1-Religieus Israël is in werkelijkheid misdadig

0
79
Sommigen stellen dat het volk is wat hun leiders ervan maken. Dit lijkt zo te zijn. Leiders zouden immers een voorbeeldfunctie hebben. Het volk kijkt naar hen op en meet zich aan hen. Falen de leiders, dan lijdt het volk. Dit suggereert een directe band tussen het volk en hun leiders. Toch blijkt dit eerder uitzondering dan regel, want de meeste leiders weten niet wat er onder het volk speelt. Hun beleid loopt dan uit de pas met de algehele werkelijkheid. Leiders lijken zelden het algemene belang van het volk te dienen. Kortom, leiders kunnen het volk wel ‘maken of breken’, maar de twee staan meestal voor verschillende werelden.

Lessen uit Jesaja – Les 1
Door Marco van Putten

Profeten lijken zich vooral te richten tot de leiders en de elite die hen omringt. Toch zijn de leiders niet hun ultieme doelgroep. Alleen om hun sleutelpositie tot het volk hebben ze de aandacht van profeten. Maar profeten zijn geen spindoctors of adviseurs. Ze zijn zelf ook leiders. Zij tonen het ware leiderschap van God dat is gericht op het belang van Zijn volk en het algemene belang (de Schepping). Maar de overgrote meerderheid van het volk beoordeelt dit leiderschap negatief. Ze vinden het onmenselijk en onrealistisch.

Jesaja richtte zware veroordelingen tegen zijn volk, hun leiders en elite. Zo opent zijn boek (Js 1:4) en het markeert ook zijn hele boek. Maar niemand wil dat graag horen. Jesaja verwijt zijn volk dat ze van God zijn afgevallen en een geslacht van boosaardigen zijn geworden. Van God vervreemdt. Hij beschrijft hun toestand als dat van een zieke. Vol met wonden en kneuzingen, die ze zelf hebben aangebracht (Js 1:5-6). Maar zo heeft God Israël niet bedoeld. Ze verspelen hun roeping. Daarom zal God hen straffen. Alleen zal God hen niet straffen, zoals Hij Sodom en Gomorrah strafte. Hij zal hen verdrukken totdat een gewillige rest over is.

God verbaast Zich erover dat de Israëlieten niet eens door hebben dat ze van Hem zijn afgevallen. Hij ziet hoe ze offers brengen in de Tempel en al de andere voorschriften van Mozes en zijn vertegenwoordigers navolgen. Voor een buitenlander lijkt het alsof het een heel vroom volk is. Al de offers worden stipt gebracht en ze lijken te doen wat God van hen vraagt. Ze hebben mooie poëtische formuliergebeden, vasten- en rouwdagen, godsdienstige feesten en religieuze kleding en zingen liederen tot hun God. Ze heffen hun handen op naar God en spreken emotionele smeekbeden uit. Maar God walgt er van. Ze zijn een bespotting.

God roept Israël op zichzelf te reinigen van hun levenswijze die hetzelfde is als de heidenen. Alleen wegen hun misdaden zwaarder dan van de heidenen, omdat ze God kennen (Ef 4:17-20). Ze vrezen God echter niet meer (Js 57:11), ze luisteren niet naar Hem (Js 57:12; 64:4 (3)), ze gaan hun eigen weg (65:2; 66:3-4), ze aanbidden afgoden (Js 2:8; 10:11; 42:17), ze komen samen onder bomen voor vruchtbaarheidsrituelen en ze offeren hun kinderen aan hun afgoden (Js 57:5-6).

Hij waarschuwt hen om dat te doen wat Hij goed noemt (Js 1:17) en Zijn voorschriften na te volgen (Js 8:20). Hij roept Israël op om samen met Hem gerechtigheid te laten regeren. De misdadiger moet bestraft worden, het recht van de wees moet hoog gehouden worden en voor de weduwe moet gepleit worden. Blijkbaar was dit niet meer zo in Israël. God houdt hen sociale rechtvaardigheid voor. Alleen door dat te doen heeft hun Tempeldienst en religieuze leven enige betekenis. Het moet met elkaar in balans zijn (Lc 11:42). God zegt dat Hij dan hun misdaden zal vergeven en vergeten. Ook al waren ze heel zwaar en groot (Js 1:18). Israël zal dan weer goede oogsten hebben en veilig wonen in hun Land. Maar als Israël weigert te luisteren zal God de aangekondigde straf op hen laten neerkomen, maar niet meer als tuchtiging, maar als hun verwoesting.

Nadat Jesaja zijn woorden van oordeel had gesproken zoomt hij in op de Tempelstad Jeruzalem. Hij richt zich tegen koning, leiders en elite, die voorgaan in Israëls geloofsafval. Deze elite bestaat uit beambten, zoals rechters, raadslieden (Js 1:26), oudsten (Js 3:14), generaals (Js 3:2) en andere leiders (Js 9:15 (16)), de koninklijke familie (Js 1:23), de dochters van de elite (Js 3:16), de waarzeggers en valse profeten (Js 3:2).

Volgende week woensdag wordt verder gegaan met de bestudering van het boek Jesaja.