Wat is roeping van God?

0
219

Volgens sommige is elke gelovige een geroepene, maar anderen stellen dat roeping van God daarbovenuit gaat. Zo wordt voor het vervullen van ambten of bedieningen in Gods volk roeping van God als vereiste gesteld. Wat is die roeping dan eigenlijk? Wat staat erover in de Bijbel?

In algemene, niet-spirituele zin staat roeping voor een bepaalde innerlijke overtuiging iets speciaals te moeten verrichten. Bijvoorbeeld voor de samenleving of voor zichzelf. Zoiets wordt ‘roeping’ genoemd, omdat het geen tijdelijke bevlogenheid is maar over lange tijd iemands innerlijke overtuiging is. Ergens voor geboren zijn of minstens een bovengemiddelde aanleg voor iets te hebben. Het woord ‘beroep’ staat ermee in verband, maar heeft tegenwoordig nauwelijks nog een verband met een roeping.

In Bijbelse zin komt roeping niet vanuit de mens, maar door inspiratie van de Heilige Geest. God roept een bepaalde persoon via Zijn Geest (voor een bepaald doel, een bepaalde functie of taak). Aangenomen wordt dat God die persoon vooraf al op het oog had.

Dat een roeping van God komt kan soms niet altijd meteen onderscheiden worden van de algemene roeping vanuit de mens zelf. Belangrijke toets is dan ook hoe iemand Gods roepingsstem denkt te hebben gehoord. Met een roeping alleen vanuit de mens – de algemene roeping – kan God niets.

De spirituele roeping ontwikkelt een innerlijk streven in de mens, hoewel het van oorsprong van de buiten die mens komt. Het is God die het ontwikkeld en onderhoud. De innerlijke overtuiging zou dat, waartoe God iemand heeft geroepen, volgen. Afhankelijk van die gehoorzaamheid zal God die persoon ook bepaalde gaven en talenten geven. Wie een Bijbelse roeping heeft wordt daarin geleidt door de Heilige Geest.

Woordstudie
In de Bijbel is eerste de spirituele roeping die wordt genoemd die van Mozes. Hij werd letterlijk door God geroepen (Ex 3:4). Uitgedrukt met het Hebreeuwse woord qara‘ – roepen / benoemen. De spirituele roeping wordt nog verder gespecificeerd bij de roeping van Bezaleel (31:2). Hij werd door God in het ambt gesteld om als vakman de onderdelen van de Tent van samenkomst te maken. Een ander voorbeeld is de Richter-profeet Samuël (1 S 3:10). God stelt zelfs dat Hij het volk Israël geroepen heeft (Js 42:6; 43:1; 55:4).

In het Nieuwe Testament (NT) wordt het Griekse woord klesis, van het werkwoord kaleo – roepen, gebruikt om geroepen zijn door God uit te drukken (Rm 11:29). Maar het woord klesis betekent in het NT meestal dat wat voorafging aan de bekering. De nadruk ligt dan op de staat waarin die bekeerling zich toen bevond (1 Cor 7:20). Een andere betekenis van klesis is door God uitgenodigd zijn om toe te treden tot Zijn volk. Beiden zijn wat anders dan de spirituele roeping voor een bepaald doel of functie (Mt 22:14); het onderwerp van dit artikel.

Luisteren naar Gods Roepstem
Het is zeker van belang om elke innerlijke overtuiging te toetsen of die werkelijk ook aan de Roepstem van God beantwoord of toch niet vanuit een eigen streven voortkomt. Aan het beantwoorden aan een roeping gaat dus gewoonlijk gebed en overdenking vooraf. Als het goed is zal God van Zich laten horen en zal er (steeds meer) duidelijkheid komen over de inhoud van de roeping.

Bevestigingen vooraf kunnen helpen om zekerheid te krijgen over de roeping, maar soms bieden bevestigingen tijdens het uitoefenen van een roeping ook zekerheid (Hnd 5:38-39). Het uitoefenen van een roeping is een heilige zaak, want de roeping komt immers van God en dient een doel voor Hem. Dus ook tijdens het uitoefenen van de roeping moet de betreffende gelovige zich nog steeds afstemmen op Gods Roepstem.

