Wat is de betekenis van Christus?

0
176

Christus is de centrale naam in de christenheid. Het zou de Naam zijn van de christelijke God. Feitelijk is het echter een bijnaam en ook nog eens Latijnse omzetting. Tevens werd het oorspronkelijk gebruikt om de verwachting uit te drukken dat de Here Jezus een bepaald ambt zou aannemen. Alles wijst er dus op dat christenen deze benaming al eeuwen verkeerd begrijpen en gebruiken. Wat staat erover in de Bijbel?

Christus is de bekendste en meest gebruikte bijnaam van de Here Jezus in de christenheid (Mt 1:16). Deze is populair geworden[1], omdat die in de meeste ‘Bijbelvertalingen’ staat. Het is echter een Latijnse omzetting[2] van het Griekse woord christos – gezalfde, dat ruim 500* in het Nieuwe Testament (NT) voorkomt.

Het is echter opmerkelijk dat een Latijnse verbastering onvertaald in de Bijbel staat en zo populair is[3]. Ondanks dat de meeste gelovigen die taal niet verstonden[4]. Wat kan daarvan de reden zijn?

Redenen onvertaald laten
Er is een belangrijke verklaring dat de bijnaam Christus voorkomt in de Bijbel. De ‘Bijbelvertalers’ wisten namelijk niet goed hoe ze het Griekse woord christos, dat sterk verbonden was met de Griekse cultuur, moesten vertalen.

Daar komt bij dat toen de Latijnse Bijbelvertaling werd uitgegeven, deze voor lange tijd door de kerk werd afgedwongen[5]. Het woord christus is in zo’n vertaling begrijpelijk.

Het gebruik van de bijnaam Christos/Christus had als voordeel dat het als middel kon worden gebruikt in de bestrijding van christenen die aangesloten bleven bij het Jodendom. De kerkleiders wilde namelijk al vanaf het begin van de tweede eeuw de geloofsleer beter laten passen bij de Romeins/Griekse doelgroep[6].

Het gevolg van deze vertaalfout[7] is, dat de bijnaam ‘Christus’ in de christenheid steeds meer een eigen betekenis heeft gekregen. Een betekenis die weinig met het oorspronkelijk bedoelde te maken heeft en er zelfs tegengesteld (Grieks: anti) aan werd.

Nieuwe Godsnaam?
Zo werd Christus als nieuwe Godsnaam geïnterpreteerd. Tegen deze interpretatie is een doorslaggevend argument aan te voeren. De schrijvers van het NT bedoelde met de titel ‘christos’ bij de naam van de Here Jezus, dat ze geloofden dat Hij die bijnaam als betiteling met betrekking tot Israël toe kwam. Maar in zowel Bijbelse zin als die van het toenmalige Jodendom was een gezalfde echter altijd een mens.

In de christenheid werd ‘Christus’ uiteindelijk breed geaccepteerd als een nieuwe geopenbaarde Naam van God[8]. Het spottend gebruik van die bijnaam wordt dan ook opgevat als ernstige overtreding van het verbod voor het verkeerd gebruiken van de Godsnaam uit de 10 Woorden (Ex 20:7). Zo hebben geen van de auteurs van het NT het woord Christos echter begrepen. Dat blijkt uit hun geschriften.

Herdefinitie
De bijnaam Christus moet dus vooral begrepen worden vanuit diens betekenis; ‘Gezalfde’. Wat heeft dat dan voor speciale betekenis van de Here Jezus? In de geschiedenis van de christenheid is die betekenis heel divers ingevuld. Van bewijs dat Hij God Zelf was tot de reductie van Zijn goddelijkheid[9]. Tradities werden ontwikkeld bedoeld om deze extremen te bestrijden.

Het blijkt echter dat de christenheid niet helder krijgt wat die betekenis in Bijbelse zin is[10]. Tot op vandaag blijft de traditionele stelling dat wie niet gelooft dat de Here Jezus (de) Christus is, geen christen is[11]. Christus wordt dan opgevat als de God van de Bijbel geopenbaard als Verlosser van de mens.

