Wat is wedergeboorte?

0
149

Als iemand het geloof in de Bijbelse God aanneemt is het niet zo dat die ook meteen Gods wil kent en wil doen. Toch wordt dit verondersteld. Ondanks dat feiten uit het verleden dit laatste tegenspreken. Het verlossingswerk van de Here Jezus maakte het echter mogelijk dat de gelovige Gods wil van binnenuit kan en zal gaan doen. Dat komt door de wedergeboorte. Wat staat daarover in de Bijbel?

Wedergeboorte staat voor het opnieuw geboren worden van een gelovige als nieuw mens (2 Cor 5:17; Ef 4:24), waardoor die zich onderscheidt van anderen. In Bijbelse zin zijn er drie soorten mensen: ongelovigen, gelovigen en wedergeboren gelovigen. Niet-wedergeborenen worden in de Bijbel vleselijke mensen genoemd (1 Cor 3:3). De meerderheid[1] van de gelovigen behoort daartoe[2].

Uit God geboren worden (wedergeboorte) betekent dat iemand de Heilige Geest in zichzelf ontvangt. Voorwaarde is dat die zich eerst aan God had gewijd (bekering). God toetst enige tijd het hart van de bekeerling of het oprecht is. In de Bijbel is daarom het ontvangen van de Heilige Geest – de wedergeboorte – een aparte, latere gebeurtenis (Hnd 2:17; 19:2). Toch gaan de meeste christelijke denominaties ervan uit dat bekering en wedergeboorte zich op hetzelfde moment voltrekt[3]. Maar dit lijkt strijdig met Gods scheppingsorde[4].

Woordstudie
Het samengestelde Griekse woord ana-genaoo wordt vertaald als ‘wedergeboorte’ en komt 2* voor in de Bijbel (1 Pe 1:3, 23). Andere relevante samengestelde Griekse woorden zijn paligenesia dat ook wordt vertaald als ‘wedergeboorte’[5] (Mt 19:28) en anakainoosis dat wordt vertaald als ‘vernieuwing’[6] (Tit 3:5).

Verder wordt geniti anooten gebruikt, wat meestal wordt vertaald als ‘wedergeboren worden’ (Jh 3:3, 7). Ook genenimenos ek tou Theou, dat meestal vertaald wordt als ‘uit God geboren zijn’ (1 Jh 3:9; 5:18).

Dan is nog relevant kata Theon ktistenta, dat meestal vertaald wordt als ‘door God verkregen zijn’ en ton kainon antroopon, dat meestal vertaald wordt als ‘de nieuwe mens’ (Ef 4:24).

Opvallend is dat wedergeboorte niet voor komt in het Oude Testament. Vandaar dat Israëlieten het moeilijk begrijpen.

Vleselijke mensen
Alle mensen leven ‘in het vlees’. Dat klinkt logisch, want de mens is oorspronkelijk in vleselijke vorm geschapen. Maar in Bijbelse zin is deze vleselijke vorm incompleet noch alleen in die vorm van Godswege bedoeld.

Vleselijke mensen lijken in veel opzichten op dieren[7]. Ze leven vooral om hun behoeften[8] te bevredigen en denken dat andere mensen hun daarvan willen/kunnen onttrekken. Precies zoals dieren leven. Daarnaast denken zulke mensen dat de levensorde een ‘handelsverband’ is. Door de ander wat te geven, zou van die ander iets terug verwacht kunnen worden. Ook dieren blijken zo te leven.

Daarnaast ligt de scheidslijn bij vleselijke mensen tussen liefde en haat heel dicht bij elkaar. Iemand kan geliefd raken, maar het uitgangspunt blijft haat en vijandschap. Vleselijke mensen worden immers aangedreven vanuit de impuls van overleven en zelfhandhaving. Een geliefde dient steeds te doen wat de vleselijke mens van die persoon verwacht. Doet die echter te vaak ongewenste dingen, dan kan die al gauw weer als vijand worden gezien.

