Hebreeën 1, 6-14

0
251

Inleiding.
Er wordt begonnen met Hb. 1, 6 omdat dit vers samengaat met het 7e en 8e vers in de uitleg. Vers 6 en 7 laten een vergelijking zien van God de Zoon met de engelen
In vers 5 wordt Jezus d.m.v. Ps. 2 “Mijn Zoon bent u Ik heb u heden verwekt.” boven de engelen uitgetild. Deze Psalm gaat over de Messias. Maar de psalm is ook een kroningslied en kan dus ook in eerste instantie op David of Salomo slaan; zie Ps. 2,7; 2 Sam. 7,14 en 1 Kron. 17, 13.
Ook zijn er uitleggers welke een verbinding leggen met engelenverering waar Paulus voor waarschuwt in Col. 2,18. Het gaat waarschijnlijk in Ps. 2 om een kroningsformule!
Laten we maar naar de tekst gaan en bij Hb. 1,5.6 starten.

Hb.1,5.6
De schrijver van de brief stelt twee vragen eigenlijk aan zichzelf. Uiteraard formuleert hij een ontkennend antwoord.
Engelen zijn geen speciale zonen van God. In Job 1 en 2 worden zij zonen genoemd, maar niet de Zoon. Uiteraard is Ps. 2 een Messiaanse Psalm, zoals Jer. 23,5 en Lk. 1,33. laten zien.
Jezus is mens geworden, voor een korte tijd dus lager dan de engelen geworden, maar Hij blijft de Zoon en geen engel kan dit van zichzelf zeggen. De satan, een hoge cherub, heeft dit geprobeerd en uit de hemel gevallen; zie Jes.14, 12-15 “hoe bent u als morgenster uit de hemel gevallen in een poging boven God uit te stijgen.
Hb. 1,6 is gewoon moeilijk. Het gaat om de uitdrukking: “En wanneer hij vervolgens zijn uitverkorene opnieuw in de wereld zal hebben gebracht….enz.”
De schrijver van de brief citeert uit Dt. 32,43, maar daar staat veel meer dan nu wordt aangehaald.
Eigenlijk worden er uit deze verzen maar twee zinnen aangehaald en verwisseld als de schrijver deze aan ekaar koppelt. hij verwisseld vanuit herinnering, ook onbewust nog een paar woorden, zodat hij schrijft “Hem moeten ook al de engelen Gods hulde brengen.”
(Holwerda Hebreeën p.22.90-96). Zonder nu te veel op tekstkritiek en vertaling in te gaan vertaalt de NBG op een wijze die aan de wederkomst doet denken. Het gaat om het woordje opnieuw, waar het wordt weergegeven met “en verder…”Er mag vertaald worden: “En – om nog een plaats te noemen – wanneer Hij zijn eerst geboorne in de wereld zal hebben gebracht – zo zegt Hij – moeten ook al Gods engelen Hem hulde brengen (Dt. 32,43).”

Op wijze verwijst het vers ‘gewoon’ naar een gebeurtenis welke in de aardse bediening van Jezus
heeft plaatsgehad en mag worden gedacht aan Mt. 4,11 waar de engelen Jezus dienen na de verzoeking in de woestijn! Misschien denkt de Schrijver n.a.v., de lange versie uit Dt. 32. Hij kan op deze manier zijn toepassing naar Israël en de gemeente uitbreiden. Er zijn uitleggers welke verwijzen naar de hemelvaart en ja een keuze is en blijft moeilijk.
Andrew Murray zegt terecht dat het gaat om Christus om Jezus als eerstgeboorne en Zoon van God en Hij is vast en zeker onze hulde aanbidding en geloof waard; het gaat om de ervaringskennis welke wij opdoen in de dagelijkse omgang met Hem!

Een stukje toepassing: Onze Heiland is God Zoon, is mens geworden, maar nu veel meer dan de engelen, verhoogd op Davids troon. Het is de zaterdag voor Pasen in coronatijd en allemaal ondervinden gevolgen hinder stress en wellicht eenzaamheid, wanner ik deze studie schrijf.
Weet u wat mij troost? Dat er in de hemel een Heiland is, een Koning en Hogepriester is die een eeuwige verzoening heeft aangebracht en bovendien voor u en mij blijft bidden dat ons geloof het uithoudt.

