Wat is eeuwigheid?

0
124

Eeuwigheid wordt gezien als een Eigenschap van God. Daardoor zouden ook veel dingen die Hem toebehoren en die Hij doet eeuwig zijn. Toch blijkt in de Bijbel en in de praktijk dat eeuwigheid vaak genuanceerd moet worden. Denk bijvoorbeeld aan het veronderstelde ‘eeuwige’ koningschap van David, dat al zo’n 2600 jaar niet meer op aarde bestaat. Wat staat er over eeuwigheid in de Bijbel?

In de wereld is niets eeuwig. Mensen worstelen daarom met de betekenis ervan[1]. Staat het voor tijdloosheid of juist voor oneindigheid? Ondertussen veroudert alles om hen heen. Er is afbraak, slijtage en uiteindelijke verpulvering tot stof (Gn 3:19). Toch hebben mensen geprobeerd om zich eeuwigheid voor te stellen. Bijvoorbeeld door tijd en/of bestaan niet lineair (chronologisch) maar cyclisch op te vatten.

Waar komt dat vermoeden van het bestaan van eeuwigheid, dat blijkbaar niet bestaat in de wereld, vandaan? Fantasie of een groot voorstellingsvermogen? Of kan het zijn dat het wijst op restkennis over ontmoetingen met God of engelen in het verleden?

Bestaat eeuwigheid ergens en wat is het dan? In menselijke zin is het een gedroomde utopische staat. In Bijbelse zin is eeuwigheid wel een realiteit. Het staat dan in elk geval voor het ontbreken van een einde[2]. God wordt in de Bijbel voorgesteld als de bron van eeuwigheid (Js 40:28).

Wanneer God optreedt[3] in de fysieke[4] schepping en er verblijft[5], dan legt Hij Zich in eeuwigheidszin een beperking op[6] zonder overigens Zijn Eigenschap van eeuwigheid te verliezen[7]. Eeuwigheid wijst dan op onderscheid tussen God en de schepping[8]. Dat staat ook in de Bijbel (57:15)[9]. Maar wat betekent dat gegeven voor de eeuwigheid?

Woordstudie
Het Hebreeuwse woord ’olam wordt meestal vertaald als ‘eeuwig’. Het komt van de werkwoordstam ’alam – verbergen/geheim houden. ’Olam wordt ook vertaald als ‘tijdperk’ en ‘universum’.

Een ander Hebreeuws woord vertaald als ‘eeuwig’ is netsach van de stam natsach – bestendigen/helder zijn. Nogal een andere betekenis dan ’olam en zelfs enigszins tegenovergesteld. Het woord tamied, van de niet-voorkomende stam in de betekenis van ‘uitstrekken (in de tijd)’, wordt vertaald als ‘continu’ en ‘voortgaand’.

Dan is er nog het woord ’ad, van de stam ’adah – doorgaan/voortgaan. De vertaling ‘eeuwig’ van dit en de voorgaande woorden hangt af van de context waarin deze woorden gebruikt worden. Het woord rega’, van de stam raga’ – knipperen (met de ogen)/ogenblik, wordt vertaald als ‘onafgebroken’ en ‘voortdurend’.

In de Griekse geschriften wordt het woord aionos vertaald als ‘eeuwig’. Maar dit woord wordt ook vertaald als eeuw/tijdperk. Dit woord komt dus in zekere zin in de buurt van het Hebreeuwse woord ’olam.

Net als het Hebreeuws ’ad kent het Grieks ook het begrip eis – tot aan/naar in de betekenis van ‘eeuwig’ (Jh 8:35). Verder kent het Grieks nog woordcombinaties, zoals ek perissou (Ef 3:20) om de betekenis ‘oneindig’ mee aan te geven.

Niet-fysieke werelden eeuwig?
Als de fysieke schepping niet de eigenschap van eeuwigheid heeft, hoe zit het dan met de niet fysieke werelden? Het feit dat engelen en later de Here Jezus uit de hemel kunnen ‘afdalen’[10] naar de aarde en weer kunnen terugkeren, betekent dat de hemel niet zuiver en volledig eeuwig kan zijn.

Hetzelfde geldt voor het dodenrijk, de andere niet-fysieke wereld in de schepping. Daarheen kunnen mensen en engelen ‘afdalen’, maar er zijn er die daaruit ook weer opgewekt zijn (Mt 27:52). De Here Jezus is daarvan het bekendste voorbeeld.

De conclusie moet zijn dat niets in de schepping, fysiek of niet, echt eeuwig is.

