Wat is het antichristelijke?

0
143

Nogal wat christenen zijn zich bewust van de antichrist. Het wordt in verband gebracht met satan, het toppunt van het boosaardige, en sommige zien de antichrist als persoon. Velen zijn er bang van. Vreemd genoeg heeft het voor de meeste christenen weinig of geen betekenis. Wat staat erover in de Bijbel?

Een ‘christ’ betekent een gezalfde, wat ervoor doorgaat of zich zo voordoet. Het Griekse woord ‘christos’[1] verwijst in Bijbelse zin[2] naar het Hebreeuwse concept ‘masjieach’ (stam: masjach – zalven), dat in het Nederlands is verbasterd tot messias.

Messianisme[3] is een centraal element in de godsdienst van de Bijbel. Christenen vullen dat vrijwel altijd uitsluitend in met de Persoon van de Here Jezus[4]. In Bijbelse zin is een messias altijd een Mens[5]. Het is eveneens in Bijbelse zin logisch dat er twee versies van bestaan; positieve messiassen en negatieve. De antichrist is de negatieve[6] messias. De definitie van antichristelijk is veel ruimer, omdat ‘christelijk’[7] zich ook niet tot de Messias beperkt.

Maar de antichrist en het antichristelijke heeft dus logischerwijs ook messiaanse eigenschappen (2 Kor 11:14). Dat maakt het zo verraderlijk en gevaarlijk. Het vereist scherp onderscheidingsvermogen om vast te stellen wat wel of niet positief of negatief messiaans is[8]. In de Bijbel staat dat naarmate de eindtijd nadert dit onderscheidt steeds meer zal vervagen. Totdat uiteindelijk alleen nog de Heilige Geest uitsluitsel[9] kan geven[10].

Woordstudie
Alleen de apostel Johannes gebruikt het woord antichristos (1 Jh 2:18, 22; 4:3; 2 Jh 1:7). Dat maakt de term zwak[11], want het hangt dan af van één auteur of twee Bijbelboeken. Toch heeft dit woord equivalenten in andere Bijbelboeken.

Het woord antichristos bestaat uit twee delen: anti (tegen(over)/om reden van) en christos (gezalfde). Een samengesteld Grieks werkwoord dat ermee in verband staat is antikeimai (tegenovergesteld zijn), dat genoemd wordt door de apostel Paulus (2 Th 2:4). Hij gebruikt ook de woorden ho eks enantias (die tegengesteld is; Tit 2:8), wat lijkt te duiden op de antichrist of het antichristelijke. De apostel Simon, bijgenaamd Petrus, gebruikt het woord antidikos (tegenpartij in rechtszaak; 1 Pe 5:8), wat ook een verband heeft met het antichristelijke vertegenwoordigd.

De meest voor de hand liggende, neutrale vertaling van het samengestelde Griekse woord ‘antichristos’ is ‘tegenovergestelde[12] messias’. De betekenis die er meestal aan wordt gegeven: tegenstander van de Here Jezus. Maar dat is onjuist[13] en ingegeven vanuit christocentrisme[14]. Niet alle dingen van God, de Vader, staan logischerwijs in verband met de Here Jezus. Ook is de Bijbelse antichrist een mens en het antichristelijke een samenlevingsbeweging van mensen.

Verder zijn er nog de Griekse woorden antitupos (tegenhanger), antitassomai (zich vijandig tegenover iets stellen/weerstaan; Hnd 18:6; Rm 13:2), antistrateuomai (strijd voeren tegen (God); Rm 7:23), antipipto (weerstreven/zich verzetten (tegen God); Hnd 7:51), antilogia (weerspannen; Jds 1:11), antilego (tegenspreken/ontkennen; Lc 20:27; Hnd 13:45; Rm 10:21), antithesis (tegenwerpingen; 1 Tim 6:20), antidiatithemai (tegenstanders; 2 Tim 2:25), anteipo (tegenspreken; Lc 21:15), antapokrinomai (tegen antwoorden; Rm 9:20), antapodidomi (wraak nemen), antosios (onheilig; 2 Tim 3:2), anomia (zonder Torah/Torah overtreders; Mt 23:28; 24:12; Rm 2:12), anthistemi (opstandig zijn; 2 Tim 3:8), aneleemon (onbarmhartig; Rm 1:31), arneomai (verloochenen; 1 Jh 2:22) en anhupotaktos (ongehoorzaam; 1 Tim 1:9).

