Wat zijn engelen?

0
130

Vrijwel alle mensen hebben van engelen gehoord en sommige stellen een engel te hebben gezien. Maar wat is een engel eigenlijk en hoe kun je weten wat een engel is? Waarom zijn er engelen en wat zou hun verband met God moeten zijn? Wat staat hierover in de Bijbel?

Tegenwoordig wordt een medemens soms een engel genoemd als die iets doet of brengt wat boven verwachting is of rijkelijk beantwoordt aan een behoefte. In Bijbelse zin[1] is een engel echter geen menselijk persoon (een fysiek schepsel), maar een geestelijk persoon (een niet-fysiek schepsel). Een engel is een goddelijk[2] schepsel afkomstig uit de hemel. Sterker, voor engelen is de hemel de thuis(basis).

Het lijkt erop dat God engelen (meervoud) eerder schiep dan de mens (enkelvoud), want ze zijn inbegrepen bij de schepping van de hemel die eerder werd geschapen dan de aarde. Er zijn engelen die in de directe omgeving van God zijn[3], toegang tot Zijn troon hebben en/of Persoonlijk door Hem worden uitgezonden[4]. In tegenstelling tot de traditionele uitleg wijst dit erop dat de hemel ‘belangrijker’ is dan de aarde. In elk geval wijst het erop dat het om twee onderscheiden werkelijkheden gaat. Dat laatste is een belangrijk vertrekpunt voor het begrijpen wat engelen zijn[5].

Woordstudie
In het Oude Testament wordt het Hebreeuwse woord mal‘ach, van een niet-voorkomende stam in de betekenis van ‘afvaardigen’, vertaald als engel. Het woord komt voor het eerst voor in Genesis 16:7. Het wordt ook gebruikt om boodschappers, van bijvoorbeeld koningen en natiën, mee aan te geven. Zo wordt het gebruikt in Job 1:14 en ook in Genesis 32:3. Dat zegt meteen ook iets over een hoofdtaak van engelen voor wat betreft mensen: aankondigen van Gods woorden.

Ook heeft het woord mal‘ach een verband met het woord mal‘achah – werkopdracht, dat voor het eerst voorkomt in Genesis 2:2. Dat wijst op een andere hoofdtaak van engelen: uitvoeren van werkopdrachten voor God. Het is dan ook evident dat de engelen van aanvang aan betrokken zijn bij Gods zorg voor de fysieke wereld. Voor engelen wordt ook de benaming roechot – geesten (Ps 104:4) gebruikt. Verder de omschrijvingen ‘(morgen)sterren’ (Job 38:7) en ‘zonen van God’ (Job 1:6; Gn 6:2).

Daarnaast worden er verschillende soorten engelen benoemd. De eerstgenoemde soort wordt aangeduid met het niet-Hebreeuwse woord cherub (Hebreeuws: cheroev) die 66* genoemd word in de Bijbel. Een andere soort is de seraf, dat is afgeleid van de Hebreeuwse werkwoordstam saraf – (ver)branden. Deze engelensoort komt in die betekenis alleen voor in Jesaja 6:2 en vers 6. In het vierde hoofdstuk van het boek Daniël wordt verder nog het Aramese woord ’ier gebruikt dat ‘(engel)wachter’ betekent.

In het Nieuwe Testament wordt het Griekse woord angelos vertaald als engel. Dit woord heeft een verband met het angelion – boodschap. Net als het Hebreeuwse woord mal‘ach.

Ontdekking van de hemel
Voor de komst van de Here Jezus kenden de gelovigen God. In de omsloten tuin van Eden wandelde Hij en zocht er de mens op. De eerste mens kende God nog uit direct contact. Daardoor zouden engelen minder relevant zijn. Toch ligt het voor de hand dat Adam dagelijks omgang had met engelen, want hij kon onmogelijk alleen voor de hele fysieke schepping zorgen[6]. Ook ligt het voor de hand dat engelen hem moesten helpen.

Toen de mens weerspannig werd tegen God, werden ze logischerwijs voor straf uit Zijn Aanwezigheid verbannen. De mens kwam daardoor in de zeer gevaarlijke en chaotische omstandigheden die voortgaand corrumpeert[7].

God openbaarde Zich van toen soms aan bepaalde mensen door hen aan te spreken. De mensen hoorden Zijn Stem, maar zagen Hem niet. Dit waren bijzondere Godsopenbaringen. Daardoor ging de mens beseffen dat God eigenlijk ‘boven’ en buiten de schepping stond.

Steeds vaker waren het engelen die Gods boodschappen aan mensen doorgaven. De mensen leerden daaruit dat engelen hun thuis niet op aarde hadden, maar in een niet-fysieke wereld. In de hemel. Deze ontdekte hemel, die engelen vertegenwoordigen, werd ook opgevat als Gods nieuwe thuis. Die hemel wordt daarom zuiver, puur, volledig goddelijk en zonder enig kwaad voorgesteld[8]. Gelovigen gingen zelfs zo ver zich voor te stellen hoe het zou zijn als mensen zich bij God en Zijn engelen in de hemel zouden voegen om Hem gezamenlijk daar te vereren en te dienen.