Goddelijkheid eeuwig?
Als eeuwigheid een Eigenschap van God is, heeft eeuwigheid dan iets met goddelijkheid te maken? Zou goddelijkheid (God-gelijkheid[11]) ook eeuwigheid als eigenschap hebben[12]?

Het mag duidelijk zijn dat de Here Jezus en Gods engelen goddelijk zijn[13]. Maar het moet evenzeer gesteld worden dat de consequentie van de Menswording van de Here Jezus Hem sterfelijk[14] gaf en dat Hij ook letterlijk gestorven is aan het vervullen van de verzoening van de mens met God op Golgotah.

Het lijkt erop dat engelen eeuwig leven[15]. Toch is het opvallend dat de Here Jezus sterfelijk bleek te zijn geworden en in goddelijkheid kon afnemen door Mens te worden, maar vooral door Gods toorn op Zich te nemen. Afname in goddelijkheid betekent ook afname in eeuwigheid[16]. Daardoor komt ook de betekenis van eeuwigheid in een ander licht te staan.

Doel van eeuwigheid
God gebruikt eeuwigheid als onderdeel van Zijn beloften aan mensen voor nu en de toekomst (Mc 10:30). Het gaat dan over een eeuwigheid van welvaart. Immers ook mensen bestaan eeuwig, hoewel sterfelijk, maar de vraag is wel in welke hoedanigheid[17] ze die eeuwigheid ondergaan.

Echter, eeuwigheid van welvaart, zoals Adam dat had in de hof van Eden, is verloren gegaan door de afval van God – de zondeval –[18]. Daarom wijst eeuwigheid in Bijbelse zin vooral naar de komende nieuwe wereld. Alleen dan komt de schepping met daarin de mens volledig tot diens vervulling zoals God dat bedoeld heeft.

Eeuwigheid wordt door God gegeven en gegarandeerd. Ook als die verloren ging. Eeuwigheid wijst op het verschil tussen Schepper en schepsel.

Eeuwigheid gegradeerd
Eeuwigheid lijkt gradaties te kennen, zoals[19] (in volgorde):

• Eigenlijke eeuwigheid
De eeuwigheid die God als Eigenschap heeft (Ps 48:14), maar boven het menselijke begrip uitgaat[20].

• Altoosdurendheid
De eeuwigheid die in de Bijbel het dichtst nadert aan de eigenlijke eeuwigheid Gods (10:16). Het is de eeuwigheid die God toelaat dat te zijn in de schepping. Het is immers God alleen die kan bepalen wat eeuwigheid is. Het betreft ook eeuwigheid van zaken die God heeft ingesteld, zoals Zijn volk[21].

Altoosdurendheid heeft als invulling van eeuwigheid betekenis en nut voor mensen. Ondanks dat zij ook dit maar deels kunnen bevatten. Maar altoosdurendheid is geen eigenlijke eeuwigheid, want het kent uiteindelijk ook een begrenzing, begin en einde.

• Hele lange tijd
Als iets veel langer bestaat dan een mensenleven en zelfs meerdere generaties in stand blijft wordt dit al gauw opgevat als ‘altoosdurend’. Pas als dat echter na een aantal generaties toch wordt opgeheven, maar als de oorsprong bekent is dan wordt het begrip altoosdurendheid genuanceerd tot een hele lange tijd.

• Niet oneindig/eindigheid
De ‘bodem’ van eeuwigheid is eindigheid en dat is een inherente eigenschap van alles dat geschapen is. Het feit dat God beloofd heeft dat de schepping altoosdurend zal zijn is daarbinnen dus ook eindigheid altoosdurend verklaard.

Alternatieve begrippen
Er zijn diverse begrippen die in verband met eeuwigheid worden gebruikt, zoals:

• Tijdloosheid
Eeuwigheid als tijdsconcept. Als de relevantie van tijd(smeting) wegvalt, dan is er geen reden meer om met de veronderstelde schaarste van tijd rekening te houden. Toch is het niet per se eeuwigheid, want dat is meer dan tijd(smeting).

• Eindeloosheid
Eeuwigheid uitgedrukt als ontbreken van eindigheid. Dan is ook tijd(smeting) niet langer relevant of in elk geval minder schaars. Maar de schepping is eindig en staat zelf voor eindigheid. Daarbinnen is eindeloosheid dus een illusie.

• Onsterfelijkheid
Het vooruitzicht van het aanstaande sterven plaatst tijd(smeting) en gestelde doelen in een ander daglicht. Maar onsterfelijkheid is niet het einde aan de levensstrijd. Die zou dan nooit ophouden. Dus ook onsterfelijkheid blijkt dan eigenlijk niet te zijn wat met eeuwigheid bedoeld wordt.

