Romeinen 8 – deel 4

0
70
Er is beloofd nog iets te zeggen over het lijden in de wereld.
Lijden door vervolging. Het lijden in de tegenwoordige wereld zoals de apostel dat noemt in Rm. 8, 18. Dit lijden wordt vaak als een middel tot heiliging uitgelegd maar leert de Bijbel dit; Heiliging is in de kern gehoorzaamheid aan Gods geboden. Heiliging is leven vanuit Gl. 2, 20 en Rm. 6: met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik! Een leven door het geloof!

Een paar verzen uit de 2 Cor. 4, 11.12. Een vers waarin Paulus zegt de dood werkt in ons en het leven in u; hij vult a.h.w. het lijden van Christus aan. Nu dit aanvullen moet iets anders uitdrukken dan Jezus helpen om het lijden totaal te maken.

Het gaat hier vrienden en lezers om kruisdragen en daar spreekt de Bijbel over in Lk. 14, 27; Mt 10 en Mt. 16, 24.25. Wanneer al deze verzen gewoon worden doorgelezen ontstaat dit beeld:
Lijden om Christus wil door vervolging en verdrukking is het kruis opnemen en achter Hem aan gaan. Dit lijden is geen sterven aan de zonde (de subjectieve werking van het kruis zie Watchman Nee) integendeel dit lijden ontstaat door een actief en positief getuigenis welke een Christen aflegt omdat hij/zij Christen is. Je leven liefhebben geeft verlies ervan, maar het leven verliezen maakt dat je het krijgt; voorbeeld alle apostelen minus Johannes samen met Paulus zijn als martelaar gestorven.
Niet iedereen ondergaat de marteldood, maar wie echt Christen wil zijn in de wereld ondergaat/ervaart spot haat nijd en ik geloof een steeds sterker wordende verdrukking

Dit is het lijden dat de apostel bedoelt, het lijden dat totaal verbleekt in het licht van de heerlijkheid die is beloofd.

Romeinen 8,31-39
Dit gedeelte is in zijn totaliteit een herhaling van het voorgaande Paulus herhaalt, trekt bepaalde conclusie om ten slotte af te sluiten met een lofprijzing.
Een paar opmerkingen.
God is voor ons en dat houdt in dat niemand tegen kan zijn. Paulus bedoelt hier de satan, de beschuldiger de overste van deze wereld. Jezus dood en opstanding garandeert de gelovige totale overwinning; zal God hem niet alle dingen schenken?
Niemand kan Gods kind schuldig verklaren voor God, ook satan niet, zelfs ons geweten niet. God zelf zou ons kunnen beschuldigen maar Hij heeft de zonde reeds met Christus verrekend.

We hebben een Heiland die voor ons bij God als Advocaat optreedt. Zijn bloed heeft ons van alle zonden gereinigd en alle zonden van heden, verleden en toekomst zijn al vergeven; we zijn aangenomen in de geliefde.
Er is verdrukking op aarde en er is strijd in de hemelse gewesten. Er zijn op aarde omstandigheden die niet uitnodiging tot vreugde. Paulus noemt zaken honger gebrek aan kleding en vervolging. Deze heeft hij allemaal ervaren.
Hij haalt Ps. 44, 23 aan het gedeelte staat in de Herz. S.V. tussen (…) en dat houdt in dat er ook handschriften zijn die deze aanhaling niet hebben. Het past echter goed in het gedeelte.

Paulus noemt ons slachtschapen. Schapen op weg om geofferd te worden. Wij worden a.h.w. door de dood achtervolgd; zie het begin van deze studie in 2 Cor. 4, 11.12. Later zal hij zeggen Ik heb de goede strijd gestreden en ik word als plengoffer geofferd!
Paulus zegt dan iets geweldigs Door of in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars; het lijden in de tegenwoordige wereld weegt niet op tegen de heerlijkheid die beloofd is en die vast en zeker komt.
Let op wat de apostel voor oorzaken van dit lijden en deze verdrukking en het slachtschaap zijn opsomt. Hij slaat niets over van datgene dat de Gods kind in de wereld kan overkomen en ook daadwerkelijk overkomt. Lees het maar na. Rm. 8, 37. 38 garanderen totale overwinning. Tijdens het aardse leven over zonde, aanvallen van satan e.d. De liefde van Christus voor de zondaar en Zijn overwinning over de zonde garandeert totale overwinning.
De heerlijkheid slokt het lijden totaal op. Geen wonder dat Paulus niets anders kan doen dan God te prijzen.
De studie van eigenlijk Romeinen 1, 18-8, 39 wordt op deze manier afgesloten. Er is nog genoeg over te zeggen maar er is genoeg goede lectuur in het Nederland en in het Engels die verdere studie rechtvaardigen.

