Wie is een christen?

0
51
Wanneer is iemand een christen? Die vraag stellen gelovigen zich wel eens. Zeker in vergelijk met andersgelovigen. Wie volgens hen wel of geen christen is spreken maar weinigen uit. Toch is het geen onbelangrijke vraag. Wat staat erover in de Bijbel?

Door Marco van Putten

‘Christen’ wordt meestal begrepen als bij christenheid behoren. Specifieker, leerling van de Christus zijn. Maar wat is christenheid of leerling zijn van de Messias? Beiden zijn verschillend. Christenheid is een (wereld)religie [1]. De Messias is een Persoon Die niet meer op aarde is. ‘Christen’ drukt ook onderscheid uit. Het niet behoren tot een religie die christenen uitsluit of bestrijd. Christen zijn heeft niets te maken met nationaliteit of etniciteit. Het staat bovenal voor eigendom zijn van God, zoals genoemd in het Oude Testament (OT) (Ex 19:5; Ps 135:4; Mal 3:17). In het Nieuwe Testament (NT) wordt de Here Jezus voorgesteld als Hoofd van de gelovigen, Gods volk. Hij staat ‘tussen’ God en de gelovigen in. Hij is Middellaar [2] (Gal 3:20; 1 Tim 2:5) [3].

Joods of niet?

Als een christen leerling is van de Here Jezus dan heeft dat te maken met het Jodendom en Israël van de eerste eeuw, want daartoe behoorde Hij. Toen steeds meer niet-Joden ook christen werden maakte de Heilige Geest duidelijk dat voor hen een uitzondering gemaakt moest worden. Deze uitzondering was mogelijk geworden, omdat de macht van satan over de gelovigen was verbroken en daardoor een Nieuw Verbond gesloten kon en moest worden. De ‘geboden’ hadden vanaf toen niet slechts een tuchtende functie meer, maar vooral die van bescherming, heiliging en rechtvaardigmaking van elke gelovigen.

Opmerkelijk genoeg werd die uitzonderingspositie de definitie van een christen en daardoor ging het gegeven dat dit een gewenningsmaatregel was verloren. De bedoeling [4] van de Heilige Geest – één volk van God met één godsdienst (Ef 4:4-6) – werd vanaf toen genegeerd [5]. Dit had logischerwijs ongunstige gevolgen voor de band met het Jodendom [6] en de Joodse afkomst [7] van christenen die tot die natie behoorden [8]. Te meer, toen Israël vanaf 70 n.Chr. te maken kreeg met Gods verbanning die er uiteindelijk toe leidde dat de Joodse natie ontmanteld werd. Dit werk van God werd opnieuw verkeerd opgevat, namelijk als een algemeen signaal van de Heilige Geest dat ‘Joods’ gelijk stond aan antichristelijk. Een christen mocht vanaf de tweede eeuw daar niets (meer) mee te maken hebben [9]. Logischerwijs werd Jodendom ook geclassificeerd als antichristelijk. Dit verergerde toen het Jodendom niet toegaf aan christelijke zending, zich handhaafde als zelfstandige godsdienst en christenen als ketters bleef veroordelen. Deze standpunten bestaan tot op vandaag [10].

Christenheid

Door ervoor te kiezen hun afkomst in het Jodendom te verwerpen en zich te richten op de seculiere wereld, werd de deur geopend voor het heidendom. Als reactie, op allerlei ontsporingen die er logischerwijs door ontstonden, vluchtte christenen in allerlei Grieks filosofische denkkaders [11] die steeds minder te maken hadden met de oorspronkelijke Joodse orthopraxie van het Nieuwe Verbond (NV). Zo ontstond een religie die ‘de christenheid’ ging heten. Wie christen was werd steeds meer bepaald door welke van zulke denkkaders werden aanvaard. Als dat een verkeerd denkkader was, dan volgde de veroordeling tot ketter door de toenmalige ‘meerderheid’ van christenen. Een praktijk die lijnrecht ingaat tegen het volksverband van Gods volk waartoe de Here Jezus juist de basis van eenheid had bewerkt (Ef 2:16).

Israëlitisch Evangelie

Joden die christen werden vormen een probleem voor de christenheid. Eeuwenlang werden zij in het kader van de christenheid gedwongen. Maar een groeiende groep Joodse christenen wil steeds meer de nadruk te leggen op hun Joodse identiteit. De stichting van de Staat Israël geeft hieraan extra impuls. Daartegenover staat de weerspannigheid van de christenheid voor de eerste eeuwse Joodse inbedding van het Evangelie.
Joodse christenen wijzen erop dat de Here Jezus de beloofde opvolger van Mozes was (Dt 18:17-19) en dat Zijn missie pas wordt vervuld bij Zijn wederkomst als Messias. Daarom ligt voor hen de nadruk in de benaming ‘christen’ op het Messiaanse van Zijn bediening. Op Zijn bediening als Verlosser en Verbondssluiter in het verleden en als Koning der Koningen in de toekomst.

