Godsdienstige gebruiken gewogen

0
81

Gelovigen houden er nogal wat gebruiken op na. Meestal wordt aangenomen dat die Bijbels zijn. Maar is dat altijd wel zo? Houden van die gebruiken heeft in elk geval invloed op de geloofsbeleving en de geloofsidentiteit. Maar wat zijn de gevolgen als gebruiken niet Bijbels zijn? Is dat dan altijd negatief? Zijn er ook verboden gebruiken?

Een godsdienstig gebruik is een handeling of een bepaalde uitdrukking, zoals het dragen van een teken, waarmee gelovigen hun geloof laten zien of dat ze tot een bepaalde denominatie toebehoren. Door de eeuwen heen zijn er nogal wat gebruiken geweest, waarvan sommigen allang niet meer worden toegepast of maar kort hebben bestaan. Anderen worden gehouden als traditie, maar waarvan de betekenis verloren is gegaan of die een nieuwe invulling kregen.

Het is echter belangrijk om te weten wat de achtergrond van de gebruiken is en vooral of zo’n gebruik op de Bijbel is gebaseerd. Het gaat er uiteindelijk om zekerheid te hebben dat een gebruik niet tegen een Bijbels verbod ingaat. Maar het is ook goed om te weten wat de oorsprong van een gebruik was en of de hedendaagse invulling daar nog steeds aan voldoet of wat de nieuwe betekenis ervan is.

Als de betekenis niet bekend is maken gelovigen zichzelf en hun geloof belachelijk. Maar geloven dreigt daardoor ook irrationeel te worden. Zo’n geloofsbeleving wordt in de Bijbel ook per definitie afgeraden, want gelovigen worden geacht bewust hun geloof te beleven (Rm 14:5; Heb 11:1).

Enkele gebruiken
In dit artikel worden een paar gebruiken beschreven om een idee te geven wat de weging van gebruiken oplevert. Omdat de christenheid is voortgekomen uit het Jodendom worden ook enkele Joodse gebruiken behandeld.

• Hoofddeksel
Speciale hoofdbedekking op het hoofd kan worden gebruikt om een bepaald ambt en/of positie te tonen. De meest bekende vorm van hoofddeksel in verband met godsdienst is het keppeltje.

Veel mensen denken dat een keppeltje een specifiek Joodse hoofdbedekking is[1]. Wie echter goed op christelijke priesters en leiders in de traditionele kerken let zal zien dat velen ook speciale hoofddeksels dragen, zoals een mijter en/of een keppeltje[2].

Hoofdbedekking kan ook een bepaalde status van gelovigen uitdrukken. Bijvoorbeeld bij vrouwen, waar dan een sjaal of een doek het haar of zelfs ook de hals en de nek bedekt[3]. In sommige godsdiensten toont een vrouw met of zonder haar hoofdbedekking dat ze wel of niet getrouwd is.

• Haardracht
In de Bijbel worden bepalingen gegeven over haardracht. Voor hoofdbedekking bestaan dan ook allerlei gebruiken. Een voorbeeld is baarddracht. In de Bijbelse tijd hadden gelovige mannen allen een baard[4]. Dus ook Adam. Baardgroei is immers door God ingeschapen. Baardgroei is de gewone haargroei bij een man.

Het afscheren van de baard werd echter onder heidenen gezien als teken van welvaart, want die man kon het zich veroorloven om elke ochtend de tijd daarvoor te nemen en een kaper betalen om zich te laten scheren. Baardloze mannen staat al sinds de oudheid ook in verband met homofilie[5].

In godsdienstige zin onderscheidt baarddracht zich van vrouwen (Dt 22:5; 1 Kor 11:8), zoals in de Bijbel ook voorschriften staan dat vrouwen verplicht zijn zich door haardracht van mannen te onderscheiden (1 Kor 11:15).

