Romeinen 13 vers 8-14

0
34
Inleiding.

De vakanties zitten er bijna weer op ik hoop dat iedereen is uitgerust en heeft genoten van een rustige tijd, of een andere tijd en bezigheid. Dus gaan wij weer verder met onze studie want ik wil ook proberen om deze serie in December af te sluiten; we zullen zien wat de Here geeft.

Rm. 13, 8-10

Wees  niemand iets schuldig dan elkaar lief  te hebben. Paulus behandelt de houding van de gelovigen  tot elkaar, nadat hij relatie gelovige en overheid heeft behandeld. Rm. 12, 6.7 en daarna 8-10 geven deze overgang duidelijk aan. Aan de overheid is de gemeente als burger, naast het feit dat hij/zij een gelovige is bepaalde zaken (belasting en tot en vrees en eer) schuldig.
Maar dan zegt de apostel: weest elkaar niets meer of minder schuldig dan de onderlinge liefde.
Liefde is een oud en een nieuw gebod zoals Jezus dit zijn leerlingen en de gemeente heeft meegegeven: zie Jn. 15, 12-17, dit gebied ik u dat u elkaar liefhebt.

Een opmerking vaak wordt liefde gezien als een ervaring, een goed gevoel een bevlieging. Liefde is niet verliefd worden, in tegendeel het is een gebod dat gehoorzaamd en geleerd moet worden. Broeders en zusters hebben elkaar maar lief te hebben en dit overstijgt het gevoel en de situatie van “hij ligt mij niet, en ik mag hem nu eenmaal niet.”

De tekst gaat verder: “…want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld.” Wel beste vrienden wat wil dit zeggen? Een opvatting is dat de liefde de wet vervangt en dus de geboden terzijde stelt.
Vaak wordt Rm. 10, 4 “Want Christus is het einde der wet tot gerechtigheid…” aangehaald.
Ook een vers dat deze richting lijkt in te slaan is Gl. 3, 23.24: “De wet is voor ons een tuchtmeester geweest tot (op) Christus.” Dus zijn we niet meer onder de tuchtmeester. Hier tegenover wordt een vers aangehaald uit Mt.5, 17.18: “geen titel of jotha  van de wet vervalt totdat alles is vervuld.”
Nu het antwoord kan wellicht worden gezocht in Rm. 7 en daar vindt u een uitgebreide uitleg, dit hoofdstuk is al behandeld.
Ik vat nu samen, het gaat in dit hoofdstuk om het voorbeeld van een huwelijk waarin iemand na de dood van één van de echtlieden een relatie aangaat met een nieuwe partner. Het gaat om een veranderde relatie tot de wet die hetzelfde blijft. Wanneer iemand niet opnieuw is geboren veroordeelt de wet zijn of haar leven. Is iemand wel wedergeboren dan schrijft de Heilige Geest (Col.2, 12-15) de wet in zijn hart en dan wordt deze wet (het woord van God) een krachtbron om vrucht te dragen.
Vergelijk de decaloog in Ex. 20 met bijv. Gl. 5, 16-26. De ge- en verboden komen op hetzelfde weer maar focus dan even op Gl. 5, 16: Wandel door de Geest en u zult de werken van het vlees niet volbrengen. Paulus noemt dit in Rm. 7, 6 dienen in een nieuwe staat van de Geest.
De samenvatting van al deze geboden door het gebod van de liefde is geen terzijde stellen van de geboden, maar juist de motivatie om Gods geboden te houden; de liefde doet nl. de naast geen kwaad.

Rm. 13, 11

Een vers als eye-opener. Het gaat om het onderscheiden van de tijd waarin de gemeente leeft. De apostel zegt in het elfde vers dat de behoudenis dichterbij is dan toen wij tot geloof kwamen.

Ik geloof niet dat Paulus oproept om de dagen af te tellen. Hij schrift de brief vanuit Corinthe in 55 in. Christus en er is nog sprake van vervolging en verdrukking in Rome; Nero begint hiermee in 64
na Christus. Welke dagen zou de apostel bedoelen. Ik geloof dat een antwoord gevonden kan worden in het 2e hoofdstuk van de 2e brief aan de Thessalonicenzen. Hij spreekt in dit hoofdstuk over de mens van de wetteloosheid en als wij een vergelijking maken met 1 Thes. 4 waar hij spreekt over de wederkomst dan lijkt de mens der wetteloosheid dicht bij omdat hij de gemeente waarschuwt niet het hoofd te verliezen of op een berg te gaan zitten om zo de wederkomst af te wachten. Hij wijst op het feit dat de ‘mens de wetteloosheid ‘ eerst moet komen welnu als die  komst in een verre toekomst nog moet plaatsvinden heeft deze waarschuwing weinig zin.
Ik geloof dat hij hier wijst op een Joods figuur welke zich weldra in de tempel in Jeruzalem zal neerzetten en zich als een  god zal laten vereren; een zgn. valse Messias waarvoor Jezus al waarschuwt in Mt. 24. Dus deze zal eerst van zich laten horen en wees dus niet bang dat de wederkomst al is geweest luidt dan de waarschuwing. In de Joodse oorlog rond 66-70 n. Chr. is er een dergelijk figuur geweest; zie Flavius Josephus de Jewish war.