Sterfelijkheid wijst op afhankelijkheid, beperktheid en schaarste. De God-loze mens wil dat doorbreken[22]. God staat uiteindelijk niet toe dat er buiten Hem een fysieke entiteit buiten Hem om zal optreden die onsterfelijk zal zijn (Gn 3:22). Een mens zal nooit onsterfelijk worden.

• Onvergankelijkheid
Dit lijkt op onsterfelijkheid, maar onvergankelijkheid richt zich op zaken die mensen presteren en die dreigen te vervallen. Behoudt van nalatenschap. Het niet in vergetelijkheid raken van zaken. Toch is het niet per se eeuwigheid, want dat is meer.

Nuanceringen
Hieronder volgen enkele nuanceringen van eeuwigheid uit de Bijbel:

• Gods ‘eeuwige’ Naam
In de Bijbel is herhaaldelijk een nieuwe Godsnaam geopenbaard. Van diverse daarvan is gesteld dat die ‘eeuwig’ zou zijn. Toch zijn Die Namen door de historische context bepaald. Hoe verder een generatie af staat van een geopenbaarde Naam, des te minder relevant kan Die worden, zoals de God van uw [Israëls] vaderen (Ex 3:15).

• Gods ‘eeuwige’ woord
De Bijbel als geheel zou eeuwig bestaan, maar dat betekent niet dat alle woorden altijd in elke tijd een gelijke betekenis hebben. In de Bijbel staat namelijk expliciet dat sommige bepalingen vervallen zijn of vervangen door andere.

Ook zijn volledig vervulde profetieën door de vervulling minder relevant geworden. Geschiedschrijving, waaruit een groot deel van de Bijbel bestaat, is sowieso minder relevant (of te begrijpen) naarmate de tijd verstrijkt.

• Gods ‘eeuwige’ verbond
God sloot voor het eerst een verbond met Noach en dat zou meteen eeuwig zijn (Gn 9:16). Dat verbond moest, ondanks de verstoorde verhouding tussen God en de fysieke schepping, de omgang met Hem mogelijk maken.

Maar God heeft ook een nieuwe schepping aangekondigd, waarin de verhouding tussen God en die schepping en alles wat erin is goed zal zijn (Js 65:17). Het is evident dat God in de nieuwe schepping geen verbond meer zal sluiten. Gods verbond duurt[23] dus tot dat moment[24]. Gods Verbond is eindig.

• ‘Eeuwigheid’ van de Messias
Van Gods Zoon wordt gesteld dat Hij eeuwig hogepriester zal zijn, maar Hij werd het pas na Zijn hemelvaart en zal dat ambt neerleggen zodra Hij Messias wordt[25]. Er is een begin aan de ambtstermijn van de Messias, maar logischerwijs ook een einde (1 Cor 15:24-25). Alles wat een begin en/of einde heeft is per definitie niet zuiver eeuwig.

• Gods ‘eeuwige’ aardse Verblijfplaats
Koning Salomo was overtuigd dat God eeuwig zou wonen in de Tempel, Zijn gemeenschappelijke plaats van eredienst in Jeruzalem (1 K 8:13). Maar deze Tempel werd in de 6de eeuw v.Chr. verwoest. Zo’n Verblijfplaats van God staat vandaag niet meer op aarde. Gelovigen resteert voorlopig alleen nog Gods Verblijfplaats in de hemel (Opb 15:5).

• ‘Eeuwig’ leven
In de Bijbel wordt aan mensen die gelovig worden, zij die zich onderwerpen aan Gods wil, eeuwig leven beloofd (Jh 3:15). Maar alle mensen bestaan van oorsprong eeuwig. Dat is een scheppingsorde en dat onderscheidt hen van andere schepselen. Mensen zijn namelijk naar Gods Afbeelding en Gelijkenis geschapen. Wat de belofte betekent is dat gelovigen ‘tot Zijn rust’ zullen ingaan (Hb 4:10). Dat is, tot de bestemming komen die God voor hen bedoeld heeft. Nu en in de toekomst.

Deze belofte vertegenwoordigt ook het toegang krijgen tot de komende fysieke wereld. Niet de hemel! Het staat ook voor vrijgesproken worden in Gods eindoordeel (Jh 5:24).

Toekomst
Zelfs in de nieuwe schepping zal er geen eeuwigheid zijn, want daar moet God immers ‘water van het leven’ en ‘geboomte van het leven’ geven (Ezech 27:9; Opb 22:1-2)[26]. Er vindt dan dus geen samengaan van hemel en aarde plaats, zoals sommigen veronderstellen. Dat is immers scheppingsordelijk onmogelijk en ongewenst. Er blijft altijd een noodzaak van een hemel, als thuis voor niet-fysieke schepselen.