Gelovigen werden van Godswege geopenbaard dat de hemel uit meerdere niveaus bestaat en dat er een plaats is waar God voortdurend wordt vereerd. In een Tempel in de hemel. De Tempeldienst in de hemel heeft een eigen functie (het verheerlijken van God), een functie voor de hemel (vereren en dienen van God door engelen) en een functie voor de fysieke schepping (ordening van de schepping en voorbede & verzoening van gelovigen). Engelen dienen in die Tempeldienst, net als de Levieten op aarde deden.

De Here Jezus, Gods Zoon, liet weten Zijn thuis ook in de hemel te hebben. Daardoor werd de hemel nog belangrijker. Vooral omdat Hij, na Zijn door God opgedragen werken voor Zijn volk op aarde had volbracht, terugkeerde naar de hemel. Daar installeerde God Hem, op basis van Zijn volbrachte werken op aarde, tot hogepriester in Zijn Tempel in de hemel.

Het werd gelovigen steeds duidelijker dat de hemel in direct verband staat met gebeurtenissen op aarde. Engelen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de vervulling van Gods heilsplan en de belofte aan Zijn volk[9]. Daarom is het goed voor gelovigen om daar rekening mee te houden[10].

Zonder de hemel zou het voor mensen onmogelijk zijn hun contact met God voort te zetten en te doen groeien. Ook niet toen God Zijn Geest op gelovigen uitstortte en daarmee mensen vervuld raakte van Zijn wil. Geestvervulling blijkt ook afhankelijk van de hemel.

Dat blijkt ook uit de blijvende intermediaire rol die engelen hebben. Ze worden opgevat als staand tussen God en mensen. Dat is voor sommigen verwarrend of zou verwatering van de directe omgang van God geven. Daarom worden engelen door geleerden vaak weggeredeneerd. Ze zouden niet zo essentieel zijn.

Engelfantasieën
De meeste mensen stellen zich engelen voor als personen in witte kleren met witte vleugels. Engelen zouden ook licht geven. Ze zouden plotseling verschijnen en na hun boodschap te hebben doorgegeven even plotseling weer verdwijnen. Meestal zouden ze uit de lucht neerdalen en naderhand ook weer in de lucht verdwijnen. Er is ook de gedachte dat elk mens, gelovig of niet, een beschermengel zou hebben (Ps 91:11; Lc 4:10) of een engel en een demon die dingen influisteren (goede en kwade ingevingen).

Al deze voorstellingen zijn niet alleen onzinnig, maar eerder afkomstig uit het heidendom. Op vergelijkbare wijze werden feeën, elfen en allerlei goden voorgesteld. In de Bijbel komen engelen tot mensen alsof het gewone mensen zijn. Het is pas na dat contact dat mensen uit hun gedrag en boodschap begrijpen dat het engelen geweest waren.

Verschillen engelen en mensen
God heeft engelen met hetzelfde doel geschapen waarvoor hij de mens schiep: vereren en dienen van God[11]. Maar al is het doel hetzelfde, toch hebben engelen en mensen belangrijke verschillen. Een belangrijk verschil is dat engelen in principe niet-fysiek zijn[12]. Ze kunnen wel tijdelijk een fysieke vorm aannemen[13]. Als niet-fysieke schepselen zijn ze onsterfelijk (Lc 20:36)[14]. Maar dat niet alleen. Ze bestaan ook eeuwig. Daarom hebben ze logischerwijs ook geen thuis in de huidige, eindige schepping.

Engelen zijn ook geslachtsloos[15]. Ze hebben immers geen reden om zich te vermenigvuldigen, net zoals Adam dat van oorsprong niet had. Toch zijn engelen niet willoos. Ze kunnen meer dan God ze toestaat en afdwalen (Job 4:18). Anders zouden er immers geen weerspannige engelen (demonen) bestaan die bijvoorbeeld mensen in bezit nemen.

Er zijn engelen ‘onder de mensen’ en die ‘over de mensen’[16] zijn gesteld[17]. Er is onmetelijk en enorm veel engelenactiviteit in de fysieke schepping. Toch ontgaat de mens dat vrijwel volkomen[18]. Er is geen staatshoofd, geen natie en geen natuurelement dat niet ‘bestuurt’ wordt door een engelmacht (Dn 4:13; Rm 8:38)[19]. Aan deze macht kan niets, behalve God of satan (Dn 10:13), tornen.

Engelen kunnen zich als geesten ook in een flits enorme afstanden overbruggen, maar bovenal zich verplaatsen tussen de hemel en de aarde (Gn 28:12). Ook zijn fysieke barrières geen belemmering voor hen. Ze kunnen bijvoorbeeld probleemloos door muren heen.