Hb. 1,7—9
Welnu deze verzen sluiten aan bij het voorgaande. Engelen zijn dienaren geschapen wezens en behoren bij lagere geschapen wezens; de mens bijna goddelijk neer gezet is naar Gods beeld geschapen maar engelen kunnen dat niet zeggen; zij hebben bijv. geen geslacht.
Wind en vuur zijn God dienstbaar. In Ps.104, 4 laat dat zien. God is volkomen genoegzaam en volledig zelf voorzienend, Hij heeft geen dienaren nodig, datgene dat David in de Psalm op de wind toepast laat de Schrijver van de brief op de engelen slaan.
Hb. 1.8 is een citaat uit Ps. 45. Een bruiloftslied, maar het heeft iets droevigs, want de nazaten van de koning David hebben de hoge verwachtingen niet waargemaakt en deze uitspraak/constatering wijst vooruit naar Christus Die dat wel heeft gedaan. De troon van Koning Jezus staat zo vast als een huis en kan de eeuwigheid mee. Ik doe hier geen uitspraken over het karakter van het vrederijk en wil alleen benadrukken dat Jezus alle macht heeft nu in hemel en op aarde.
Een geweldige tegenstelling tussen een geschapen engel en een eeuwige God; de tegenstelling tussen schepsel en Schepper.
Vers 9 verwijst naar de zalving van de koning met vreugdeolie. Saul, David en Salomo zijn in ieder geval tot koning gezalfd. David en Salomo brengen later ook offers, maar bijv. Uzzia een latere koning van Juda wordt melaats als hij in heiligdom reukwerk wil offeren. Een vraag is, is de zalving van de koningen een vast gebruik geworden of is het in onbruik geraakt. Een sluitend antwoord is moeilijk. Wanneer is Jezus gezalfd met vreugdeolie?
Niet bij Zijn doop toen Hij gedoopt werd met de Geest! Ik denk aan een gebeurtenis uit Johannes waar Maria, een zuster van Lazarus welke Jezus heeft opgewekt uit het graf, Jezus zalft als voorbereiding op zijn begrafenis en in het verlengde ervan Zijn verhoging.

Murray past de zalving van Jezus wel toe op het ontvangen van de Heilige Geest en roept op tot navolging. Koning Jezus woont in de hemel en wij mogen een wandel hebben in de hemelen.
Onze wandel is in de hemel zegt de apostel. Nu deze toepassing mag door ons allemaal worden aanvaard, gekoesterd en door geloof beleefd; hoe de zalving dan precies in elkaar steekt is secundair.

Hb. 1,10-14
Een voorlopige samenvatting als afsluiting van deze studie. Ik beloof er later op terug te komen en de verzen breder uit te leggen.
Jezus is het Woord en door Hem is de aarde gegrondvest. Ps. 102 lijkt een Psalm te zijn welke is ontstaan na de ballingschap en de schrijver ervan heeft de verwoesting van de 1e tempel meegemaakt en de voorzichtige vraag kan worden gesteld of de schrijver van de Hebreeënbrief het oordeel in 70 AD zie naderen. Hb. 13, 7 zou kunnen slaan op de dienst van twee getuigen in Opb. 11. Nu daar wordt zeer verschillend over gedacht. Het gaat in Opb. 6,14 eveneens over de hemel en de aarde welke vergaat en dat is in Hb. 1,10-12 aan de orde; de gelijkenis tussen deze verzen is frappant.
Hoe het ook zij de Here staat in het centrum, Hij de Zoon is eeuwig. De schrijver van de brief kan het niet genoeg benadrukken. Murray roept n.a.v., van deze verzen op tot verlangen om met de heerlijkheid van Christus te worden bekleed. Een gelovige mag belijden dat Hij niemand minder dan Jezus als helper heeft. Jn. 17,3 voegt toe: “Dit nu is het eeuwige leven dat zijn u kennen en Jezus Christus die u gezonden hebt.

Een vraag kent u Jezus al als Redder en Zaligmaker?

Vers 14 tekent Jezus verhoogt boven de engelen. Hij is verhoogd als koning wordt metterdaad gediend door de engelen wanneer alle vijanden zijn verslagen en als voetbank fungeren komt Jezus terug.
Hij doet dit in Opb. 20, 11 f.f.f. Hij keert terug met de grote witte troon op een nieuwe hemel en aarde waarna het oordeel volgt.
In deze studie geen discussie over een vrederijk en verschillende oordelen en al of niet een opname.
Ik ga er niet op in en u mag naar eer en geweten deze gedeelten toepassen.

Ik zei al het is paaszaterdag als ik deze studie afrond.
Pasen is voorbij als u deze leest.

Gode bevolen en laten wij in deze vreemde tijd voor elkaar blijven bidden.
God is sterker dan corona en Hij kan bij wijze van spreken op grond van een gelovig gebed de hele corona berg in de zee gooien (Mt. 21, 18-22).

Gods zegen,
drs. A. ten Napel.