De geroepene moet zich altijd laten leiden en eventueel corrigeren door God(s Geest). Als het goed is ontwikkeld (evalueert) een roeping zich tijdens diens loop. Het is complementair met en afhankelijk van geloofsgroei.

God is in algemene zin niet afhankelijk of een bepaalde gelovige gehoor geeft aan Zijn Roepstem. Hij wil het iemand schenken en die persoon inzetten in Zijn heilsplan. Blijft die persoon pertinent weigeren, dan roept Hij iemand anders.

Roepingskracht
Een roeping kenmerkt zich door opmerkelijk doorzettingsvermogen en vasthoudendheid. Als dat ontbreekt, dan blijkt het geen roeping maar een bevlieging. Iemand die een roeping heeft valt op. Niet alleen omdat die als een ‘vis in het water’ is in die roeping, maar ook door doortastendheid en effectiviteit. De gelovige wordt ‘aangedreven’ door God (Ri 13:25). De geroepenen weet doelen te bereiken of minstens in het functioneren succesvol te zijn, maar kan ook falen en/of fouten maken.

Het is niet vreemd dat wat de christenheid tegenwoordig als ‘heiligen’ of gelovigen van groot postuur beschouwd meestal gelovigen waren met een spirituele roeping. Zij hadden buitengewone invloed die vaak door meerdere generaties wordt herinnerd.

Deze roepingskracht is een combinatie van menselijke begaafdheden en die van de Heilige Geest die ook nog eens complementair werken. God gebruikt de persoonlijke begaafdheden voor de roeping. In zekere zin wordt een bepaald persoon voor een bepaalde roeping in een bepaalde situatie geroepen.

Het is zinloos om te proberen om het menselijke van een roeping en dat van Gods Geest van elkaar te onderscheiden en afzonderlijk te beschrijven. De roepingskracht van een gelovige is een teken van de bijzondere genade van God die Hij door mensen werkt.

Verschillende roepingsniveaus
Iemand die door God ergens voor geroepen is kan ook andere roepingen ontvangen. Hoe verhouden dan die roepingen zich tot elkaar? De volgende roepingsniveaus zouden kunnen worden onderscheiden:

1. Basisroeping van geloof
Elk mens wordt, vooraf aan diens gelovig worden, door God geroepen. De mens dient die oproep zelf te bevestigen door het geloof aan te nemen, ernaar te leven en te werken aan geloofsgroei. Er zijn vele geroepenen, maar weinig uitverkorenen (Mt 22:14).

2. Elementaire roepingen
Elke gelovige wordt, na een zeker groei van diens geloof en het uitleven van de daaraan verbonden verantwoordelijkheden, door God ingezet tot elementaire roepingen. Een voorbeeld is die van het evangeliseren, zowel binnen als buiten Gods volk.

3. Tijdelijke roeping
Afhankelijk van de behoefte binnen de (lokale) geloofsgemeenschap van Gods volk kan een gelovige door God geroepen worden voor het aanvaarden van een (tijdelijke) roeping van bijvoorbeeld leiderschap of hulp. Deze roepingen behoren tot de bijzondere roepingen.

4. Roeping van een ambt
De (lokale) geloofsgemeenschap van Gods volk is toegerust met in de Bijbel genoemde ambten, zoals die van oudste (herder), waartoe een gelovige geroepen moet worden door God. Ambten zijn speciale roepingen binnen Gods volk (inwendige reikwijdte). Vaak duurt de uitoefening van een ambt een aantal decennia (een bepaalde periode) in verband met de leeftijd van de gelovige of de behoefte of ontwikkeling in de geloofsgemeenschap. Deze roeping behoort tot de bijzondere vastgestelde roepingen.

5. Roeping van een bediening
De (lokale) geloofsgemeenschap van Gods volk is toegerust met in de Bijbel genoemde bedieningen, zoals de evangelist, wat een bijzondere roeping door God van een gelovige vereist. Mensen hebben in de afgelopen eeuwen nogal eens ambten met bedieningen verward, maar bedieningen zijn veel meer dan een afgebakend, vastgesteld ambt. Maar een bediening en een ambt sluiten elkaar niet uit. Een ambtsdrager Gods kan ook een bediening hebben en andersom.

