Thema: De ‘rest van Israël’

0
119
In de Bijbel staat dat God wil dat alle mensen behouden worden (1 Tim 2:4). Toegepast op het oude Israël trekken veel gelovigen de conclusie dat dit zeker geldt voor heel (het oude) Israël (Rom 11:26). Maar Jesaja’s profetieën delen dit enthousiasme niet. Deze stellen dat dit zich beperkt tot een kleine groep vrome Israëlieten. De ‘rest van Israël’. Wat wordt dan met die ‘rest’ bedoeld en hoe verhoudt zich dit tot Gods trouw & eeuwige band met Israël?

Lessen uit Jesaja
Door Marco van Putten

De Bijbel beschrijft nergens de Alverzoeningsgedachte dat de meeste of zelfs alle mensen behouden zullen worden. Mensen blijken van nature immers Gods wil niet te zoeken en als ze die al kennen gaan ze ertegenin. Zelfs of vooral gelovigen hebben die neiging. Wat de Bijbel wel beschrijft is Gods eeuwige trouw aan Zijn volk en Zijn herstelplan van de Schepping voor hen. Maar in Jesaja staat dat heel Israël van God was afgevallen (Js 1:4-6) en dat ze Gods eeuwige Verbond hadden verbroken (Js 24:5) en daarmee waren ze niet langer Gods volk. Toch is Israël ‘een eeuwige natie’ (Js 44:7). Juist dat feit garandeert de zogenaamde ‘rest van Israël’. Dat staat niet alleen in het boek Jesaja, maar ook in andere Bijbelboeken (Dt 19:20; 28:62; Jer 6:9; 31:7; Eze 11:13; Mic 2:12; Sef 3:12-13). Blijkbaar is dus de ‘rest van Israël’ een gegeven in Gods herstelplan van Israël.

Israëls ‘rest’ in Jesaja
In Jesaja worden verschillende woorden voor de ‘rest’ van Israël gebruikt, waardoor een oppervlakkige lezer het niet meteen opvalt. Te meer, omdat er ook minder voor de handliggende woorden voor de ‘rest’ worden gebruikt. Uit de woorden waarmee Jesaja de ‘rest’ aanduidt blijkt dat ‘rest’ vooral in verband staat met Israëls verbanningen. Zij zullen daaruit overblijven. Maar in Jesaja wordt nog specifieker over deze ‘rest’ geschreven. Het gaat om een groep die zich van het collectief van Israël onderscheidt. Dit blijkt uit benamingen als ellendigen (Js 3:15), armen (Js 25:4), nederigen (Js 57:15), behoeftigen (Js 14:30) en vertredenen (Js 57:15). Helemaal duidelijk zijn woordcombinaties als losgekochten van God (Js 62:12), Mijn [Gods] uitverkorenen (Js 65:9) en de bevenden voor Zijn [Gods] woord (Js 66:5). Met deze benamingen kan zeker niet heel Israël bedoeld zijn. Nog duidelijker wordt het als ze gehatenen (Js 60:15), gebrokenen (Js 58:7) en bedroefden van geest (Js 54:6) worden genoemd. Het toont hoe ze behandeld worden door de meerderheid van Israël.

De ‘rest’ blijkt dan al in de dagen van profeet te bestaan. Ze waren een minderheidsgroep onder de Israëlieten. Gehaat, veracht, bespot, vervolgt en net als Jesaja doodgemarteld. Ze moesten teruggetrokken leven in Judah en gingen niet mee in de misdaden van de meerderheid. Hun aanwezigheid herinnerde Israël juist aan Israëls oorspronkelijke roeping. Jesaja heeft deze Israëlieten op het oog. Jesaja noemt ze ‘leerlingen (van God)’ (Js 8:16). Jesaja profeteert dat ze als een twijg zal groeien uit de vermolmde boomstronk die Israël was geworden (Js 6:13). Lees ook wat de Here Jezus over deze mensen zegt (Mt 5:3-6). In deze ‘rest’ komt de naam van Jesaja’s zoon Sje‘ar-Jasjoev – een rest zal terugkeren (uit de verbanning) (Js 7:3) in een ander licht te staan. Ook deze ‘rest’ zal bekeren (Js 10:21). Bekeren, want God roept hen terug naar een nieuwe situatie (Js 62:2).

Vooruitzicht
In Jesaja staat dus niet geprofeteerd dat heel Israël behouden wordt. Het doel van de verbanningen is immers juist om Israël door verdrukking, lijden en verleidingen uit te zuiveren (Js 1:25). Het is een werk van de Heilige Geest (Js 4:4), waardoor de meerderheid van boosaardige Israëlieten zullen vergaan (Js 41:11). De ‘rest’ zal het ware Israël zijn dat ‘heel Israëls zaad’ (Js 61:9) vertegenwoordigt. Maar hoe gaat het dan verder?

Als hun verbanning onder de natiën (galoet haggojim) volbracht is (Js 45:17) zal God Zich over Israël ontfermen en hen weer verkiezen (Js 14:1). Hij zal de Heilige Geest op de ‘rest’ uitstorten (Js 32:15; 44:3). Die zal de bedekking wegnemen (Js 25:7). God belooft hen nooit meer te verbannen (Js 54:9). Het einde van deze verbanning wordt aangekondigd ‘met bazuingeschal’ (Js 27:13). Ze moeten het onreine, boosaardige wereldrijk van hun verbanning verlaten (Js 49:9). God zal een ‘heerbaan’ voor hen aanleggen (Js 11:16) afgekondigd door een vreugdeboodschapper. Ze zullen worden ingezameld uit de natiën (Js 11:11-12), die hen zullen bijstaan op hun terugkeer (Js 14:2). Vele vreemdelingen zullen zich bij Israëls terugkeer aansluiten. Ze zullen het Beloofde Land binnengaan waar ze hun Messias ontmoeten, Die zal regeren vanuit Israëls hoofdstad Jeruzalem. Zij zullen hun vervallen steden en de Tempel herbouwen (Js 44:26-28), daar wonen in sjalom en onoverwinnelijk zijn voor hun vijanden (Js 54:14-17). De aan Israël vijandige wereldrijken zullen vernietigd worden (Js 34:2-5) of zich bekeren (Js 19:23). De Messias zal met alle gelovigen een nieuw eeuwig Verbond sluiten (Js 61:8). Alle zonen van de ‘rest’ zullen Godgeleerden zijn met grote welstand (Js 54:13). Deze profetieën zijn duidelijk nog onvervuld.

Dit was een thema artikel van de ‘Lessen uit Jesaja’. In een volgende les wordt verder gegaan met de bestudering van het boek Jesaja.