Inleiding-God verbant afvallig Israël …

0
102
Jesaja blinkt uit als profeet. Met 66 hoofdstukken is zijn boek het langste in de Bijbel. Hij profeteerde tot minstens vier Judese koningen (Js 1:1). Hij is de meest geciteerde profeet in het Nieuwe Testament (NT). Ruim 150 maal. Zijn profetieën kondigen de komst aan van messiaanse Koningen, de Here Jezus en het messiaanse koninkrijk. Hij wordt daarom messiaans profeet genoemd. Redenen om eens nader met hem kennis te maken.

Door Marco van Putten

Auteur(schap) en zijn tijd
Waarschijnlijk werd Jesaja rond 770 v. Chr. in Jeruzalem geboren en toen hij ongeveer 30 jaar was riep God hem definitief tot profeet (Js 6:1). Zijn Hebreeuwse naam Jesja’jahoe betekent: ‘Redding is van God’. Hij volgde de profeet Amos op (1:1) en was tijdgenoot van de profeten Hosea (Hs 1:1) en Micha (Mi 1:1).
Jesaja leefde in de tijd waarin Israël uit twee koninkrijken bestond. Circa 200 jaar voor zijn tijd hadden tien Israëlische stammen zich afgescheiden van hun broeders in het zuiden van hun Land en een eigen koninkrijk ‘Israël’ in het noorden uitgeroepen met als hoofdstad Samaria. De twee stammen in het zuiden noemden hun Davidische koninkrijk daarom ‘Judah’ en behielden Jeruzalem als hoofdstad.

Jesaja leefde in spannende tijden. In de beginperiode van zijn profeetschap is er economische bloei en groei in militaire sterkte onder koning Uzzia (2 Kr 26:11-14). Maar ook waren de wereldrijken in beweging. Assyrië breidde zijn gebied en invloedssfeer steeds verder uit. Ook in de richting van Egypte, terwijl Egypte hetzelfde deed in de richting van Assyrië. Tussenin lagen Israël en Judah. De Israëlieten zochten manieren om hiervan gespaard en onafhankelijk te blijven en zochten daarvoor steun bij buurkoninkrijken of op het ene moment bij Assyrië en dan weer bij Egypte. Ze zochten echter geen steun bij God. Al deze zaken – de welvaart, de militaire sterkte en de diplomatie – droegen bij aan de gestaagde geloofsafval van Israëlieten.
Wanneer Jesaja stierf is onzeker. Volgens de Joodse traditie liet de Judese koning Manasse hem in 686 v. Chr. de marteldood sterven. Hij werd begraven bij de Judese koningen waarvan hij blijkbaar afstamde. Hij zou heel oud zijn geworden.

Tegenwoordig wordt vermoed dat Jesaja niet de enige schrijver van het gelijknamige boek was. Andere schrijvers zouden later gedeeltes hebben toegevoegd. Dit zou stijl- en themaverschillen verklaren en details over de toekomst die Jesaja nooit van tevoren zou kunnen weten. Maar die verschillen zijn minder groot dan verondersteld. De profetieën werken naar een climax over ondergang en herstel van Israël. Omdat voor de NT schrijvers Jesaja de enige auteur was (Mt 8:17; Joh 12:38) maakt dat wat tegenwoordig wordt gedacht irrelevant.

Karakter van profetie
Profetieën zijn vaak moeilijk te begrijpen. Zeker als ze slecht vertaald zijn. Ze gaan op de eerste plaats over de tijd van de profeet en vervolgens over de (nabije of verre) toekomst. Maar al wordt Jesaja’s tijd bestudeerd, dan nog is niet altijd even duidelijk op welke gebeurtenis een profetie slaat. Wat betreft de toekomst lopen tijdslijnen vaak door elkaar heen. Profetieën lijken soms over één gebeurtenis te gaan, maar nauwkeurige bestudering toont dat ze vaak over meerdere gebeurtenissen gaan. Profetieën hebben meestal meerdere vervullingen. Zo gaan Jesaja’s profetieën zeker niet uitsluitend over de Here Jezus. De precieze betekenis is dus niet altijd makkelijk vast te stellen. Vooral ook omdat veel profetieën tot op vandaag niet of onvolledig vervuld zijn.