Goed opnieuw een opmerking en wij dan als latere lezers wij leven in 2019 ver na 70. Hoe mogen wij de wederkomst verwachten? Beste vrienden zoals het hier staat. Het heil is ook voor ons meer nabij dan toen wij tot geloof kwamen. De Here is nabij en Hij kan elke dag komen.
Een belangrijke graadmeter is de situatie van de vijgenboom Israël anders gezegd het geestelijk herstel van het volk van God.
Paulus verwacht eigenlijk nog te leven als Jezus komt in 1 Thes. 4, 13-18. Hij verwacht zelfs dat velen in de gemeente in Thessalonika nog in leven zijn.
In Mt. 25, 1-13 wordt verteld hoe wij de komst van de bruidegom mogen in wachten.
Het is tijd om uit de slaap te ontwaken zegt de apostel in het vorige vers; zou het onderwijs van Jezus hier in gedachten hebben. Alle 10 jonge vrouwen slapen, maar als zij wakker schrikken zijn er 5 die meegaan de bruiloftszaal in, zij zijn gereed, zij hebben extra olie bij zich.
Daar gaat het om, bent u lezer gereed, weet u dit, anders kunt u nu nog olie kopen. Niemand kent de dag noch het uur, dus wandel in het licht dan komt Jezus noot onverwachts.

Rm. 13, 12-14

Deze verzen roepen op tot heiliging. Ik geloof dat met de nacht ook de huidige tijd bedoelt is, de wereld, is een gebroken wereld en daar heerst de dood de ziekte en de zonde. Deze zijn nog niet verslagen. De werken van de duisternis zijn de werken van de zonde. Het beeld is, dat er gezondigd wordt in de duisternis waar men denkt dat niemand dat kan zien.
De werken van het licht zijn werken welke gelovigen laten zien omdat zij Jezus volgen; een wandel in het licht. Heiliging dus, maar hoe werkt heiliging. Heiliging is in de kern de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Doen wat hij zegt; niet stelen niet doodslaan, geen ruzie geen echtbreuk en noem verder maar op. Positief wil dit inhouden liefhebben en dankbaar zijn. Mag ik wijzen op Gl.5, 13-21. Wij zijn geroepen om vrij te zijn, maar vrij zijn beteken geen vrijbrief tot zonde maar het is vrijgemaakt zijn door Christus van de slavernij van de zonden en hieruit volgt geroepen zijn tot gehoorzaamheid aan Gods geboden; dit wil God uw heiliging.
Petrus noemt de gelovige een heilig volk een koninklijk priesterschap om Gods grote daden te verkondigen. Een tegenstelling vormen de zaken die Paulus opnoemt. Geen beroemde Romeinse seksfeesten, geen dronkenschap, geen sekszonden (zie Rm. 1, 22-32). want deze passen niet bij mensen die als nieuwe schepping geschapen zijn naar Gods beeld. Jezus zegt in Matteüs 5 dat als je naar vrouw kijkt met begerigheid dan is in Gods ogen overspel gepleegd.

Goed maar vlees kan God niet dienen zegt dezelfde Romeinenbrief. Juist en daarom bekleed je met de Here Jezus. Trekt de wapenrusting van God aan zoals deze ook in Efeze 6, 10-20 staat beschreven.

Bekleed worden met Christus is staan in de genade (Rm. 5, 1-3) is als rechtvaardige staan in Gods tegenwoordigheid, roemen op Gods heerlijkheid.
Vrienden/lezers wij zijn aangenomen in de geliefde en God ziet ons gereinigd en geheiligd en verheerlijkt staan voor zijn aangezicht. Wij zijn gerechtvaardigd door geloof.
Willen wij nu als rechtvaardige leven vanuit deze positie.
Toch bevindt de gelovige zich nog op aarde en Paulus weet dit ook. Ik leef (Gl.2, 20.21) nog op aarde en er rest mij maar één ding en dat is door het geloof te leven.

Begeerten worden op gewekt als wij op onszelf zien als wij het vlees verzorgen/ koesteren en de begeerten die opkomen niet direct de wacht aanzeggen. Een gelovige wandelt namelijk op klaarlichte dag in het licht van Jezus. Deze wandel is eerbaar/ voorzichtig, openstaand voor correctie.

Tot slot een een bemoediging uit Jk. 1. Als de begeerte bevrucht is baart zij de zonde. Tussen de begeerte en het daadwerkelijk hieraan toegeven (zondigen) zit voldoende tijd om deze begeerte door geloof af te wijzen en zich door geloof te beroepen op de overwinning van Christus.

God zegen in het lezen en verwerken van deze studie,

drs. A. ten Napel