Brieven van Paulus – deel 6 van 7

0
44
Colossenzen – angst voor afdwalende gemeenten!

Lezen: Colossenzen 3:1-4:6

Vers voor vandaag: “Gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht.” (Colossenzen 2:10a)

De brief van Paulus aan de Colossenzen
Weer een brief die Paulus vanuit de gevangenis in Rome schreef ergens tussen 60 en 64 na Christus. Hij had de oude stad Colosse waarschijnlijk bezocht toen hij in Efeze woonde en van daaruit het Evangelie verkondigde in Klein-Azië (“En dit ging twee jaar lang zo voort, zodat allen, die in Asia woonden, het woord des Heren hoorden, Joden zowel als Grieken” – Handelingen 19:10). Colosse was de woonplaats van Filemon aan wie Paulus een brief schreef om zijn weggelopen slaaf, die tot geloof was gekomen, te aanvaarden als een broeder (Colossenzen 4:7-9 en de brief van Paulus aan Filemon).

De aanleiding voor deze brief vinden wij in hoofdstuk 1:21-23. “Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.”

Paulus had met veel pijn en moeite jarenlang het Evangelie verkondigd. Toen hij ‘vast zat’ in Rome werd hij telkens opnieuw geconfronteerd met berichten over christenen en gemeenten die langzaam van God afdwaalden. Dat alles baarde hem grote zorgen en leidde hem ertoe om de enige twee dingen te doen die hij gezien zijn omstandigheden nog kon doen: bidden en schrijven. Als gevolg daarvan hebben wij ook vele eeuwen later nog toegang tot het leerstellige denken van Paulus.

In Colosse, net als in de streek Galatië, gingen gelovigen ertoe over om hun nieuw gevonden vrijheid in Christus te vermengen met aloude Joodse gedachten, gebruiken en voorschriften, zoals de besnijdenis (2:11), de plaats van de sabbat (2:16) en engelenverering (2:18).

Ook begonnen wereldse invloeden een rol te spelen, zoals blijkt uit 2:8: “Ziet toe, dat niemand u medeslepe door zijn wijsbegeerte en door ijdel bedrog in overeenstemming met de overlevering der mensen, met de wereldgeesten en niet met Christus, want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk.” Paulus benadrukt in deze brief opnieuw dat Jezus ALLEEN alles is voor iedereen. Mooie voorbeelden daarvan vinden wij in 2:3,9,10,15. Iedere leer of filosofie die afdoet aan de enige en unieke plaats die Jezus Christus heeft in de heilsgeschiedenis wordt door Paulus radicaal veroordeeld. Immers, wij hebben de volheid reeds verkregen in Hem (zie het vers voor vandaag).

Ook deze brief van Paulus volgt een typisch patroon, waarin hij eerst de nadruk legt op de leer en daarna op de toepassing daarvan in het leven van iedere dag.
A. Jezus Christus is Heer over alles (1:1-2:7)
B. Jezus Christus en de dwalingen in Colosse (2:8-3:4)
C. Jezus Christus en het leven als christen (3:5-4:18)

Toepassing: Als je een brief als Colossenzen (en andere gedeelten uit de Bijbel) leest, kom je tot de conclusie dat mensen, groepen en gemeenten automatisch van God afdwalen als ze zich niet onderwerpen aan het gezag van het Woord en nalaten God op een oprechte manier te aanbidden. Kunt u daar voorbeelden van geven uit uw eigen leven en uit uw leefwereld?

Gebed: Heer, help mij om U in alle eenvoud trouw te blijven. Amen.

© Maximum Life