Thema: De meervoudige betekenis van ‘messiaans’

0
105
In het boek Jesaja is vanaf aanvang aan duidelijk dat de Israëlieten in meerderheid niet meer luisteren naar Gods waarschuwende woorden die Zijn profeten laten horen. Israël is in een crisis en God zal die nog groter maken. Als God Jesaja roept krijgt hij dan ook te horen dat hun verbanning door God vast besloten is (Js 6:11-13). Die verbanning brengt groot lijden en verder geloofsafval. Maar deze hopeloze crisissen zijn niet Israëls eindstation of ondergang. God zal een overblijfsel behouden. Messiaanse koningen en personen staan daarmee in verband.

Lessen uit Jesaja
Door Marco van Putten

Wat betekent ‘messiaans’?
Op de eerste plaats heeft het zelfstandige naamwoord ‘messiaans’ een verband met het Hebreeuwse werkwoord masjiach – zalven. In de Israëlitische godsdienst gaat zalving met speciale olie vooraf aan een speciale wijding. Priesters, profeten en leraren werden gezalfd, maar ook seculiere ambten, zoals koningen. Op die manier worden dan ook de meeste vermeldingen van masjiach in de Bijbel gebruikt. De eerste keer in Leviticus 4:3. Vaak was een zalving een officiële aangelegenheid, maar veel zalvingen door God vonden plaats in het verborgene en zonder officieel en openbaar ritueel. Zo wordt Jesaja gezalfd door de Heilige Geest (Js 61:1). Toch zal Jesaja officieel voor zijn ambt als profeet zijn gezalfd. Hoewel dat in de Bijbel niet wordt genoemd. Overigens is de zalving met olie ook een symbolische weergave van wat mensen wensen dat God zal doen. De oliezalving is dus zeker geen magische handeling aan een persoon. God zal dit moeten bevestigen door een speciale vrucht van de Geest aan die persoon te schenken voor het uitoefenen van een ambt. Ook draagt de gezalfde voortdurend verantwoordelijkheid waardig aan zijn zalving te leven.

Maar dit gezalfd zijn voor een speciaal ambt in Israël is amper wat bedoeld is met het bijvoeglijke naamwoord ‘messiaans’. Dit verwijst namelijk naar de ene persoon met een heel speciale en unieke functie die namens God zal optreden; een messias. Die functie is niet zozeer bedoeld voor het dagelijkse bestaan van Gods volk, zoals een priester, maar iemand die Israël zal uitredden uit een uitzichtloze en hopeloze crisis, het zal herstellen en de ideale orde van God erin zal vestigen en beheren. Messiaans wijst dus in algemene zin ook op het vervullen van messiaanse profetieën. Messiaans betekent ‘in relatie tot een messias’. Zo’n messias herstelt (Israël als) Gods volk en in Jesaja staat dit vooral in verband met het einde van Israëls verbanningen. Omdat Israël zich in de verbanning bevindt bij de komst van zo’n messias moet deze dus van ‘buiten’ Israël komen. Dat is nieuw! Er zal dan ook geen officieel zalvingritueel door Israël aan hun aantreden vooraf kunnen gaan. Het woord ‘messiaans’ wijst dan op de functie van redding, lossing en herstel uit Israëls noodsituatie en crisis. In tegenstelling tot de ‘gezalfde’ beambten binnen Israël, gaat het bij de messias om het ‘tot nieuw leven’ wekken van Israël dat geestelijk dood is. In die zin gaat zo’n messias dus ‘boven’ (de koningen van) Israël uit. Ze benadrukken Israëls totale afhankelijkheid van Gods genadige handelen voor hen.

Messiassen en messiaanse Koningen
Bij de eerste verbanning van Israël naar het Babylonische rijk (605-535 v. Chr.) roept God de Perzische koning Cyrus (Koresj in de grondtekst) tot messias van Israël. Voor Israël is zo’n niet-Israëlitische messias onvoorstelbaar! Hoe kan een heiden namens God Israëls herstel bewerken?! Toch was hij dat (Js 45:1).
Echter, uit het verloop van deze verbanning in de geschiedenis is duidelijk dat veel profetieën in Jesaja over Israëls herstel onvervuld zijn gebleven. Lange tijd (van de 6de eeuw v. Chr. tot de 1ste eeuw n. Chr.) dachten sommigen dat die profetieën een symbolische vervulling hadden in de Babylonische verbanning. Dat sloeg om toen vanaf 70 n. Chr. de tweede verbanning van Israël begon. Een verbanning die tot op vandaag aanhoudt. Vanaf toen kwamen die profetieën van Jesaja, over de grootse beëindiging van Israëls verbanning en hun herstel, in een ander licht te staan. Ze werden uiteindelijk als onvervuld beschouwd. Te meer, omdat die ook spreken over tot het definitieve herstel van Israël. God zou hen niet opnieuw verbannen en Zelf Zijn koninkrijk in het Land Israël vestigen.

