Wat is Bijbels geloven?

0
135

Voor veel christenen staat geloven voor het hebben van een bepaald Godsbeeld en eventueel ook houden van bepaalde gebruiken en regels. Ook zou het staan voor dat wat mensen van een bepaalde gemeenschap – de christenheid – met elkaar verbindt. Wat staat over geloven in de Bijbel?

In Bijbelse zin is geloven het verwachte gedrag[1] dat de innerlijke overtuiging bevestigd. Dat laatste wordt afgeleid van een Godsbeeld. Deze vorm van geloven moet zich dus uiten in daden[2] (Jk 2:17, 26) die overeenstemmen en op één lijn komen met de gemeenschappelijke Bijbelse orde[3].

Daarom is het ook juist om deze wijze van geloven rechtvaardigheid[4] te noemen (Gn 15:6). Bijbels geloven betekent dus ook God gehoorzamen. Maar dit is niet altijd even evident, eenvoudig of makkelijk. God vraagt[5] soms om dingen te doen die tegen de menselijke aard, het gevoel of het verstand ingaan. Daarom wordt geloven in de Bijbel meestal ook opgevat als vertrouwen op God. Bijbels geloven is dus feitelijk God leren kennen.

Daarom is het van belang te weten wat Bijbels geloven is en dat te ontwikkelen. Het is centraal in het dienen van God. Wie niet Bijbels gelooft is niet in Zijn dienst[6].

Woordstudie
In het Hebreeuwse wordt het woord geloof uitgedrukt met de werkwoordstam ‘aman – (100*) geloven/bevestigen/trouw zijn/sterk overtuigd zijn/waarmaken/waarheid (Gn 15:6)/ zeker stellen. Deze stam komt ruim 100* voor in de Bijbel in verschillende betekenissen.

Het Hebreeuwse bijwoord ‘amen is ervan afgeleid. Het betekent: het is waar/zo zal het zijn/waarlijk. Het zelfstandige naamwoord is ‘amanah – (tot) geloof (komen)/trouw zijn/vast (verbonden) zijn/stevig onderbouwd zijn/(tot) vaste steun zijn. Het zelfstandige naamwoord ‘omen betekent waarheid/getrouwheid. Daarvan afgeleid is het zelfstandige naamwoord ‘emoenah – betrouwbaar/oprecht/geloofwaardig.

In het Hebreeuws is een veel gebruikt woord in verband met geloofszekerheid ‘ach – voorwaar/zeker, dat afkomstig is van de werkwoordstam koen – (voor)bereiden/vestigen.

In het Grieks wordt het zelfstandige naamwoord pistis gebruikt om geloven uit te drukken. Het woord heeft meerdere betekenissen: overtuigd of verzekerd zijn van iets/betrouwbaar zijn. Het komt 228* keer voor in het Nieuwe Testament[7].

Het werkwoord pistoo betekent: diep overtuigd zijn/betrouwbaar maken/bevestigen. Aanverwante woorden zijn het bijwoord pistos – (be)trouw(baar)/geloven (gemakkelijk te overreden), het werkwoord peitho – gehoorzamen/overreden/vertrouwen en het woord peira – door ervaring weten/beproeven.

Oorsprong van geloof
Volgens de Bijbel ligt de oorsprong van menselijk geloof bij God[8]. Hij zou het alle mensen mogelijk hebben gemaakt in Hem te kunnen geloven[9]. Het is vervolgens aan de mens dit toe te passen nadat God de mens (herhaaldelijk) roept[10].

De mens kan dat beantwoorden of negeren[11], maar om zich aan God te wijden is een (verplichte) keuze van elk mens[12]. God maakt die keuze niet voor de mens. Sommigen denken van wel, door uit te gaan van het concept Gods Voorbeschikking. Maar dat is een valse voorstelling. Voorbeschikking Gods is een zinloze illusie.

Veel (gelovigen) mensen denken dat God niet actief mensen roept, maar dat het sinds de komst van de Here Jezus alleen van zending afhangt[13]. Deze overtuiging is ingegeven vanuit het Oude Testament waarin aanvankelijk een familiegeschiedenis van gelovigen is beschreven. In dat familieverband werd geloven doorgegeven. Later lijkt alleen Israël Gods volk op aarde.

Vaak wordt echter vergeten dat in de Bijbel alleen relevante godsdienstige geschiedenis is beschreven en geen wereldgeschiedenis. Ook staat in de Bijbel (impliciet) bewijs dat Gods volk altijd veel groter was dan zij die in de Bijbel uitgebreid worden beschreven[14]. De hoofdboodschap van de Bijbel kan bij veel Bijbellezers de achterliggende werkelijkheid overstemmen. Dat dit zo is blijkt immers uit de christelijke traditie[15].