Moderne mensen noemen dat de ongeschreven regels van ‘wat van iemand verwacht wordt’ om aanvaard te worden. Deze fatsoensregels zouden bedoeld zijn om de gemeenschap te handhaven en hebben een sterk element van competitie. Het veroveren en handhaven van een plaats in de gemeenschap. In de dierenwereld is dat ook van groot belang.

Deze competitieregels hebben mensen misvormd tot concurrentie. Dit bevestigt het voortdurende streven (de onrust) van het heidendom[9]. Ook is het individualisme[10] vooral in het protestantisme tot een component van de religie gemaakt. Zo blijft de oude heidens-religieuze gedachte van de lotsbestemming[11] gehandhaafd.

Vleselijke mensen hebben in principe een negatieve levenszin vanuit haatdragendheid[12]. Het staat ook in verband met jaloezie en afgunst. Een ernstige vorm hiervan is wraakzucht, wat weer leidt tot moord en doodslag.

Kortom, vleselijke mensen staan onder satans macht, wat maar één doel heeft: rebellie tegen God(s wil). De vleselijke mens is feitelijk dood[13] voor God (Rm 8:8), terwijl die leeft.

Vleselijk geloven
Gelovigen zullen het eerder ontkennen dan onderkennen, maar ze hebben, ondanks hun geloof, de hiervoor genoemde vleselijke eigenschappen[14]. Christenen zullen echter beweren dat zij, als ‘volgelingen’ van de Here Jezus, daarvan verlost zijn. Maar helaas. Ook zij onderscheiden zich al bijna twee eeuwen niet gunstig van andere gelovigen[15].

Sterker, zij vervolgen medechristenen en hebben ze soms zelfs gedood[16], vooral als die op hun vleselijke eigenschappen wezen, die bestreden of op een hogere weg wezen (1 Cor 2:14; 12:31).

Vleselijke gelovigen zijn zij die nog geen wedergeboorte hebben ondergaan. Maar God laat hen niet volledig aan zichzelf over. Hij is direct op hen betrokken en zoekt manieren om hen in stand te houden en te helpen in hun staat zonder wedergeboorte. Zonder wedergeboorte kan namelijk geloof niet standhouden (Hnd 5:39; Rm 8:8). Vandaar de voortdurende afbraak in de christenheid.

Andere aanwijzingen dat de christenen in meerderheid vleselijke gelovigen zijn blijkt uit de grote verdeeldheid[17], de onderlinge strijd, het gebrek aan Bijbelse liefde[18], de haat, de jaloezie, de zelfzucht, de onderlinge concurrentie, de dwalingen, de valse leringen, het verlangen naar macht (politiek domineren) en de toenemende geloofsafval (Flp 3:19).

De conclusie moet zijn dat christenen in overgrote meerderheid vleselijk (gelovig) zijn[19] (Jh 7:19), ondanks de lange tijd (bijna 2 millennia) om zich Gods weg aan te leren (Hb 5:12). Vandaar dat zij Gods Torah (Bijbelse bepalingen) verwerpen (Rm 8:7). Als het anders was dan zou de christenheid zich niet voortdurend in zo’n beklagenswaardige staat bevinden. Het ontbreekt ook aan besef dat wedergeboorte noodzakelijk is.

Noodzaak van wedergeboorte
Gelovigen worden niet uit zichzelf opnieuw geboren, maar om discipelschap lonende[20] te laten zijn is vervulling met de Heilige Geest vereist (Jh 3:7). Hoe zit dat? Wedergeboorte veronderstelt dat na de fysieke geboorte uit de mens er de spirituele geboorte uit God bestaat (1 Cor 15:46).

Bij de schepping van de mens had God hem de Heilige Geest gegeven[21]. Door de overtreding van Gods verbod door de eerste mensen, Adam en Eva (3:11), werden ze direct betrokken bij de oorlog tussen God en satan (3:15). Daardoor kwamen onder satans corrumpering[22]. Omdat zij en hun nageslacht niet in staat bleken zich daartegen te verzetten (4:7) en er zelfs voor kozen om steeds toe te doen aan die corrumpering werd de mens uiteindelijk Gods Geest ontnomen (6:3)[23].

