10-De natiën en de herschepping

0
84
De profetieën in Jesaja over de komst van de unieke, ware Messias ‘in de laatste der dagen’ om Israël te herstellen uit hun ergste verbanning – verstrooiing onder de natiën – (Js 11:11) bieden troost en hoop.

Lessen uit Jesaja
Door Marco van Putten

Eindelijk kan de draad weer opgepakt worden van de roeping van de Israëlieten, die ze eeuwen eerder hadden verkwanseld (Js 42:6; 49:6). Een belangrijk station, op de weg naar het volledige herstel van Gods orde op aarde, is gepasseerd (Js 11:9). Maar eerst zal God wraak nemen op de (boosaardige) natiën, omdat zal blijken dat ze te ver zijn gegaan in het verdrukken van Israël (Js 47:6; 51:23; 63:4). Deze wraak zullen de natiën zelfs niet proberen te ontlopen.

Nadat plotseling en onverwacht het godsdienstige Koninkrijk van de Messias zich zal hebben gevestigd zullen de boosaardige machten zich meteen roeren en al hun woede daartegen richten. Ze zullen samenspannen en oorlogen tegen de Messias-Koning beginnen. Ze zullen vurig en vol goede moed het leger van de Messias tegemoet treden (Js 5:29; 31:4). Zo worden de natiën bij Gods plan betrokken, zonder in Hem te geloven.

Het zal er dan op lijken dat Israëls herstel meteen in de kiem wordt gesmoord (Js 28:4). De haat van de natiën komt niet, zoals sommigen mystici denken, vanuit een boze antisemitisme geest. Het is God Die de natiën tegen de Messias doet optrekken (Js 5:26; 7:18; 18:3). Dit staat ook in andere Bijbelboeken beschreven (o.a. Ps 2:1-2; Joël 3:12). Veel van deze profetieën hebben al een gedeeltelijke vervulling gehad door eerdere oorlogen tegen de Israëlieten. Ze zijn dus niet uniek voor de ‘laatste der dagen’. Gelovigen zouden hieruit moed kunnen putten. Het verschil is wel dat de aanval op het Beloofde Land dan niet van enkele buurlanden komt of van verder afgelegen wereldrijken, zoals in het verleden, maar van alle natiën van de aarde. Zo kan God wraak op hen allen nemen (Js 26:21). De Messias zal dus niet het volmaakte en het paradijselijke brengen, zoals de drie Abramitische wereldgodsdiensten beweren, maar eigenlijk het tegenovergestelde (Mt 10:34).

Al zal er slechts sporadisch oorlog zijn, want het wordt afgeleerd (Js 2:4), en Gods wil wordt op ongekende schaal gedaan en gehandhaafd. Toch zal de regering van de Messias-Koning ook erg streng en tegen het boosaardige gericht zijn. Gods volk zal de hoofdplaats hebben in de mensheid. Dit betekent dat de vervulling van Gods plan niet gerealiseerd kan worden zonder de natiën aan hen ondergeschikt te maken. Maar wel in volgorde: 1. Herstel van het oude Israël; 2. Afrekening met de natiën; 3. Openbaar worden van Gods volk.

De afrekening met de natiën gebeurd volgens het boek Jesaja eerst door oorlogen, die de natiën richten tegen de Messias-Koning en Zijn volgelingen (Jh 18:36). In Jesaja lijkt maar één oorlog genoemd te worden. Net zoals het lijkt dat er in Jesaja maar over één verbanning wordt geprofeteerd. De focus ligt vooral op het ultieme; de oorlog tegen Jeruzalem (Js 27:1; 29:7). Er zal een groot bloedbad op de bergen rond Jeruzalem zijn (Js 34:3; 49:26; 63:6).