• Kleding
Voor veel gelovigen is het een gebruik om zich onder de mensen waardig te kleden. Daarbij komt op de eerste plaats uit naar voren dat ze geen aanstoot voor God en de naaste willen zijn. Maar ze drukken daarbij vaak ook uit hoe ze zichzelf zien voor Gods Aangezicht.

Het meest voorkomend gebruik is dat gelovigen donkere, niet opvallende kleding dragen. Soms beperkt de kleur zich tot zwart en wit, maar in elk geval geen zeer opvallende, aanstootgevende, uitdagende of excentrieke kleding.

In sommige geloofsgemeenschappen is het gebruikelijk dat de ambtsdragers speciale kleding, zoals speciale mantels, kazuifels of toga’s, dragen. Dit is deels ook afgeleid van de speciale priestergewaden die God aan Mozes had opgedragen[6].

• Kentekenen
Het schijnt zo te zijn dat koning David de zogenoemde Davidster is gaan gebruiken als merkteken van het Israëlitische leger[7]. In de christenheid wordt zoiets ook gesteld over keizer Constantijn die hetzelfde deed met het Labarum[8]. Onder christenen is ook het kruisteken een veel voorkomende identificatie geworden[9].

• Schouwdraden
God had aan Mozes bevolen dat mannen aan de vier hoeken van hun kleding draden moeten maken die hun dagelijks bij het aan- en uitkleden aan de Torah – de Verbondsvoorwaarden – moesten herinneren.

• Deurpostzegen
God had aan Mozes bevolen dat gelovigen aan de deurposten (ook stadspoorten) van woonplekken en/of werkplekken zich moesten herinneren dat die plaatsen tot eer en zegen van God gebruikt moesten worden (Dt 6:9).

In het Judaïsme is dit letterlijk opgevat, zoals het ook veel andere bepalingen opvat, en worden lange smalle kastjes aan bijna alle deurposten van alle deuren woon- en werkplekken gemonteerd met daarin dit bevel van God. Bij het aanraken van deze kastjes wordt dan een zegenspreuk gebeden (Lc 10:5).

• Voedsel/drank
Het is bekend dat Joden en mohammedanen geen varkensvlees eten, maar de Joodse eetgebruiken gaan veel verder. In de Bijbel worden dieren ingedeeld in verboden (onreine) en toegestane (reine) dieren. Aan de hand van deze algemene indeling zijn ook andere dieren, niet in de Bijbel, zo ingedeeld.

Daarnaast is een op het oog onduidelijke Bijbeltekst over een voedselbepaling (Ex 23:19; Dt 14:21) op een bepaalde wijze geïnterpreteerd in het Jodendom, waardoor voedsel in drie categorieën zijn opgedeeld. Dat is, melkproducten, vleesproducten of geen van beiden, zoals groenten, fruit en peulvruchten.

In verband met perioden van vasten is bepaald voedsel en/of drank verboden of juist verplicht. Tijdens het Pésachfeest mag geen enkel voedsel worden genuttigd waarin zetmeel, rijsmiddel of gist zit. Het is echter Bijbels om zeven dagen ongezuurd voedsel te eten, maar in het bijzonder ongezuurde (desemloos) brood.

Bijbelse weging
Zijn de hiervoor genoemde gebruiken ook direct en aannemelijk te baseren op de Bijbel?

• Hoofddeksel – dit is Bijbels bepaald
De Bijbel schrijft voor zowel mannen als vrouwen bepalingen voor ‘hoofddeksels’ voor[10]. In Bijbelse zin horen mannen zich te onderscheiden van vrouwen, omdat daarin gesteld wordt dat alleen mannen een actieve functie in de eredienst mogen hebben[11]. Mannen moeten tijdens die eredienst aan God hoofddeksels dragen (Ex 29:9)[12] om zo aan te geven dat ze dan ‘onder’ Zijn gezag staan.