Engelen brengen gestorven gelovigen naar het ‘goede’ gedeelte van de onderwereld (Lc 16:22)[20]. Dit staat ook in verband met het Bijbelse gegeven dat gelovigen uiteindelijk ‘boven’ engelen gesteld zullen worden (1 Kor 6:3)[21]. Engelen aanbidden is daarom ook een ernstige zonde[22].

Gevallen engelen
Er is nog een andere ‘engel’ waarvan de naam onbekend is, maar wel bekend is met een overbekende bijnaam: satan – tegenstander (van God). In verband met satan worden Griekse woorden gebruikt als satyr (waarschijnlijk afgeleid van het Hebreeuwse woord sa’ier – (bezeten) geitenbok, diabolos – vals beschuldiger/aanklager. Hij behoorde tot Gods machtigste engelen.

Er engelen zijn die zich bij satan hebben aangesloten in zijn oorlog tegen God. Deze zijn het bekendst met de Griekse bijnaam daimoon – verdelen[23] /demon. Ook in de levenspraktijk zijn er bewijzen van het bestaan van zulke gevallen engelen[24]. Toch houden de meeste gelovigen het erop dat satan en diens de demonen ongevaarlijk zijn omdat God almachtig zou zijn.

Engelenordening
De engelen zijn volgens de Bijbel ingedeeld in legereenheden (heerscharen). Kortom, engelen hebben een militaire roeping. Er is immers oorlog tussen God en satan. Dit komt tot uitdrukking in de onderlinge hiërarchie en functies. Gods macht is dus over hen verdeeld. De engelen met de hoogste ordening wordt aartsengel genoemd, zoals Micha‘El en Gabrie‘El.

+++
[1] Het begrip ‘engel’ komt uit de Bijbel en niet uit het heidendom.
[2] Goddelijker dus dan mensen.
[3] Als persoonlijke lijfwachten of schildwachten van de hemelse gewesten.
[4] Dit is niet zo voor alle engelen. Het gaat om bepaalde engelen met deze speciale status.
[5] Engelen zijn dus onvergelijkbaar met mensen.
[6] Engelen zorgen, net als de dieren en planten op aarde, voor de instandhouding van de hemel.
[7] Dit kwam doordat satan ‘koning’ werd in de schepping.
[8] Het lijkt er echter sterk op dat de oorlog van satan tegen God in de hemel begon en daardoor niet onaangetast bleef. De komst van een nieuwe hemel is aangezegd. Blijkbaar heeft het herstel nodig.
[9] Dit vervalt als Gods heilsplan vervuld is.
[10] Bijvoorbeeld door het volgen van bepaalde gebruiken, zoals kleding (1 Kor 11:10).
[11] Engelen staan dus in principe in dienst van God, de Vader.
[12] Ze zijn in principe onzichtbaar (geest) voor ogen van fysieke schepselen. Maar God kan ze ook zichtbaar maken van bepaalde schepselen, terwijl die voor anderen onzichtbaar blijven (Nm 22:23, 31).
[13] Een mensenvorm of dierenvorm.
[14] Dus ook satan en zijn demonen.
[15] De aanhoudende dwaling dat engelen kinderen bij mensen zouden hebben verwekt (Gn 6) is dus niet alleen onmogelijk, maar ook bizar (Mt 22:30).
[16] Dat betekent ook dat mensen verplicht zijn om de opdrachten van engelen uit te voeren en als zij dit weigeren ze daarmee tegen God zondigen wat ongunstige gevolgen heeft.
[17] Toen de Here Jezus op aarde verbleef was Hij ook ‘onder de engelen’. Daarom kan Hij geen engel zijn, hoewel sommigen dat wel stellen. Hij zou de ‘Engel van God’ zijn uit de Bijbel, maar zo’n vergelijk is eerder christologische degradatie.
[18] Toch vragen weinigen zich af waarom er zoveel ‘goed’ gaat.
[19] Een engelmacht is een engel die ‘macht’ heeft gekregen over een entiteit in de schepping.
[20] Niet naar de hemel.
[21] Gelovigen horen gevallen engelen te veroordelen en naar hun ondergeschikte plaats te verwijzen. Gods engelen doen dat soms ook.
[22] Gods engelen dwingen mensen niet om hen te dienen. Dat laatste gebeurt wel in het rijk van satan.
[23] Deze karakteristiek is van belang, omdat God ook engelen in dienst heeft die opdrachten hebben die in de ogen van mensen als kwaad (1 S 16:14) en verderf brengend (Ex 4:24; 12:23) worden opgevat. Gods heilsplan is de toets van onderscheid.
[24] Demonen maken bang en spreken & doen uit zichzelf en niet namens God, maar engelen stellen juist gerust en zijn nederig (aan God gehoorzaam).