Uit de geschiedenis van de mensheid moet de bedroevende conclusie getrokken worden dat slechts maar enkelen de door God gegeven geloofskeuze aannemen, zodat het prille geloof wordt omgezet in actief Bijbels geloven.

Vleselijk geloof
Er bestaat een vorm van ‘geloven’ dat van de mens zelf uit gaat. Voorop staat daarin het bijgeloof. Meestal heeft dat te maken met angst voor machten en krachten die ‘boven’ de mens uitgaan of van de menselijke wil om die machten en krachten te manipuleren ten gunste van zichzelf.

Daarnaast zijn er ook de menselijke ‘wetenschappen’. Dat is begonnen als natuurwijsheid, zoals astronomie, en kennis van het occulte, zoals astrologie. Sinds de Verlichting is het verworden tot rationele, materialistische ‘wetenschap’ waarin mensen een geloof in het weten over de natuur[16] ontwikkelen.

Volgens de Bijbel kunnen deze soorten van vleselijk[17] geloof echter geen inzicht vanuit zichzelf hebben van de spirituele werkelijkheid die God geschapen heeft en waarin Hijzelf is[18]. Als mensen daar al kennis van ontvangen, dan moet hen dat vanuit die spirituele werkelijkheid aangereikt zijn[19]. Bij Bijbels geloven leidt dat tot bekering (toewijding aan God). Gebeurt dat niet, dan blijft het vleselijk.

Pacificeringspoging
Door beïnvloeding vanuit de filosofie (Griekse voorstelling van het universum dat later door de zogenoemde Verlichting verworden is tot een beredeneerde leefwijze (zelfemancipatie)) is geloven steeds meer verwaterd tot een overtuiging die afnemende relevantie kreeg voor de samenleving.

Vooral de Reformatie (de christelijke en humanistische revolutie aan het einde van de Middeleeuwen) heeft geleid tot een sterke mate van rationalisering en individualisering van het concept geloven. Het werd ook voorgesteld als iets dat onvoorwaardelijk zou zijn. Deze revolutie in de Europese christenheid begon aanvankelijk goed maar werd door deze en andere valse veronderstellingen helaas op een krom (anti-evangelisch) spoor gebracht.

Gradaties van geloven
Bijbels geloven moet groeien[20] en daarin zijn gradaties te onderscheiden. In volgorde van toename:
• Bewustzijn dat God Zich met de wereld/schepping bemoeit, maar het daarbij laten
Het Bijbelse geloven is tot leven gekomen (bekering), maar blijft passief.
• Vanuit Bijbels geloof wordt met bepaalde zaken (in spirituele zin) rekening houden
• Geloven in traditionele zin, door bepaalde of alle gebruiken ervan in ere houden
• Verwachten dat God de gelovige zal veranderen en gebruiken, zonder te weten hoe
• Verantwoordelijk voelen tegenover God door na te doen:
o Wat in een christelijke gemeenschap wordt gedaan
o Wat in de Bijbel staat
Maar dat is altijd slechts een interpretatie navolgen.

De tot nu toe genoemde vormen van geloven voldoen niet aan minimaal volwassen Bijbels geloven. Het is nog kinderlijk (klein of lauw geloof). Toch beperken de meeste christenen hun manier van geloven zich tot dit onderontwikkelde niveau[21].

Gradaties in minimaal volwassen Bijbels geloven:
a. Bekeerd zijn tot de God en de eigen levenswijze verandert blijvend
b. Zich betrokken en actief lid van Gods volk weten[22]
c. Overtuigd zijn dat de gelovige een plaats heeft in Gods heilsplan, echter nog zonder te weten wat dat is

Werkelijk betekenisvol en verantwoordelijk Bijbels geloven[23] is:
Weten wat de persoonlijke roeping en opdracht is in verband met de plaats in Gods heilsplan. Dan is geloven dus ronduit weten geworden (Hb 11:1). In tegenstelling tot alle hiervoor genoemde vormen van geloven. Dit is geloven dat nuttig is voor God. Geloven is niet langer een passieve overtuiging, maar een activiteit, een heilswerk voor God[24]. Ze vertegenwoordigen God op aarde. Dit niveau van Bijbels geloven staat in verband met wedergeboorte[25].

