Wat is heidendom?

0
123

Tot voor kort was het Westen ‘christelijk’. De erfenis van de ‘Romeins-christelijke’ cultuur. Vooral door de zogenoemde Verlichting en de twee Wereldoorlogen trad scepticisme op over die veronderstelde christelijkheid. Sindsdien valt het Westen in steeds grotere snelheid terug in verwerping van christelijkheid en een opwaardering van (nieuw) heidendom. Maar wat is heidendom eigenlijk? Wat staat erover in de Bijbel?

Heidendom staat voor de dominantie van heidens leven[1] in een bepaalde samenleving. Het concept ‘heiden’ is oneigenlijk, want het werd van oudsher gebruikt om te verwijzen naar onbeschaafde mensen die op de heide[2] woonde[3]. Onbeschaafde mensen leven op een manier of in omstandigheden die de ‘hogere klassen’ in de samenleving beschouwen als beneden een zeker peil[4].

In godsdienstige zin wordt heidendom gezien als de invloedsfeer die (nog) buiten het bereik van de eigen godsdienstige invloed valt[5]. In Bijbelse zin wordt het heidendom nogal negatief opgevat. Als gevaar of in elk geval als tegenstander. Naarmate dat de invloedsfeer van de eigen geloofsgemeenschap groeit, zal het heidendom evenredig reageren door de invloed van de (nieuwe) geloofsgemeenschap als tegenstander op te vatten.

Deze tegenstelling wordt echter niet gezocht in Bijbelse zin[6] (zie bijvoorbeeld Gn 49:5-7). Toch worden heidenen terecht gedefinieerd als de mensen buiten de eigen geloofsgemeenschap[7]. Godsdienstig gezien is een heiden echter niet als de niet-Jood gedefinieerd[8], want in Bijbelse zin telt etniciteit niet zozeer[9] maar geloof. Een heiden staat buiten het Bijbelse geloofsleven[10].

Woordstudie
Het woord ‘heiden(en)’ is in de meeste Bijbels de vertaling van het Hebreeuwse woord ‘goj(iem)’. Dit Hebreeuwse woord komt van de werkwoordstam ga‘ah – zich verheffen/heldhaftig opstaan. Dat woord betekent echter ‘natie’.

De meeste vertalingen zijn echter ook inconsequent met het vertalen van het woord goj. Het wordt afwisselend vertaald als ‘natie’, ‘volk’ of ‘heiden’, wat erop wijst dat het onderscheid tussen de Hebreeuwse woorden goj en ’am niet goed wordt begrepen. Vergeten wordt dat Israël in de Bijbel ook een natie – goj wordt genoemd op het moment dat het zich in het beloofde Land gevestigd heeft en een staatsbestuur heeft aangesteld[11].

‘Natie’/‘natiën’ komt bijna 100* voor in de NBG’51 en 37* in de SV, terwijl het Hebreeuwse woord goj/gojim ruim 500* voorkomt in de Bijbel. Het woord ‘volk(er(en))’ komt meer dan 1600* voor in de NBG’51 en 1800* in de SV, terwijl het Hebreeuwse woord ’am/’amim zo’n 1655* voorkomt.

Belangrijk te vermelden is dat het Hebreeuwse woord goj in Israëlitische zin niet zozeer een religieuze maar een staatskundige betekenis heeft, terwijl heiden(en) in Bijbelse zin wel een religieuze betekenis heeft. In het laatste geval kan een heiden dus ook een volksgenoot zijn[12]. Een heiden wordt in Bijbelse zin dus per definitie gezien als onrein en iemand die tegen Gods wil ingaat[13].

Het Hebreeuwse woord dat in Israëlitische zin de betekenis van heiden heeft is zoer, maar dat wordt meestal vertaald als ‘vreemd’, ‘anders’, ‘onbevoegd’ of ‘buitenlands’. In het Grieks worden daarvoor woorden zoals allotrios, allofulos, allogenes of xenos gebruikt.

In Griekse Bijbelgeschriften wordt het woord ethnos ook vertaald als ‘heiden’, terwijl het juist vertaald ‘bevolkingsgroep’ in neutrale zin betekent. Ook wordt dit woord afwisselend vertaald als ‘heiden’, ‘natie’ of ‘volk’. Maar de betekenis ‘volk’ is in het Grieks laos en ‘natie’ is politeuma of basileia.

