek gelaten. Het moet duidelijk zijn dat de diepere achtergrond van Jodenvervolgingen en het voortbestaan van het Joods-zijn voortkomt uit een ‘hogere’ dimensie [38].

Evaluatie
Joods-zijn wordt door de meeste mensen, inclusief Joden zelf, vaak verkeerd begrepen. Aan de meest fundamentele betekenis ervan, God vereren [39] en dienen (Gn 29:35; 49:8), wordt maar amper beantwoord (Rm 9:31) [40]. Joods-zijn werd juist iets heel anders [41] en dat maakt de benaming nogal dubieus. Het moet als synoniem voor Israëliet [42] (behoren tot het volk [43] Israël [44]) opgevat worden. Dat wijst zowel op volksverband (gedeelde afstamming, cultuur en geschiedenis), maar gezien hun ontstaan ook op geloof (godsdienst).

Christelijk geloof is wel op hetzelfde Israëlitische geloof gebaseerd, maar christen-zijn vertegenwoordigt geen volksverband [45]. Daarom blijft er altijd onderscheid tussen Joods-zijn en christen-zijn [46]. Joden en christenen hebben wel een gemeenschappelijk verband (gedeelde Bijbelcultuur, Bijbelgeschiedenis vanaf de schepping van de wereld tot aan de komst van de Here Jezus) en zelfs een historisch volksverband; Gods volk in dat tijdvak. Volgens de Bijbel zullen Joden en christenen in de Eindtijd weer samen Gods volk vormen, maar elke zal deel blijven van diens eigen natiën. Er blijft dus ook altijd nationaal onderscheid [47] tussen Joden en christenen [48]. Christendom is ook lokaal/nationaal bepaald [49].

Pas als deze verschillen en dus Joods-zijn geaccepteerd wordt als door God ingesteld, (voor altijd) door Hem gewild en geen gevaar maar een zegen, kan iemand pas beweren een waar gelovige te zijn [50]. Maar zolang misvattingen en haat over Joods-zijn (opzettelijk) zal voortbestaan kan niemand ontkennen dat God niet vertoornd zou zijn over het mens-zijn.