Analoog daaraan moeten volwassen vrouwen volgens de Bijbel een hoofddeksel dragen om daarmee te laten zien dat een ‘macht’ over hen gesteld is. In principe zou hun lange haar als een hoofdbedekking kunnen worden opgevat (1 Kor 11:15). Maar omdat dat lange haar een sieraad kan zijn, moet dat bedekt worden voor de buitenwereld. Dus vrouwen moeten dan een hoofdbedekking dragen die dat lange haar bedekt.

Kortom, hoofdbedekking en hoofddeksels zijn Bijbels onder de genoemde voorwaarden. Maar het voortdurend dragen van een keppel door mannen, ook als ze niet actief zijn in de eredienst, is dus niet voorgeschreven in de Bijbel, maar komt vrouwen tegemoet.

• Haardracht – dit is Bijbels bepaald
Over baarddracht wordt geen directe verplichting gegeven in de Bijbel, maar is een logisch gegeven. Maar er staan bepalingen over het scheren van hoofdhaar en de baard in de Bijbel. Ook worden oudsten in het Hebreeuws letterlijk zaqen – baarden genoemd. Dat alles maakt dat impliciet verwacht wordt dat een man een baard draagt. Baarddracht is dus Bijbels.

• Kleding – dit is Bijbels bepaald
Gelovigen zijn geroepen God te vereren en te dienen, maar niet om zich in die zin negatief te onderscheiden van de Goddelozen alsof zij, doordat ze gelovig zijn, beter zouden zijn dan hen. Maar het dragen van niet aanstootgevend kleding is Bijbels en ook dat mannen zich met hun kleding duidelijk onderscheiden van vrouwen en andersom.

• Kentekenen – dit is niet Bijbels bepaald
In de Bijbel wordt geen bevel gegeven om een bepaald uiterlijk teken te dragen[13]. Toch worden mannen opgedragen het teken van Gods Verbond[14] – de fysieke besnijdenis – te dragen, maar dat is als teken niet zichtbaar voor de samenleving.

• Schouwdraden – dit is Bijbels bepaald
Dit is geen gebruik verzonnen door mensen, maar bevolen door God. Het dragen van schouwdraden is ook iets dat mensen niet zouden verzinnen, maar is heel praktisch. Het herinnert elke keer dag aan het houden van Gods Torah. Of ze zichtbaar of onzichtbaar moeten zijn voor anderen staat niet in de Bijbel. Het is niet Bijbels om ermee vroomheid te tonen (Mt 23:5), zoals ze meestal wel gebruikt worden.

• Deurpostzegen – dit is Bijbels bepaald
Het bevel van God om het huis te zegenen bij het binnengaan is in het Jodendom weer letterlijk opgevat. Met welk gebruik het bevel aan Mozes wordt gehouden schrijft de Bijbel niet voor. De rabbijnen hebben dat echter omgezet in hun eigen menselijke bepaling van de mezoezah.

• Voedsel/drank – dit is Bijbels bepaald
Dit is geen door mensen verzonnen gebruik, maar bevolen door God. De huidige schepping is corrupt, maar zelfs van oorsprong heeft God een onderscheid gemaakt tussen rein en onrein en gewoon en gewijd.

God staat immers buiten de schepping, wat de schepping dus van oorsprong niet-goddelijk maakt. Er is steeds verdergaande corrumpering van de schepping. Gelovigen moeten zowel met de genoemde oorspronkelijke onderscheidingen als de huidige corrumpering rekening houden[15].

De Joodse gedachte van het scheiden van melk van vleesproducten wordt echter nogal opmerkelijk opgevat met menselijke gebruiken.

Er kan gediscussieerd worden over wat wel en wat niet Bijbels is, zoals over honing dat enerzijds verboden was bij de Tempeloffers, maar toch elders in de Bijbel met matig gebruik wordt aangeprezen. Van belang is de hoofdregels aan te houden die zich richten tegen alles (planten en dieren) in de schepping dat van roof of van scharrelvoedsel[16] leeft.