Opvallend is dat de vertaling ‘heiden’ van Griekse woorden vaak onjuist is, waardoor de Bijbellezer op het verkeerde been wordt gezet. Een voorbeeld is het woord telones, dat ‘(overheids)beambte’ betekent, maar soms toch als ‘heiden’ wordt vertaald (NBG’51 Mt 5:47). In dit geval gaat het om een Jood die voor de Romeinen belastingen inde (tollenaar).

Pot verwijt de ketel
De Romeinen noemde de eerste christenen[14] ‘heidenen’, omdat ze de Romeinse cultus verwierpen en door een niet-Romeinse vervingen[15]. Hun walging was helemaal groot toen duidelijk werd dat het christelijke geloof van Judese oorsprong was. Joden werden door de Romeinen niet alleen als onderworpen barbaren gezien, maar ook nog eens als uitzonderlijk opstandig[16].

De Germanen kregen steeds meer respect voor de Romeinen naarmate ze steeds vaker met hun te maken kregen. Maar Romeinse christenen die ze ontmoette noemden ze heidenen. Vooral, omdat die christenen hun polytheïstisch-animisme[17] als een bijgeloof beschouwde en in Eén onzichtbare God geloofden.

Toen de christenen het later[18] steeds meer voor het zeggen kregen in het Romeinse rijk noemden zij op hun beurt hun mede Romeinen en vooral de Germanen heidenen, als die niet meegingen in hun christelijke geloof die vanaf toen steeds meer werd gedefinieerd en ingekaderd.

De conclusie is dus dat zij die de ‘meerderheid’ vormen blijkbaar bepalen wie heidenen zijn of wat tot heidens doen en laten behoort[19].

Alternatieve benamingen
Zoals gesteld is ‘heiden’ een oneigenlijke benaming. Dit is helemaal zo als de heersende klasse, de elite ‘heidenen ‘worden genoemd. Het is onzin om hen te typeren met een term die ‘zij die op de hei wonen’ betekent.

Een alternatieve benaming voor ‘heiden’ is ongelovige, maar ook dat is onjuist. Het veronderstelt dat mensen niet of verkeerd geloven. Het laat wel zien dat heidendom oorspronkelijk[20] vooral een religieuze typering was[21].

Een andere benaming is ‘goddeloze’. Iemand die denkt en/of zich gedraagt alsof de God van de Bijbel niet zou bestaan of irrelevant is; een God-loze. Wellicht is dat nog het beste alternatief voor de onjuiste term ‘heiden’. Bovenal is het van belang te realiseren dat de benaming ‘heiden’ of ‘Godloze’ een beoordeling van anderen was. Een benaming voor buitenstaanders[22].

Bijbelse beoordeling
Een heiden wordt in Bijbelse zin negatief beoordeeld (Lv 18:24; Mt 18:27). Dat mag dan in strijd lijken met het zendingsbevel van de Here Jezus, toch is dat een feit. Het is niet veranderd door Zijn verlossingswerk of de uitstorting van de Heilige Geest[23].

In feite gedroegen Adam en Eva zich als heidenen door tegen Gods bevel in te gaan om van de boom van kennis te eten. Toch lijken zij gestreefd te hebben zich daarvan te herstellen. De zoon die namelijk hun nalatenschap zou erven werd Set[24] genoemd. Uit hem kwam het rechtvaardige nageslacht voort waaruit Noach werd geboren. Een man die God beoordeelde als gehoorzaam aan Zijn wil (Gn 6:22; 7:5). Kaïn en zijn nageslacht kan gezien worden als de eerste Godloze mensen; Heidenen.

In latere generaties is het vooral het nageslacht van Kanaän, de zoon van Cham, die als uitermate heidens (goddeloos) wordt getypeerd en daarom moeten de Israëlieten hen van Godswege met de ban slaan (uitroeien of uit hun midden in het beloofde Land verdrijven).

Karakterisering
In algemene zin kan gesteld worden dat een heiden iemand is die zich laat leiden door primaire impulsen. Dit is te verklaren, omdat de mens in Bijbelse zin onder de macht van het zondigen[25] is gekomen sinds de overtreding van Adam. De heiden is dus in principe onbewust hopeloos[26] en kent geen welzijn[27].