Echter, zoals hiervoor aangetoond, heeft de titel ‘Christus’ in Bijbelse zin die traditionele betekenis niet. Zalving betekent in Bijbelse zin uitsluitend met Gods Geest vervuld zijn of minstens door Zijn Geest geleid worden voor een bepaalde opdracht, roeping, ambt of bediening. De speciale betekenis die in de Bijbel aan de Here Jezus ermee gegeven wordt is de aanstelling in het ambt van messias, waar een zalving (vervulling van Gods Geest) bij hoort.

Alternatieven
Wat zou dan een juiste vertaling zijn van de titel Christos? Enkele voorstellen:

• Verlosser (of iets dergelijks) – maar de naam Jesjoea’ draagt dat al in zich en in het Grieks worden daarvoor andere woorden gebruikt, zoals soter. De Bijbelschrijvers gebruiken die term echter niet om zo de titel christos te definiëren.

• Gods bijzondere of speciale afgezant – dit heeft als belangrijk gevaar dat een verkeerde betekenis aan de Here Jezus wordt gegeven. Het woord christus wordt namelijk vaak bijvoeglijk gebruikt bij Zijn Naam. Het gevaar van zo’n vertaling is dat Hij dan kan worden opgevat als Engel van God. Iets dat sowieso al onterecht wordt gesteld. Volgens de Bijbel is de Here Jezus geen engel, maar staat Hij ‘boven’ hen (Hb 1:4).

• (De Zoon van) God – dat het woord christus een ander woord voor God zou zijn is onzin. In Bijbelse zin wordt God niet gezalfd. Het begrip ‘Zoon van God’ is nogal breed toegepast in de Bijbel. Het kan engel betekenen, een vrome gelovige of de vader van alle mensen (Adam). Dat zalving van een zoon van God vereist is wordt niet genoemd in de Bijbel, dus is er geen verband daarmee.

• Gezalfde – maar dat is voor tegenwoordige lezers vrijwel betekenisloos en opent daardoor de deur weer tot allerlei eigen invullingen.

• Messias – dit is de invulling die de discipelen gaven aan het gezalfd zijn van de Here Jezus[12] en dat was in Bijbelse zin een mens. Dit is dan ook de juiste vertaling van het woord Christus die thuishoort in de Bijbel[13].

Andere kijk
Opvallend is dat als voor de Latijnse bijnaam Christus overal in het NT ‘Messias’ wordt gelezen, meteen een heel andere kijk op de Here Jezus ontstaat. Vooral in het geval van de woordcombinatie “de Christus van God” in de Bijbel, wat overeenkomstig is aan de woordcombinatie “de Zoon van God”.

Voor verreweg de meeste christenen zal zo’n vertaling echter als lasterlijk worden opgevat of minstens als uitvergroting van slechts één gegeven over de Here Jezus. Traditioneel kan tegenwoordig de Here Jezus immers alleen nog als God Zelf worden gezien en niet als ‘slechts’ een Dienstknecht van God. Maar dat drukt het woord Christus wel uit.

De woorden “de Christus van God” vertegenwoordigen zelfs een bezitsrelatie. Iets wat zo was, is en zal zijn. Dat staat immers herhaaldelijk in de Bijbel. Helaas voor de orthodoxie, maar het dogma dat stelt dat de Here Jezus gelijk is aan God, de Vader, is in Bijbelse zin onjuist en onwaar. Daarmee wordt niet afgedaan aan de stelling dat de Here Jezus tot de Godheid behoort of goddelijk zou zijn. Daarover gaat het onderwerp van dit artikel niet.

Matiging Messianisme
De vertaling van het woord Christus maakt ook inzichtelijk dat de Here Jezus geen Messias was[14] of is[15]. De verwachting is dat Hij het zal zijn bij Zijn terugkeer. Dat is wat in het NT geleerd wordt. Ondanks dat Zijn eerste volgelingen als Joden hun Leraar al heel vroeg (Mt 16:16) de titel ‘Masjieach’ (Messias) gaven.

Maar de Here Jezus verbood hen die titel openlijk te gebruiken (vers 20). Ook omdat die in de Zijn dagen te apocalyptisch[16] en politiek geladen was. Het was immers de tijd van grote spanning over de vragen rond het definitieve herstel van Israël versus de aanhoudende overheersing door heidense wereldrijken.