Hoewel de verbanning van Israël en het herstel daaruit door een messias een hoofdthema is, wordt in Jesaja de komst van de Judese koning Hizkia (718-698) als messiaanse koning aangekondigd (Js 7:14). Een koning dus die niet zelf een messias is, maar ermee ‘in relatie staat’ en eigenschappen van een messias heeft. Deze zou de crisissen in Jesaja’s dagen van de geloofsafval van Israël en de dreiging van Assyrië moeten aanpakken. In feite moet zo’n messiaanse koning de komst van een messias uitstellen. Dit toont de complexiteit van dit onderwerp. Door Hizkia’s handelen als messiaanse koning en anderen na hem besloot God om Israël nog niet te verbannen, maar hen zo’n 120 jaar de tijd te gunnen zich te bekeren. De tijd tussen Jesaja’s optreden in de 8ste eeuw v. Chr. en de aanvang van Israëls verbanning aan het einde van de 7de.

Messiaanse martelaren
Er is nog een belangrijk aspect van dit onderwerp wat de meervoudigheid van de benaming ‘messiaans’ toont. In Jesaja staan namelijk ook profetieën die spreken van messiaanse personen. Het gaat daarin over personen die door Israël worden veracht, bespot, vervolgd en uiteindelijk worden doodgemarteld ondanks dat ze namens God handelen. Maar door hun volharding laten ze een bijzonder krachtig getuigenis van God na dat later doorweegt tot in en uiteindelijk meewerkt aan het einde van Israëls verbanning en herstel. Het gaat dus om personen met een andere messiaanse roeping dan de messiaanse koningen. Jesaja is zo’n messiaans persoon. Het zijn dus vaak profeten. Maar omdat ze lijden voor hun geloof zijn het vaak ook martelaren. Dat is nieuw!

Maar in Jesaja wordt ook specifiek geprofeteerd over een wel heel bijzonder Messiaans Persoon (Js 53). In deze profetieën wordt gesproken over plaatsvervangend lijden en het dragen van tuchtigingen van God ten behoeve van Israël. De verwondingen en kneuzingen van deze Persoon genezen Israël. Ook dat is nieuw! Maar de profetieën gaan nog verder. Ze stellen dat God de misdaad van Israël op Hem doet neerkomen. Dat is juist wat in de offerdienst in de Tempel gebeurde. Dat wijst er op dat die dienst niet afdoende was. Ook dat is nieuw en ogenschijnlijk strijdig met Mozes. Het gaat nog verder door te stellen dat de eigen rechtvaardigheid van die lijdende messiaanse persoon anderen zal rechtvaardigen. Dat wijst op voorspraak, zoals de (Hoge)priesters dat deden. Ook zijn er dreigende woorden. Namelijk dat Hij met Torah overtreders zal afrekenen. Dat wijst op koninklijke macht. Het gaat hier dus over Één uniek messiaans Persoon in de tijd van Jesaja, want geen enkel mens was zo heilig. Deze profetieën kunnen dan helemaal niet over het collectief van het volk Israël gaan, zoals sommigen onjuist denken. Zeker niet ten tijde van Jesaja.

Ondanks al deze eigenschappen wordt Hij door Israël veracht en niet als messiaans Persoon (priester of koning) geëerd. Ook hebben offerdieren in de Tempeldienst alleen hun plaatsvervangende betekenis voor de verzoening tussen de Israëliet & God als het dier sterft. Impliciet zeggen deze profetieën dan dus dat Deze Messiaanse Persoon ritueel sterft ten behoeve van Zijn volk. Maar dat is niet alleen strijdig met Mozes, maar ook ogenschijnlijk lasterlijk! Dat zou dan mensenoffers in de Israëlitische godsdienst introduceren. Iets wat Mozes expliciet verbiedt (Dt 18:10)! De Israëlieten die deze profetieën hoorden konden hun oren niet geloven en sommigen zullen ze zelfs hebben dichtgestopt. Jesaja sloeg met deze profetieën een pad in die hem tot lasteraar en valse profeet zou veroordelen. Maar het bevestigt hoe ver het volk van God af stond. Immers, in het Nieuwe Testament wordt Deze lijdende messiaanse Persoon geopenbaard als de Here Jezus. Hij is het die deze profetieën over de lijdende messiaanse Persoon volmaakt realiseert. Maar dat betekent niet dat Zijn dood een einde heeft gebracht aan de messiaanse martelaren (Jh 15:13; Opb 2:10), zoals de geschiedenis na Hem heeft aangetoond. Messiaanse profetieën kunnen dan wel vervuld zijn in een generatie, maar dat betekent klaarblijkelijk nog niet dat profetieën geen (gedeeltelijke) vervulling meer kunnen hebben in latere generaties.

Vervulling betekent niet altijd beëindigen, irrelevant maken of buiten betekenis stellen van Gods woorden. Ze hebben immers ook een relatie met wetmatigheden van de wereld en de structuur & werking van de Schepping en verklaren die ook. De Here Jezus is dus een messiaans Persoon. Hij staat ‘in relatie tot’ een messias. Maar het moet duidelijk zijn dat Zijn werk als messiaans Persoon niet in relatie staat tot zomaar een messias, maar dat Hij een wegbereider moet zijn geweest voor de ware Messias Die nog moet komen om de messiaanse tijd te realiseren. Volgens het Nieuwe Testament is Hij Één en Dezelfde Persoon (Mt 26:64; Hnd 1:11). Ook dat is nieuw. De Torah – Gods onderricht – in het boek Jesaja over de Messias was dus ongehoord en uniek in zijn tijd. Dat maakt hem tot een zeer omstreden, maar ook tot een van de grootste profeten uit de Bijbel.

Dit was een thema artikel van de ‘Lessen uit Jesaja’. In een volgende les wordt verder gegaan met de bestudering van het boek Jesaja.