Hebreeën 2, 1-10

0
88

Hb.2,1-4

De schrijver van de brief deelt hier de eerste praktische vermaning uit. De brief laat op meerdere plaatsen dergelijke vermaningen zien; zie Hb.3,1.7; 4,1.16; 10,19-22; 12,1.28.
Opnieuw bedient de schrijver zich van een vergelijking, nu tussen datgene dat de engelen hebben gedaan bij de wetgeving op de Sinai en datgene dat Jezus doet (v. 1-3). De vermaning is liefdevol bedoeld want zowel de schrijver als de lezers zijn erfgenamen van het heil dat Christus heeft bewerkt. De lezers en ook de schrijver zijn geen ooggetuigen van…, maar moeten aandacht schenken aan datgene dat gehoord is. Israël heeft in het OT de wet horen afkondigen engelen zijn daarvan getuigen geweest; zie Hd. 7, 53; Gl. 3, 19. In het Grieks wordt het woordje “dia”gebruikt (ten overstaan van). Het gaat om het heil van Christus in vergelijking met de afgekondigde wet in de woestijn.
Dit heil is totaal zaligmakend i.t.t., de schaduwdienst waaronder Israël heeft geleefd. Het gaat hier om horen, het horen van een verkondiging. In de tijd van de schaduwdienst heeft Israël een soort vergeving op voorhand; Zie Rm.3. Israël heeft wel gehoord maar niet geloofd; zie Hb. 3,19; zie Hb. 12, 18.28/29. Het gaat dus ten diepste over het vasthouden van de vrijmoedigheid.
Er worden dus geen ooggetuigen aangesproken maar de hoorders ervan en dat woord dat is gehoord is op een heerlijke wijze bevestigd! Namelijk door de uitstorting van de Heilige Geest; God heeft het getuigenis van de apostelen ondersteund met machtsvertoon, met wonderen en met de gaven van de Heilige Geest. Beste vrienden het gaat in de Hebreeënbrief om de Jeruzalem gemeente welke door de apostelen vanaf Pinksteren is gesticht. Deze gemeente is, als de voorganger zijn brief schrijft, aangeland rond de Joodse oorlog; zie Hb. 13,7.17, vanuit de vooronderstelling waaruit ik het boek Openbaring lees (grotendeels een verslag over de Joodse oorlog) zouden eventueel de twee getuigen in beeld kunnen komen. De gemeente heeft veel doorstaan en loopt gevaar terug te vallen in het Jodendom; Hb. 5,11.9-12.

Een stukje toepassing. Mag ik een vergelijk maken met Gl.3, 1.2. Ook de Galaten lopen gevaar de klok vanuit de werkelijkheid van het nieuwe verbond terug te zetten naar de schaduwdienst van het Sinai verbond. Men wil zich laten besnijden, de ceremoniële wet te houden. Paulus vraagt hun hetzelfde als ook de Hebreeëngemeente krijgt te horen. De Heilige Geest is uitgestort en hoorder lezers dat hebt u toch gemerkt in uw leven?
Paulus herinnert de Galaten aan een gebeurtenis welke hun leven als gelovige op een hoger plan heeft gebracht; som noemt men dit de doop met de Heilige Geest. Herinnert u zich nog wanneer u voor de eerste keer vervuld bent met de Heilige Geest? Ik wel!

Hb. 2,5-10

De eerste term welke opvalt is de toekomende wereld. Dit is niet de wereld na de wederkomst van Christus, maar de aanvang van het nieuwe verbond; zie bijv. Hb. 12.25 er wordt een tegengestelling gemaakt met de wereld van het OT welke wel aan engelen als toezicht houders op de wetgeving onderworpen was. A.F.J. Klijn wijst echter terug op Hb. 1,6 en denkt i.t.t. Holwerda wel aan de nieuwe hemel en aarde. F.F. Bruce nuanceert het bovenstaande, de tegenwoordige wereld stond en staat onder de invloed van engelen (Dan. 10,21; 12,1; Efeze 6, 12. De hemelvaart bezorgt Christus alle macht in hemel en op aarde en het koninkrijk breekt zich baan.
De schrijver van de Hebreeënbrief gebruikt om deze reden Ps. 8 messiaans, een loflied op de schepping wordt zo een loflied op de nieuwe schepping. Hier volgt de vertaling van D. Holwerda
“Want niet aan de engelen heeft Hij de toekomende wereld waar wij het over hebben, onderworpen. Maar het is, zoals iemand ergens heeft verklaard: “Wat is de mens dat u aan hem denkt, of de mensenzoon dat U naar hem omziet? Voor een korte tijd hebt u hem onder de engelen gesteld. Met
eer en aanzien hebt U hem gekroond. Alles hebt u onder zijn macht gebracht”(Ps. 8,5-7).
Met dat “alles” onder zijn macht brengen heeft Hij niets aan zijn macht ontrokken. Dat echter alles onder “zijn macht” is wordt dooor ons nog niet gezien. Beste vrienden dan is Heb. 2,8b-10 aan de beurt en dat bevat een ‘vertaal’ moeilijkheid.
Holwerda geeft deze verzen gewijzigd weer: “Met dit alles onder zijn macht brengen heeft hij namelijk niets aan zijn macht ontrokken.” Dat alles onder zijn macht is gebracht, zien wij nu echter nog niet. Wat we wel zien? Hoe Hij die voor korte tijd onder de engelen was gesteld, Jezus, met het oog op het ondergaan van de dood met eer en aanzien gekroond om Hem te bewegen tot het drinken van de beker van de dood. Dat van Hem te vragen was God aan zijn (aan Israël bewezen) genade verplicht. Want nu Hij, om wie en door wie alles bestaat eenmaal vele zonen tot aanzien had gebracht, was Hij verplicht Hem die bij hun redding de leiding had, door veel lijden heen ter dood te brengen.