Alleen sporadisch of voor een specifieke functie ontvingen bepaalde mensen nog de Heilige Geest (Ex 31:3; Ri 3:10; 6:34; 14:19; Js 61:1; Ezech 11:5). Zo had Mozes de Heilige Geest ontvangen voor zijn messiaanse bediening (Nm 11:17). Maar dit maakte hen echter geen nieuwe mensen. Satans macht was immers over de mens gekomen.

Maar, zoals de profeet Joël al profeteerde, eens zou God Zijn Geest weer op Zijn volk uitstorten (Jo 2:28). Het begin[24] daarvan vond plaats op de Pinksterdag na de kruisiging van de Here Jezus (Hnd 2:4). Door de verzoening van Adams overtreding die de Here Jezus verkreeg bij God, de Vader, kunnen gelovigen Gods Geest weer ontvangen (Mc 1:8) (2 Cor 5:18). Wedergeboorte werd de belangrijkste voorwaarde om lid van Gods volk te blijven en deel te krijgen aan Gods Koninkrijk (Jh 3:5).

Wedergeboren geloven
Waaruit blijkt dat elke gelovige (en niet alleen de zeer vromen) een aparte wedergeboorte nodig heeft? Mozes wilde al dat zijn volksgenoten vervuld zouden worden van de Heilige Geest (Nm 11:29), ondanks dat de Israëlieten Egypte hadden verlaten op basis van geloof in God. Hij had het belang ervan onderkend.

Nikodemus, een van Israëls belangrijkste leraren, was wel gelovig, maar niet wedergeboren (Jh 3:10). Gedoopte discipelen hadden de Heilige Geest niet ontvangen (Hnd 1:5). Ook latere discipelen moesten Gods Geest apart ontvangen (19:2).

Wie wedergeboren is wordt van binnenuit door Gods Geest geleidt, maar is nog steeds in het ‘vlees’[25]. Dus zondigen en struikelen zij ook. Sterker, juist zij ondervinden (inwendige en uitwendige) strijd in deze wereld. Ze worden steeds meer gehaat (Jh 15:18; 1 Jh 3:13) en nemen steeds meer afstand van hun eigen corrupte vlees. De Heilige Geest leidt en onderricht hen inwendig (2 Cor 4:16; Kol 3:10), zodat ze groeien in vroomheid, rechtvaardigheid[26] en heiligheid (2 Cor 3:18).

Hoe wedergeboorte ontvangen?
De Bijbel geeft geen voorschrijft of een handeling voor wedergeboorte, net zoals dat niet bestaat voor de bekering[27]. Wedergeboorte kan bijvoorbeeld gebeuren[28] na (aanhoudend) persoonlijk gebed of door opleggen van handen van Geestvervulde dienaren van God (Hnd 8:17)[29].

Als een gelovige wedergeboorte heeft ontvangen dan wordt dat ook bevestigd[30]. Het is immers de doop van Gods vuur (Lc 3:16). Bijvoorbeeld, door het uiten van (bijzondere) geestesgaven, zoals het ongehuwd kunnen leven of bijzondere inzicht in de dingen Gods, en het vruchtdragen voor God, zoals het spiritueel verwekken van kinderen Gods door zending. Deze geestesgaven en vruchten staan allen ten dienste van God, Zijn heilsplan en Zijn volk.

