5-Israëls gedrag en de gevolgen daarvan

0
91
Hoewel de Israëlieten in Jesaja’s dagen zeker de Bijbelse geschiedenis tot op dat moment (8ste eeuw v. Chr.) kenden werden ze door de welvaart, door Gods zegen, verwaand, arrogant en weerspannig tegen God. Ze vergaten hun roeping als volk van God. Door hun contacten met de buurlanden en de invloed die de wereldmachten Egypte, Babylonië en Assyrië op hen gingen uitoefenen namen ze ook hun verkeerde gewoontes over, zoals hun afgoden en hun occulte religieuze rituelen (Js 2:6-8).

Lessen uit Jesaja – Les 5
Door Marco van Putten

Omdat God meestal niet meteen straft maar eerst terechtwijst, zodat er ruimte is om eigen verantwoordelijkheid te nemen (Js 42:14), dachten de meeste Israëlieten dat God hen dat niet kwalijk zou nemen. Ze gingen er van uit dat God hun altijd trouw zou blijven. God was inderdaad trouw en liet profeten en leraren tegen hen optreden, die hen probeerden te corrigeren. Dit was echter niet het soort trouw dat zij wilden. Ze bleken inmiddels zo verwaand en van God te zijn afgedwaald dat ze die boodschappers begonnen te vervolgen, te straffen en zelfs te doden. Ook toen God hen daarom op allerlei manieren ging tuchtigen, kozen ze ervoor te volharden in hun gedrag.

Sommige stelden dat God te veeleisend was, maar anderen zeiden zelfs dat God niet meer te volgen was of gewoon weg niet bestond (Js 22:13; 28:10, 15; 29:13). Toen hun afval van God door de leiders, elite en meerderheid van de bevolking een feit was geworden (Js 1:4) stelde God dat ze eenzijdig Zijn Verbond, gesloten door Mozes, hadden verbroken (Js 24:5). Dit kon niet anders dan negatieve gevolgen hebben. Om dit te bevestigen zond God Jesaja in 734 v. Chr. naar koning Achaz (Js 7:3). Toen hij zich niet door God liet corrigeren kondigde Jesaja aan dat zijn koningschap afgenomen zou worden en aan een andere, betere koning gegeven zou worden (Js 7:14). In tegenstelling tot Achaz zou hij ervoor zorgen dat God weer met Israël zou zijn (Hebr. Immanoe ‘El). Dit was de inmiddels geboren kroonprins Hizkia, zijn zoon.

Opmerkelijk genoeg komt koning Hizkia (718-698 v. Chr.) in Jesaja chronologisch pas naar voren als hij al geruime tijd koning is. Namelijk nadat hij in 713 v. Chr. ongeneeslijk ziek was geworden. Nu is ziek worden in de Bijbel nog wel eens een straf van God. Hizkia had immers al een voorgeschiedenis met God. Hij was als sinds c.726 v. Chr. co-regent over Judah. Hij bleek niet de gehoopte Immanoe ‘El en vervulde Jesaja’s profetieën daarover slechts gedeeltelijk. Als God Jesaja zendt om Hizkia zijn dood aan te zeggen is Hizkia’s reactie dat hij God vraagt om zijn rechtvaardigheid te gedenken en hij vernederde zich voor God. Daarom schonk God hem 15 jaar aan zijn leven. Zijn koningschap, dat tot dan toe zo’n vijf jaar had geduurd wordt dus verviervoudigd; het zal c.20 jaar duren!

Hizkia richt daarna een dankbrief aan God (Js 38:9-20). Maar het is vreemd dat niet zijn ziekte de eerste gebeurtenis uit zijn leven is die in Jesaja wordt genoemd. Dit is het binnenvallen van Assyrië in Judah (Js 36:1). Dit gebeurde in 701 v. Chr. Zij vielen Judese steden aan in het westen van dat koninkrijk Judah in hun opmars naar Egypte. Ze bedreigden ook Jeruzalem. De hoofdreden van deze aanval was echter de zoveelste Assyrische poging om Egypte op te knieën te dwingen. Het bedreigen van Jeruzalem was een bijkomende reden, want Hizkia had zijn vazalschap aan Assyrië verzaakt en was bondgenoot van Egypte geworden. God was tegen zulke verbonden, omdat Israël ze eigenlijk niet nodig had. Al die problemen, de bedreiging van Assyrië en het door hen afgedwongen vazalschap waren het gevolg van hun geloofsafval. Hun herhaalde verzaken van dat vazalschap en aangaan van verbonden met buurkoninkrijken wijst op ongeloof. God zond Assyrië om de Israëlieten te tuchtigen en testen (Js 5:26; 7:18). Jesaja’s boodschap was dat als Israël zich tot God zou bekeren deze problemen een futiliteit zouden worden. Echter, ook Hizkia bleek niet rechtvaardig genoeg maar, net als het volk Israël, halfslachtig en klein gelovig. Meer vertrouwen hechtende aan het logische, het zichtbare. Het leger en diplomatie.

Dit wordt in Jesaja bevestigd door het laatste wat vermeldt wordt over Hizkia. Na zijn ziekteherstel in 713 v. Chr. (Js 39:1) komt er een delegatie uit Babylonië bij hem op bezoek. Hizkia is zo vereerd dat hij hen alle rijkdom van Judah laat zien. Dit grijpt Jesaja aan om hem de ondergang van Judah aan te zeggen. Opmerkelijk genoeg reageert Hizkia daar heel laconiek op. Hij zou het in elk geval niet meer meemaken, want God had hem nog 15 jaar leven beloofd. Maar in Jesaja wordt dan niet meer persoonlijk geprofeteerd aan Judese koningen, maar over koningen die wel volledig Gods wil zullen doen (vanaf Js 40). Messiaanse koningen.

In een volgende les wordt verder gegaan met de bestudering van het boek Jesaja.