Om het Bijbels geloven van Gods volk te handhaven en te doen groeien is meer nodig dan alleen persoonlijk Bijbels geloven, maar bijvoorbeeld leiderschapsposities, onderwijs en structuur.

Eisen en gevolgen van Bijbels geloven
Bijbels geloven:
• Vereist standvastigheid/volhardendheid (Kol 1:23). Het mag niet wankel zijn (Ef 4:14).
• Biedt zekerheid/grondvesting in God (Mt 7:25; Hb 11:1).
• Kan bepaalde kracht/macht geven om voor de mens onmogelijke dingen te doen (Mt 17:20; Mr 9:23).
• Geeft hoop.
• Reinigt het hart (van zonden) (Hnd 15:9).
• Kan allerheiligst worden door geloofsopbouw (Jds 1:20).

Geloven is niet bedoeld voor eigen gewin[26]. Het is Theocentrisch van aard.

Geloofsonzekerheid
Heel wat gelovigen zijn onzeker over hun geloof en dat begint al met de vraag wat geloven is. Is de definitie: geloven in Gods bestaan, in Gods liefde voor die gelovige in de wereld, dat de gelovige deel heeft aan Gods heilsplan of dat de gelovige Gods eindoordeel goed zal doorstaan? Ieder geeft diens eigen subjectieve invulling aan wat geloven is en legt eigen zwaartepunten. Maar Bijbels geloven wordt niet subjectief, noch door de gelovige bepaald. Zich zorgen maken over het eigen geloof is niet wat God vraagt of wil.

Geloofszekerheid is de vaste overtuiging dat Bijbels geloven juist is omdat het de Bijbel als basis heeft en niet menselijke bedenksels, zoals mondelinge leer of een catechismus. Geloofszekerheid is het beeld, de verwachting en de band die de gelovige verondersteld met God te hebben op een bepaald moment voldoet. Dat God overeenstemt met het geloof van de gelovige.

Dit dilemma – geloofsonzekerheid – is typisch voor een ontspoorde cultuur waarin het individu centraal staat en niet diens plaats binnen de gemeenschap waarvan die deel uit maakt. Zo’n cultuur is een doodlopend, on-Bijbels pad.

Wordt het individualisme ook nog eens vanuit een geloofstraditie en geloofsgemeenschap bevestigd[27] door de centrale waarde te leggen bij het hebben van het juiste geloof[28], dan wordt zo’n gelovige nog dieper op zichzelf teruggeworpen.

Als zo’n gelovige ook nog eens veel tijd en gelegenheid heeft om daarover na te denken, dan wordt dat al gauw de focus van geestelijke strijd. Maar geloofszekerheid is helemaal geen apart Bijbels concept! Bijbels geloven komt immers van God en Hij is zeker en vast.

Evaluatie
Geloven wordt traditioneel opgevat als de meeste essentiële eigenschap van een gelovige. Maar de traditie leert het Bijbelse geloven, dat God vereist, niet. Traditioneel geloven is daarom per definitie ‘onder de maat’, ‘ongeschikt’ of ‘irrelevant’ om nuttig te zijn voor Hem. Zelfs na bijna twee eeuwen!

Toch stellen de traditionelen op de juiste manier te geloven rekenen, namelijk volgens hun eigen subjectieve maatstaven en/of zoals een kerk(elijke interpretatie) dat van hun verwacht.

Dit toont dat vooral de ambtsdragers, leiders en leraren in zulke traditioneel kerkelijke gemeenschappen ongeschikt en/of incompetent zijn. Het is dan ook niet vreemd dat zulke gemeenschappen tegenwoordig kerkverlating ondervinden of in elk geval tegen allerlei (ernstige) problemen aanlopen[29]. Hun ontbreekt de Heilige Geest en zelfs ook het minimum van Gods zegen.

Alleen Bijbels geloven kan de uitdagingen aan om als Gods volk verstrooid onder de natiën te leven en toch God te kunnen eren en dienen. Het is de enige manier om mee te werken aan het vervullen van Gods heilsplan en het redden van verloren gaande levens. Dat God ieders geloof zal doen groeien tot volmaaktheid[30].