De essentie

Voor de definitie van een christen is voorlopig consensus dat de essentie ervan wordt bepaald door het belangrijkste werk van de Here Jezus; de verlossing van de macht van satan. Maar omdat Hij daarna van de aarde werd weggenomen en God het NV sloot met Gods volk werd de christen toevertrouwd aan de Heilige Geest totdat de Messias zou komen. Door Die Geest maakt God de christen bekend wat die nodig heeft en wat niet. Joods zijn hoort bij het laatste. Etniciteit is in principe [12] irrelevant. Het uitspruiten aan of (terug)ingeënt zijn in de Edele Olijf (Rm 11:24) staat voor deelhebben aan Israëls godsdienst, maar niet aan diens fysieke afstamming. Daarom heeft het huidige NV geen nationaal component [13].

Nieuwe definitie

Een christen definiëren volgens de christenheid zal steeds meer onhoudbaar worden. Een christen is in elk geval een gelovige die:

De God van de Bijbel liefheeft en vertrouwt

In de christenheid staat ‘geloof’ centraal en heeft dat Grieks filosofisch bepaald. In de Bijbel is dat irrelevant of op zijn best secundair. Volgens de Bijbel heeft de gelovige God lief, wat ook vrees en ontzag omvat. De gelovige zal God moeten leren vertrouwen en het bewijzen in diens hart en daden om Hem van nut te zijn. De gelovige laat zich corrigeren, maar kan God vertrouwen, want Hij onderhoud de Schepping continue en draagt er zorg voor. De mens als schepsel staat voor God centraal daarin.

Het NV aanvaart en bewaart

De christen krijgt zelf de keuze het NV te aanvaarden, maar als die keuze gemaakt is dan moet die ook binnen en naar dit Verbond leven. Dat sluit de christen uit van het heidendom, waaronder die leeft, en dat wijst op onvolkomenheid. Immers, Israël werd door God verbannen doordat het de Here Jezus tot de doodstraf veroordeelde. Zolang die verbanning duurt, staat het onder de vloek van het Sinaïtische Verbond. Israël is dus niet zonder Verbond en dat heeft gevolgen voor het huidige NV. Die twee Verbonden worden echter niet uit elkaar gehouden maar met elkaar verward [14]. Zolang Israël verstrooid blijft onder de heidenen, zo ook de christenen. Alleen na Israëls herstel wordt het Messiaanse Koninkrijk gevestigd op aarde en pas dan wordt het NV vervuld.

Zich overgeeft aan de wil van God

Gods wil wordt beschreven in de Bijbel, maar vraagt ook om de Heilige Geest. Niet alleen om Zijn wil te kunnen bedenken en doen, maar ook om het steeds te verbeteren, aan te scherpen en toepasbaar te houden. Dat vraagt onderzoek, begrip, inzicht en wijsheid over Gods woord. Het overgeven aan Gods wil moet geleerd worden, moet groeien en tot volmaaktheid komen tot de Messias komt, die de ware weg (Torah) zal wijzen.

Zich lid weet van Gods volk

Een christen is lid van Gods volk. Maar hoe weet die wat Gods volk is? Er bestaat veel verwarring [15]. Door een goede visie op Israël [16] uit te werken en die steeds aan te passen op de ontwikkelingen van ‘het zich ontrollende’ heilsplan van God. Aan de hand daarvan kan een begrip worden verkregen over de gevolgen voor Gods volk. Lid zijn van een volk is heel wat anders dan behoren tot de christenheid, een denominatie, lid zijn van een ‘kerk’ of gemeente. Het betekent ook niet slechts gedeelde geschiedenis [17], cultuur, waarden en gebruiken, maar ook de collectieve Verbondsrelatie. Wat God doet aan de individuele gelovigen staat niet los van het geheel en wat Hij doet aan het geheel heeft gevolgen voor het individu. Dit is iets waarmee een Westerling steeds minder vertrouwd is. Lid zijn van Gods volk betekend medeverantwoordelijk zijn, collectief verbonden weten en een inbedding.

De NV-gebruiken eert en toepast

Er zijn eenmalige gebruiken, zoals wedergeboorte [18], en gebruiken die steeds toegepast worden, zoals het Avondmaal. Wie deze gebruiken niet eert en toepast, kan niet volhouden christen te zijn.