Een heiden gedraagt zich als een menselijk dier[28], maar vat dit op als ‘normaal’[29]. Als een dier jaagt een heiden dus naar aardse, stoffelijke, materialistische eenheden vanuit zelfbehoud maar ook om zelfbevrediging (1 Jh 2:16); menselijke spiritualiteit (afgoderij), vleselijke liefde (hoererij), voedsel, kleding, macht, etc.

Dat jagen gaat nogal eens samen met (spiritueel) geweld[30], hoewel er ook heel fijnzinnige heidenen bestaan. Toch typeert heidendom zich naar het verleggen van (spirituele) grenzen of het opheffen van de bekende grenzen (Libertijns denken). Opmerkelijk genoeg bereiken ze weinig tot niets. Dat komt vooral omdat ze inconsequent en tegen zichzelf verdeeld werken.

Heidenen gaan al van kwaad tot erger (roofdier gedrag), wanneer die enigszins onbevreesd is of denkt te zijn. Ze gaan van de ene liederlijkheid naar de andere Godslastering. Of de heiden vervalt in een spiraal van angst, dat nogal eens eindigt in (allerlei) psychische ziekten en/of zelfdoding. (Allerlei) verslavingen zijn ook typisch heidens.

Heidenen worden wel beoordeeld als domme mensen en/of zij die er een ‘achterlijk’ bijgeloof op na houden. Zij die nog nooit van een hoge spirituele beschaving hebben gehoord of dat opzettelijk verwerpen[31]. Maar dit soort karakteriseringen getuigen van hoogmoed.

Bijbelse beoordeling
Heidens betekent in de Bijbelse zin onnuttig voor God zijn[32]. Er worden twee soorten heidenen onderscheiden; zij die de God van de Bijbel niet kennen (de onwetende[33]; Mt 6:7) en zij die Hem opzettelijk verwerpen (de weerspannige; 18:17)[34]. De context waarin iemand ‘heiden’ wordt genoemd bepaald dus welke soort bedoeld is.

Vanuit het oogpunt van het volk Israël was er ook nog de Oude Verbondstypering ‘heidenen’ voor hen die niet tot dat volk behoren[35]. Zij werden in Bijbelse zin per definitie gezien als onrein en een zondaar[36]. Gelovigen worden schapen genoemde en daarom worden heidenen in het Nieuwe Testament ‘wolven’ genoemd (10:16; Hnd 20:29). Hun natuurlijke vijanden[37].