Al deze woorden drukken elementen uit van antichristelijkheid. Elementen die mensen[15] vanaf hun geboorte als eigenschap lijken te hebben.

Messiaanse eigenschappen
Om te bepalen wat het tegengestelde is van een messias (antichrist), moet eerst vastgesteld worden wat een messias (christ) is in Bijbelse zin. Vanuit de Bijbel komen de volgende belangrijke eigenschappen naar voren:
1. Verlossen van Gods volk van (een) vijand(en)
2. Gods volk tot diens (eind)bestemming brengen
3. Herstellen/bewaren van de Bijbelse Godsdienst

Antichristelijke eigenschappen
De antichrist en het antichristelijke richt zich tegen op de hiervoor genoemde drie punten van messiaanse verantwoordelijkheid. Daarbij moet gesteld worden dat in Bijbelse zin de antichrist(elijkheid) per definitie weerspannig is tegen God[16]. Het gaat dus expliciet om tegenwerking, belemmering en ondermijning van God, door:

1. Onderwerpen en binden van Gods volk aan (een) vijand(en)
2. Gods volk afhouden van diens (eind)bestemming en proberen het te verwoesten
3. Ondermijnen en corrumperen van de Bijbelse Godsdienst

Ad.1 Het is dan niet vreemd dat in de Bijbel de antichrist wordt voorgesteld als diegene die gelovigen tot slaven maakt (andrapodistes; 1 Tim 1:10). Het is dan ook logisch dat de antichrist met satan in verband wordt gebracht (Jh 8:44).

Ad.2 De antichrist is er voortdurend op gericht Gods volk af te leiden, te verblinden en bezig te laten zijn met andere zaken dan het bereiken van hun (eind)bestemming. Satan wordt in de Bijbel (mensen)moordenaar (Grieks anthropoktonos/androphonos; Jh 8:44; 1 Tim 1:9) genoemd, maar daarmee is op de eerste plaats moordenaar van kinderen van God bedoeld. Logisch dat hij in verband staat met de antichrist. Ongelovigen en boosaardigen zijn niet de doelgroep waartegen de antichrist zich richt, omdat die al aanleg voor het antichristelijke hebben.

Ad.3 De godsdienst is de ‘weg’ die God gegeven heeft om tot Hem te komen en deze wijze waarop zij de band met Hem kunnen onderhouden. De godsdienst is dus verbonden aan 1. de verlossing van hun vijanden en 2. het bereiken van hun (eind)bestemming. Het is de antichrist er alles aan gelegen om die godsdienst tot een religie[17] te maken. De godsdienst van God wordt overwoekerd en verstikt. Uiteindelijk gaat wetteloosheid – anomos (2 Th 2:8) – de boventoon voeren. Het verliest diens doel uit het oog.

Antichristelijkheid
In de Bijbel staat dat aan de komst van Gods Messias een groeiende beweging en gezindheid van antichristelijkheid voorafgaat. Allerlei antichristelijke ideeën worden steeds meer norm gemaakt. Dit gaat aanvankelijk op een subtiele en verborgen manier. Daarom zijn de meeste christenen zich er niet van bewust.

Er komen bewegingen en organisaties op die zich via de politiek opdringen aan landsregeringen. Langzaam wordt de antichristelijkheid steeds meer zichtbaar en merkbaar in de (lands)wet. Leiders, maar vooral koningen en zeker keizers (heersers over wereldrijken), laten in menselijke vorm zien hoe satan en zijn demonen de aarde willen overheersen. (Wereldwijde) organisaties[18] en landen bereiden zich (onbewust) voor op de komst van de antichrist.