Vrucht gaat dragen

De algemene roeping van een christen is volgens de Bijbel onveranderd om God te eren en te dienen (Gn 2:15), maar volgens de Bijbel heeft elke individuele christen daarbinnen ook een eigen roeping en bediening. Omdat die persoonlijk is en Gods volk geen centraal gezag meer heeft maar net als Israël verstrooid is, liggen die minder voor de hand. Daarna moet daarom ernstig gezocht worden, zodat God die kan openbaren. Beiden, roeping en bediening, vereisen de inspiratie van de Heilige Geest en moeten functioneren, zodat de christen vrucht draagt voor God en Zijn volk. De christen moet volmaakt worden (Mt 5:48; Kol 1:28).

Zich richt op Gods toekomst

Hoe eerder de christen zich gaat gewennen aan het NV, des te beter zal die voorbereid zijn op wat komen gaat en waarop Gods heilsplan en de eredienst van de Here Jezus in de Tempel in de hemel zich richten; Israëls aanstaande herstel. De gelovigen weet daardoor dat de benaming ‘christen’ eigenlijk ijdel en tijdelijk is. Hetzelfde geldt voor de benaming ‘Jood’, want God herstelt immers geheel (12 stammen) Israël en niet slechts Judah.

Evaluatie

‘Christen’ is in Bijbelse zin niet te definiëren als behorende tot de christenheid, omdat dit laatste er niet in voor komt. Christenheid is een door mensen verzonnen religie na [19] het heengaan van (de leerlingen die ooggetuigen van) de Here Jezus (waren). Een christen is wel leerling van de Here Jezus en daardoor niet alleen een vreemdeling onder de heidenen, maar verwerpt ook diens religies, levenswijze en cultuur (heidendom). Dat markeerde de aartsvaderen als Hebreeërs. Een christen die zich afwendt van het heidendom is in godsdienstige zin ook Hebreeër.
Door Gods aanstelling van de Here Jezus als Hoofd van de Tempeldienst in de hemel houdt Hij het NV in stand. Het Verbond dat met het de rest van Israël (Zijn eerste leerlingen) gesloten is. Een christen die dat NV aanvaard en diens voorwaarden houdt is ook in godsdienstige zin Israëliet.
De benaming ‘christen’ en diens godsdienstige hoedanigheid (Hebreeuws en Israëlitisch) schieten te kort. Uiteindelijk zal God gelovigen een nieuwe naam geven (Opb 2:17) [20].

[1] Later versplinterd naar denominatie, ‘kerk’ of ‘Gemeente’.
[2] In de zin van Hogepriester.
[3] Volgens Christocentrische denominaties is een christen Eigendom van de Here Jezus. Deze versimplificering is helaas onwaar. Vergelijk: een werknemer die zich in dienst waant bij diens ‘baas’ vergeet dat beiden, de werknemer en de ‘baas’, een contract hebben gesloten met hun bedrijf.
[4] Dat een christen ‘los’ staat van volksverband. Een christen kan tegelijk Joods en/of Nederlands zijn.
[5] Het is daar echter niet bij gebleven.
[6] Toch heeft de Nieuwe Verbondsgodsdienst feitelijk het Jodendom van de eerste eeuw als kader.
[7] Die bleef van toepassing, omdat God Israël in stand houdt.
[8] Elke christen behoudt diens eigen volksverband. Christen-zijn (godsdienst) is niet hetzelfde als Joods-zijn (etniciteit).
[9] Joden die christen werden moesten hun afkomst uitdrukkelijk afzweren.
[10] Het is daarom niet meer evident hoe een Jood christen kan zijn en wat diens plaats in Jodendom is.
[11] Het prominentst is de Drie-eenheidtheorie. Een filosofisch gedrocht.
[12] De ‘Jood’ (lid van een van de 12 stammen) heeft wel speciale voorrechten.
[13] In tegenstelling tot de eerdere verbonden die God sloot beginnende met Abraham.
[14] Vooral door ‘Joodse’ christenen.
[15] Sommigen beperken dat tot hen die tot de christenheid behoren. Anderen beweren dat Israël ook nog Gods volk is.
[16] Zij waren immers de laatste vertegenwoordigers van Gods volk voordat de christenen kwamen.
[17] Op de eerste plaats de Bijbelse geschiedenis van Gods volk.
[18] De mens is van geboorte stoffelijk en geestelijke dood. Door de wedergeboorte wordt de mens geestelijk levend gemaakt. De wedergeborene is in principe compleet mens, maar de mens blijft corrupt doordat de Schepping in de macht van satan is.
[19] Het kon dus niet meer door de Here Jezus of de leerlingen die ooggetuige waren worden gecorrigeerd. De gelovigen die de christenheid verzonnen sloten zich steeds meer af van de correctie van de Heilige Geest. Zij verhardde zich tegen dat laatste en maakten zo een ‘bedekking’ voor christenen.
[20] De betekenis van die benaming is dus slechts relatief, maar ook aanmatigend en daardoor bedenkelijk.