Profiel van een leider – deel 3 van 5

0
17
Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend!

Lezen: Titus 2:1-15

Vers voor vandaag: “Houd (hun) in uzelf een voorbeeld voor van goede werken, zuiverheid in de leer, waardigheid, een gezonde prediking, waarop niets valt aan te merken.” (Titus 2:7,8a)

Wij zijn bezig met een studie over een profielschets van christelijk leiderschap aan de hand van 1 Timótheüs 3:1-13 en de brief van Paulus aan Titus.
Zeventien voorwaarden worden genoemd.
De eerste twee (onbesproken en rein) werden in de vorige studie besproken.

3. Waardig
Paulus schrijft dat een christelijk werker (ieder christen) gematigd moet zijn; nuchter, verstandig, evenwichtig, gebalanceerd en bescheiden. In zijn brief aan de Filippenzen schrijft hij: “Gedraagt u waardig het evangelie van Christus.” (Filippenzen 1:27)

4. Ordelijk
In onze vertaling staat ‘beschaafd’ (1 Timótheüs 3:2). Het woord dat hier gebruikt wordt is echter het woord ‘Kosmos’, dat wil zeggen: de orde die ontstaan is uit chaos.
Onze God is een God van orde. Dat horen diegenen die voor Hem actief zijn te weerspiegelen. “Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden.” (1 Corinthiërs 14:40)

5. Gastvrij
Letterlijk staat er: houden van vreemdelingen. Dat was natuurlijk in de tijd van Paulus erg belangrijk met betrekking tot rondreizende christenen. Maar, die houding van openheid voor anderen en naar vreemden toe is nog steeds heel belangrijk. Lees ook eens 3 Johannes vers 5-8.

6. Niet verslaafd
Het gaat hier om verslaving aan wijn, maar wij mogen deze woorden best doortrekken. Een christelijk werker mag niet verslaafd zijn aan eten, televisie, sport, eer, seksualiteit, roken, enz., enz. Iemand die leiding geeft binnen het werk van de Heer mag alleen een slaaf van Jezus zijn.

7. Niet opvliegend
Iemand die actief is in geestelijk werk mag niet op een verkeerde manier strijdlustig zijn; het mag geen vechter zijn, geen onruststoker, maar moet een vredestichter zijn. Een christen hoort zichzelf en zijn karakter in bedwang te kunnen houden.

8. Vriendelijk
Paulus schreef: “Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend.” (Filippenzen 4:5) Wij kunnen veel beter getuigen en werken voor de Heer met een lach op ons gezicht dan wanneer wij met een donkere blik de wereld inkijken.

9. Niet hebzuchtig
Hebzucht betekent ten diepste een andere god dienen. Dat is onacceptabel voor iemand die actief wil zijn in christelijk werk. Wij kunnen niet God dienen en Mammon (het materialisme) (Matthéüs 6:24).

Toepassing: Misschien wilt u vandaag een punt uit bovenstaand lijstje kiezen en daar eens extra aandacht aan geven. Wat kunt u doen en wat kunt u verbeteren?

Gebed: Heer, dank U dat U hoge maatstaven aanlegt voor diegenen die U willen dienen. Amen.

© Maximum Life