De NBG vertaling heeft de tekst min of meer veranderd weer gegeven. Het gaat in de kern van de zaak om de vraag wat bedoelt de tekst met de uitdrukking met eer en luister/ heerlijkheid gekroond. In het Grieks staat de zin in vers 9 niet na het minder zijn dan de engelen; de vertalers geven dit zo weer; zij hebben als stijlvorm een chiasme gekozen en de tekst hiernaar in gericht. De zin staat aan het eind van vers 9, dus aan het slot na de opmerking opdat hij voor een ieder de dood zou smaken. Een hobbel in de uitleg is de gedachte dat als wij het woord heerlijkheid lezen gelijk aan onze zondeloze verheerlijkte situatie op de nieuwe hemel en aarde denken en dat hoeft niet. Welke heerlijkheid is hier bedoeld als de oorspronkelijke volgorde in de verzen wordt aangehouden; de kroning met heerlijkheid als reden dat Hij voor een ieder de dood zou ondergaan. Een verheerlijking dus voor de kruisiging en dus niet na de opstanding. Een antwoord kan zijn een verwijzing naar de verheerlijking op de berg. Een gebeurtenis welke de apostel Petrus in 2 Pt. 1,16f. het ontvangen van heerlijkheid welke de Vader Jezus schenkt, noemt. Waarom schenkt de Vader Jezus deze verheerlijking. Welnu de Meester spreekt in hemelse sferen met Mozes en Elia over zijn lijden en sterven dat Hij moet volbrengen te Jeruzalem; Jezus is gesteld als zoenmiddel en moet, is verplicht, om alle schuld voor de Jood en de Heiden te voldoen. De Meester zweet in Gethémané bloed en water en is bedroeft tot de dood toe; zie Lk. 9,30.31 en Mt. 26,36 f.f.f.
De Vader heeft Jezus ter bemoediging kennelijk een voorproefje gegeven van de heerlijkheid die Hem na zijn lijden en sterven te beurt zou vallen, Op deze wijze wordt de Meester aangemoedigd de weg te gaan die Hij heeft moeten gaan als plaatsvervanger en Paaslam.
Met dit in het vooruitzicht heeft Jezus het kruis op zich genomen.

Jezus brengt vele zonen tot heerlijkheid en dan mag worden gedacht aan de zondaars uit Jood en Heiden welke, hoe ook tegen Israël wordt aangekeken, op dezelfde wijze zalig moeten worden.
Voor allen blijft gelden : “Als Ik het bloed zie ga Ik aan u voorbij…”
Wie wil weten hoe ik denk over Israël enz, verwijst ik naar mijn Romeinenbrief (op de site te vinden Rm11, 24-26) In totaliteit zou ik zeggen lees het gebodene uit Romeinen 9-11 nog eens door,

Holwerda behandelt nog een tekstkritisch probleem aan het eind van vers 9 maar daar ga ik niet op in want als dat moet worden uitgelegd wordt het gewoon te technisch. Deze Bijbelstudie is daar niet geschikt voor. De uitkomst van discussie verwoordt Holwerda met de uitkomst: dan staat er dus dat Jezus een betamende dood zou onder gaan! De kern van de uitleg leert dus, dat Jezus in Hb. 2, 8b-10, door de Vader op de berg der verheerlijking is bemoedigd, om de dood te smaken die God Hem heeft opgelegd, de dood welke volledig zou betalen om velen in hemel welkom te heten.

Mijn vraag aan u en jouw als lezer een vraag die ik ook mijzelf stel: Bent u, zijn wij behouden door het bloed van Golgotha voor tijd en eeuwigheid.

Hb. 2, 11-18.

Deze studie komt in September direct na de vakantie aan de orde.
Ik hoop dat u, nu dat corona gelukkig wat op retour is, de dank brengt aan Hem die deze dank toekomt. Wij verdienen niets en allen hebben wij gezondigd wij hebben allen een grond en dat is het bloed van Golgotha; laten wij die vrijmoedigheid niet prijsgeven!
Ik wil u oproepen de kalmte te bewaren, niet op mensen te vertrouwen, maar op God.
Lieve broeders en zusters het is broodnodig dat de gemeente samenkomsten / kerkdiensten als dat meer aanspreek weer hervat worden. Ook Hb. 10, 25 roept daartoe op!

Toen ik deze Bijbelstudie bijna af had, hoorde ik via het nieuws tot mijn grote vreugde dat deze mogelijkheden er weer komen/zijn.

Fijne vakantie Gods zegen en tot september.

Drs. A. ten Napel