+++
[1] Daardoor worden er ook vergissingen en fouten over gemaakt.
[2] In bestaanszin. Daarom wordt in het Jodendom God aangeduid met de Hebreeuwse benaming Ejn Sof – Er is geen einde (aan Zijn bestaan).
[3] Iets wat Hij volgens de Bijbel herhaaldelijk heeft gedaan (Bijvoorbeeld Gn 11:5; 18:21; Ex 3:8; 19:20).
[4] Feitelijk geldt dit ook voor het niet-fysieke deel van de schepping, zoals de hemel.
[5] Zoals Zijn Aanwezigheid in de hof van Eden en in het heilige der heilige van het centrale heiligdom die Hij liet opzetten.
[6]Het zou kunnen zijn dat dit verklaart dat God gebruik maakt van Zijn Sjechienah of dat Hij alleen waarneembaar is in een wonderlijke weergave (Bijvoorbeeld Ex 24:10).
[7] Hoe dat kan is onverklaarbaar en wijst op Zijn totaal anders zijn dan het geschapene; Zijn ongeschapen staat. Het toont dat Hij geen deel heeft aan de schepping.
[8] Dit is een belangrijke vaststelling in de zogenoemde Eigenlijke Theologie, wat merkwaardig genoeg zelden wordt verwerkt in de Christologie. Het is een belangrijk gegeven over God.
[9] Het is een logische conclusie op basis het gegeven dat God de schepping schiep. Het moet dus al eerder dan de schepping hebben bestaan en de schepping buiten Zichzelf hebben gevormd (Js 29:16; Rm 9:20).
[10] Dit woord ‘afdalen’ drukt de gedachte uit dat de hemel zich ‘boven’ de fysieke wereld bevindt. Natuurlijk komt dit nauwelijks overeen met de werkelijkheid. De hemel is immers een andere dimensie dat geen positionering heeft ten opzichte van de fysieke wereld.
[11] Niet in de letterlijke zin, want er is maar Één God, maar in de zin van nauw verbonden met Hem zijn zonder deel van Hem te zijn.
[12] Goddelijkheid betekent immers eigenschappen van God hebben.
[13] In principe is alles dat woont in de hemel goddelijk (d.i. goddelijker dan de fysieke schepselen). Vandaar dat fysieke schepselen de hemel niet kunnen binnengaan.
[14] De vaste eigenschap van de door God geschapen mens. Adam was van oorsprong sterfelijk en daarom moest hij wel van de Boom des Levens eten. Menselijke sterfelijkheid heeft niets te maken met de zogenoemde ‘zondeval’. Zijn afval van God leidde ertoe dat op sterfelijkheid de dood volgde, omdat de toegang tot de Boom des Levens werd ontzegd.
[15] Onsterfelijk zijn. Dus ook satan en de demonen.
[16] Maar goddelijkheid kan blijkbaar ook toenemen. Dat is duidelijk geworden bij de opwekking van de Here Jezus uit het dodenrijk en uit Zijn hemelvaart terug naar de niet-fysieke hemel.
[17] In eeuwige welvaart of eeuwige straf (Mt 25:46).
[18] Dat heeft zelfs negatieve gevolgen voor de niet-fysieke scheppingen, zoals de hemel.
[19] Dit is een aanzet en niet per se uitputtend.
[20] De zuivere eeuwigheid kunnen mensen niet kunnen begrijpen. Daarover gaat dit artikel niet. Het is nuttig als ‘plafond’ voor de definitie van eeuwigheid.
[21] Niet zozeer Israël.
[22] De gedachte dat de medische wetenschap zo ver ontwikkeld zal worden dat het fysieke schepselen eeuwig kunnen laten leven is niet alleen een onzinnige gedachte. Het getuigt ook van hoogmoedige overschatting van de mens.
[23] Gods verbond is herhaaldelijk vernieuwd, wat het voorgaande beëindigde.
[24] Ook al heeft Israël Gods verbond eenzijdig verbroken, Zijn verbond (d.i. het Nieuwe Verbond) met hen is van kracht. Echter, wel onder de Verbondsvoorwaarden van het moment (d.i. het Oude Verbond) dat zij het verbraken.
[25] De twee ambten zijn in Bijbelse zin onmogelijk te combineren. God heeft bijvoorbeeld bepaald dat de Hogepriester nooit het centrale heiligdom mag verlaten (Lv 10:17; 21:12)
[26] Dat bewijst dat de mens ook dan sterfelijk blijft. Ook al heeft die logischerwijs een nieuw lichaam ontvangen om toe te treden tot de nieuwe schepping.