Toch kunnen in Jesaja, net als in andere Bijbelboeken, aanwijzingen voor meerdere oorlogen worden gevonden, zoals 1. Strafgerichten over verschillende natiën, zoals Assyrië (Js 14:25; 31:8), Babel (Js 13-14), Moab (Js 15-16), Koesj/Nubië (Js 18), Egypte (Js 19) en de Filistijnen (Js 11:14; 14:31); 2. Wraak over Edom (Js 21:11-12; 63:1); 3. Oorlog tegen Jeruzalem. De genoemde natiën hebben Israël in de dagen voor en tijdens het leven van Jesaja bedreigd, verdrukt of schade berokkend (Js 49:25-26). De meeste van deze profetieën zijn tijdens of niet lang na Jesaja (gedeeltelijk) vervuld. Bijvoorbeeld voorafgaande en tijdens Israëls eerste verbanning (c.605-535 v. Chr.). Sommige van de genoemde natiën bestaan ook allang niet meer, zoals de Filistijnen en Edom. Feit is dat bij de oorlogen tegen het Koninkrijk van de ware Messias alle natiën van de aarde zijn betrokken. Het zal blijken in ‘de laatste der dagen’ dat de natiën Israël, die onder hen verbannen was, bovenmate (meer dan God had opgedragen) zullen hebben verdrukt (Js 47:6; 51:23). God zal de natiën daarom diep vernederen (verslaan) ter wille van Zijn volk, al denken de natiën van zichzelf dat ze aan God gelijk zijn (Js 14:13-15).

De overlevenden uit de legers van de natiën zullen God dan eindelijk als de Sterkste erkennen, hun bedekking zal weggenomen worden (Js 25:7) en vele zullen zich tot Hem bekeren (Js 65:1; 66:18). Ze zullen bericht zenden naar de thuisblijvers om dat ook te doen (Js 66:19). Zij hebben door schade en schande geleerd. Alle gelovigen op aarde vormen samen een groot volk van God (Js 14:1; 56:6; 66:20-21) zonder hun identiteit als leden van natiën te verliezen. Ook Israël blijft dus als natie onderscheiden. Maar uit Jesaja’s profetieën wordt ook duidelijk dat niet alle overlevenden zich bekeren en er zelfs dan nog mensen (Israëlieten en heidenen) zullen leven en natiën zullen bestaan die God niet willen erkennen en voor Hem buigen (Js 60:12). Dit loopt uit in een ultieme oorlog tegen Jeruzalem. Deze laatste oorlog op aarde moet niet verward worden met het aanstaande eindoordeel van God dat nog zal volgen. Maar het staat er natuurlijk niet los van. Het is opmerkelijk dat in Jesaja dat geen belangrijk onderwerp is.

Bracht de komst van de Messias de hele Schepping – geestelijk en fysiek – al in beroering, het wordt opgevolgd door de nieuwe Schepping (Js 51:6; 66:22). In Jesaja loopt het een vloeiend in het andere over, maar dat is onaannemelijk. Pas de nieuwe Schepping biedt de paradijselijke staat, waarin noch een Messias en noch een Koning een plaats heeft. Al het kwaad en de boosaardigheid zullen dan immers zijn weggedaan. Gods priestervolk zal dan de mensheid op aarde zijn en zij leven tot eer van God. Dan zullen bijna alle Bijbelse feesten, herinnerende aan de geschiedenis van het oude Israël, irrelevant zijn (Js 65:17; 66:23). Dit betekent niets anders dan de volmaaktheid van Gods heil. De dood zal afgeschaft zijn, de doden zullen opstaan uit de eerste dood (Js 26:19; Opb 20:12) en Gods volk zal ware troost ontvangen (Js 25:8; Opb 21:4). Wat nog in herinnering blijft is Gods voltrokken eindoordeel (Js 66:24; Opb 20:15). De zonen Gods leven dan niet als de eerste Adam in de hof van Eden, maar als de Laatste Adam, de ware Messias, Die eeuwen na Jesaja is geopenbaard als de Here Jezus.

Deze les sluit de lessenserie af. Wat resteert, is een Evaluatie van het boek Jesaja.