+++
[1] ‘Heidens’ is nauwelijks een duidelijke cultuurvorm, maar eerder een mengeling van cultuurvormen. Heidendom is dus afhankelijk van de culturele context.
[2] Buiten de (ommuurde) steden op het ‘platte land’, ‘in dorpen (Latijn: paganus)’ of in de wildernis.
[3] Juist de mensen die vroeger anderen heidenen noemden zouden naar tegenwoordige maatstaven heidenen genoemd worden.
[4] Maar lang was niet gedefinieerd wat dat peil dan was. Het definiëren van een minimaal niveau van beschaving is iets van de laatste jaren. Meestal ‘welvaartsniveau’ genoemd.
[5] In de Bijbel wordt bevolen om de invloed van het heidendom af te weren en mogelijkerwijs ten gunste van de Bijbelse levenswijze aan te passen ten gunste van het doel van Gods volk.
[6] Nogal wat christelijke stromingen zien het zoeken van die tegenstelling wel als opdracht, maar dat gaat tegen Gods wil in.
[7] In het Nieuwe Testament wordt echter bevolen om zelfs die buitenstaander lief te hebben (tolerantie). Dat kan alleen door vervulling van de gelovigen met de Heilige Geest.
[8] Het veronderstelde verschil tussen een Joodse christen en een heiden christen is dus onzin en strijdig met de Bijbel (Rm 10:12), maar soms gebaseerd op een theologische theorie (Twee-wegen en/of Twee-volken van God).
[9] Toch telt voor God het volk Israël wel, omdat Hij dat volk Zelf geschapen heeft.
[10] Dat kan ook gebeurt zijn door van het Bijbelse geloof af te vallen.
[11] Zie bijvoorbeeld: 2 Samuël 7:23.
[12] In Mozaïsche zin zou zo’n Israëliet uitgestoten (verbannen of doodstraf) moeten worden uit de geloofsgemeenschap als die niet terugkeert tot het geloof.
[13] Iemand die niet aan God gewijd is en die waarschijnlijk aan afgoderij doet.
[14] Vanaf de tweede eeuw steeds vaker mensen die in Romeinse gezinnen waren geboren en opgegroeid, maar op latere leeftijd christen waren geworden.
[15] De Romeinse cultuur was echter meestal verdraagzaam in de omgang met vreemde culturen en stonden open om dingen ervan over te nemen.
[16] De Joden hadden uitzonderlijke rechten afgedwongen en kwamen toch meerdere keren tegen de Romeinen in opstand. Het meest bekend is de zogenoemde Joodse Oorlog die ruim 5 jaar duurde (66-70).
[17] Germanen verbonden allerlei krachten, fenomenen en gebeurtenissen uit de schepping met magie, boze geesten en goden.
[18] Vanaf het einde van de vierde eeuw.
[19] Het negatief wegzetten van anderen is echter per definitie heidens.
[20] Ook van heidenen zelf.
[21] Maar religie en cultuur waren vroeger veel meer vermengd, dan tegenwoordig.
[22] Volgens sommigen is echter de benaming ‘christenen’ ook ontstaan als negatieve typering in Antiochië (Syrië) in de eerste eeuw. Als scheldnaam, dat tegenwoordig ook weer in de mode raakt.
[23] Het is immers een gegeven van een geloofsgemeenschap (Gods volk), dat wie daar geen deel aan heeft een buitenstaander is. Een heiden kan God niet behagen. Gelovigen hebben dus ook geen behagen aan hen in absolute en principiële zin.
[24] Hebreeuwse naam Sjet betekent ‘herstel’, want het komt van de stam sjiet – (op)stellen/ter harte nemen.
[25] De macht van satan en diens demonen.
[26] Vandaar Gods bevel aan gelovigen om heidenen met de Bijbelse godsdienst bekend te maken, terwijl Gods Geest ieder van hen ook Zelfstandig benadert.
[27] Sjalom. De profeet Jesaja stelt dat herhaaldelijk (Js 48:22; 57:21; 59:8).
[28] Hoewel de mens naar Gods Beeld en Gelijkenis is geschapen heeft Hij Zijn Geest van die weggenomen. Daardoor ontbeert de mens een mogelijkheid om direct contact met God te hebben, waardoor het nog enkel een fysiek schepsel is vergelijkbaar met de dieren. Toch onderscheidt de mens zich door diens verantwoordelijkheid naar God wat blijkt uit diens geweten.
[29] Een heiden beoordeelt iedereen die niet meedoet aan heidendom als onmenselijk. Daar ligt dan ook een belangrijk pleitargument voor de rechtmatigheid van het Bijbelse geloof.
[30] Occultisme, zoals het gebruik van magie en spirituele krachten.
[31] Daar staat tegenover dat non-conformisme, zoals bijvoorbeeld dat van zigeuners, tegenwoordig door sommigen juist wordt toegejuicht.
[32] Eigenlijk is ‘betekenisloos’ beter, want een heiden is niet in staat uit zichzelf van nut te zijn voor God. Een eis waaraan Zijn volk moet voldoen.
[33] God heeft de mens uitgerust met een spirituele ‘antenne’. Een mogelijk om zich af te vragen of er iets groter is dan de mens zelf en wat dat zou kunnen zijn. Een elementair Godsbesef. Zelfs iemand dat het bestaan van iets groter dan zichzelf verwerpt – een zogenoemde a-theist – gelooft nog. Namelijk in dat atheïsme.
[34] Dit kunnen ook mensen zijn die van het Bijbelse geloven zijn afgevallen.
[35] Zo’n typering is alleen relevant als Israël zelf ‘beter’ is in godsdienstige zin.
[36] Een heiden viel in Oude Verbondszin dus in principe ook buiten de kring van wat met de naaste werd bedoeld.
[37] Ook in Nieuwe Verbondszin wordt dus terecht gewezen op het gevaar van de heiden en het heidendom voor Gods volk.