Een inleiding op Romeinen 9-11
De overgang van Romeinen 8 naar 9 is nogal plotseling
Velen zien de overgang van Romeinen 8 naar Romeinen 9-11 nogal abrupt. Populaire commentaren willen het gedeelte overslaan in de zin dat het de gemeente van nu niets meer heeft te zeggen; Paulus maakt een paar persoonlijke opmerkingen welke hij belangrijk vindt maar deze opmerkingen raken de gemeente nu niet meer. Calvijn spreekt over een “sprong”. Hij ziet geen enkel verband met het voorgaande en geeft toch toe dat Paulus aan het onderwerp begint als of hij ergens op terug valt. Ook Charles Hodge maakt een scheiding tussen het eind van Romeinen 8 en het begin van Romeinen 9. In Romeinen 8 sluit de apostel het leerstellige gedeelte omtrent zonde en rechtvaardiging af en begint in Romeinen 9 met een nieuw onderwerp.
Steven A. Kreloff een Messiaanse Jood heeft een boekje geschreven: “Gods Plan met Israël een studie over Romeinen 9-11.” (het is bij het Zoeklicht uitgeven). Hij zoekt het verband met het voorgaande in het Raadsbesluit van God. Ook anderen betrekken deze hoofdstukken eveneens op de uitverkiezing. Vaak wordt Israël (Kreloff volgt deze opvatting niet) in deze uitleg gezien als de kerk welke dus in de plaats van Israël is gekomen.

Er is ook een andere insteek mogelijk
Paulus is een ex-Farizeeër en hij kent het Oude Testament en heeft ervaren de weerstand van zijn volksgenoten. Hij is in tranen over het feit dat Israël Jezus afwijst; er komen Joden tot geloof.
Wanneer hij het rijke evangelie in het voorgaande uiteen heeft gezet denkt hij als Jood (ook Jezus is een Jood) terug aan zijn volk en vraagt zich af waarom deze verharding?
Ik ben zelf met een boek bezig “Let op de Vijgenboom” een uitdrukking Mt. 24, 32.
Paulus zoekt in Romeinen 9 de oorzaak van het ongeloof en de verharding van zijn volksgenoten.
Deze is niet te vinden in hun afstamming want die straalt de genade van God uit.

Deze afstamming de geboorte van Izaäk t.o.v. Ismaël Sara t.o.v. Hagar Jakob t.o.v. Ezau Rebekka en Izaäk Mozes t.o.v. de Farao tonen (die komt de orde) dat behoud en redding niet door werken maar door geloof is te ontvangen; zie Rm. 9, 30-10, 3.
In Rm. 10 toont de apostel heel algemeen gezegd dat het ook niet ligt aan de prediking van het evangelie. Israël heeft het evangelie gehoord, God heeft zijn handen uitgestrekt naar een ongelovig en ongehoorzaam volk.

Rm. 11 is een moeilijk hoofdstuk. Heeft God (Rm. 11, 1) zijn volk verstoten; zie voor het werkwoord Hd. 7,27.39; 13, 46 en 1 Tim. 1, 19. Uiteindelijk blijkt uit Hd. 13, 46 dat verstoten/verwerpen het gevolg is van een verkeerde keuze door gebrek aan inzicht.
Paulus weet het zeker God heeft zijn volk niet verstoten.
Elia in de tijd van Izabel is het bewijs. Ook in zijn tijd zijn er nog 7000 gelovigen en ook in de dagen van Paulus is er een rest naar de verkiezing van de genade; deze gelovige Joden zijn de weg van het geloof gegaan. Nu een paar korte opmerkingen. Israël verharding geeft ruimte voor de Heidenen om tot geloof te komen; Hd. 13, 45, 13-48 laten dit duidelijk zien.
Aan het eind het boek Handelingen staat hetzelfde zie Hd. 28, 23-31 (lees dit eens voor uzelf.
In de Romeinenbrief zelf wordt vaak de uitdrukking (nog ) gevonden eerst de Jood en dan de Griek.
Deze wordt dus (in de loop van de tijd )omgedraaid maar niet voor altijd.
Romeinen 16 lijkt hier aanwijzingen voor te geven maar “all in good time”

In Rm11, 25. 26 staat: “Wanneer de volheid der heidenen is binnen gegaan als dan zal heel Israël worden behouden. Ik lees dit als twee grootheden en de uitleg volgt nog, maar Heiden en Jood zijn twee grootheden die in geval door de zelfde poort het Koninkrijk binnengaan.
Echter na elkaar de Heilige Geest reduceert zijn invloed m.b.t. de Heiden wereld en vermeerdert zijn heilzame invloed richting Israël.
Lees eens Rm. 11,15 daar staat een belangrijke waarheid “ …hun aanneming is leven uit de doden?”
Deze uitdrukking geeft inzicht in de wijze waarop God terugkeert met beloften naar Zijn volk.
Gl. 6, 16 geeft een aanwijzing “…over hen en over het Israël Gods.” Dezelfde twee grootheden.
Ez. 37, 3 “…zullen/ kunnen deze beenderen tot leven komen?” en Opb. 20, 4 de zin: “En zij werden weer levend/ beter vertaald met: “En zij kwamen tot leven.”
Welnu, het komt allemaal langs maar deze opmerking wil ik nog maken: Ook Israël, samengebracht in het land, komt in groten getale tot geloof voordat Jezus definitief terug komt.

Veel zegen met deze studie. Tot de volgende keer
Hartelijk groet,
September drs. A. ten Napel Joure