De grote opdracht – deel 2 van 6

0
52
Zie, Ik ben met u, al de dagen tot aan de voleinding der wereld!

Lezen: Handelingen 18:18-28

Vers voor vandaag: “Vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had.” (Handelingen 18:25b)

“Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.” (Matthéüs 28:18b-20)

Bovenstaande woorden van Jezus Christus zijn bekend als het ‘zendingsbevel’ of de ‘grote opdracht’. Het is een opdracht die geldt voor alle christenen van alle tijden. Allemaal hebben wij het voorrecht om betrokken te zijn bij de verkondiging van het beste nieuws dat de mensheid ooit ten deel is gevallen. Vandaag nog enkele gedachten over dit zendingsbevel.

Doopt hen
De christelijke doop is onlosmakelijk verbonden met de verkondiging van het Evangelie. Door de eeuwen heen hebben christenen gedoopt in de naam van de Drie-enige God. Nu is het natuurlijk zo, dat onder christenen verschillend wordt gedacht over het toepassen van de doop. In het kader van deze studies over de grote opdracht zullen wij niet verder ingaan op die verschillen. Wel is het zo, dat christenen door de eeuwen heen hebben begrepen dat de doop een essentieel onderdeel is van het zendingsbevel.

Leert hen onderhouden
Hier spreekt Jezus over toerusting en geestelijke vorming. Hier krijgt de Gemeente de opdracht jonge christenen te onderwijzen, te begeleiden en te helpen. Het is de taak van volwassen christenen om hen die ‘jong zijn in het geloof’ bij de hand te nemen en zo verder te voeren op de boeiende weg van geestelijke groei.

Al wat Ik u bevolen heb
Niet meer, maar ook niet minder. In het vervullen van de grote opdracht is geen plaats voor geestelijke stokpaardjes. Wij moeten als volgelingen van Jezus Christus leren, alles te onderhouden en te onderwijzen wat Hij ons geboden heeft.

Dat was de grote opdracht die de eerste discipelen van hun Heer meekregen. Het bevel om uit te gaan en het Evangelie bekend te maken aan alle mensen van alle tijden en van alle landen.
Hoe zouden die eerste discipelen op die opdracht hebben gereageerd? Ik denk dat ze met hun oren hebben staan klapperen. Hun monden zijn vast van verbazing opengevallen.
Alle volken?
Alles wat U geboden hebt?
Dat meent U niet?
Dat kan toch niet!
Dat is een onmogelijke opdracht!
En dan is net alsof de Heer dit groepje discipelen (en door hen ook ons) een schouderklopje wil geven als Hij zegt: “Zie, Ik ben met u, al de dagen tot aan de voleinding der wereld.”
En dan is het net alsof Jezus zegt: Maak je nou maar geen zorgen. Ik beloof jullie dat Ik altijd en overal bij jullie zal zijn, wanneer jullie bezig zijn met het uitvoeren van Mijn opdracht.

Toepassing: Wat is uw aandeel in het uitvoeren van de ‘grote opdracht’?

Gebed: Heer, ik wil mijn bijdrage leveren in het uitvoeren van Uw zendingsbevel. Amen.

© Maximum Life