Verschillen
Er is dus een verschil tussen de antichrist en antichristelijkheid. De antichrist is tijd- en plaatsgebonden (een persoon). Antichristelijkheid[19] is een tijdloze samenlevingsontwikkeling (beweging) die de weg baant voor de antichrist.

Antichristelijkheid richt zich tegen het christelijke (dat wat Bijbels is). Volgens de Bijbel komen antichristelijke zaken en antichristenen aanvankelijk vanuit Gods volk voort[20]. De antichrist en het antichristelijke zijn dus spiritueel geïnspireerd[21].

Vleesgeworden satan?
De meest ultieme vorm van antichristelijkheid is de komst van de antichrist. In de Bijbel staat deze beschreven als de mens die zich onrechtmatig als messias voordoet, omdat hij niet voldoet aan een messias is Die van Godswege komt. De antichrist zal de komst van Gods Messias verstoren, verwarren en tegenwerken[22]. Veel gelovigen brengen de antichrist in verband met een vleeswording van satan. Maar het is juister te stellen dat het een door satan bezeten mens gaat[23] (Opb 13:2).

In de Bijbel staat echter dat er eerst meerdere antichristenen zullen komen en dat die al in de eerste eeuw n.Chr. bestonden[24]. Ook staat in het boek Openbaring dat er twee beesten[25] zullen komen. Eén uit de zee (van natiën); (de christenheid; 13:1) gevolgd door een beest vanuit het Land (het gelovige volk Israël; vers 11). Hoe zit dat? Hoe verhouden die zich tot de antichrist? Er lijkt dus een planmatigheid te bestaan in het antichristelijke. Een parallel met Gods heilsplan.

Wat opvalt, is dat het tweede antichristelijke beest uit het Land ervoor zorgt dat zijn volk het eerste beest zal aanbidden (vers 12). De twee beesten werken dus samen, maar het blijkt uiteindelijk dus om het ene antichristelijke beest uit de zee te gaan. Die zou alsof die uit de afgrond was voortgekomen (11:7), want door hem zouden de mensen uiteindelijk de draak (satan) aanbidden (13:4). Maar het andere beest (uit Israël) heeft wel eigenschappen die het dichtst naderen aan die van de Messias. Misschien is dit beest ook de ‘valse profeet’ die later wordt genoemd (16:13; 19:20; 20:10).

Het beest uit de zee lijkt dezelfde als het scharlakenrode beest die bereden wordt door een hoer (17:3). Dit is een weergave van het wereldsysteem dat de naam Babylon draagt als tegenhanger van het Messiaanse Koninkrijk[26]. Die naam Babylon verwijst naar de eerste ballingschap van Israël; het schijnbare einde van Gods volk en dus de heerschappij van het heidendom op aarde.

Hoe eindigt het antichristelijke?
Hoewel het lijkt dat met de komst van de antichrist het antichristelijke het eindelijk alleen voor het zeggen zal hebben op aarde[27], heeft het bereiken van dat einddoel ook een groot risico. Want door deze openheid van antichristelijke weerspannigheid tegen God, boosaardigheid en lasteringen wordt de zonde ervan vol en kan God daar rechtmatig tegen optreden.

God zal dan uiteindelijk[28] de Christos (Hebr: Messias) openbaren (19:11), wat meteen alle aandacht van Zijn tegenstanders uitlokt: de antichrist (vers 19) en diens aanhang. Het komt tot een wereldoorlog, waarbij de antichristelijke macht verslagen wordt en in de poel des vuurs wordt geworpen. Daarna wordt ook satan door God gebonden[29]. Daarmee is het Messiaanse rijk begonnen. Als aan het einde van het optreden van Gods Messias het ambt van Christos wordt opgeheven verliest ook het antichristelijke diens doel en functie[30].

