Brieven van Paulus – deel 7 van 7

0
44
Thessalonicenzen: de leer der laatste dingen!

Lezen: 1 Thessalonicenzen 1:2-10

Vers voor vandaag: “Wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:15b-17)

De brieven van Paulus aan de Thessalonicenzen
Vandaag de laatste studie uit deze serie van de brieven van Paulus aan zeven gemeenten. Deze laatste brief is gericht aan gelovigen in de plaats die wij nu nog kennen als Thessaloniki.

Op zijn tweede zendingsreis bracht Paulus drie weken door in Thessaloniki. Zoals hij gewoon was om te doen ging hij direct naar de synagoge om daar het Evangelie te verkondigen. Vanuit de Schriften liet hij zien dat Jezus de beloofde Messias is. Enkele Joden en vele Grieken lieten zich overtuigen en kwamen tot geloof. Dat alles tot ongenoegen van de leidende Joden, die een oproer veroorzaakten met een argument dat klonk als een pluim op de hoed van Paulus en zijn metgezellen: “Dezen, die de wereld in opschudding gebracht hebben, zijn ook hier gekomen.” (Handelingen 17:6b) Als gevolg van dit alles moesten Paulus en zijn medewerkers hals over kop de stad verlaten. Toen zij even later een vruchtbare bodem vonden in het nabijgelegen Beréa werden zij zelfs daar achtervolgd door de Joden uit Thessaloniki. Opnieuw moest Paulus vluchten.

Ondanks zijn korte verblijf in Thessaloniki en de grote weerstand die hij daar ondervond slaagde Paulus er toch in daar de tweede Europese gemeente te stichten. Na zijn overhaaste vertrek uit de stad en de streek maakte hij zich zorgen om de jonge gemeente. Hij stuurde Timótheüs terug om de christenen in deze moeilijke tijd terzijde te staan. Nadat Timótheüs met goede berichten was teruggekeerd (3:1-10) schreef Paulus zijn eerste brief aan de Thessalonicenzen. Een paar maanden later volgde de tweede brief. In die brief gaat Paulus in op een aantal problemen waarvan hij gehoord had. Belangrijk in beide brieven is de aandacht die Paulus geeft aan eschatologie, oftewel ‘de leer der laatste dingen’. Nergens anders geeft de apostel zoveel aandacht aan de wederkomst van Jezus Christus en de rol en plaats van gelovigen die ‘ontslapen’ zijn.

Indeling van de eerste en de tweede brief van Paulus aan de Thessalonicenzen
A. Introductie en persoonlijke overwegingen (1:1-3:13)
B. Praktische suggesties (4:1-5:22)
C. Zegen (5:23-28)

A. Persoonlijk – groet, dankzegging en gebed (hoofdstuk 1)
B. Leerstellig – de wederkomst van Jezus Christus (hoofdstuk 2)
C. Praktisch – bidden en werken (hoofdstuk 3)

Zoals een kunstenaar zijn werk persoonlijk ondertekent zo signeerde Paulus eigenhandig zijn brieven (die hij waarschijnlijk aan anderen dicteerde) om die brieven autoriteit en authenticiteit te verlenen. En terecht, want zijn brieven zijn theologische kunstwerken. “Een eigenhandige groet van mij, Paulus. Dit is een waarmerk in elke brief: zo schrijf ik.” (2 Thessalonicenzen 3:17)

Toepassing: In een andere studie van Manna willen wij nadenken over de wederkomst van Jezus Christus. Schrijf vandaag eens op hoe u die wederkomst ziet. Maakt het u blij of angstig?

Gebed: Heer Jezus dank U dat U eens terug komt om alle gelovigen op te halen. Amen.

© Maximum Life