+++
[1] Hiermee wordt niet de indeling in vrijzinnige, midden-orthodoxe en (ultra-)orthodoxe gelovigen bedoeld.
[2] Deze gelovigen leven door middel van de traditie hun geloof uit (zijn religieus), maar worden niet door de Geest van God geleidt. Ze kunnen dat laatste niet of alleen sporadisch.
[3] Andere denominaties stellen dat het tijdens de waterdoop gebeurt (Mt 3:16). Maar het blijkt dat dopelingen niet afdoende veranderen om wedergeboorte te veronderstellen. De waterdoop is wel een demonstratie van wat de doop in de Heilige Geest bewerkt; opwekking uit de spirituele dood.
[4] Vergelijk: Op conceptie van een kind volgen enkele maanden tot de geboorte. In die ontwikkeltijd moet blijken of de verwekking geslaagd was of niet. Er is dus ook een voorwaardelijk verband tussen bekering (geestelijke verwekking) en wedergeboorte.
[5] Meestal in de betekenis van de staat na de opwekking uit de fysieke dood.
[6] In de betekenis van het nieuwe denken en doen waarin Gods wil centraal staat.
[7] Wel naar Gods Beeltenis en Gelijkenis gevormd en daardoor ‘boven’ alle andere fysieke schepselen geplaatst, maar omdat God niet van binnenuit gekend is worden uitsluitend de impulsen als schepsel gevolgd. Die impulsen zijn wel door God in de schepselen gelegd, maar satans macht corrumpeert die.
[8] Die kunnen ogenschijnlijk ‘goed’ zijn, zoals sociaal actief.
[9] Een streven dat het gevolg is van een leven dat diens oorspronkelijke scheppingsdoel mist. Het is een leven zonder God dat bevrediging zoekt in wereldse zaken (zelfbevrediging).
[10] De tunnelvisie op de rechten van de mens op zichzelf, dat zich als tegenpool opstelt tegenover collectivisme (tunnelvisie op de rechten van de groep/de gemeenschap).
[11] In het heidendom staat dit in verband met geestelijke machten, zoals vervloeking.
[12] Dat kan zelfs uitlopen in zelfhaat.
[13] Van geen nut.
[14] Geloof kan vleselijkheid niet opheffen. Dat moet God doen.
[15] Er zijn immers valse gelovigen of gelovigen die redeneerden dat de vleselijke orde logischer of zinvoller is dan de hemelse orde of die laatste amper begrepen of kenden.
[16] Ook in figuurlijke zin door ze te mijden en te negeren en/of te verketteren.
[17] Het onderscheid tussen vleselijke en wedergeboren gelovigen is ook discriminerend toegepast.
[18] Ook voor andersgelovigen.
[19] Dat ontkracht de aanname dat elke christen de Heilige Geest heeft ontvangen.
[20] Alleen de inwoning van de Heilige Geest maakt vleselijke mensen levend (van nut) voor God (Jh 6:63) en laat hun deelhebben aan het eeuwige leven bij God in de komende wereld.
[21] De eerste mens, Adam, was Gods fysieke zoon en dus goddelijk.
[22] Hun goddelijkheid nam af.
[23] De mens was vanaf toen alleen nog ‘vlees’.
[24] De uitstorting van Gods Geest op de eerste discipelen kan niet als volledige en definitieve vervulling van de aangekondigde uitstorting worden opgevat zolang Israëls collectief niet tot Gods volk behoort.
[25] Wedergeboorte plaatst gelovigen niet buiten of ‘boven’ de werkelijkheid van een corrupte schepping onder satans macht. Wedergeboorte is wel het voorportaal van het verheerlijkte leven in de nieuwe schepping, maar blijft gebonden aan de huidige realiteit. Ook wedergeborenen moeten dus groeien.
[26] Gelovigen hebben de inwoning van Gods Geest nodig om het Verbondsleven te realiseren.
[27] Het heeft verrassend genoeg geen kerk of geloofsgemeenschap nodig. Het is een persoonlijke zaak tussen God en de gelovige.
[28] De Heilige Geest staat onder de autoriteit van God, de Vader. Niet onder die van de Here Jezus, Die immers ook Zelf, als Hogepriester, onder de autoriteit van God, de Vader, staat. Omdat Gods Geest sinds de hemelvaart van de Here Jezus aan de fysieke schepping is toegewezen, handelt Deze ook op Eigen wijze (Jh 3:8).
[29] Handoplegging heeft echter meestal te maken met het ontvangen van speciale gaven van de Geest voor een bepaalde roeping, zoals een ambt, ten behoeve van Gods volk.
[30] Wedergeboorte is wel openbaar, maar diens functioneren en uitwerkingen is voor vleselijke mensen verborgen (onbegrijpelijk/een mysterie) tot de voleindiging der dingen.