Het onderscheid tussen een ambt en een bediening is dat de laatste een speciale roeping is van Gods volk die zowel een inwendige als een uitwendige reikwijdte kan hebben en meerdere functionaliteiten kan overspannen. Vaak duurt de uitoefening van een bediening een langere periode afhankelijk van de leeftijd van de betreffende gelovige. Maar omdat een bediening veel vergt van de geroepene ligt een niet heel lange periode van duur voor de hand. Deze roeping behoort tot de bijzondere veelomvattende roepingen.

Een van de belangrijkste bedieningen is die van een zendeling. Niet te verwarren met het ambt van apostel. Roeping is dan gezonden zijn door God geworden. Deze houdt zich niet alleen bezig met de opbouw en versterking van de (lokale) geloofsgemeenschap, maar is vooral evangeliserend gericht (bereiken van hen die buiten Gods volk zijn). De zendeling heeft niet alleen uitzonderlijke Bijbelkennis en – wijsheid, maar heeft ook grote mensenkennis en inzicht in de (geestelijke) wereld. Soms hebben ze ook tijdelijke roepingen, zoals wonderdoener, profeet of genezer.

Beëindiging roeping
In tegenstelling tot wat gedacht wordt, namelijk dat een roeping altijd van kracht blijft tot de dood aan toe, komen bijzondere roepingen altijd tot een einde. De verwarring ontstaat als gelovigen met een roeping tijdens het uitoefenen van hun roeping sterven. Zo zijn er uitzonderlijk veel martelaren onder de gelovigen met een bijzondere roeping. Maar eigenlijk is het ook weer niet verrassend gegeven het feit dat ‘de wereld’ tegen God is gericht.

In sommige kerkelijk denominaties bestaat echter de onzinnige, maar ook ongepaste regel dat ambtsdragers of gelovigen met een bediening vanaf de aanvang van hun bijzondere roeping die (moeten) voortzetten tot aan hun dood. Dat wijst erop dat er geen roepingsniveaus worden onderscheiden. De enige roeping die tot de dood kan blijven is de basisroeping en elementaire roepingen.

Een bijzondere roeping wordt dus door God beëindigd. Dat kan op natuurlijke wijze zijn, bijvoorbeeld als de geroepene een bepaalde leeftijd heeft bereikt (Nm 8:25) of de doelen van een roeping zijn bereikt (Jz 11:23). Op die manier kan een bepaalde bijzondere roeping ook beschikbaar komen voor iemand anders.

Elke roeping, van welk niveau ook, kan ook door God worden beëindigd als de geroepene tegen diens roeping ingaat door te zondigen en/of tegen diens roeping in te gaan (Nm 20:12, 24). Sommigen denken dat het (in het Nieuwe Verbond) van Godswege niet mogelijk zou zijn zich tegen diens roeping te verzetten, omdat niemand tegen God in zou kunnen gaan. Dit houdt verband met het dogma over Gods Almacht. Maar in de Bijbel staat God niet beschreven als zou Hij mensen tot robots roepen of Zich als een tiran gedragen. Het tegengestelde lijkt eerder waar. Maar (gelovige) mensen kunnen voor God wel te ver gaan in weerspannigheid tegen God.

Als God iemands roeping wegneemt, anders dan op de natuurlijke wijze, dan leidt dat meestal toch erg negatieve gevolgen. De betreffende (gelovige) mens ervaart het verlies van de roepingskracht en soms ook nog eens het verlies van de Heilige Geest. Er treedt niet alleen grote teleurstelling op, maar ook nog wel eens dieper en verder verzet en openlijke weerspannigheid tegen God(s wil). Mensen die van hun geloof vallen worden niet zelden overtuigde vijanden van God. Dat heeft te maken met de ijdelheid (hoogmoed) van mensen. Ze ervaren Gods straf als onrechtmatig en verraad aan hun persoon, terwijl God slechts optrad om Zijn volk en Zijn orde te handhaven.