+++
[1] Christus is de Latijnse verbastering van het Griekse woord christos.
[2] In de klassieke Griekse cultuur staat christos voor een beambte, held of kampioen (iemand die buitengewone prestaties levert). Iemand met grote lichamelijke talenten. De term ‘christus’ in Bijbelse zin is wat anders, want dat staat voor spirituele, godsdienstige talenten.
[3] Gerichtheid op een messias en de verlossing die deze persoon brengt.
[4] Ondanks dat Hij niet voldeed aan de Bijbelse bepalingen ervoor.
[5] De gelijkstelling in de christenheid van het messiasambt met God staat niet in de Bijbel en is onjuist.
[6] God vijandig en tegengesteld aan Zijn wil.
[7] Christelijk (traditioneel) is onterecht een synoniem geworden voor wat Bijbels is, terwijl christelijk een menselijk construct is. Dat heeft dan een veel grotere reikwijdte dan alleen messianisme. In dit artikel is christelijk alleen gebruikt als contrast met het in de Bijbelse zin antichristelijke, maar niet als verwijzing naar wat als christelijk wordt bepaald door de traditie.
[8] Messiassen bedienen zich ook van zaken die mensen als boosaardig en duister kunnen beoordelen.
[9] Dan wordt overduidelijk dat leven zoals God het bedoeld eigenlijk alleen mogelijk is als het van Gods Geest vervuld is en Hem eert en dient.
[10] Wie de Geest Gods niet heeft is geestelijk blind. Ook als die een gelovige is.
[11] In hermeneutische (uitlegkundige) zin.
[12] Het gaat om de vijandige houding en niet om het tegenover staan in neutrale zin om bijvoorbeeld een balans te geven. Tegenstanders moeten echter wel ‘passend’ zijn bij elkaar. Elkaar kunnen ‘raken’.
[13] De Here Jezus is geen messias en heeft ook geen gelijke in de schepping. In de Bijbel worden ambtsdragers – messias en antimessias – bedoeld. Het gaat om hun tegenovergestelde functionaliteit, zonder dat ze ook als persoon gelijk zouden moeten zijn.
[14] Tunnelvisie op de Here Jezus, helaas epidemisch onder christenen.
[15] Natuurlijk heeft de antichrist een ‘bovenmenselijk’ gegeven, maar dat valt buiten het kader van dit artikel.
[16] Hoewel de antichrist zich tegen de christos richt is voor beiden het richtpunt God.
[17] Een geïnstitutionaliseerde vorm van godsdienst, waarin de leer en de vorm een door mensen verzonnen systeem zijn. De bijzaak (het instituut en systeem) heeft de hoofdzaak verdrongen. Het maakt geloven (dat dynamisch is) tot een traditie (dat passief is).
[18] De Verenigde Naties is en de voormalige Sovjetunie was zonder voorzitter (president), maar had als hoogste beambte een secretaris-generaal. Dat is een aanwijzing dat de antichrist nog niet is geopenbaard, maar het drukt het verlangen naar en de zekerheid van zijn komst uit.
[19] Tegen de traditionele christenheid zijn of kritiek hebben op het denken, gedragen en doen van christenen is niet antichristelijk.
[20] Het is dus een vergissing om het heidendom als de bron van het antichristelijke en de antichrist te zien. Heidenen (er)kennen God immers niet.
[21] Vanuit het occulte en demonische.
[22] De komst van de antichrist gaat dus vooraf aan de komst van de Messias.
[23] Judas Iskariot is daar een voorbeeld van (Lc 22:3).
[24] Antichristen zijn niet gebonden aan het Nieuwe Verbond. Ze bestonden ook al daarvoor. Zo zijn er Israëlitische koningen geweest die daar zeker aan voldeden.
[25] Antichristelijke giganten. Meest boosaardige vorsten ooit geleefd, maar wel mensen.
[26] Waarvoor vandaag het ‘al wel, maar nog niet volledig’ geldt. Dus evenzo voor het antichristelijke.
[27] Het ultieme doel van satan, omdat hij immers door God uit de hemel was verbannen en op aarde was geworpen.
[28] Dit is dus de reden waarom de komst van de Messias zo lang op zich laat wachten.
[29] Wat toont dat de antichrist niet de satan zelf is.
[30] Wat dan volgt is het antigoddelijke. De laatste fase in de openbaring van satan.