Evaluatie
Gebruiken van gelovigen vertonen wildgroei en het verlies van een scherp onderscheid tussen wat Bijbels is en door mensen erbij verzonnen is. Ook is er het verschil tussen hoofd- en bijzaken niet meer duidelijk. Onder deze omstandigheden wordt er al gauw voor gekozen alles maar na te volgen of het in het geheel te verwerpen[17].

Wie God ernstig wil dienen[18] doet er verstandig aan de gebruiken die gevolgd worden terug te herleiden naar de Bijbel. Als dat niet kan is het de vraag wat zo’n gebruik toevoegt aan de eredienst aan God. Het ligt voor de hand in het geloofsleven gebruiken te houden die zeker een Bijbelse basis hebben.

+++
[1] In het Jodendom dragen in principe alleen gelovige mannen een keppeltje (Hebreeuws kippah). Het drukt uit dat God als macht boven hen staat. In het Jodendom zijn ook nog andere hoofdbedekkingen (van ambtsdragers) in gebruik, zoals hoeden en tulbanden.
[2] Ondanks dat ‘gewone gelovige mannen’ in zulke kerken worden geacht geen hoofdbedekking te dragen in een kerkgebouw of tijdens de eredienst op basis van een interpretatie van 1 Korintiërs 11:4. Uit de context van die brief van Paulus blijkt duidelijk dat de hoofdbedekking niet over lang haar gaat (1 Kor 11:14-15).
[3] Net als het dragen van een keppel staat het gebruik van een hoofdbedekking van vrouwen ook voor de ‘macht’ die boven hen staat (1 Kor 11:10). Omdat deze geestelijke dimensie door vleselijke mensen logischerwijs niet begrepen wordt, vatten zij dat op als discriminerend. Maar het dragen van een keppel door een man wordt zo niet opgevat. Dat is inconsequent.
[4] Tenzij iemand genetisch slechts weinig of geen baardgroei had of in geval van een (huid)ziekte.
[5] Sommige baardloze mannen hebben een vrouwelijk gezicht, wat door bepaalde homofielen aantrekkelijk gevonden wordt.
[6] Meestal stamt het gebruik echter eerder uit het heidendom. De vleselijk mens verwacht dat een spirituele ambtsdrager onderscheidende kleding draagt. Soms wordt ook gedacht dat die kleding de geestelijke wereld vertegenwoordigt. Dat is, dat die kleding op zichzelf ook heilig is. In de Bijbel staat echter dat kleding alleen ‘heilig’ kan worden doordat het aan God gewijd werd (Ex 28:2) of in contact kwam met iets dat aan God is gewijd (Lv 6:18, 27).
[7] Het ontstaan van dit symbool is echter obscuur en stamt waarschijnlijk uit het heidendom.
[8] Dit symbool stamt uit het heidendom. Net zoals het verwante Staurogram.
[9] Het kruisteken stamt echter al uit de heidense oudheid, alleen geldt het onder christenen als herinneringsteken van de kruisdood van de Here Jezus. Maar sommigen vatten het ook (onderbewust) op in de zin van witte magie.
[10] Het gaat in Bijbelse zin vooreerst om hoofdhaar. Kaalhoofdigheid bij vrouwen werd gezien als een schande (1 Kor 11:5) en bij mannen langharigheid.
[11] Dit is duidelijke (zichtbare) onderscheid is vooral bedoeld voor de spirituele wereld.
[12] Deze dienstdoenden kunnen/mogen zich niet vereenzelvigen met Israëlitische priesters.
[13] Dat is uitwendig, dus op het lichaam of op dat wat gedragen worden.
[14] Dat is het godsdienstige teken niet op maar aan het lichaam.
[15] Dat begint al met de godsdienstige slacht van dieren en het bereiden van voedsel.
[16] Kernpunt daarbij is het grondig (zo ver mogelijk) verwijderen van bloed uit het voedsel.
[17] Bij deze optie wordt meestal ‘het kind met het badwater weggegooid’.
[18] Als dat ernstige geloofsleven nog bestaat.