8-God zal Israëls verbanning opheffen

0
107
Verbanning is een catastrofale straf. Het is gedwongen gescheiden zijn van geliefden, eigen huis, familie, vrienden en streek en land. Maar ook gedwongen verblijven in een vreemde omgeving. Ver weg van waaruit de verbanning plaatsvond. Vaak geldt in het verbanningsoord ook dat bepaald wordt waar gewoond mag worden, met wie contact mag worden gehouden en soms zelfs dat de banneling gevangen moet zitten. Het is dus een vorm van doodstraf, want door het gedwongen scheiden van de eigen oorsprong is het contact daarmee volledig afgesneden. Er is dan wel geen fysieke doodstraf, maar wel een sociale en mentale. Voor de meeste mensen is dat erger dan de doodstraf, want die heft het denken definitief op.

Lessen uit Jesaja
Door Marco van Putten

Israëls verbanning was nog erger. Hun bestaan was sterk verbonden met het hun Beloofde Land. De ‘oorsprong’. Het Verbond van God, bemiddeld door Mozes, maakte Israël tot natie en zo het Eigendom van God (Ex 15:16; 19:5). Het bestaat daarom voor een belangrijk deel uit nationaal-godsdienstige voorschriften, die alleen in dat Beloofde Land kunnen worden gerealiseerd. Zonder dat Land konden ze niet aan de voorwaarden voldoen van hun roeping door God. Maar het was nog erger, ze werden er getuigen van hoe vreemde natiën hun Land met geweld binnenvielen, hun leger herhaaldelijk verpletterden, hun land stukje bij beetje leegroofden en verwoesten. Mannen werden genadeloos afgeslacht, (jonge) vrouwen verkracht en kinderen vermoord. Velen werden als gevangenen afgevoerd naar heel ver weg gelegen landen van het heidendom. De ergste klap kwam toen Jeruzalem herhaaldelijk werd aangevallen, binnengevallen en geplunderd. De Tempel werd bestormd, leeggeroofd, priesters afgeslacht en de het Tempelhuis in brand gezet en verwoest. Met die beelden en kennis in gedachte verlieten de gevangen genomen Israëlieten hun geliefde Land.

In hun verbanningsoorden wisten sommigen hun vrijheid te verkrijgen en anderen werden door de regering aangesteld als adviseurs, geleerden of regeerders. Toch werden ze met hun nek aangekeken door hun vreemde godsdienstige gebruiken en hun onzichtbare God. Veel Israëlieten gaven toe aan de druk van de verbanning en assimileerden met de heidenen. Ze huwden heidense vrouwen, ondanks dat dit hun verboden was (Gn 28:1; Ezra 9:2), en huwelijkten Israëlitische vrouwen uit aan de heidenen. Er blijven steeds minder aanhangers van de Israëlitische godsdienst over. Deze verschrikkelijke gebeurtenissen is de hoofdaanzegging van de profetieën in Jesaja, die gelukkig maar een ‘ogenblik’ worden genoemd (Js 54:7-8).
Toch geven veel uitleggers onterecht een positieve betekenis aan Israëls verbanning, terwijl het feitelijk iets verschrikkelijks is in de heilsgeschiedenis en ook iets over God zegt.

Echter, omdat God Israël als eeuwige natie heeft geschapen (Js 46:4) en hen een plaats in het komende heil heeft aangezegd (Js 54:13; 62:11) zal er ook een einde zijn aan de verbanningstraf (Js 61:1). Dit is waar Jesaja’s profetieën op de tweede plaats over gaan. Om zeker te weten wanneer het einde van de verbanning daar zal zijn en Israël zal terugkeren naar hun eigen Land noemt Jesaja een aantal kenmerken: 1. Een rest van Israël bekeert zich (Js 10:21-22); 2. Er zal een boodschapper komen die het einde van de verbanning aankondigt (Js 40:3; 41:27); 3. Israël moet opstaan en zich afscheiden van de onreinheid van hun verbanningsoord (Js 52:2, 11); 4. Er zal een heerbaan zijn vanuit het verbanningsoord naar het Beloofde Land (Js 11:16; 35:8); 5. De heidenen zullen actief helpen bij de terugkeer (Js 49:22; 66:12); 6. De terugkeer zal in kalmte en met allerlei voorzieningen samengaan (Js 43:20; 48:21); 7. Israël keert met grote blijdschap terug in hun eigen Land en tot Zion (Js 51:11).

Het verlangen naar Israëls (godsdienstige) herstel vormt de basis van wat (religieus) zionisme werd genoemd. De zionistische beweging wil proactief Israëls herstel realiseren. Aanvankelijk ontstond het zionisme niet als religieuze, maar als seculiere beweging. Het doel was sociale emancipatie van Joden om antisemitisme te bestrijden. Het concrete herstel van de Joodse natie kreeg vorm als onderdeel van de opkomst van het socialisme en communisme in de eerste helft van de 20ste eeuw. De belangrijkste vertegenwoordigers hebben van aanvang aan een nogal intolerante en compromisloze opstelling aangenomen tegenover critici, die al snel het verwijt krijgen antisemitisch te zijn. Pas na de Tweede Wereldoorlog sloot de meerderheid van religieuze zionisten en het rabbinaat zich hierbij aan. Centrale vraag van critici is of aan de Bijbel recht wordt gedaan en b.v. al Jesaja’s profetieën zijn vervuld. Het antwoord is boven alle twijfel: nee. De luidruchtige zionisten stellen echter dat de Bijbel er uiteindelijk niet toe doet. Andere zionisten stellen dat niet meteen alles wat over Israëls herstel in de Bijbel staat vervuld hoeft te worden. Zionisme heeft echter een tegenstrijdige en verwarrende situatie doen ontstaan, want Israël is nog steeds van God verbannen. Hij heeft ze verstrooid onder de volken. Niet de bannelingen kunnen een verbanning beëindigen, maar alleen Hij Die ze verbannen heeft.

In een volgende les wordt verder gegaan met de bestudering van het boek Jesaja.