+++
[1] Navolgen van het onderricht (Hebreeuws: Torah) in alle Bijbelboeken.
[2] Geloven moet dus actief en dynamisch zijn. Geloof in God gaat opeens kiemen en zal voortdurend moeten groeien. Die groei komt van de daden.
[3] Beschreven in de Bijbel en nog enigszins herkenbaar is in de schepping, hoewel die al eeuwen in toenemende mate wordt gecorrumpeerd door satan.
[4] Vaardig worden in het recht doen van Gods onderricht (Torah).
[5] Door regelmatig het geloof van mensen te toetsen (Spr 16:2).
[6] Toch gebruikt God ook ongelovigen. Maar omdat geloven ook voldoening geeft aan beide partijen – God en de gelovigen – gaat die functie van geloven aan ongelovigen voorbij.
[7] Bijbels geloven heeft dus in het Nieuwe Testament meer aandacht dan in het Oude Testament.
[8] Toch denken veel mensen dat het uit de mens zelf voortkomt. Het wordt dan gezien als een aangeboren spirituele antenne of een behoefte. Zo’n uitgangspunt gaat helaas niet uit van de veronderstelling dat God aan de mens voorafgaat, maar dat de mens autonoom is en dat die zelf bewust werd van God. Dat is fundamenteel strijdig met de Bijbel, want daarin wordt gesteld dat de mens fundamenteel en hopeloos corrupt is. Net als de schepping.
[9] Bijbels geloven is door God als een latent (dood) zaad in elk mens gelegd, totdat het tot leven gewekt wordt doordat de mens ingaat op Zijn roepstem. De mens wordt namelijk door God verantwoordelijk gehouden voor diens conditie.
[10] Hij doet dat bij elk mens op een andere manier, maar het komt erop neer dat elk mens door God met het bestaan van Hem geconfronteerd wordt.
[11] De dood van de mens beëindigt de periode van het wel of niet kunnen kiezen voor God. Geloven is immers alleen een zaak van het leven op aarde.
[12] Zolang een mens niet voor God kiest wordt niet voldaan aan de basis eis van het menselijke leven.
[13] In de Bijbel staat dat er voor de komst van de Here Jezus al zending bestond en dat er toen ook mensen door Hem geroepen werden zonder zending, zoals Abram.
[14] Denk aan bijvoorbeeld aan Melchizedek, Naäman en Ruth.
[15] Dit is een van de aanwijzingen dat die traditie mank gaat. Vooral doordat die voor heilig en niet te betwijfelen wordt gehouden.
[16] Deze academische wetenschap stelt dat de fysieke natuur, het zichtbare het enige richtpunt is. Het ontkent of negeert de spirituele wereld. Dit uitgangspunt ziet het feit dat het onzichtbare en het spirituele verweven zijn met het zichtbare over het hoofd. Maar daardoor classificeert het zich als sub- of pseudowetenschap.
[17] Vanuit de ongelovige, Godloze mens.
[18] Maar God is Zelf niet van die spirituele wereld, omdat Hij in principe buiten de schepping bestaat.
[19] Een Bijbels gelovige ontvangt dat op legale wijze van God, maar een vleselijk gelovige op illegale wijze van satan en/of zijn demonen. Toch gebruikt God vleselijk geloven ook. Bijvoorbeeld als manier om mensen te roepen tot Bijbels geloven.
[20] Maar niet alle groei is goed. Om wildgroei te voorkomen moet het geloven dus ook al gauw gesnoeid worden (Jh 15:2).
[21] Gelovigen die naar de tijd gerekend achterlopen. Over langere tijd ontstaan hierdoor gedrochten.
[22] Dit overtreft het eventuele aansluiten bij lokale geloofsgemeenschappen, want dat is altijd slechts tijdelijk en onvergelijkelijk met het lid zijn van Gods volk.
[23] Dat heeft de eerdergenoemde vormen van geloven ver achter zich gelaten.
[24] Een heilswerk moet aan Bijbelse vereisten en voorwaarden voldoen. Vervulling of falen erin heeft dus consequenties.
[25] Opnieuw geboren worden uit de Heilige Geest. Helaas zijn slechts weinigen wedergeboren.
[26] Dat zou een zonde zijn.
[27] De Westerse christenheid neigt ernaar om met de individualistische cultuur waarin ze bestaat mee te gaan, die te bevestigen en die in de Godsdienst te verwerken. Dat is Godslasterlijk.
[28] Dit is typisch voor godsdiensten die vanuit een conflict vanuit een ‘brongodsdienst’ zijn voortgekomen en zich van hun bron afzetten, zoals de christenheid zich afzet tegen Jodendom.
[29] Voortbestaan of verdwijnen van zulke geloofsgemeenschappen hebben geen relevantie voor God. Ze zijn niets anders dan valse geloofsgemeenschappen in Bijbelse zin. Ze zijn slechts vangnetten van mensen die spiritueel dwalen.
[30] Een volmaaktheid vergelijkbaar met die van de Sjabbatsdag.