Profiel van een leider – deel 4 van 5

0
45
Als de eisen zo hoog zijn, wie kan daar dan aan voldoen?

Lezen: Titus 3:1-15

Vers voor vandaag: “Herinner hen eraan, dat zij zich aan overheid en gezag onderwerpen.” (Titus 3:1a)

Bij het bestuderen van alle voorwaarden voor hen die actief willen zijn in christelijk werk kan al gauw de vraag opkomen: ‘Als die eisen zo hoog zijn, wie kan daar dan aan voldoen?’ Die vraag is terecht. We moeten echter niet vergeten dat de Bijbel ons vaak een ideaalbeeld voorhoudt; iets waar wij naar mogen streven. Eigenlijk kwalificeert het oprechte streven naar de leiderschapskwaliteiten een persoon in veel gevallen al om de eerste stappen op het pad van leiderschap te zetten.

10. Geen pasbekeerde
Het woord dat hier gebruikt wordt is ‘novice’; het betekent ‘nieuwe aanplant’. Een plant heeft tijd nodig om wortel te schieten en te groeien voordat er vrucht gedragen kan worden. Dat is voor jonge christenen net zo. We moeten hen de tijd gunnen om zichzelf te kunnen ontwikkelen.

11. Een goede reputatie
In 1 Timótheüs 3:7a staat: “Hij (een leider) moet ook gunstig bekend zijn bij de buitenstaanden.” Dit is een interessante voorwaarde voor christelijk leiderschap, omdat het hier gaat over de beoordeling door niet-christenen. Deze voorwaarde benadrukt heel sterk de ‘uitwendige’ taak van de gemeente, dat wil zeggen evangelisatie en de omgang met niet-gelovigen in het algemeen.

12. Eerlijk
Een christen mag niet met twee tongen spreken (1 Timótheüs 3:8); hij mag geen leugenaar zijn, maar moet door iedereen te vertrouwen zijn.

13. Een sterke geestelijke overtuiging
Een leider moet een geestelijk volwassen christen zijn die het Woord van God kent en zich ervoor inzet om naar dat Woord te leven.

14. Niet trots
Een christelijk werker moet niet teveel eigendunk hebben; niet arrogant zijn, en bereid zijn om te luisteren naar de mening van anderen.

15. Houden van wat goed is
In Titus 1:8 staat dat een opziener liefde moet hebben voor wat goed is. Dat wil zeggen dat wij mogen houden en mogen genieten van de dingen in dit leven die goed zijn. Iemand die echt weet te genieten van het goede is in veel opzichten als mens rijker en interessanter.

16. Rechtvaardig
Een christelijke werker (natuurlijk ieder christen) hoort rechtvaardig te zijn. Het moet iemand zijn die zonder aanzien des persoons bereid is om datgene te besluiten en te doen wat juist is.

17. Gedisciplineerd
Zelfdiscipline wil zeggen ‘jezelf leiden’. Als iemand niet aantoont dat hij zijn eigen leven kan leiden, hoe zou die persoon dan anderen en het werk van de Heer kunnen leiden?

Toepassing: Evalueer uw leven eens aan de hand van de 17 punten in de profielschets.

Gebed: Heer, dank U dat ik U, ondanks fouten en zwakheden, mag dienen. Amen.

© Maximum Life