+++
[1] Feitelijk een vervangingstheorie: het koninkrijk Judah dat het koninkrijk Israël heeft overgenomen. Vooral om godsdienstige reden.
[2] Als een Jood alles van het Jodendom loslaat blijft die toch Jood.
[3] De extensie ‘-dom’ staat voor het domein, het kader waarbinnen Joods van toepassing is. Omdat dit domein heel ruim is en alle terreinen van het menselijke leven beslaat is het onvergelijkelijk met christendom dat zich beperkt tot een religie.
[4] Toetreden tot Israël, anders dan een huwelijk, wordt afgeraden en is sinds het Nieuwe Verbond ook overbodig geworden.
[5] Er was een oude godsdienstige regel om zich niet met Kanaänitische volken te vermengen (Gn 24:3).
[6] De vader gaf toestemming voor een huwelijk, wat vaak ook toetreding tot het Jodendom vereiste.
[7] Dit is een compromis, dat in meerdere aspecten ongunstig is. Bijvoorbeeld, in de meeste landen is het wettelijk bepaald dat alleen de vader de eigenaar is van zijn bezit en dus alleen hij het nalatenschap kan overdragen.
[8] Bij de berg Gods, Horeb, in de Sinaïwoestijn.
[9] Het centrale heiligdom was nog steeds een Tent en hun Jodendom was nog steeds geënt op een nomadenbestaan.
[10] Met alle nationale verplichtingen en rechten die ermee verbonden waren. Die waren ook bepaald door de Verbondsvoorwaarden.
[11] In vergelijk met de Hebreeuwse wijze.
[12] Deze definitie geldt ook voor het Nieuwe Verbond met dat verschil dat Israëlitisch zich niet meer beperkt tot Israël en dus een meer generieke betekenis kreeg.
[13] Vooral van de ‘hoge’ beschavingen, zoals die van Egypte, Perzië en Griekenland (Hellenisme).
[14] Het Jodendom (inclusief de Joodse godsdienst) wijkt af van de Bijbel en conflicteert er ook mee; een ballingschapsgodsdienst.
[15] Jodendom wordt vooral gezien als godsdienst. De verwarring ontstaat omdat het volksverband doordrenkt is met zaken die voortkomen uit de Joodse godsdienst. De meeste Joden (ruim 95%) zijn niet vroom godsdienstig.
[16] Hoewel oorspronkelijk een godsdienstige bepaling gegeven aan Hebreeërs (niet-Joden; Gn 17:10).
[17] Meest markante zijn het niet eten van bepaald voedsel, bloed en scheiden van vlees- en melkproducten.
[18] Meest markant is de wekelijkse Sjabbat.
[19] Deels Bijbelse en deels nationale feesten of gedenkdagen.
[20] Een vorm hiervan is ‘zionisme’.
[21] Jiddische, Hebreeuwse of Aramese termen.
[22] Zoals de keppel.
[23] Zoals de ‘Davidster’.
[24] Zoals de mezoezah aan de deurpost.
[25] Naast gebedshuis ook cultureel centrum met Joodse faciliteiten.
[26] Door het verrichten van mitswot (goede daden). Godsdienst bepaalt dus het dagelijkse leven.
[27] Godsdienstige bepalingen, overgedragen van generatie op generatie, worden voortdurend aangepast, uitgebreid en verbeterd, maar blijven geënt op het Oude Testament.
[28] Meestal rouwkleding (zwart en wit) met schouwdraden en hoofdbedekking.
[29] In verband met reinheidsregels wonen godsdienstige Joden het liefst bij elkaar.
[30] Zoals de herdenking (vastendag) van de verwoesting van de Tempel.
[31] Gericht op het behoud van het volksverband en probeert daartoe assimilatie tegen te gaan. De Joodse godsdienst is excluvistisch op basis van de uitverkiezing van God.
[32] Hierin heeft elke Jood een eigen plaats.
[33] Waarin de centrale eredienst zal worden hersteld.
[34] Joodse beschuldigingen dat christenen God lasteren (door het overtreden van Zijn geboden), zoals het eten van varkensvlees en delen van bloed, en afgoden aanbidden, zoals beelden of iconen van allerlei ‘heiligen’, blijken tot op vandaag niet ongegrond.
[35] Zowel van de Joden, hun helpers als van hun vijanden.
[36] Dat Gods toorn wel moet hebben opgewekt.
[37] Opnieuw, zowel van Joden, hun helpers als van hun vijanden.
[38] Gods onvervulde of deels vervulde profetieën zullen volkomen waargemaakt worden.
[39] De Hebreeuwse stam van Joods is jadah, wat (lof)prijzen of belijden met handopheffing betekent.
[40] Israël had als opdracht aan de mensheid Gods bestaan en wil bekend te maken.
[41] De misvattingen van buitenstaanders hebben een kern van waarheid.
[42] Dat heeft niets te maken met de benaming ‘Israëli’ (inwoners van de Staat Israël), want dat kunnen naast Joden ook Arabieren, moslims, christenen of seculiere mensen zijn.
[43] Dat is wat anders dan de natie Israël, die bestond vanaf de vestiging onder Jozua.
[44] Dat Israëlieten, zoals de naam aangeeft, worstelen met God blijkt uit hun geschiedenis.
[45] Het volksverband van Gods volk bestaat alleen vanuit Zijn optiek. De Kerk is een menselijk instituut, geen volk.
[46] Dat maakt het nogal ingewikkeld om als Israëliet leerling van de Here Jezus te zijn.
[47] Israël heeft daardoor speciale beloften, bepalingen en voorrechten.
[48] Dus ook een aparte Joodse identiteit.
[49] Zelfs binnen de veronderstelde wereldwijde Rooms-katholieke kerk. Zo is de regel dat de landswetten en lokale cultuur leidend is.
[50] Wat niet betekent Joden niets te melden hebben aan buitenstaanders of dat buitenstaanders hen de les niet mogen lezen (zending).