Historische Boeken – deel 2 van 6

0
49
Richteren: een moeilijke en onzekere tijd in de Joodse geschiedenis!

Lezen: Richteren 2:6-23

Vers voor vandaag: “Telkens als zij uittrokken …….. kwamen zij in grote benauwdheid; dan verwekte de Here richters, die hen verlosten uit de macht van hun plunderaars.” (Richteren 2:15,16)

Richteren
Het boek Richteren begint waar Jozua ophoudt. Het eerste vers luidt: “Het geschiedde na de dood van Jozua, dat de Israëlieten de Here vroegen: Wie van ons zal het eerst tegen de Kanaänieten optrekken om met hen te strijden?” (Richteren 1:1)

Na de dood van Jozua was er een machtsvacuüm ontstaan. Het volk had geen leider meer en voelde zich onzeker. De gedachte aan een koning was (nog) niet acceptabel omdat het volk God als enige koning wilde zien. In die tijd gaf God de richteren. Hun taak was om het volk te leiden in hun strijd tegen de vijanden en om recht te spreken in conflictsituaties. Vandaar de naam richteren.

Wie het boek Richteren heeft geschreven is niet bekend. Sommigen beweren dat Samuël de auteur is. In ieder geval kan door de herhaalde uitspraak: “In die dagen was er geen koning in Israël” (17:6, 18:1, 19:1, 21:25) geconcludeerd worden dat Israël bij het schrijven van het boek al een koning had.

Het boek Richteren beschrijft een heel moeilijke en onzekere tijd uit de Joodse geschiedenis. Tegen Gods opdracht in had het volk niet het hele beloofde land in bezit genomen. Belangrijke steden en gebieden in Kanaän waren onaangeroerd gebleven. Dat leidde steeds weer tot strijd, bloedvergieten en hongersnoden. Ook dwaalde het volk steeds weer van God af en begon de goden van de volken om hen heen te aanbidden.

Als de mensen dan op het hoogtepunt van hun lijden uit wanhoop tot God riepen, stelde God (soms tegen wil en dank) een richter aan.
Sommige richters waren goede mensen met goede motieven, zoals Gideon.
Anderen hadden alleen belang bij hun eigen situatie, zoals Abimelech die zich als koning liet kronen (hoofdstuk 9). Al met al was het een anarchistische, chaotische tijd die goed wordt samengevat in het laatste vers: “In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen.” (Richteren 21:25)

Indeling van het boek
A. De politieke en geestelijke situatie (1:1-3:6)
B. De geschiedenis van de richteren (3:7-16:31)
1. Othniël, Ehud en Samgar (3:7-31)
2. Debora en Barak (4:1-5:31)
3. Gideon (6:1-8:35)
4. Abimelek (9:1-57)
5. Thola en Jaïr (10:1-5)
6. Jefta (10:6-12:7)
7. Ebzan, Elon en Abdon (12:8-15)
8. Simson (13:1-16:31)
C. Voorbeelden van goddeloze anarchie (17:1-21:25)

Toepassing: Het ontbreken van goede, gelovige leiders doet mensen afdwalen van God. Wat kunt u doen met deze bijbelse waarheid?

Gebed: Heer, ik bid dat U mensen geeft die ons willen leiden naar Uw wil. Amen.

© Maximum Life