Pentateuch – deel 2 van 6

0
46
In den beginne schiep God de hemel en de aarde!

Lezen: Genesis 3 (als u tijd hebt, lees dan ook Romeinen 5:12-21)

Vers voor vandaag: “En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.” (Genesis 1:31a)

Genesis
De Pentateuch bestaat uit de eerste vijf boeken van de Bijbel, geschreven door Mozes.
Genesis, de naam van het eerste boek, betekent in het Grieks ‘oorsprong, bron, begin’.
Het eerste vers uit de Bijbel: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde”, is een blijdschap voor gelovigen, een struikelblok voor twijfelaars, en een achterhaalde zekerheid voor ongelovigen.

Het boek Genesis neemt de lezer mee naar de oorsprong van plaats, tijd en materie, het begin van ons universum. God sprak en creëerde uit niets het licht, de maan, de sterren, planeten en zonnestelsels. Hij sprak en schiep planten en dieren. Zijn woord maakte mensen naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis.

Het eerste boek van de Bijbel geeft heel duidelijk weer wat Gods plannen zijn met deze wereld en met de mensen. Een overzicht:

1. De schepping (Genesis 1,2)
De hemel en de aarde, de dieren en de mensen werden door God in perfecte toestand geschapen.
2. De zondeval (Genesis 3,4)
De mens wilde aan God gelijk zijn en keerde zich in zonde van Hem af. Naast de beschrijving van de zondeval in Genesis 3 kunnen wij twee verzen leggen uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen: “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.” (Romeinen 3:23) “Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12)
3. De belofte (Genesis 3:15)
Het mooie is echter dat wij diep verborgen in de beschrijving van de zondeval in Genesis 3 de eerste, ietwat cryptische, aanduiding vinden van de belofte van het heil, de komende Messias: “Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”
4. Het volk (Genesis 5-50)
God kiest Zich een volk uit om Zijn wil bekend te maken en om Zijn heilsplannen door te voeren.
a. Toen de mensen in zonden leefden roeide Hij hen uit en begon, om het zomaar eens te zeggen, nog eens opnieuw met familie van Noach (6-10).
b. Uit de nakomelingen van die familie koos Hij één persoon; Abraham (11:10-25:11).
c. Op een wonderlijke manier werd het begin van de vervulling van de belofte van een groot nageslacht werkelijkheid in Isaäk (18:1-15; 21-35).
d. Van de twee zonen van Isaäk werd Jakob, de jongste, uitgekozen (25:21-49:33). Deze Jakob kreeg na een worsteling met God de naam Israël (32:22-32).
e. Juda, de vierde zoon van Jakob, werd gezegend als opvolger (49:8-12).

Tot zover het fundament van de heilsgeschiedenis zoals we dat vinden in Genesis.

f. Eeuwen later werd het volk gehalveerd toen Israël in ballingschap ging.
g. Jezus werd geboren als nakomeling van David, uit de stam van Juda.

Toepassing: Wat is de belangrijkste les voor u uit het boek Genesis?

Gebed: Heer, dank U voor Uw heilsplan met deze wereld en met ons mensen. Amen.

© Maximum Life