Ook voor Jesaja’s generatie waren zijn profetieën lastig. Hij veroordeelt zijn doelgroep zwaar. Ook profeteerde hij hele nieuwe en schokkende dingen, waarvan veel in leek te gaan tegen hun godsdienst. God had Jesaja ook uitdrukkelijk geroepen om mensen te verwarren (Js 6:9-10). Daar komt bij dat veel profetieën onvervuld bleven in zijn tijd. Terwijl Mozes dit juist als toets voor een profeet stelde (Dt 18:22). Het is daarom een wonder dat het boek in de Bijbel is opgenomen. Blijkbaar werd Jesaja toch als Gods profeet aanvaard.

Doel en inhoud
Jesaja gaat uit van het ene volk Israël (de twaalf stammen) en niet slechts van Judah. Zijn profetieën zijn op de eerste plaats veroordelingen van dit Israël, omdat ze tegen God ingaan (2 K 17:7-23; 18:12; Js 1:2; 29:13). Israël verliest hierdoor de unieke roeping. Jesaja’s profetieën maken bekend dat God hen door buitenlandse koninkrijken laat aanvallen. Jesaja’s doel was een bekeringsoproep (Js 31:6). Dit werkt tijdelijk en gedeeltelijk, maar uiteindelijk valt Israël toch van God af wat erin resulteert dat ze Gods wegbereiders voor geloofsherstel – messiaanse Profeten – vervolgen, laten lijden en doden (Js 50:6). God zal Israël daarom verbannen en daarin verdrukken totdat ze zich bekeren als Zijn Messias zal optreden en Gods Koninkrijk op aarde zal vestigen. Heidenen die Israël te veel verdrukten zal Hij straffen (Js 47:6) en alle natiën zullen Israëls godsdienst aannemen.
Bijzondere aandacht is er voor de rechtvaardige rest van Israël die het collectieve lijden van Israël onschuldig moet ondergaan (Js 3:10; 57:15). God bemoedigt hen door ze heilig zaad van Israëls herstel te noemen (Js 6:13; 65:8).

Plaats in de Bijbel / structuur / overzicht
Het boek is wat lengte betreft ingedeeld bij de ‘grote’ profeten en bij de ‘latere’ profeten omdat hij honderden jaren later leefde dan de ‘vroege’ profeten, zoals Mozes en Samuël. Het boek heeft wijsheidsspreuken (Js 26:4), liederen (Js 5:1), gebeden (Js 25:1), geschiedschrijving (Js 7:1) en eindtijdprofetieën (Js 2:2). Omdat de volgorde van de historische gedeelten in de profetieën overeenstemmen met die in de boeken Koningen en Kronieken, kan worden aangenomen dat ook de rest van het boek enigszins chronologisch is.

Jesaja behandelt tien hoofdonderwerpen: 1. Israël en hun koning zouden God moeten vrezen (Js 8:13; 32:1); 2. God tuchtigt Israël door natiën, maar ze weigeren Hem te zoeken (Js 10:5-6; 31:1); 3. Wie God is en wat Hij doet (Js 43:10-12; 44:24); 4. Gods verhouding tot Israël (Js 31:4-5; 65:2); 5. Israëls gedrag en de gevolgen daarvan (Js 27:8; 28:15); 6. De lijdende messiaanse Profeet, zoals Jesaja (Js 30:20; 53:4-6); 7. Israël verbannen en hun Land verwoest (Js 5:13; 6:11); 8. God heft Israëls verbanning op en brengt ze naar hun Land terug (Js 43:6; 51:11); 9. Het Koninkrijk van de Messias en de herschepping (Js 24:23; 60:19); 10. De natiën; die gelovig (Js 2:3) en die verdelgd worden (60:12; 63:6).
Dit zijn ook NT onderwerpen. Jesaja geeft dus het Evangelie in een notendop en wordt daarom de evangelist van het Oude Verbond genoemd.

‘Dit is een korte inleiding op de artikelen in deze rubriek ‘Lessen uit Jesaja’.