Het is dan ook heel aannemelijk om te stellen dat zelfs de benaming ‘Christen’ door de Here Jezus afgeraden zou zijn. Het is niet alleen aanmatigend, maar ook onjuist. Hoe kan een volgeling van de Here Jezus beweren messiaans te zijn als de Messias nog niet is aangesteld en nog moet komen. Daar komt bij dat de meeste christenen niet eens vervuld worden door Gods Geest[17]?

+++
[1] De eerste volgelingen van de Here Jezus hebben Hem nooit Christus genoemd. Die bijnaam is pas later door Romeinse christenen in gebruik gekomen.
[2] Woorden uit de grondtekst van de Bijbel overgezet in een andere taal met behoud van betekenis. De naam Jezus is zelfs een Latijnse verbastering van de Griekse verbastering Iesous. Beiden namen komen niet voor in die talen en hebben daarin ook geen betekenis. Het verband van de Latijnse naam Jezus met de Hebreeuws naam Jesjoea’ is er dan ook niet, maar vereist voorkennis. Jesjoea’ is een voorkomende naam in het Hebreeuws en heeft daarin ook betekenis (God redt).
[3] Vooral ook omdat de term Christus in het Romeinse rijk een verband had met de keizerscultus en vanuit de Griekse cultuur met de afgoderij van sport.
[4] Van aanvang aan en lange tijd erna waren de meeste volgelingen van de Here Jezus Aramees, Hebreeuws en/of Grieks sprekend. Zelfs daarna spraken de meeste nieuwe gelovigen niet-Latijnse talen.
[5] De bijnaam is door de eeuwen heen ‘ingesleten’ geraakt.
[6] Dit werd afgeleid van een misinterpretatie van het zendingswerk van de apostel Paulus. Hij zou volgens hen hebben gesteld dat niet-Joden vrijgesteld zouden zijn van de Bijbelse Verbondsvoorwaarden (Torah). In werkelijkheid had niet Paulus het alleen voor het zeggen, maar de raad van apostelen. Zij hebben de niet-Joden echter alleen respijt (gewenningstijd) gegund, zoals bijvoorbeeld blijkt uit Handelingen 15:21.
[7] Het moet als vertaalfout worden opgevat, omdat het als inconsequentie moet worden opgevat. Een vertaling laat per definitie geen woorden onvertaald of geeft er een vertaling bij, zoals bij namen.
[8] Volgens veel christenen dé ware Naam van God.
[9] Volgens sommige leringen was de Here Jezus slechts een bijzonder sociaal Mens, maar niet God.
[10] De christenheid heeft inherent (vanuit zichzelf) geen inzicht meer in de dingen Gods. Dat wijst op gebrek aan inspiratie van de Heilige Geest.
[11] Zo wordt de bijnaam Christus direct verbonden aan de benaming van de discipelen van de Here Jezus (Christenen).
[12] Later werd het duidelijk aan de discipelen dat Hij nog niet de Messias was, maar dat God Hem later in dat ambt zou aanstellen. Voor Zijn wederkomst.
[13] Daarmee wordt duidelijk dat de oorspronkelijke bijnaam christianos voor de gelovigen in Antiochië begrepen moet worden als ‘messianen’ (gelovigen in Gods Messias; Hnd 11:26). In het Midden-Oosten worden ze vandaag de dag ook genoemd.
[14] Dit blijkt namelijk uit de vragen die de discipelen stelden over het vestigen van Gods koninkrijk aan het einde van Zijn werk op aarde bij Zijn eerste komst. Blijkbaar ontbrak het daar nog steeds aan. Profetieën die daarop betrekking hebben bleven dus, ondanks het spirituele verlossingswerk van de Here Jezus, onvervuld.
[15] Een messias heeft alleen nut in de fysieke schepping. Aangezien de Here Jezus nu in de hemel verblijft is Zijn vermeende messiasschap irrelevant voor God en mensen.
[16] Dat heeft te maken met openbaringen over de eindafronding van God (eindtijd). Al sinds de terugkeer en hervestiging van de Israëlieten in het hun beloofde Land (vanaf de vierde eeuw v.Chr.) bestond er een gespannen verwachting onder hen over de vervulling van de oude profetieën over Israëls herstel als onafhankelijke natie door de Hand van een Messias.
[17] Zo’n vervulling is immers een vereiste basis voor een messiaanse roeping van een gelovige zelf.